Regeling Sanctiebeleid aanvullende en na-wettelijke uitkeringRegeling Sanctiebeleid aanvullende en na-wettelijke uitkering Artikel 1 Werkingssfeer Deze regeling is van toepassing op de ambtenaar die op grond van artikel 8:3 CAR/UWO of artikel 8:6 CAR/UWO wordt ontslagen. Dit besluit is daarnaast van toepassing op de ambtenaar die op grond van artikel 8:3 CAR/UWO, artikel 8:6 CAR/UWO of 8:8 CAR/UWO is ontslagen en een aanvullende of na-wettelijke uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk 10d CAR/UWO. De bevoegdheid tot het nemen van besluiten op grond van deze regeling ligt bij het college van burgemeester en wethouders. Artikel 2 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder aanvullende uitkering: de uitkering tijdens de werkloosheidsuitkering; na-wettelijke uitkering: de uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering; medewerker: de (gewezen) ambtenaar die op grond van artikel 8:3 CAR/UWO, artikel 8:6 CAR/UWO of artikel 8:8 CAR/UWO wordt of is ontslagen en die zich in de re-integratiefase, de periode van de aanvullende uitkering of de periode van de na-wettelijke uitkering bevindt; re-integratiefase: de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door middel van een re-integratieplan of VWNW-contract afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de re-integratie of bemiddeling van de ambtenaar het best tot stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als doel werkloosheid zoveel als mogelijk is te voorkomen; re-integratieplan of VWNW-contract: het plan van aanpak waarin de re-integratie-inspanningen van gemeente en de medewerker beschreven staan, die tot doel hebben de re-integratie of bemiddeling van de medewerker te bevorderen; werkloosheid: werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet, waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de gemeente waaruit de werkloosheid plaatsvindt; werkloosheidsuitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst met de gemeente. Artikel 3 Grondslag Deze regeling berust op de artikelen 10d:28 en 10d:34 CAR/UWO. Artikel 4 Indeling verplichtingen in categorieën Als verplichtingen van de eerste categorie worden beschouwd verplichtingen die gericht zijn op het stroomlijnen van het administratieve proces. Als verplichtingen van de tweede categorie worden beschouwd verplichtingen ter opvolging van controlevoorschriften. Als verplichtingen van derde categorie worden beschouwd de verplichtingen in het kader van re-integratie en werkhervatting. Als verplichtingen van de vierde categorie worden beschouwd de verplichtingen die gericht zijn op het beperken van het (financiële) risico van de gemeente. In een nadere regeling wordt uitgewerkt welke verplichtingen in ieder geval onder welke categorie vallen. Artikel 5 Verplichtingen voor de medewerker Gedurende de re-integratiefase, de periode van de aanvullende uitkering en de periode van de na-wettelijke uitkering, gelden voor de medewerker de verplichtingen die zijn opgenomen in de nadere regeling, bedoeld in artikel 4, vijfde lid. In het individuele re-integratieplan of VWNW-contract kunnen aanvullende verplichtingen worden opgenomen. Artikel 6 Weigering van de aanvullende en na-wettelijke uitkering De aanvullende en na-wettelijke uitkering worden blijvend geheel geweigerd indien het ontslag waaruit het recht voortkomt, is te wijten aan eigen schuld of toedoen van betrokkene. Artikel 7 Sancties tijdens re-integratiefase Niet naleving van verplichtingen uit de eerste categorie worden gesanctioneerd met een korting op de bezoldiging van 5% gedurende één maand, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 2 procent of ten hoogste 20 procent van de bezoldiging. Niet naleving van verplichtingen uit de tweede categorie worden gesanctioneerd met een korting op de bezoldiging van 10% gedurende twee maanden met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 5 procent of ten hoogste 30 procent van de bezoldiging. Niet naleving van verplichtingen uit de derde categorie worden gesanctioneerd met een korting op de bezoldiging van 25% gedurende vier maanden met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van de bezoldiging. Niet naleving van verplichtingen uit de vierde categorie worden gesanctioneerd met een onmiddellijke ingang van het ontslag op grond van artikel 8:3 CAR/UWO of artikel 8:6 CAR/UWO en het vervallen van het recht op de aanvullende en de na-wettelijke uitkering. Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd tweemaal zijn verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding van een categorie hoger beschouwd. Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd drie maal zijn verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding van de vierde categorie beschouwd. Artikel 8 Sancties tijdens aanvullende uitkering Niet naleving van verplichtingen uit de eerste categorie worden gesanctioneerd met een korting op de aanvullende uitkering van 5% gedurende één maand, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 2 procent of ten hoogste 20 procent van het uitkeringsbedrag. Niet naleving van verplichtingen uit de tweede categorie worden gesanctioneerd met een korting op de aanvullende uitkering van 10% gedurende twee maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 5 procent of ten hoogste 30 procent van het uitkeringsbedrag. Niet naleving van verplichtingen uit de derde categorie worden gesanctioneerd met een korting op de aanvullende uitkering van 25% gedurende vier maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het uitkeringsbedrag. Niet naleving van verplichtingen uit de vierde categorie worden gesanctioneerd met een blijvende gehele weigering van de aanvullende uitkering en het vervallen van het recht op de na-wettelijke uitkering. Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd tweemaal zijn verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding van een categorie hoger beschouwd. Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd drie maal zijn verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding van de vierde categorie beschouwd. Artikel 9 Sancties tijdens na-wettelijke uitkering Niet naleving van verplichtingen uit de eerste categorie worden gesanctioneerd met een korting op de na-wettelijke uitkering van 5% gedurende één maand, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 2 procent of ten hoogste 20 procent van het uitkeringsbedrag. Niet naleving van verplichtingen uit de tweede categorie worden gesanctioneerd met een korting op de na-wettelijke uitkering van 10% gedurende twee maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 5 procent of ten hoogste 30 procent van het uitkeringsbedrag. Niet naleving van verplichtingen uit de derde categorie worden gesanctioneerd met een korting op de na-wettelijke uitkering van 25% gedurende vier maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het uitkeringsbedrag. Niet naleving van verplichtingen uit de vierde categorie worden gesanctioneerd met een blijvende gehele weigering van de na-wettelijke uitkering. Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd tweemaal zijn verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding van een categorie hoger beschouwd. Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd drie maal zijn verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding van de vierde categorie beschouwd. Artikel 10 Recidive Indien aan de medewerker een maatregel is opgelegd en binnen 2 jaar na de bekendmaking daarvan opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk wordt de sanctie voor het nieuwe feit in percentage en tijd verdubbeld, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, vijfde lid, artikel 8, vijfde lid en artikel 9, vijfde lid. Artikel 11 Samenloop Indien sprake is van het niet nakomen van meer dan één verplichting en het niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak, wordt slechts één sanctie opgelegd. Wanneer de niet nagekomen verplichtingen behoren tot verschillende categorieën wordt de sanctie voor de hoogste categorie toegepast. Artikel 12 Gevolgen voor na-wettelijke uitkering Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt toegepast op de werkloosheidsuitkering, wordt deze sanctie evenredig toegepast op de na-wettelijke uitkering, te weten: In geval van een blijvend gehele weigering van de WW-uitkering, komt de na-wettelijke uitkering te vervallen; In geval van een tijdelijk gehele weigering van de WW-uitkering, komt de na-wettelijke uitkering te vervallen voor de termijn die is opgelegd door het UWV ten aanzien van de weigering; In geval van tijdelijk gedeeltelijke weigering van de WW-uitkering, komt de na-wettelijke uitkering te vervallen, waarbij voor de duur en de hoogte van het verval aansluiting wordt gezocht bij de door het UWV op de werkloosheidsuitkering opgelegde sanctie; In geval van blijvend gedeeltelijke weigering van de WW-uitkering, komt de na-wettelijke uitkering te vervallen, waarbij voor de duur en de hoogte van het verval aansluiting wordt gezocht bij de door het UWV op de werkloosheidsuitkering opgelegde sanctie. Artikel 13 Afstemmen sanctie op ernst en verwijtbaarheid Het percentage van de sanctie wordt verlaagd of verhoogd indien de verminderde of verhoogde ernst of verwijtbaarheid van het niet naleven van de verplichting daartoe aanleiding geeft. Artikel 14 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel 15 Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college. Artikel 16 Citeertitel en inwerkingtreding De verordening kan worden aangehaald als de ’Regeling Sanctiebeleid aanvullende en na-wettelijke uitkering’ en treedt in werking met ingang van heden. Nadere regeling, bedoeld in