Drank- en horecaverordening EdeDe raad van de gemeente Ede gelezen het voorstel van burgemeester d.d. 22 oktober 2013, nummer 5125; gelet op de artikelen 147 van de Gemeentewet en 4, 25a, 25b, 25c, 25d en 26 van de Drank- en Horecawet; besluit vast te stellen de volgende verordening Drank- en Horecaverordening Ede §1BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: Drank- en Horecawet; b. terras: het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden verstrekt; c. vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet; d. bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: - leidinggevenden in de zin van de wet; - personen die dienst doen in de inrichting; - personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is; e. paracommerciële inrichting: een inrichting waarin een paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf exploiteert. f. dorpshuis Een dorpshuis (ook wel buurthuis, wijkcentrum of gemeenschapshuis genoemd) is een openbaar, mede met publiekelijke middelen gerealiseerd, gebouw in een wijk, stadsdeel of dorp dat zich richt op het bijdragen aan de integrale leefkwaliteit van de buurt of dorp. 2.Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat. §2BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND Artikel2Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen De burgemeester kan aan een vergunning voor een horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld: ter bescherming van de volksgezondheid, of in het belang van de openbare orde, of ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet. Artikel3Prijsacties horeca Gereserveerd. Artikel4Toelatingsleeftijden tot alle horecalokaliteiten en terrassen 1.Het is leidinggevenden van een café of discotheek/dancing verboden om bezoekers tot hun horecalokaliteiten toe te laten die de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt. 2.Het is leidinggevenden van een horecabedrijf niet zijnde een café of discotheek/dancing waarin een dansfeest, houseparty of popconcert plaatsvindt verboden om personen tot hun horecalokaliteiten toe te laten die de leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt. 3.Het in eerste en tweede lid bepaalde geldt niet indien een persoon onder de 16 jaar onder toezicht staat van een (pleeg)ouder of een voogd met een leeftijd van 18 jaar of ouder dan wel vergezeld wordt door een andere volwassene waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat deze functioneert als toezichthouder van de betreffende persoon. Artikel5Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten en terrassen die naar verhouding langer geopend zijn (nachthoreca) Gereserveerd. §3AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND IN BEPAALDE GEBOUWEN Artikel6Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank 1.Het is toegestaan van 12.00 uur tot 24.00 uur alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke: deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties, of c. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis, of deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen. 2.In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken. §4AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE INRICHTINGEN Artikel7Schenktijden paracommerciële inrichtingen Het is in alle paracommerciële inrichtingen toegestaan van 12.00 uur tot 24.00 uur alcoholhoudende drank te verstrekken. Artikel8Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen In afwijking van het bepaalde in artikel 7 hanteren de in onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële inrichtingen de hierna opgenomen schenktijden: Verpleeg- en verzorgingstehuizen Alle dagen 10:00 uur tot 24:00 uur Artikel9Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken: tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Artikel10Verbod verstrekken van sterke drank Het is verboden in paracommerciële inrichtingen sterke drank te verstrekken. Artikel11Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen 1.Een paracommerciële rechtspersoon geeft bij de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf nadere informatie over de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon en de doelgroep waarop de rechtspersoon zich richt. 