← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering 2014 (Vlieland)

Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering 2014De raad van de gemeente Vlieland gezien: het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2013; gelet op: op artikel 222 van de Gemeentewet en het "bekostigingsbesluit riolering zomerhuizen", vastgesteld bij raadsbesluit van 14 februari 1995; besluit vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BAATBELASTING RIOLERING ZOMERHUIZEN 2014 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: een onroerende zaak: een gebouwd eigendom; een ongebouwd eigendom; een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen het bestemmingsplan: Bestemmingsplan Ankerplaats-Vliepark-Duinkersoord. Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam "baatbelasting riolering zomerhuizen" wordt in de vorm van een heffing ineens een belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de rode omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 januari 1996 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur. 2.De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten de aanleg van een droog weer afvoer rioleringsstelsel compleet met een vrij verval riolering, persleidingen, en gemalen. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Maatstaf van heffing De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak. Artikel5Belastingtarief De belasting bedraagt per onroerende zaak € 3.176,

  1. Artikel6Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belasting plichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 30 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend. 2.Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 3.De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis van een periode van 30 jaren en een rentevoet van 7,5% = € 268,
  2. 4.De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 7,5%. 5.a. Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoel in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak opgelegd, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel. b. In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend. 6.Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaak opnieuw vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de aanslag. 2.In afwijking van het eerste lid geldt dat zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel De "Verordening baatbelating riolering zomerhuizen 2002" van 5 november 2001 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening baatbelasting riolering zomerhuizen 2014". Aldus vastgesteld door de raad vande gemeente Vlieland in zijn openbarevergadering van 16 december 2013de griffier, de plaatsvervangend voorzitter,Mr. R.A. Lanting P.D. Visser

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.