Beleidskader voor de toepassing van cameratoezicht in het openbaar gebied. Juli 2013Beleidskader Cameratoezicht 1 Inleiding In de gemeenteraad is in november 2012 door de burgemeester toegezegd dat er een nota cameratoezicht in de gemeenteraad zal worden behandeld. Onderstaand treft u de belangrijkste uitgangspunten aan met betrekking tot het cameratoezicht. Hieraan ligt een aantal belangrijke ontwikkelingen ten grondslag. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: de uitbreiding van de Gemeentewet met artikel 151c: de wet cameratoezicht; de behoefte aan extra ogen in het openbaar gebied om de veiligheid verder te verbeteren. 1.1 Beleidskader voor het publieke cameratoezicht Het beleidskader cameratoezicht richt zich op het cameratoezicht dat wordt ingezet door de gemeente op openbare plaatsen voor de handhaving van de openbare orde. Deze vorm van cameratoezicht wordt aangeduid met ‘publiek’ cameratoezicht. Daarnaast bestaan er andere vormen van cameratoezicht zoals het private of publiekprivate cameratoezicht. Dit cameratoezicht betreft de inzet van camera’s ter beveiliging of bewaking van goederen en personeel. Deze vorm van cameragebruik, we kunnen hier ter onderscheiding spreken van camerabewaking, treffen we bijvoorbeeld aan in winkels en op bedrijventerreinen. (Winkelhart en Vosdonk) 1.2 Doel van het Beleidskader Doel van het beleidskader cameratoezicht is te beschrijven hoe in de gemeente Etten-Leur wordt omgegaan met publiek cameratoezicht. Het beleidskader is door de burgemeester vastgesteld in het kader van haar bevoegdheid om cameratoezicht in te stellen. Zij heeft daarover overleg gevoerd met de driehoek, het college van B&W en de gemeenteraad. Het beleidskader is aan veranderingen onderhevig en zal voortdurend moeten worden bijgesteld. Zo heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) een wetswijziging voor cameratoezicht aangekondigd. In deze nota wordt reeds geanticipeerd op de toekomstige wetswijziging. Hier wordt later in de nota op in gegaan. Het gebruik van cameratoezicht zal in principe preventief zijn. Na een evaluatie zal blijken of er minder, meer of helemaal geen toezicht nodig is. 1.3 Het Instrument cameratoezicht Cameratoezicht is een instrument dat in een mix aan maatregelen bijdraagt aan vergroting van de veiligheid. Het speelt een belangrijke rol bij de overlast- en criminaliteitbestrijding. De extra ‘ogen’ vergroten de efficiëntie en effectiviteit van het optreden van politie en gemeentelijke handhavers en dragen bij aan preventie van openbare-orde problemen en strafbare feiten. Cameratoezicht bevordert de proactieve functie van politie en toezichthouders en helpt om hen sneller op de plaats te krijgen waar hun inzet nodig is. Een dader wordt immers nooit door een camera gecorrigeerd of aangehouden, maar altijd door een handhaver of agent. Slachtoffers van overvallen en inbraken vragen om cameratoezicht en voelen zich daardoor veel veiliger. Daarnaast leveren de camerabeelden, als bijvangst van het cameratoezicht, een grote bijdrage in opsporingsonderzoeken, die varieert van een betere informatiepositie van de politie tot daadwerkelijke aanhoudingen en veroordelingen. Cameratoezicht is maatwerk. Niet alleen vergt de inzet een scherp oog voor de proportionaliteit en de subsidiariteit, ook de privacy en de inzet van financiële middelen vragen scherpe keuzes. Derhalve is het noodzakelijk dat bij ieder cameraproject een heldere probleemanalyse en expliciete doelen zijn geformuleerd. Deze maken een eenduidige afweging en toetsing (evaluatie) mogelijk. Cameratoezicht vindt plaats op de locaties waar dat nodig is. Een centrale regie is daarbij nodig vanuit het oogpunt van doelmatigheid. 2 Wettelijk kader 2.1 Inleiding De Gemeentewet geeft met artikel 151c de grondslag voor cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde. Het regime van de Wet politiegegevens (Wpg) is van toepassing op de vastlegging van camerabeelden. De opgenomen beelden kunnen op grond van de Wet politiegegevens worden gebruikt bij de opsporing en vervolging van een strafbaar feit. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geeft het regime voor cameratoezicht ten behoeve van de bewaking van particuliere bezittingen (waaronder gemeentelijke eigendommen). Het Etten-Leurse Beleidskader Cameratoezicht richt zich op het cameratoezicht op openbare plaatsen voor de handhaving van de openbare orde en heeft als wettelijk kader artikel 151c Gemeentewet. Andere vormen van cameratoezicht vallen niet onder dit beleidskader. Uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) volgen de kerncriteria voor de toepassing van cameratoezicht. Deze worden samengevat met de begrippen proportionaliteit en subsidiariteit: cameratoezicht mag alleen worden ingezet bij ernstige problemen die niet in voldoende mate met andere maatregelen en instrumenten kunnen worden tegengegaan. 