2.Hiertoe wordt een formulier met aanvullende vragen ingevuld en verstrekt de paracommerciële rechtspersoon een afschrift van de statuten en het bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet. §5BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL Artikel12Prijsacties detailhandel Gereserveerd. Artikel13Voorschriften slijterijen De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijtersbedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld: ter bescherming van de volksgezondheid, of in het belang van de openbare orde, of ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet. §6TIJDELIJKE VERSTREKKINGSVERBODEN Artikel14Algeheel verkoopverbod alcoholhoudende drank Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte in een aangewezen deel of delen van de gemeente, bedrijfsmatig of anders dan om niet, al dan niet in glas verpakte, alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, te verstrekken. Artikel15Verkoopverbod alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse tijdens bijzondere gelegenheden 1.De burgemeester kan een tijdsruimte aanwijzen waarbinnen het verboden is om tijdens gebeurtenissen of evenementen bedrijfsmatig, dan wel anders dan om niet, al dan niet in glas verpakte alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse. 2.Bij de in lid 1 bedoelde aanwijzing van een tijdsruimte bepaalt de burgemeester tevens of deze aanwijzing voor de gehele gemeente of voor aan te wijzen delen van de gemeente geldt. Artikel16Verkoopverbod alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse tijdens bijzondere gelegenheden 1.De burgemeester kan een tijdsruimte aanwijzen waarbinnen het verboden is om tijdens gebeurtenissen of evenementen bedrijfsmatig, dan dan wel anders dan om niet, al dan niet in glas verpakte alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken. 2.Bij de in lid 1 bedoelde aanwijzing van een tijdsruimte bepaalt de burgemeester tevens of deze aanwijzing voor de gehele gemeente of voor aan te wijzen delen van de gemeente geldt. §7ONTHEFFINGEN Artikel17Mandatoire ontheffingen Gereserveerd. Artikel18Facultatieve ontheffingen 1.De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van de in artikelen 6 en 10 gestelde verboden. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 2.De burgemeester kan conform het bepaalde in artikel 4, vierde lid, van de wet, met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 7, 8 en 9 gestelde verboden en beperkingen. 3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit artikel. Artikel19Intrekkingsgronden ontheffing De in artikel 17 en 18 bedoelde ontheffingen kunnen worden ingetrokken of gewijzigd indien: ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt, of op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist, of zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, of de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen, of van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn, of indien de houder van de ontheffing dit verzoekt. §8OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel20Overgangsrecht 1.Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen: de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van de eerdere gemeentelijke verordening krachtens de wet zijn gesteld; de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend; de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden. 2.Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van de eerdere gemeentelijke verordening krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht. 3.Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van de eerdere gemeentelijke verordening krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen. 4.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel21Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014 waarbij de eerdere verordening komt te vervallen. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Drank- en Horecaverordening Ede’. Behoort bij het besluit van de gemeenteraad van Ede d.d. 28-11-2013, zaaknr. 