← Nederland

Regeling Cafetariamodel Gemeente Hoogezand-Sappemeer (Hoogezand-Sappemeer)

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hoogezand-Sappemeer,Overwegende dat het wenselijk is om medewerkers en bestuurders in aanmerking te laten komen voor: - De verstrekking van een fiets, die mede voor (een deel van) woon-werkverkeer wordt gebruikt. En medewerkers in aanmerking te laten komen voor: - Een uitruil van de vakbondscontributie tegen een deel van de eindejaarsuitkering. - Een uitruil van een woon-werkvergoeding tegen een deel van de eindejaarsuitkering en/of een deel van de levensloopbijdrage en/of een deel van het brutosalaris. Gelet op de artikelen 4a:1, 4a:3 en 6:2 van de Arbeidsvoorwaarden Hoogezand-Sappemeer, gelet op de Algemene pensioenwet Politieke Ambstdragers en gelet op de Wet op de Loonbelasting. Overwegende dat de commissie voor het Georganiseerd Overleg d.d. 30/08/2011 met de besluitvorming heeft ingestemd; hebben op 28/07/2011 besloten tot de vaststelling van de: Regeling Cafetariamodel gemeente Hoogezand-Sappemeer Hoofdstuk1Algemeen Artikel1.1Begrippen Bestuurder(s): raadsleden en wethouders die als werknemer in de zin van de Wet op de Loonbelasting in dienst zijn bij de gemeente, alsmede de burgemeester; Bruto salaris: het schaalbedrag waar de medewerker krachtens zijn aanstelling recht op heeft, de bruto onkostenvergoeding van raadsleden en de bruto wedde per maand van de wethouders en de burgemeester; Fiets: een fiets, inclusief zaken die in direct verband met de fiets staan, zoals onderhoudsbeurten, regenkleding, fietstassen, sloten en dergelijke; Medewerk(st)er: de medewerk(st)er aangesteld in vaste of tijdelijke dienst, voor tenminste 1 jaar en werkzaam op grond van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 19 van de Arbeidsvoorwaarden Hoogezand-Sappemeer, hierna te noemen medewerker; Vakbondscontributie: de volledige contributie komt voor de regeling in aanmerking. Het betreft de volgende vakcentrales: de Algemene Centrale van overheidspersoneel (ACOP), de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijspersoneel (CCOOP) en de Centrale van middelbare, hogere functionarissen bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF) en de verenigingen van ambtenaren welke zijn aangesloten bij de eerder genoemde centrales van overheidspersoneel; Wet: Wet op de Loonbelasting Woon-werkverkeer: reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling; Zakelijk gebruik: de fiets mede voor woon-werkverkeer wordt gebruikt. Artikel1.2Karakter van de regeling Deze regeling maakt de inzet mogelijk van arbeidsvoorwaardelijke aanspraken voor een uitruil van vakbondscontributie met de eindejaarsuitkering en een onbelaste verstrekking van / een vergoeding voor de aanschaf van een fiets en de uitwisseling van een woon-werkvergoeding met een deel van de eindejaarsuitkering en/of een deel van de levensloopbijdrage en/of een deel van het brutosalaris. Hoofdstuk2Fietsregeling Artikel2.1Beperkingen 1.Een medewerker of bestuurder kan slechts éénmalig per drie jaren een fiets op grond van deze regeling aanschaffen, ook al is de bij de wet vastgestelde maximale verstrekking voor de fiets niet volledig benut. 2.De aankoopnota's worden uiterlijk drie maanden na het indienen van de aanvraag bij de Salarisadministratie ingeleverd. 3.Als de dienstbetrekking blijft bestaan, is tussentijdse beëindiging van de overeenkomst niet mogelijk. Artikel2.2Overeenkomst inlevering verlofuren bij medewerkers 1.Voor de berekening van de omvang, prijs en duur van de in te leveren verlofuren voor de fiets geldt, met inachtneming van de in artikel 4 omschreven beperkingen, het volgende: a. De berekeningsgrondslag voor de prijs van een verkocht verlofuur is gelijk aan de bruto bezoldiging per uur van de betreffende medewerker, op 1 januari van de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft; b. Het aantal uren waarmee het verlofsaldo wordt verminderd, wordt nader overeengekomen in de Aanvulling op de aanstelling i.v.m. aanschaf van een fiets. 2.Bij het vaststellen van het aantal in te leveren verlofuren wordt rekening gehouden met de gestelde maxima op grond van artikel 4A:1 van de Arbeidsvoorwaarden Hoogezand-Sappemeer. 