Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland ZuidOVERWEGINGEN EN BESLUIT De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland, Oud-Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik en Zwijndrecht, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, overwegende, dat het Nederlandse grondgebied is verdeeld in regio’s op grond van artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s; dat de regio Zuid-Holland Zuid het grondgebied beslaat overeenkomstig bovengenoemde gemeenten, zoals opgenomen in de bijlage behorende bij de Wet veiligheidsregio’s; dat de bijlage bij de Wet veiligheidsregio’s kan worden gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur; dat de gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid, respectievelijk hun bestuursorganen, verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio; dat deze gemeenschappelijke regeling belast wordt met de wettelijke taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s; dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het college toestemming heeft gegeven om een regeling te treffen c.q. te wijzigen; gelet op, De Wet veiligheidsregio’s, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Wet publieke gezondheid, de Politiewet 1993 en de (Tijdelijke) wet ambulancezorg; Besluiten: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid als volgt te wijzigen: HOOFDSTUKIAlgemene bepalingen Begripsbepalingen Artikel1 1.In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: wet:de Wet veiligheidsregio’s; regeling: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van de regeling, genaamd Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het openbaar lichaam Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; algemeen directeur veiligheidsregio: het hoofd van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; directeur Publieke gezondheid: de functionaris als bedoeld in artikel 32 van de wet; coördinerend gemeentesecretaris: de coördinerend functionaris als bedoeld in artikel 36 van de wet. 2.Daar waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de gemeenteraad, het college, de burgemeester en het hoofd van dienst onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de algemeen directeur. HoofdstukIIHet openbaar lichaam Instelling en plaats van vestiging Artikel2 1.Er is een openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ). 2.Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het grondgebied van de deelnemende gemeentebesturen van de regio Zuid-Holland Zuid, volgens artikel 8 van de wet. 3.Het openbaar lichaam is rechtspersoon als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en is gevestigd in Dordrecht. HOOFDSTUKIIIDoel en taken Doel Artikel3 1.Het openbaar lichaam heeft tot doel: de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing, de geneeskundige hulpverlening (bij ongevallen en rampen), met behoud van lokale verankering, bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau binnen het samenwerkingsgebied te integreren, teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding; een platform voor samenwerking te zijn voor aan hulpverlening gelieerde diensten, partners dan wel organisaties en andere openbare lichamen. Taken en bevoegdheden Artikel4 1.Het openbaar lichaam draagt zorg voor de uitvoering van: de overgedragen taken en bevoegdheden zoals genoemd in artikel 10 van de wet. overige taken die bij of krachtens wet aan het openbaar lichaam worden opgedragen. 2.Het openbaar lichaam draagt voorts zorg voor het uitvoeren van: taken die in het kader van de doelstelling van belang zijn en waarvan de uitvoering door de gemeente, na besluitvorming in het algemeen bestuur, aan het openbaar lichaam wordt opgedragen; taken zoals genoemd in het vigerende beleidsplan (artikel 14 van de wet) van het openbaar lichaam. Dienstverlening Artikel5 1.Het openbaar lichaam is bevoegd tot het verrichten van diensten voor één of meer deelnemende gemeenten en andere overheden, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt. 2.Het openbaar lichaam is bevoegd tot het verrichten van diensten ten behoeve van instellingen en organen waarin het openbaar lichaam namens de deelnemende gemeenten zitting heeft, indien de desbetreffende instelling of het orgaan hierom verzoekt en het algemeen bestuur dat verzoek inwilligt. 3.Een besluit tot dienstverlening vermeldt de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder tot de gevraagde dienstverlening wordt overgegaan. HOOFDSTUKIVHet Bestuur Het bestuur Artikel6 Het openbaar lichaam kent een bestuur. Het bestuur bestaat uit: het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter. Artikel 7 Het algemeen bestuur oefent de wettelijk toegekende bevoegdheden uit, voor zover deze bevoegdheden niet bij of krachtens enig wettelijk voorschrift aan het dagelijks bestuur of de voorzitter toekomen. Samenstelling algemeen bestuur Artikel8 1.Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. 2.Een lid van het algemeen bestuur wordt bij verhindering vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet. 3.Het algemeen bestuur heeft een secretaris. Vergaderingen algemeen bestuur Artikel9 1.Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2.Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of wanneer één vijfde deel van de leden van het algemeen bestuur dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoekt aan de voorzitter. 3.Inzake openbare kennisgeving geschiedt de in artikel 19 van de Gemeentewet bedoelde openbare kennisgeving op verzoek van de voorzitter tevens door de burgemeesters van de deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 4.De commissaris van de Koning wordt gelet op artikel 13 van de wet uitgenodigd om bij de vergaderingen van het bestuur van de veiligheidsregio aanwezig te zijn. De commissaris kan zich laten vertegenwoordigen. 