5125.Ons bekend,de griffier, w.g. HAGELSTEIN de voorzitter, w.g. VAN DER KNAAPToelichting Drank- en horecaverordening Ede De toelichting op deze verordening bestaat uit deel A en deel B. Deel A bevat een algemene toelichting op de verordening. Daarbij wordt ingegaan op de volgende onderwerpen: Wijziging van de Drank- en Horecawet Toezicht op de Drank- en Horecawet Onderdelen van een effectief lokaal alcoholbeleid Hoofdelementen en uitgangspunten van de modelverordening Totstandkoming van deze verordening Deel B bevat een artikelsgewijze toelichting op de verordening. A Algemene toelichting1. Wijziging van de Drank- en Horecawet De Drank- en Horecawet ordent de distributie van alcoholhoudende drank. De wet bestaat sinds 1964. Kern van de wet is dat alcoholgebruik kan leiden tot gezondheidsschade, overlast en ongevallen. Daarom is een gemeentelijke vergunning vereist voor het schenken van alcoholhoudende drank in de horeca en de verkoop van sterke drank in slijterijen. Voor de detailhandelsverkoop van zwak-alcoholhoudende drank is geen vergunning vereist. Destijds achtte de wetgever dat niet nodig. De Drank- en Horecawet stelt voor het verkrijgen van een vergunning enkele eisen: leidinggevenden dienen te voldoen aan leeftijdseisen (21 jaar of ouder), zedelijkheidseisen (geen crimineel verleden) en eisen ten aanzien van kennis en inzicht in verantwoord verstrekken (meestal Verklaring Sociale Hygiëne). Ook de inrichting zèlf moet aan enkele basiseisen voldoen. Om het alcoholgebruik onder jongeren zoveel mogelijk te helpen voorkómen, kent de Drank- en Horecawet al vanouds leeftijdsgrenzen. Aan jongeren onder de 16 jaar, en per 1 januari 2014 18 jaar, mag geen zwak-alcoholhoudende drank (gedistilleerd met minder dan 15% alcohol, wijn en bier) worden verkocht. De leeftijdsgrens voor sterke drank (gedistilleerd met 15% alcohol of meer) ligt bij 18 jaar. Alle verstrekkers van alcohol (barkeepers, slijters, caissières en dergelijke) dienen de leeftijd van jongeren vooraf vast te stellen. Nieuwe bepalingen in 2013Op 1 januari 2013 zijn enige wijzigingen in de Drank- en Horecawet in werking getreden. De belangrijkste wijziging is dat het toezicht op de naleving van vrijwel alle bepalingen van de Drank- en Horecawet overgaat van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar de gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is dat gemeenten het toezicht efficiënter in kunnen zetten en vaker toezicht kunnen uitoefenen. De burgemeester wordt voortaan bevoegd gezag. Hij wijst ook de nieuwe gemeentelijke toezichthouders aan. De gemeenteraad krijgt meer mogelijkheden om op lokaal niveau beter invulling te geven aan het alcoholbeleid, met name om (overmatig) alcoholgebruik onder jongeren tegen te gaan. De bestaande gemeentelijke bevoegdheid om leeftijdsgrenzen voor de horeca vast te stellen wordt uitgebreid. Gemeenten kunnen voortaan een minimum toelatingsleeftijd tot alle horecalokaliteiten en terrassen vaststellen en deze koppelen aan tijdsruimten. Daarnaast krijgen gemeenteraden de mogelijkheid extreme prijsacties in supermarkten en de horeca in een verordening te verbieden. Gemeenteraden krijgen de plicht om uiterlijk 1 januari 2014 een verordening op te stellen waarin de alcoholverstrekking in sportkantines en andere zogenaamde paracommerciële inrichtingen wordt gereguleerd. In de gewijzigde Drank- en Horecawet is opgenomen dat jongeren onder de 16 jaar, en per 1 januari 2014 18 jaar, strafbaar zijn als ze alcohol aanwezig of voor consumptie gereed hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Deze landelijke strafbepaling heeft een drieledig doel. Ten eerste is het een beschermingsmaatregel, waarmee het alcoholgebruik onder jongeren onder de 16 jaar en per 1 januari 2014 18 jaar, wordt tegengegaan. Ten tweede is het een ordemaatregel, waarmee overlastgevende drinkende jeugd op straat kan worden aangepakt. Ten derde is de bepaling een antwoord op het veel voorkomende fenomeen dat een oudere persoon alcohol koopt en deze in de horeca of op straat doorgeeft aan een jongere onder de leeftijdsgrens. Het verbod geldt niet voor het aanwezig hebben van alcoholhoudende dranken in supermarkten, slijterijen en dergelijke. Daar is er immers geen indirecte verstrekking en/of consumptie ter plaatse. Het geldt wel voor het aanwezig hebben (of voor consumptie gereed hebben) van alcoholhoudende drank in horecainrichtingen, inclusief de paracommerciële inrichtingen. Het verkopen en schenken van alcohol aan jongeren onder de 16, en per 1 januari 2014 18, kan als gevolg van de wijziging van de Drank- en Horecawet harder worden aangepakt. Supermarkten en andere detailhandelaren die binnen één jaar drie keer betrapt worden op het verkopen van alcohol aan jongeren onder de leeftijdsgrens kan het tijdelijk worden verboden om alcoholhoudende drank te verkopen. De burgemeester kan een alcoholverkoopverbod van één tot twaalf weken opleggen. De horeca- en slijterijvergunning kan al na één overtreding worden geschorst. De administratieve lasten voor