3.Als de dienstbetrekking blijft bestaan, is tussentijdse beëindiging van de overeenkomst niet mogelijk. Artikel2.3Overeenkomst verlaging van het brutosalaris in geld 1.De fiets kan met inachtneming van de in artikel 4 omschreven beperkingen, worden verrekend d.m.v. een inhouding op het brutosalaris, het vakantiegeld en/of de eindejaarsuitkering. Het bedrag waarmee en de termijn waarop het brutosalaris, het vakantiegeld en/of de eindejaarsuitkering worden verminderd wordt nader overeengekomen in de Aanvulling op de aanstelling i.v.m. aanschaf van een fiets. 2.Verrekening van de fiets door middel van verlaging van het brutosalaris, het vakantiegeld en/of de eindejaarsuitkering in geld kan in het geval van medewerkers eventueel in combinatie met de opbrengst uit de verkoop van verlofdagen, zoals omschreven in artikel 5 van deze regeling. Deze combinatie wordt nader overeengekomen in de Aanvulling op de aanstelling i.v.m. aanschaf van een fiets. 3.De verlaging van het brutosalaris per maand bedraagt tenminste 1/36e deel van de aanschafwaarde van de fiets met toebehoren. 4.Andere combinaties tot verrekening van de fiets dan genoemd in lid 1 of 2 van dit artikel zijn niet mogelijk. Artikel2.4Eigendomsrecht en beëindiging zakelijk gebruik 1.De fiets is vanaf het moment van de aankoop eigendom van de medewerker of bestuurder. Beschadiging, diefstal e.d. is voor rekening en risico van de medewerker of bestuurder. 2.Als de medewerker of de bestuurder binnen een periode van drie jaar na de gesloten overeenkomst uit dienst treedt, de fiets geheel of ten dele aan derden verkoopt, verpandt of anderszins in zekerheid geeft, wordt het resterende bedrag netto ingehouden op het laatste salaris. Hoofdstuk3Regeling vakbondcontributie Artikel3.1Voorwaarden voor de belastingvrije vergoeding van de vakbondscontributie 1.De regeling vakbondscontributie is van toepassing op die medewerkers die lid zijn van een vakvereniging die is aangesloten bij een der centrales die partij zijn bij de totstandkoming van de CAR-UWO. 2.De medewerker is verantwoordelijk voor de gevolgen voor een foutieve opgave. De financiële consequenties en eventuele boetes als gevolg van deze foutieve opgave zijn voor rekening van de medewerker. Artikel3.2Beperkingen 1.In de situatie dat de medewerker zijn/haar werkzaamheden eerder dan de maand december beëindigt en het dienstverband 1 jaar of langer aaneengesloten heeft geduurd, dient hij/zij uiterlijk 6 weken voorafgaande aan de beëindiging een verzoek in bij de werkgever. Deze moet voorzien zijn van een verklaring van zijn/haar vakvereniging over de betaalde contributies. De werkgever dient uiterlijk een maand voor de datum van de beëindiging het aanvraagformulier en de verklaring in behandeling te nemen. Artikel3.3Bronnen Voor de verrekening van de vakbondscontributie kan de volgende bron worden ingezet: - een deel van de eindejaarsuitkering. Hoofdstuk4Uitwisseling woon-werkvergoeding met eindejaarsuitkering, levensloopbijdrage en brutosalaris Artikel4.1Woon-werkvergoeding Medewerkers in dienst van de gemeente Hoogezand-Sappemeer kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten voor het regelmatig reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, ongeacht de manier van reizen. Artikel4.2Bronnen Voor de verrekening van de woon-werkvergoeding kunnen achtereenvolgens de volgende bronnen worden ingezet: - Een deel van de eindejaarsuitkering als dit niet toereikend is aangevuld met: - Een deel van de levensloopbijdrage als dit niet toereikend is aangevuld met: - Een deel van het brutosalaris. Een en ander in samenhang met de verrekening van andere doelen in het kader van het cafetariamodel. Artikel4.3Woon-werkverkeer 1.Er is sprake van het doorgaans heen en weer reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, indien de medewerker de arbeidsplaats op jaarbasis ten minste 150 dagen bezoekt (dit is 70% van 214). 2.Voor een werknemer die in deeltijd werkt of een aantal dagen per week naar een vaste arbeidsplaats reist, wordt deze regeling naar evenredigheid toegepast. Artikel4.4Reisafstand Voor het bepalen van de enkele reisafstand wordt gebruik gemaakt van de 'ANWB routeplanner', waarbij de afstand wordt berekend aan de hand van de kortste route. Artikel4.5Bepaling tegemoetkoming 1.Voor het bepalen van een vaste belastingvrije tegemoetkoming per maand wordt uitgegaan van de volgende factoren: a. aantal reguliere werkdagen per jaar: 260; b. gemiddeld aantal werkdagen in verband met kortstondige afwezigheid: 46; c. aan de totale reisafstand (heen- en terugreis) is géén maximum gesteld (norm per 1 januari 2009) 2.De toegestane belastingvrije tegemoetkoming in de reiskosten woon-werkverkeer bedraagt op jaarbasis: 214 (260 - 46) x totale reisafstand x €0,19 (norm per 1 januari 2007) 3.Bij het berekenen van de toegestane belastingvrije tegemoetkoming per maand, dient de tegemoetkoming op jaarbasis te worden gedeeld door 12. 