← Nederland

Verordening afvalstoffenheffing Vlissingen 2014 (Vlissingen)

Verordening afvalstoffenheffing Vlissingen 2014De raad van de gemeente Vlissingen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; B E S L U I T : Vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN DE AFVALSTOFFENHEFFING VLISSINGEN

  1. Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer . De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Maatstaf van heffing en tarief De belasting bedraagt per belastingjaar € 321,19 per per­ceel. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid bedraagt de heffing voor het op aanvraag inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, grof huisvuil, snoeisel, tuinafval e.d., op tijdstippen vallende buiten de door burgemeester en wethouders vastgestelde tijdstippen € € 19,07 per halve m3 of gedeelte daarvan. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting als bedoeld in artikel 4, eerste lid wordt geheven bij wege van aanslag. De heffing als bedoeld in artikel 4, tweede lid wordt geheven door middel van een gedagtekende nota of ander schriftuur waarop het verschul­digde bedrag is vermeld. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting, als bedoelt in artikel 4, eerste lid, is verschuldigd bij het begin van het belasting­jaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belasting­plicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 4 eerste lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalender­maanden overblij­ven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in artikel 4, eerste lid voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalender­maanden overblijven. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. De belasting bedoeld in artikel 3, tweede lid is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel8Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor gestelde termijnen. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijt­schel­ding worden verleend. Het beleid inzake kwijtschelding wordt vastgesteld in een afzonder­lijk raadsbesluit. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel De "Verordening afvalstoffenheffing Vlissingen 2013", vastgesteld bij raadsbe­sluit van 8 november 2012 wordt ingetrok­ken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de hef­fing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Vlissingen 2014". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Vlissingen d.d. 19 december 2013,De griffier, De voorzitter,Mr. F. Vermeulen A.M. Demmers – van der Geest

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.