horeca- en slijtersbedrijven worden fors verminderd. Zo hoeft een ondernemer een nieuwe leidinggevende nog slechts bij de gemeente te melden en hoeft er in zo’n geval ook geen nieuwe vergunning meer te worden aangevraagd. Tenslotte is op 5 maart 2013 door de tweede kamer met grote meerderheid een initiatiefwetsvoorstel aangenomen om de leeftijdsgrens van alle alcoholische dranken te verhogen naar 18 jaar. De strafbaarstelling van jongeren wordt in het voorstel ook verhoogd naar 18 jaar. De eerste kamer heeft het voorstel inmiddels ook goed gekeurd en de verhoging gaat 1 januari 2014 in. Deze toekomstige verhoging naar 18 jaar is reeds in deze verordening meegenomen aangezien deze eveneens op 1 januari 2014 in werking treedt. 2. Toezicht op de Drank- en Horecawet Effectief toezicht heeft over het algemeen een sterk positief effect op de naleving van regels. Dit is niet alleen zo bij snelheidsovertredingen, het betalen van belasting en het dragen van autogordels, maar ook bij het naleven van de leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop en andere bepalingen van de Drank en Horecawet. In politiedistrict Rivierenland steeg de naleving van de leeftijdsgrenzen voor alcoholverkoop na een jaar intensief decentraal toezicht door twee speciaal daartoe aangestelde gemeentelijke toezichthouders van 20% naar 80%. Aangezien met de gewijzigde wet belangrijke bevoegdheden om alcoholverstrekking te reguleren worden gedecentraliseerd naar gemeenten, is het logisch dat het toezicht daarop ook bij gemeenten (in casu de burgemeesters) wordt gelegd. Veelal is er immers een directe relatie met overlast en openbare orde, waarvoor de burgemeester al verantwoordelijk is. Door de decentralisatie van het toezicht worden gemeenten in staat gesteld om beter in te spelen op de lokale situatie. Verder kunnen gemeenten de toezichtstaak efficiënter en effectiever uitvoeren, waardoor de frequentie van het toezicht naar verwachting wordt verhoogd in vergelijking met de frequentie van het huidige toezicht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Daarnaast komen het toezicht op de brandveiligheid, omgevingsregelgeving, lokale verordeningen en de Drank- en Horecawet in één hand te liggen, wat ook bijdraagt aan een efficiëntere handhaving. Tot slot kunnen de gemeentelijke toezichtstaken een grote bijdrage leveren aan het opzetten van een integraal lokaal of regionaal alcoholbeleid. Pilot decentraal toezichtUit experimenten in 38 gemeenten met de toepassing van decentraal toezicht is duidelijk geworden dat het toezicht op de Drank- en Horecawet een complexe zaak is die veel kennis en competenties vraagt van de lokale toezichthouder. Onderzoek van Novio Consult, uitgevoerd in 2010, laat zien dat gemeenten die deelnamen aan de pilot over het algemeen enthousiast zijn over de decentrale uitvoering van het toezicht op de Drank- en Horecawet. Het inzicht in de lokale situatie verbetert, waardoor het toezicht meer gericht kan zijn op hotspots en efficiënter kan worden uitgevoerd. Door het zelf uitvoeren van de toezichtstaken wordt het mogelijk om de cyclus van ‘beleid - vergunningverlening - toezicht – handhaving’ te sluiten. De algemene indruk van deelnemers aan de pilot was dat het geïntensiveerde gemeentelijk toezicht leidt tot beter naleefgedrag onder drankverstrekkers. Drankverstrekkers in de pilotgebieden gaven aan dat zij zich meer bewust zijn van hun verantwoordelijkheid en daar ook concrete maatregelen aan verbinden. Ook kennen zij de regelgeving van de Drank- en Horecawet beter. Jongeren ervaren een toename van het aantal leeftijdscontroles door drankverstrekkers bij aankooppogingen. De gemeenten die aan de pilot deelnamen gaven verder aan dat bij de uitvoering van het toezicht meer komt kijken dan oorspronkelijk gedacht en dat het extra capaciteit vergt, ook van vergunningverleners, juridisch medewerkers en teamleiders handhaving. Voor een deel bleek hier sprake van een tijdelijke investering, gekoppeld aan het opstarten van het toezicht. Gemeenten die deelnemen aan FrisValley zijn eind 2011 begonnen met het voorbereiden van regionaal toezicht door middel van een groep gespecialiseerde Drank- en Horecawet BOA’s. Er is sinds 1 januari 2013 een regionale pool van 8 BOA’s actief die toezicht houdt op de naleving van de wet. Daarvoor hebben gemeenten een samenwerkingsconvenant getekend zodat de BOA’s in alle gemeenten kunnen werken. Ook hebben zij hun officiële