4.In de volgende situaties moet de 214 dagen naar evenredigheid worden toegepast: a. de medewerker werkt op minder dan vijf dagen per week; b. de dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het kalenderjaar; c. de reisafstand wijzigt door bijvoorbeeld een overplaatsing of verhuizing. Artikel4.6Tegemoetkoming en kortdurende afwezigheid Van kortstondige afwezigheid is sprake als een afwezigheid van maximaal zes aaneensluitende weken in redelijkheid is te verwachten. Bij deze kortstondige afwezigheid wordt de belastingvrije tegemoetkoming woon-werkverkeer doorbetaald. Artikel4.7Tegemoetkoming en langdurige afwezigheid Op het moment dat langdurige afwezigheid in redelijkheid is te voorzien, wordt de reiskostentegemoetkoming van de lopende en de eerstvolgende kalendermaand nog onbelast vastgesteld overeenkomstig bovengenoemde systematiek. Daarna wordt een onbelaste tegemoetkoming vastgesteld met ingang van de eerste dag van de mand volgend op de maand waarop de medewerker weer aanwezig is. Artikel4.8Relatie tot andere vergoedingen Vergoedingen die zijn ontvangen voor woon-werkverkeer in het kader van de Reiskostenregeling Hoogezand-Sappemeer worden verrekend met de uitruil eindejaarsuitkering, levensloop en brutosalaris. Artikel4.9Geldigheid van de regeling Hoofdstuk 4 van deze regeling is van kracht indien en voor zover het op grond van wetgeving, jurisprudentie of beleidsregel van de Staatssecretaris van Financiën mogelijk is de eindejaarsuitkering en indien noodzakelijk een deel van het brutosalaris van december uit te ruilen tegen een onbelaste tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer. Artikel4.10Gevolgen van de inlevering verlofuren voor een fiets Het inleveren van verlofuren heeft geen nadelige consequenties voor de medewerker. Artikel4.11Gevolgen van de verlaging brutosalaris, eindejaarsuitkering en Levensloopuitkering 1.De verlaging van brutosalaris, eindejaarsuitkering en Levensloopuitkering betekent een verlaging van het loon in het kader van de sociale verzekeringswetten (bv. WW, WIA) en het loon voor de loonbelasting. 2.Verlaging van de eindejaarsuitkering en Levensloopuitkering hebben geen invloed op de pensioenopbouw. 3.Verlaging van het brutosalaris heeft nadelige effecten op de hoogte van de pensioenopbouw, de grondslag voor loongerelateerde bedragen, zoals de vakantieuitkering, de eindejaarsuitkering, gratificaties, de overlijdensuitkering, toelagen, vergoedingen suppletie, doorbetaling bij ziekte. 4.Door verlaging van het brutosalaris overeen te komen, accepteert de medewerker of bestuurder dat eventuele nadelen van het verlagen van zijn bezoldiging in geld voor zijn rekening en risico blijven. Artikel4.12 Beperkingen 1.Aanvragen voor verrekening van de woon-werk vergoeding met een deel van de eindejaarsuitkering, levensloopuitkering en/of deel van het brutosalaris moeten vóór 1 november bij de Salarisadministratie zijn ingeleverd. 2.In de situatie dat de medewerker zijn/haar werkzaamheden eerder dan de maand december beëindigt en het dienstverband 1 jaar of langer aaneengesloten heeft geduurd, dient hij/zij uiterlijk 6 weken voorafgaande aan de beëindiging een verzoek in bij de werkgever. De werkgever dient uiterlijk een maand voor de datum van beëindiging het aanvraagformulier in behandeling te nemen. Hoofdstuk5Bijzondere gevallen en inwerkingtreding/duur Artikel5.1Bijzondere gevallen In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, nemen B & W een beslissing. Artikel5.2Inwerkingtreding en duur 1.Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 juli 2011 en kan worden aangehaald als de regeling Cafetariamodel Gemeente Hoogezand-Sappemeer. 2.De regeling is van kracht, zolang de belastingvrije verstrekking van een fiets en van de vakbondscontributie op grond van de Wet op de Loonbelasting mogelijk is. Hoogezand-Sappemeer d.d. 18-07-2011 Burgemeester en Wethouders voornoemd.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.