2.2 Artikel 151c Gemeentewet Bevoegdheid Burgemeester De gemeenteraad heeft in overeenstemming met artikel 151c Gemeentewet bij artikel 2:77 van de APV de burgemeester de bevoegdheid verleend tot het inzetten van cameratoezicht. Op grond van dit artikel kan de burgemeester besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats indien dat naar haar oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. De gemeenteraad wordt over deze plaatsingsbesluiten geïnformeerd. Met de wetswijziging wordt de bestaande mogelijkheid tot het inzetten van vaste camera’s uitgebreid met de inzet van mobiele camera’s. De burgemeester krijgt hiermee de noodzakelijke handvatten om doelmatiger en effectiever gebruik te maken van cameratoezicht in de openbare ruimte. Camera’s Deze nota gaat uit van een geplande wetswijziging. Het ministerie voor Veiligheid en Justitie wil de geplande wetswijziging per 1 januari 2014 invoeren. Met deze wijziging krijgt de burgemeester naast de bevoegdheid tot de plaatsing van vaste camera’s, ook de bevoegdheid tot de plaatsing van flexibele camera’s. Met het begrip ‘vast’ (of statisch) wordt bedoeld dat de camera’s nagelvast zijn bevestigd. Het gebruik van de camera’s kan flexibel (of dynamisch) zijn, dat wil zeggen dat de camera’s na verloop van tijd op een andere plaats nagelvast bevestigd worden. Met de plaatsing van flexibele camera’s kan worden gereageerd op veranderende patronen en openbare-orde-problemen en patronen van criminaliteit. Openbare plaats/ruimte Het begrip openbare plaats is ontleend aan de Wet openbare manifestaties(WOM), die hieronder verstaat een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. Dat een plaats openstaat voor het publiek houdt in dat in principe iedereen vrij is om daar te komen, te verblijven en te gaan, zonder dat het verblijf door de rechthebbende aan een bepaald doel is gebonden, of dat voor het betreden van de plaats beperkingen gelden in de vorm van een meldingsplicht, een voorafgaand verlof of een toegangsbewijs. Openbare plaatsen zijn in de eerste plaats de weg en de plaatsen die een daarmee vergelijkbare functie vervullen, zoals plantsoenen, parken en de voor iedereen vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages en winkelgalerijen. Warenhuizen, kerken en gemeentehuizen zijn daarentegen geen openbare plaatsen in de zin van de WOM. Bepaalde openbare plaatsen zijn in particulier eigendom. Bijvoorbeeld de vrijelijk voor publiek toegankelijke gedeelten van stationsterreinen en stationshallen. Als de gemeente in het desbetreffende gebied toezichtcamera’s wil plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde, dan zal de gemeente in overleg moeten treden met de eigenaren. ProRail en NS hebben een eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid en de orde in het kader van het op de Spoorwegwet gebaseerde Algemeen Reglement Vervoer (ARV). Bij verordening kunnen ook andere dan openbare plaatsen, mits zij voor een ieder toegankelijk zijn, worden aangewezen voor het uitoefenen van cameratoezicht. Handhaven openbare orde Onder handhaving van de openbare orde wordt begrepen het voorkomen van (onrechtmatige) gedragingen in de publieke ruimte die hinder of gevaar voor één of meerdere personen of goederen veroorzaakt en het voorkomen van strafbare feiten die nadelige invloed hebben op de orde en rust in de samenleving. De opgenomen camerabeelden kunnen ook worden gebruikt voor opsporings- en vervolgingsdoeleinden. Bewaartermijn De met de camera’s gemaakte beelden mogen maximaal vier weken worden bewaard. In Etten-Leur wordt een bewaartermijn van zeven dagen gehanteerd. De bewaartermijn van zeven dagen blijkt in de praktijk afdoende en proportioneel. Er wordt namelijk in de meeste gevallen binnen zeven dagen na een incident aangifte gedaan, de opgeslagen beelden zijn dan dus nog beschikbaar. 3 Functies en voorwaarden 3.1 Functies In algemene termen geldt dat cameratoezicht bijdraagt aan “het bevorderen van de veiligheid”. Meer specifiek heeft cameratoezicht de volgende functies: 1.het verhogen van de efficiëntie en effectiviteit van het optreden van politie en handhavers door het signaleren van situaties waar hun optreden gewenst is (proactie); 2.het voorkomen van openbare orde problemen en strafbare feiten in een gebied (preventie); 3.het verhogen van het veiligheidsgevoel bij burgers en ondernemers. Daarnaast kunnen de bij cameratoezicht verkregen beelden worden gebruikt alsbewijsmiddel. 