opleiding tot toezichthouder Drank- en Horecawet met succes afgerond. In 2012 is al gestart met het op orde brengen van het vergunningenbestand. Hiertoe wordt aan alle horecaondernemers van deelnemende gemeenten een zogenaamde ‘horecamap’ uitgereikt met daarin alle relevante vergunningen, terrastekeningen, etcetera. Deze map wordt met de ondernemers doorgenomen, zo nodig aangevuld en vormt straks uiteindelijk de basis van het toezicht. Horecaondernemers waarderen het initiatief. Het toezicht op de Drank- en Horecawet is afhankelijk van lokale regels over alcohol en de communicatie over deze regels naar de burger, naar ondernemers en naar verenigingen. Inbedding van het toezicht in een integraal alcoholmatigingsbeleid is daarom essentieel. Dat gebeurt in toenemende mate in regionaal verband. Het is daarom logisch het toezicht ook regionaal te organiseren en te ondersteunen met een regionaal handhavingsbeleid. Een regionaal afgestemde Drank- en Horecaverordening is daarvan de basis. Voordeel van deze werkwijze is dat een hoge mate van expertise met betrekking tot de Drank- en Horecawet gebundeld wordt bij een aantal regionaal werkende Bijzondere Opsporings Ambtenaren (BOA’s). Deze kunnen dan ook de prioriteit leggen waar dat nodig is en het toezicht goed uitvoeren. 3. Onderdelen van een effectief lokaal alcoholbeleid Effectief alcoholbeleid levert zowel gezondheidswinst als economische winst op. Het kenmerkt zich door een samenhangend geheel van maatregelen en interventies op het terrein van volksgezondheid en veiligheid. Een strategisch alcoholbeleid is gebouwd op interventies die gedurende een langere tijd worden uitgevoerd. Lokaal alcoholbeleid beoogt primair de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik te voorkomen, die niet alleen de gezondheid van een individu betreffen maar ook de veiligheid en de openbare orde binnen een gemeente. Het gaat bij alcoholbeleid om een combinatie van veiligheids- en gezondheidsdoelstellingen. Daarom is een integrale benadering vanuit verschillende beleidsdisciplines binnen de gemeente essentieel voor het voeren van effectief alcoholbeleid. Veelbelovende alcoholprojecten in Nederland geven inmiddels invulling aan een combinatie van beide beleidsterreinen. FrisValley is een daarvan. Beperken van de beschikbaarheidUit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie is gebleken dat maatregelen die de beschikbaarheid van alcohol beperken het meest effectief zijn in het terugdringen van (schadelijk) alcoholgebruik. De beschikbaarheid van alcohol kan op velerlei wijzen worden beperkt. Voorbeelden van bewezen effectieve maatregelen zijn: het beperken van de schenk- of openingstijden van verkooppunten, het tegengaan van prijsacties, het verhogen van de prijs van alcohol, meer toezicht op de naleving van de leeftijdsgrenzen en het beperken van het aantal verkooppunten. Het mag duidelijk zijn dat voor al deze effectieve beleidsmaatregelen de Drank- en Horecawet de basis vormt. Dat verklaart ook waarom de pijler regelgeving één van de hoofdpijlers is van een effectief lokaal alcoholbeleid. Drie beleidspijlersEen effectief universeel lokaal alcoholbeleid kent drie pijlers: Educatie (en bewustwording) Regelgeving Handhaving Hoe effectief de pijler regelgeving wetenschappelijk gezien ook is, het is vrijwel onmogelijk de pijler regelgeving lokaal goed in te zetten zonder hulp van de pijler educatie en bewustwording en van de pijler handhaving. Een regel zonder voldoende handhaving is een loze regel. Handhaving is essentieel om de regelgeving effectief te maken. Hetzelfde geldt voor educatie. Het minder beschikbaar maken van alcohol is op zichzelf vaak niet populair onder het grote publiek en onder alcoholverstrekkers. Educatie en bewustwording (onder meer via de media) is dan vooral ook nodig om draagvlak te creëren voor de te nemen maatregelen. De uitleg dat regels niet bedoeld zijn om het ondernemers, verenigingen of ouders lastig te maken, maar dat regelgeving nodig is ter bescherming van de volksgezondheid en veiligheid is heel belangrijk. Bewustwording van de risico’s van alcoholgebruik zal bijdragen aan draagvlak voor beleid en regelgeving onder stakeholders. Het omgekeerde geldt echter ook: aandacht voor educatie en bewustwording zonder duidelijke regels en toezicht op deze regels is zinloos. Zo is educatie in de vorm van voorlichting niet voldoende om schadelijk drinkgedrag effectief te veranderen en dat geldt des te meer voor de nog niet volwassen jonge drinker. Voor meer informatie over de opzet en uitvoering van een integraal alcoholbeleid verwijzen we naar de handreiking gezonde gemeenten van het RIVM. Te vinden op internet via: www.loketgezondleven.nl en de website www.alcoholbeleid.nl van STAP. Deze handreiking gaat uit van de hiervoor genoemde beleidspijlers. Het FrisValley project is opgezet volgens bovenstaande integrale aanpak. 