artikel 4, vijfde lid In 2008 is de bovenwettelijke sociale zekerheid ten aanzien van gemeenteambtenaren ingrijpend gewijzigd. Dit heeft geleid tot een nieuw hoofdstuk 10d CAR/UWO. Met deze nieuwe regeling staat het voorkomen van werkloosheid voorop. Met de introductie van de re-integratiefase worden afspraken gemaakt tussen de medewerker en de gemeente ter ondersteuning bij het vinden van en het begeleiden naar een nieuwe werkkring. Mocht het vinden van een nieuwe werkkring onverhoopt niet lukken, dan kan de medewerker na ontslag in drie gevallen aanspraak maken op een bovenwettelijke uitkering: namelijk in geval van een ontslag wegens disfunctioneren waarbij het ontslag moet zijn gelegen in de werksfeer, een ontslag wegens reorganisatie of een ontslag op andere gronden waarbij op de voet van artikel 10d:4 CAR/UWO een bovenwettelijke uitkering is toegekend. Deze bovenwettelijke uitkering komt in zijn geheel voor rekening van de gemeente, evenals de WW-uitkering. Duidelijke afspraken tussen de medewerker en de gemeente, daar draait het om. Daarbij blijft de verantwoordelijkheid liggen bij de medewerker. Hij is immers zelf verantwoordelijk voor zijn eigen loopbaan. Bij duidelijke afspraken over re-integratie horen ook duidelijke afspraken over naleving ervan. Daartoe dient onderhavig voorstel tot nadere regelgeving. De rechtsgrondslag hiervoor is te vinden in artikel 10d:28, lid 2 CAR/UWO. Doel hiervan is te voorkomen dat medewerkers hun re-integratieafspraken niet nakomen. Er gaat dus een preventieve werking van uit. In de re-integratie worden 3 fasen onderscheiden. de re-integratiefase voor ontslag op grond van artikel 8:3 CAR/UWO of artikel 8:6 CAR/UWO de fase van WW en aanvullende uitkering ex hoofdstuk 10d CAR/UWO de fase van na-wettelijke uitkering ex hoofdstuk 10d CAR/UWO. Om te kunnen bepalen welk gedrag gesanctioneerd kan worden, moet duidelijk zijn welke verplichtingen rusten op de medewerker. In elke fase is dat gerelateerd aan een eigen rechtskader. Fase Rechtskader Re-integratieverantwoordelijkheid Handhaving- en sanctioneringstaak 1. Re-integratiefase voor ontslag CAR/UWO, afspraken op basis van re-integratieplan Medewerker en werkgever Werkgever 2. WW- en aanvullende WW-fase Werkloosheidswet Ex-medewerker en ex-werkgever UWV: m.b.t. WW-uitkering Ex-werkgever: m.b.t. gemeentelijk sanctiebeleid 3. Na-wettelijke WW-fase Afspraken op basis van re-integratieplan Ex-medewerker en ex-werkgever Ex-werkgever Binnen elke fase bestaan er categorieën van verplichtingen. Aan elke categorie hangt een zwaarte van een sanctie. Algemene beschrijving categorie Niet nagekomen verplichting zoals: Sanctie Categorie 1: Onder deze categorie vallen verplichtingen die gericht zijn op het stroomlijnen van het administratieve proces. - De medewerker vraagt toestemming om op vakantie te gaan, zodra hij zijn vakantieplanning weet, maar minimaal 4 weken van tevoren. - De medewerker meldt zich op zijn eerste ziektedag ziek volgens de daarvoor geldende interne afspraken. - De medewerker voldoet binnen de gestelde tijd aan een verzoek om alle feiten en omstandigheden mede te delen, waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op de re-integratiefase. - De medewerker dient een kopie van de afsprakenbevestigingDe werkcoach maakt afspraken op het moment dat de medewerker zich bij UWV Werkbedrijf meldt (voor een intake) en geeft een afsprakenbevestiging mee aan de medewerker. De werkgever kan de medewerker om een kopie vragen van de afsprakenbevestiging. van het intakegesprek te overleggen. 5% korting op de bezoldiging gedurende een maand Categorie 2: Bij deze categorie gaat het om het nakomen van plichten ter opvolging van controlevoorschriften. - De medewerker schrijft zich binnen een week na het ontslagbesluit in bij het UWV Werkbedrijf . - De medewerker overlegt een kopie van het inschrijvingsbewijs bij het UWV WerkbedrijfAls de re-integratiefase langer duurt dan vier maanden dan dient met het UWV Werkbedrijf overlegd te worden wanneer inschrijving mogelijk is. UWV hanteert namelijk de standaardregel dat een werkzoekende zich vier maanden voor de vermoedelijke ingangsdatum van het ontslag kan inschrijven.. - De medewerker moet zich inschrijven bij het (regionale) mobiliteitsbureau. - De medewerker moet zich inschrijven bij een nader bepaald aantal uitzendbureaus, indien hierover individuele afspraken worden gemaakt, geldt dezelfde verplichting voor specifieke uitzendbureaus. - De medewerker schrijft zich in bij werving- en selectiebureaus, indien hierover individuele afspraken gemaakt zijn. - De medewerker schrijft zich in bij een re-integratiebureau, indien hierover individuele afspraken gemaakt zijn. - De medewerker onderhoudtInclusief de eventuele verlenging van de inschrijving bij dat bureau. zijn inschrijving(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.