5.De hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket en de in de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid functionerende voorzitters van de waterschappen worden gelet op artikel 12.1 van de wet uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur. 6.De voorzitter van de veiligheidsregio nodigt gelet op artikel 12.2 van de wet andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur. 7.De ter vergadering te behandelen stukken worden via de secretaris ingebracht. Besluitvorming algemeen bestuur Artikel10 1.Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen elk één stem uit. 2.Het algemeen bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Openbaarheid algemeen bestuur Artikel11 1.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 2.Door het algemeen bestuur zal met gesloten deuren worden vergaderd indien ten minste één vijfde gedeelte van de aanwezige leden of de voorzitter dat nodig acht. 3.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen ter zake van: de vaststelling en wijziging van de begroting; de vaststelling van de jaarrekening; het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of andere heffingen; het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; het vaststellen, wijzigen of intrekken van rechtspositieregelingen voor het personeel van het openbaar lichaam; het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de regeling; het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of andere vereniging; dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. 4.In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen besluit worden genomen ter zake van: het aangaan van geldleningen, het aangaan van rekening-courant overeenkomsten, het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door anderen aan te gaan; het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van onroerend goed; het doen van een uitgaaf voordat de begroting waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd. Informatie- en verantwoordingsplicht algemeen bestuur Artikel12 1.Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de inlichtingen waar door één of meer leden van dat college of van die raden schriftelijk om wordt verzocht. De vragen worden per deelnemende gemeente gebundeld en per vergadering in het algemeen bestuur gebracht via het bestuurslid van de betreffende gemeente. 2.Een lid van het algemeen bestuur is aan het college van de betreffende deelnemende gemeente waartoe hij behoort, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid en voorziet het eigen college van alle informatie die, in relatie tot het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid en daarbij door het aangewezen lid ingenomen respectievelijk in te nemen standpunt, noodzakelijk is. 3.Een lid van het algemeen bestuur geeft geen inlichtingen en legt geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtends artikel 23 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het algemeen bestuur. 4.Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door het betrokken college geregelde wijze. 5.Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden van de deelnemende gemeentebesturen. Samenstelling dagelijks bestuur Artikel13 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en drie tot vier overige leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. 2.De voorzitter van de veiligheidsregio is tevens de voorzitter van het dagelijks bestuur. 3.Een lid van het dagelijks bestuur kan, in geval van langdurige afwezigheid, worden vervangen door een ander lid van het dagelijks bestuur. Deze tijdelijke vervanging kan ook plaats hebben, indien een lid van het dagelijks bestuur het voorzitterschap waarneemt. 4.Degene die ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur. 5.Het dagelijks bestuur heeft een secretaris. 6.Een lid van het algemeen bestuur - behalve de voorzitter - kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Taak en bevoegdheden dagelijks bestuur Artikel14 1.Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit en dan naar door dat bestuur te stellen regelen, de aan het algemeen bestuur wettelijk toegekende of krachtens de regeling toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; het vaststellen van strategische regionale plannen zoals het regionaal beleidsplan als bedoeld in artikel 14 van de wet en het regionaal crisisplan als bedoeld in artikel 16 van de wet; het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen of opheffen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk XIII van de regeling; het benoemen, schorsen en ontslaan van de algemeen directeur, de regionaal commandant en de directeur publieke gezondheid; beslissingen omtrent schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur. 2.Het dagelijks bestuur is belast met en bevoegd tot: Het voorbereiden en uitvoeren van beslissingen van het algemeen bestuur, tenzij bij of krachtens de wet de voorzitter daarmee is belast; Het benoemen, schorsen en ontslaan van personeel, met inachtneming van hetgeen bij of krachtens deze regeling is bepaald, met uitzondering van de algemeen directeur; het nemen van besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met uitzondering van besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappij; het nemen van belsuiten om namens de veiligheidsregio, het dagelijks bestuur of algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handeling ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzijn het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; het nemen, ook alvorens besloten is tot het voeren van een rechtgeding, van alle conservatoire maatregelen en het doen wat nodig is ter vookroming van verjaring of verlies van recht of bezit; het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de veiligheidsregio; de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het houden van toezicht op alles wat de veiligheidsregio aangaat; de zorg voor de archiefbescheiden van de veiligheidsregio en haar organen. 3.Het vakantiemandaat voor leden van het dagelijks bestuur, vastgesteld door het algemeen bestuur op 1 juli 2009, is gedurende vakantieperioden van toepassing. 4.Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefning van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. Vergaderingen dagelijks bestuur Artikel15 1.Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur. 2.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden die dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 3.De leden van het dagelijks bestuur regelen in de eerste vergadering onderling de werkzaamheden alsmede de onderlinge plaatsvervanging. De taakverdeling wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur en aan de deelnemende gemeenten. 4.De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald. 5.Besluiten van het dagelijks bestuur vinden plaats bij meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen beslist de voorzitter. 6.De ter vergadering te behandelen stukken worden via de secretaris ingebracht. Geheimhouding dagelijks bestuur Artikel16 1.Het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft. 2.Indien het dagelijks bestuur zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft. Informatie- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur Artikel17 1.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden zijn voor het in dat bestuur gevoerde beleid tezamen en ieder afzonderlijk verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur. 2.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die door één of meer leden daarvan worden gevraagd. 3.Het dagelijks bestuur dient Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad. Het dagelijks bestuur doet mededeling van het verzoek en de inhoud daarvan aan de deelnemende gemeenten. De voorzitter Artikel18 1.De voorzitter van het bestuur is de burgemeester die ingevolge de wet is aangewezen. 2.Door en uit het dagelijks bestuur wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen. 3.Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. 4.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 5.De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. 6.Indien de gemeente, tot het bestuur waarvan de voorzitter behoort, partij is in een geding waarbij het openbaar lichaam betrokken is, oefent zijn plaatsvervanger de bevoegdheid van voorzitter uit. De secretaris Artikel19 1.De algemeen directeur is secretaris van het bestuur en ondertekent samen met de voorzitter de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan en zorgt, voor zover nodig, voor bekendmaking van de genomen besluiten. 2.De secretaris staat het bestuur bij de uitoefening van zijn taak terzijde en is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 3.Het dagelijks bestuur stelt in een instructie nadere regels over de taak en de bevoegdheden van de secretaris. HOOFDSTUKVcommissies VAN ADVIES Commissies van advies Artikel20 1.Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam kan besluiten, ten behoeve van de uitvoering van de aan hen opgedragen taken, commissies van advies in te stellen conform artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling. 2.De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter. 3.Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. 4.De leden van commissies van advies als bedoeld in het eerste lid, die geen burgemeester, wethouder of lid van een gemeenteraad zijn, kunnen, indien het algemeen bestuur zulks bepaalt, een op jaarbasis door het algemeen bestuur te bepalen tegemoetkoming in de kosten ontvangen. Het besluit hiertoe wordt aan Gedeputeerde Staten gezonden. Commissie van advies voor brandweeraangelegenheden (CAB) Artikel21 1.Er is een commissie van advies voor brandweeraangelegenheden die bestaat uit de door de directeur brandweer aangewezen leidinggevenden van de brandweerorganisatie. 2.De directeur brandweer is voorzitter van de commissie. 3.De commissie van advies voor brandweeraangelegenheden geeft door tussenkomst van de secretaris, gevraagd en ongevraagd advies aan het dagelijks bestuur over de kwaliteit en organisatie van brandweeraangelegenheden. Commissie van advies gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) Artikel22 1.Er is een commissie van advies gemeentesecretarissen veiligheid, die bestaat uit alle gemeentesecretarissen van de bij de regeling betrokken gemeenten. 2.Op voordracht van de gemeentesecretarissen wordt een coördinerend gemeentesecretaris aangewezen die optreedt als voorzitter van de commissie. 3.De coördinerend gemeentesecretaris is de coördinerend functionaris zoals bedoeld in de wet. 4.De commissie geeft, door tussenkomst van de secretaris, gevraagd en ongevraagd advies aan het dagelijks bestuur over de kwaliteit en organisatie van de maatregelen en voorzieningen die gemeenten kunnen treffen met het oog op een ramp of crisis. HoofdstukVIBestuurscommissies Bestuurscommissies Artikel23 1.Het algemeen bestuur van het openbaar lichaam kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden, werkwijze en samenstelling. 3.Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een besluit tot instelling van een commissie als bedoeld in het eerste lid ter uitvoering van artikel 25 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen aan de colleges der deelnemende gemeenten. 4.De leden van een commissie als bedoeld in het eerste lid, die geen burgemeester, wethouder of lid van een gemeenteraad zijn, kunnen, indien het algemeen bestuur zulks bepaalt, een op jaarbasis door het algemeen bestuur te bepalen tegemoetkoming in de kosten ontvangen. Het besluit hiertoe wordt aan gedeputeerde staten gezonden. HOOFDSTUKVIIDe ambtelijke Organisatie De algemeen directeur Artikel24 1.De algemeen directeur is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de voorbereiding, organisatie en uitvoering van de regionale brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen. 2.De algemeen directeur is namens het dagelijks bestuur belast met de integrale dagelijkse leiding over de organisatie en de procesvoering ten aanzien van de geïntegreerde voorbereiding en uitvoering van de taken zoals bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.