4. Hoofdelementen en uitgangspunten van de verordening Vanaf 1 januari 2013 hebben gemeenten op basis van de nieuwe Drank- en horecawet de bevoegdheid bij verordening het volgende te reguleren: Alcoholverstrekking in paracommerciële inrichtingen, zoals sportkantines (artikel 4) Vaststellen schenktijden, rekening houdend met de aard van de paracommerciële rechtspersoon Verbod/beperken alcoholverstrekking privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden, rekening houdend met de aard van de paracommerciële rechtspersoon De verstrekking van alcoholhoudende drank in horeca/slijterij (artikel 25a) Verstrekkingsverbod of beperkingen aan verstrekking van alcoholhoudende drank (bijvoorbeeld alleen zwak-alcoholhoudende drank) voor alle horeca/slijterij of voor horeca/slijterij van bepaalde aard in hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente permanent of gedurende bepaalde tijdstippen Voorschriften door burgemeester aan vergunning horeca/slijterij Burgemeester kan vergunning horeca/slijterij beperken tot zwak-alcoholhoudende drank Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten/terrassen (maximaal 21 jaar) (artikel 25b) Voor alle horeca of horeca van bepaalde aard In hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente Permanent of gedurende bepaalde tijdstippen Verplichte ID-check bij toelatingscontrole Tijdelijk verstrekkingsverbod of tijdelijke beperkingen aan verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank in detailhandel zonder vergunning, zoals supermarkten, snackbars, bierkoeriers, etcetera (artikel 25c) In hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente Verbod extreme prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld happy hours) en in de detailhandel (bijvoorbeeld stuntprijzen) (artikel 25d) Eventueel beperkt tot acties van bepaalde aard In hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente De eerst genoemde bevoegdheid (vaststellen van een verordening paracommercie) is verplicht en moet door gemeenteraden zijn vastgesteld binnen één jaar nadat de wet in werking treedt, dus 1 januari 2014. Bij de opzet van deze verordening is er vanuit gegaan dat alleen een integrale lokale aanpak uiteindelijke effectief zal zijn. Kern daarvan is dat het alcoholgebruik onder jongeren zoveel mogelijk wordt voorkomen (zie ook paragraaf 3). Deze verordening is opgezet als een aparte verordening. Het belang en complexiteit van het onderwerp rechtvaardigt een eigen regeling. De bevoegdheden die gemeenten per verordening willen regelen, kunnen ook als aparte afdeling in de APV opgenomen worden. Een klein voordeel daarvan is dat alle bepalingen die de horeca betreffen (horeca-exploitatievergunning, sluitingstijden en dergelijke) dan in één verordening staan. Een aparte verordening ligt echter meer voor de hand omdat hier de Drank- en Horecawet de grondslag vormt en niet de Gemeentewet. De bevoegdheden op basis van de Drank- en Horecawet betreffen medebewindbepalingen, gericht op bescherming van de volksgezondheid en verantwoorde alcoholverstrekking. Ook het toezicht en het sanctieregime is geregeld in de Drank- en Horecawet en daarmee anders dan andere APV bepalingen. Een ander belangrijk uitgangspunt van het model is een indeling naar domeinen (horeca, slijterijen, paracommerciële inrichtingen, etcetera) en niet een indeling die de artikelen van de Drank- en Horecawet volgt. Dit sluit beter aan bij de praktijk, waar zaken zich afspelen bij een bepaalde verstrekker in een bepaalde setting. Zo staan alle bepalingen voor een specifieke verstrekker bij elkaar. Een laatste uitgangspunt is de handhaafbaarheid, vooral ten aanzien van het verplichte onderdeel gericht op paracommerciële inrichtingen. Zo is gekozen voor een insteek die uitgaat van één basisbeleid voor alle paracommerciële inrichtingen, met een mogelijkheid daarop uitzonderingen te maken. Na intensief regionaal overleg (zie hierna) is er voor gekozen een aantal van wettelijke mogelijkheden te benutten. In deze verordening worden sommige artikelen uit de landelijke modelverordening van STAP niet gebruikt. Ze zijn echter wel opgenomen, maar met allen het artikelnummer, titel en de melding “GERESERVEERD”. Dit is gedaan om in de toekomst deze artikelen mogelijk wel te kunnen inzetten, al of niet in 1 of meer gemeenten in de regio. Ook kan het zijn dat in de toekomst besloten wordt artikelen niet meer te gebruiken. Door deze werkwijze kan de opbouw en nummering in de hele regio intact blijven en kunnen eventuele updates van het landelijke model in de toekomst makkelijk worden verwerkt. 