3.2 Voorwaarden Voor de inzet van cameratoezicht dient aan de voorwaarden van proportionaliteit en subsidiariteit te worden voldaan: • proportionaliteit: de inzet van cameratoezicht is gerechtvaardigd gezien de omvang van de criminaliteit, de (on)veiligheid en/ of overlast. • subsidiariteit: de inzet van cameratoezicht is gerechtvaardigd omdat het gewenste resultaat niet met minder ingrijpende middelen wordt bereikt. Dit geldt ook voor het cameratoezicht zelf (aantal camera’s, in beeld brengen van bepaalde plaatsen en personen, wel of niet continu cameratoezicht). Cameratoezicht is maatwerk, deze voorwaarden zijn daarom niet te vertalen in specifieke criteria. Bovenstaande is vertaald in de volgende voorwaarden voor de inzet van cameratoezicht: -Er moet sprake zijn van een openbaar orde probleem omschreven in een probleemanalyse. Er moet sprake zijn van een openbaar orde probleem, het cameratoezicht moet aantoonbaar noodzakelijk zijn bij de handhaving van de openbare orde. Voor ieder cameraproject moet er een probleemanalyse zijn opgesteld. Om de noodzakelijkheid aan te tonen dienen in de probleemanalyse de gegevens van het beoogde cameratoezichtgebied te worden afgezet tegen de gegevens van een referentiegebied. -Andere maatregelen hebben onvoldoende effect. Andere maatregelen van zowel burgers en ondernemers als de overheid hebben niet volstaan. In het cameratoezichtgebied moeten al extra maatregelen zijn ingezet naast het reguliere politietoezicht en gemeentelijke handhavers, zoals het aanpassen van de openbare ruimte (verlichting, groenvoorziening). Bewoners en ondernemers zijn op hun rol in de veiligheidsketen gewezen, zij kunnen een bijdrage leveren zoals het melden van incidenten, het doen van aangifte en het zelf maken van beelden met bv mobiele telefoons. Daarnaast kunnen ondernemers een bijdrage leveren door inzet van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) en bestaat er de mogelijkheid voor ondernemers om beveiligingscamera’s te plaatsen ter beveiliging van de eigen onderneming. -Cameratoezicht is maatwerk en moet vanuit expliciete doelen worden ingezet. Op basis van de probleemanalyse worden er expliciete doelen, cameraposities en uitkijktijden vastgesteld. De doelen, cameraposities en uitkijktijden worden regelmatig gemonitord. De expliciete doelen geven aan wat er met het cameratoezicht bereikt moet worden, gericht op de specifieke problemen in het gebied en zijn meetbaar geformuleerd. Cameratoezicht wordt regelmatig geëvalueerd. Bij het afwegingskader gaat het om factoren als de omvang en aard van het probleem, de ontwikkeling van het probleem, het gebruik van de beelden voor de aanpak van het probleem en de beoordeling van veiligheidsrisico’s als camera’s worden weggehaald. 3.3 Leefbaarheidsovertredingen Cameratoezicht dat in een gebied is ingezet met als doel de bestrijding van overlast- en criminaliteitproblemen, bevordert tevens de leefbaarheid in het gebied. Cameratoezicht kan echter ook alleen op grond van leefbaarheidsproblemen worden ingezet (bijvoorbeeld het dumpen van afval). Met behulp van cameratoezicht kunnen leefbaarheidsovertredingen dus worden aangepakt. Minister Opstelten heeft aangegeven dat leefbaarheidsovertredingen vallen onder de definitie van openbare orde zoals bedoeld in artikel 151c, eerste lid van de Gemeentewet. Onder leefbaarheidsovertredingen wordt verstaan: relatief kleine ergernissen die de veiligheidsbeleving van burgers beïnvloeden, zoals het illegaal storten van afval, graffiti, etc. Het gaat vaak om overtreding van bepalingen uit de Algemene plaatselijke verordening (APV). Deze overtredingen zijn, voor zover strafbaar gesteld in de APV, strafbare feiten en vallen dus onder de handhaving van de openbare orde. Toetsing vindt ook hier plaats aan de criteria van proportionaliteit en subsidiariteit. 4 Besluitvorming Bij de besluitvorming over cameratoezicht wordt het volgende onderscheid gemaakt: a.starten van een cameraproject b.verlengen van een cameraproject c.wijzigen van een cameraproject d.stoppen van een cameraproject 4.1 Starten van een cameraproject De burgemeester wijst de plaatsen aan waar cameratoezicht wordt uitgeoefend en bepaalt de plaatsingsduur. De burgemeester neemt het besluit na toetsing of aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Dit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Duur van de plaatsing De burgemeester bepaalt de duur van de plaatsing. Daarbij wordt het volgende onderscheid gemaakt:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.