← Nederland

Re-integratieverordening 2014 Alphen aan den Rijn (Alphen aan den Rijn)

De raad van de gemeente Alphen aan den Rijn; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, gezien het advies van de Cliëntenraad WWB; BESLUIT: vast te stellen de Re-integratieverordening 2014 Alphen aan den Rijn Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  2. In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn; gemeenteraad: de gemeenteraad van gemeente Alphen aan den Rijn. startkwalificatie: Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2); de wet: de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers alsmede de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. traject: een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel door het college hem opgelegde voorziening of geheel van voorzieningen gericht op het verkrijgen en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. belanghebbenden: uitkeringsgerechtigden volgens de WWB, IOAW, IOAZ en Anw en niet-uitkeringsgerechtigden. Artikel 2 Beleid
  3. De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleid vast, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven.
  4. Dit beleid omvat in elk geval een omschrijving van het beleid ten aanzien van verschillende doelgroepen zoals bedoeld in de wet en de prioritering binnen en tussen die groepen, waarbij een evenwichtige aanpak als uitgangspunt wordt genomen.
  5. Het college betrekt bij de invulling van het traject de wijze waarop rekening wordt gehouden met zorgtaken. Artikel 3 Financiën
  6. Het college kan bij het uitvoeren van het beleid prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden, op basis van maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen.
  7. Het college kan een subsidie- of budgetplafond vaststellen voor de verschillende voorzieningen.
  8. Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening.
  9. Een door het college vastgesteld plafond als bedoeld in tweede en derde lid, vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.
  10. Aan niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers waarvan het inkomen 110% van de van toepassing zijnde norm of meer bedraagt en/of het vermogen meer bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, bedoeld in de WWB, vraagt het college een bijdrage in de kosten van het traject. Deze bijdrage wordt bepaald op basis van de draagkrachtregels bijzondere bijstand die door het college vastgesteld zijn. Hoofdstuk 2 Voorzieningen Artikel 4 Algemene bepalingen over voorzieningen
  11. In het beleid genoemd in artikel 2, is vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
  12. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan de inzet van een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
  13. Het college kan de voorziening beëindigen in de volgende gevallen: indien de belanghebbende, die aan een voorziening deelneemt, zijn verplichtingen die in het kader van de aangeboden voorziening en/of de wet gelden niet nakomt; indien de belanghebbende, die aan een voorziening deelneemt, niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van de voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan arbeidsinschakeling.
  14. Voorzieningen kunnen van niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers worden teruggevorderd als: geen of onvoldoende medewerking wordt verleend aan de voorziening; niet is voldaan aan de aan de voorziening verbonden voorwaarden of verplichtingen of aan de bepalingen van de trajectovereenkomst; de voorziening is aangeboden op basis van onjuiste of onvolledige gegevens en juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zouden hebben geleid; de voorziening anderszins ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekt is.
  15. Terugvordering om de redenen genoemd in het vorige lid kan ook plaats vinden indien blijkt dat belanghebbende ten onrechte als uitkeringsgerechtigde is aangemerkt of niet langer uitkeringsgerechtigde is. Artikel 5 Inzet van voorzieningen Bij de keuze van het aanbieden van voorzieningen, wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij bekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een belanghebbende, het meest doelmatig, adequaat en toereikend is met het oog op aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. Artikel 6 De Voorzieningen
  16. Bij het aanbieden van voorzieningen kan het college in ieder geval aanbieden: Werkervaringsplaats/stage Diagnose Medische en arbeidsdeskundige keuring Vaardigheidstrainingen Scholing en/of opleiding Taaltraining (Job)Coaching Nazorg Schuldhulpverlening Bemiddeling Participatieplaats
  17. De scholing en/of opleiding als bedoeld in lid 1 e en f moet gericht zijn op arbeidsinschakeling en is gemaximeerd tot het niveau van een startkwalificatie.
  18. Het college kan op individuele gronden besluiten de in het tweede lid bedoelde scholing en/of opleiding te maximeren tot het niveau van hoger beroepsonderwijs. Artikel
  19. Onkostenvergoeding
  20. Het college kan een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke kosten in het kader van het traject. Deze vergoeding geldt alleen voor uitkeringsgerechtigden volgens de WWB, IOAW en IOAZ. Het gaat hierbij in ieder geval om: Reiskosten Kinderopvang Overige kosten
  21. Het college stelt nadere uitvoeringsregels vast over de toekenning van de in lid 1 bedoelde vergoedingen. Artikel 8 Sociale activering Het college kan aan belanghebbende activiteiten aanbieden in het kader van participatie in de maatschappij als arbeidsinschakeling (nog) niet mogelijk is. Artikel 9 Participatieplaats
  22. Het college verstrekt aan degene die algemene bijstand ontvangt en onbeloonde additionele werkzaamheden verricht conform artikel 10a zesde lid van de wet een premie van telkens € 150 per zes maanden.
  23. De premie kan worden geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
  24. Als een persoon additionele werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 10a van de wet en niet beschikt over een startkwalificatie, bekijkt het college, na een periode van zes maanden na aanvang van die werkzaamheden in hoeverre scholing of opleiding, onverminderd artikel 5 en 6 lid 2 en 3, de toegang tot de arbeidsmarkt kan bevorderen. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 10 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van debepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden vanoverwegende aard leidt. Artikel 11 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 2 januari 2014 en werkt terug tot 1 januari
  25. Bij inwerkingtreding van deze verordening komen de Re-integratieverordening 2012 Alphen aan den Rijn, Re-integratieverordening 2009 Boskoop, en de Re-integratieverordening 2012 Rijnwoude te vervallen. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Re-integratieverordening 2014 Alphen aan den Rijn’. Dit is besloten in de openbare vergadering van de raad op 2 januari
  26. De raad van Alphen aan de Rijn de griffier, de voorzitter, P.M.H. van Ruitenbeek T.P.J. Bruinsma

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.