5. Totstandkoming van deze modelverordeningVoor deze verordening is de landelijke modelverordening van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) gebruikt als basis. De regio heeft gekozen om de implementatie van de Drank- en Horecawet gezamenlijk op te pakken via het FrisValley project. Dit project is een preventieproject gericht op een omgevingsbenadering van alcoholmatiging bij jongeren. Het is precies die invalshoek die leidend is bij de STAP modelverordening. Deze is dan ook tot stand gekomen met intensieve betrokkenheid van FrisValley en andere regioprojecten. In het STAP model is ervoor gekozen om alle verordenende bevoegdheden uit te werken. In het FrisValley project zijn de mogelijkheden ambtelijk en bestuurlijk intensief besproken. Daarbij is gebruik gemaakt van de kennis, ervaringen en contacten met de doelgroepen in de diverse gemeenten. Uiteindelijk is een keuze gemaakt voor een aantal mogelijkheden die de wet biedt en voor een invulling daarvan die aansluit bij de grootste gemene deler in de regio. De modelverordening is daarvan het resultaat. Dit laat onverlet dat het vaststellen van de lokale verordening een lokale verantwoordelijkheid is, waarbij lokale afwegingen een rol spelen. Door de intensieve regionale voorbereiding is de verwachting dat het model voor het grootste gedeelte kan en zal worden overgenomen door de deelnemende gemeenten. Daarmee bereikt de regio een afgestemde aanpak en worden grote verschillen in de regio vermeden. B Artikelsgewijze toelichting§ 1 BEGRIPSBEPALINGENArtikel 1: BegripsbepalingenIn artikel 1 van deze verordening is een aantal begripsbepalingen opgenomen. Eerste lidDoor de begripsbepaling ‘de wet’ kan op diverse plaatsen in deze modelverordening op eenvoudige wijze verwezen worden naar de Drank- en Horecawet. Voorgesteld wordt ook een begripsbepaling voor ‘terras’. Uit de omschrijving blijkt dat het terras onderdeel uitmaakt van de inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, maar dat het terras niet gelegen is in het besloten deel van de inrichting. In de begripsbepaling ontbreekt dat een terras in de open lucht moet zijn gelegen, daar er immers ook sprake kan zijn van een terras in een overdekte winkelstraat. Een terras kan sta- of zitgelegenheid bieden en het moet zijn toegestaan dat daar spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. De hier gebruikte begripsbepaling sluit naadloos aan bij de andere begripsbepalingen van de Drank- en Horecawet. Een gemeente kan er evenwel voor kiezen een begripsomschrijving van terras te nemen die aansluit bij de APV (terras: hetgeen de APV daaronder verstaat) of bij de Drank- en Horecawetvergunning (terras: dat deel van de inrichting dat in de Drank- en Horecawetvergunning aangeduid wordt als terras). Hoe dan ook dient het begrip eensluidend te worden gedefinieerd in de verordening, vergunning en APV. De begripsbepaling ‘vergunning’ verwijst naar artikel 3 van de Drank- en Horecawet. Het gaat derhalve niet alleen om door het bevoegd gezag verleende vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen, maar ook om vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf. De begripsbepaling ‘bezoeker’ heeft betrekking op eenieder die zich in een inrichting bevindt waarin het horeca- of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van de leidinggevenden (exploitant, bedrijfsleider, beheerder) en dienstdoende personen, zoals barpersoneel, keukenhulpen, schoonmakers en portiers. Verder zijn uitgezonderd personen van wie de aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Het betreft hier bijvoorbeeld ambulancepersoneel dat te hulp is geroepen of een politieagent of toezichthouder die bezig is met wetshandhaving. Het begrip ‘paracommerciële inrichting’ staat voor alle kantines die door paracommerciële rechtspersonen in eigen beheer