Gemeente Sluis De raad van de gemeente Sluis; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van november 2012; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Samenleving/Middelen van 4 december 2012; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van watertoeristen-belasting 2013 (Verordening watertoeristenbelasting 2013) Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 1 november; kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; passanten: diegenen die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een ligplaats. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op of met vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op of met hem ter beschikking staande vaartuigen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een ander persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op 2,5; het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op 18,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.