worden geëxploiteerd. Paracommerciële rechtspersonen richten zich per definitie primair op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De exploitatie in eigen beheer van de kantine is een nevenactiviteit. Het begrip ‘dorpshuizen’ staat in deze verordening voor openbare, mede met publiekelijke middelen gerealiseerde, gebouwen in een wijk, stadsdeel of dorp dat zich richt op het bijdragen aan de integrale leefkwaliteit van de buurt of dorp. Dorpshuizen worden ook wel buurthuis, wijkcentrum of gemeenschapshuis genoemd. Tweede lidVoor de niet in het eerste lid genoemde begrippen die in deze verordening worden gebruikt wordt verwezen naar de begripsbepalingen opgenomen in artikel 1 van de Drank- en Horecawet. De vigerende wettekst is te vinden op www.overheid.nl. § 2 BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFENDArtikel 2: Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen In artikel 2 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen. Bepaald wordt wèl dat de voorschriften die de burgemeester stelt zijn: ter bescherming van de volksgezondheid, en/of in het belang van de openbare orde, en/of ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken). AchtergrondArtikel 25a van de Drank- en Horecawet biedt gemeenten de mogelijkheid in een verordening op te nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te stellen regels, vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning - voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor horecavergunningen en voor slijterijvergunningen. Deze gemeentelijke bevoegdheid was voorheen opgenomen in artikel 23 van de Drank- en Horecawet, zij het dat toen aan het College van Burgemeester en Wethouders dat mandaat gegeven kon worden. In deze verordening wordt de burgemeester v.w.b. de horecabedrijven uitsluitend de bevoegdheid gegeven de alcoholverstrekking aan voorschriften te verbinden. Hij krijgt niet de bevoegdheid de verstrekking te beperken tot zwak-alcoholhoudende drank. Dit omdat in deze verordening de gemeenteraad al in artikel 6 en 10 categorieën inrichtingen aanwijst waar geen sterke drank mag worden verstrekt en de burgemeester de bevoegdheid krijgt hiervan ontheffing te verlenen. Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een horecabedrijf zijn: Ter bescherming van de volksgezondheid: Een gevarieerde drankenkaart verplicht stellen. Dit houdt in dat er – naast alcoholhoudende dranken – voldoende betaalbare niet-alcoholhoudende alternatieven moeten worden aangeboden (fris, water, thee, koffie). In het belang van de openbare orde: Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal bezoekers. Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd in de inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. Het aantal bezoekers maximeren is bovendien ter bescherming van de volksgezondheid. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer mensen er in een zaak zijn en hoe minder makkelijk men even kan zitten, des te meer er wordt gedronken (Hughes, 2009). Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet: Verlangen dat polsbandjes-systemen worden toegepast. Eisen stellen aan het aantal entrees en het aantal portiers. Artikel 3: Prijsacties horeca Gereserveerd. Artikel 4: Toelatingsleeftijden tot alle horecalokaliteiten en terrassenDe meeste gemeenten van de Frisvalleyregio hebben dit artikel gereserveerd. De gemeente Ede had hierover al een bepaling in de huidige verordening opgenomen die in deze nieuwe verordening opnieuw wordt opgenomen. Artikel 5: Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten en terrassen die naar verhouding langer geopend zijn (nachthoreca)Gereserveerd. § 3 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND IN BEPAALDE GEBOUWENArtikel 6: Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drankIn artikel 6 van deze verordening wordt de verstrekking van alcoholhoudende dranken door commerciële kantines bij sportclubs, jongerenorganisaties, buurthuizen, scholen, etcetera beperkt. Het artikel legt deze horecabedrijven dezelfde schenktijden op als de ‘echte’ paracommerciële horeca en bovendien wordt bepaald dat er in deze commerciële kantines alleen zwak-alcoholhoudende dranken mogen worden geschonken. De grondslag van deze beperkingen is artikel 25a van de Drank- en Horecawet. AchtergrondIn veel gemeenten zijn de laatste jaren multifunctionele accommodaties (mfa’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.