← Nederland

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014 (Veendam)

Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014De raad der gemeente Veendam; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 januari 2014; gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet, gelet op het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014 HoofdstukIBegripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 december 2009, Stb. 561; Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2004, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders; raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder; griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. HoofdstukIIVoorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden De vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse vier vastgestelde maximum. Artikel3Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1.De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse vier vastgestelde maximum. 2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. 3.Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie als raadslid of wethouder; uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4.De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste X% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. Artikel4Toelage bijzondere commissies Een lid van de raad dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, uitoefent dan wel lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet, ontvangt voor de duur van het lidmaatschap van de commissie dan wel de duur van de activiteiten per jaar geen toelage. Artikel5Onkostenvergoeding De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse vier, vermeld in tabel II, voor gemeenten die hebben gekozen voor de werkkostenregeling van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel6Berekening en betaling vaste vergoedingen 1.Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 2.De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen. Artikel7Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raads- of commissielid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Artikel8Compensatie korting werkloosheidsuitkering 1.In het geval een raads- of een commissielid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raads- of commissielid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. 2.In het geval dat een raads- of commissielid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raads- of commissielid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel9Reiskosten 1.Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. 2.Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. 3.Aan leden van de commissie bezwaren en klachten en aan leden van de monumentencommissie worden de reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissies(s) vergoed. 4.De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, en artikel 5a van de Regeling rechtspositie wethouders; In afwijking van artikel 9, lid 4, sub b, zal de hoogte van de vergoeding overeenkomstig bijlage 1 van deze verordening worden uitbetaald. Artikel10Verblijfkosten 1.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed. 2.De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het commissielid vergoed. 3.De vergoeding is overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel11Buitenlandse excursie of reis 1.De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 2.De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd. 3.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Artikel12Cursus, congres, seminar of symposium 1.De kosten van deelname van een raadslid of commissielid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2.Het raadslid of commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raads- of commissielidmaatschap. Artikel13Tablet en internetverbinding 1.Raadsleden worden eenmaal per raadsperiode voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een tablet en software in eigendom verstrekt. 2.Raadsleden die reeds een tablet bezitten en deze inzetten voor digitaal vergaderen bij raadszittingen, ontvangen een eenmalige netto vergoeding per raadsperiode. 3.Fractiepartijen worden eenmaal per raadsperiode maximaal twee tablets en software verstrekt. Fractiepartijen verstrekken de tablets in bruikleen aan een door de raad benoemd commissielid van de betreffende fractie, niet zijnde een raadslid. Artikel14Ziektekostenvoorziening (vervallen) Artikel15Werkkostenregeling Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: de vergoedingen op grond van artikel 5 de vergoedingen op grond van artikel 9 de vergoedingen op grond van artikel 10 de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 11 de vergoedingen op grond van artikel 12 de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 13 van deze verordening en artikel 7a, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commisieleden HoofdstukIIIVoorzieningen voor wethouders Artikel16Onkostenvergoeding De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 18.001 of meer inwoners, vermeld in artikel 25 van het Rechtspositiebesluit wethouders. Artikel17Reiskosten woon-werkverkeer De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel18Zakelijke reiskosten 1.Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 17, vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 17 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 en artikel 5a van de Regeling Rechtspositie Wethouders. 2.In afwijking van artikel 18, lid 1, zal de hoogte van de vergoeding overeenkomstig bijlage 1 van deze verordening worden uitbetaald. Artikel19Dienstauto Deze voorziening wordt aan wethouders niet geboden. Artikel20Verblijfkosten De wethouder wordt de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke verblijfkosten ter zake van reizen bedoeld in artikel 18 volledig vergoed. Artikel21Buitenlandse dienstreis 1.Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2.Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. Artikel22Cursus, congres, seminar of symposium 1.De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2.De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Artikel23Tablet en internetverbinding 1.De wethouder wordt ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het ambt een tablet en software in bruikleen verstrekt. 2.Het college stelt een bruikleenovereenkomst vast. 3.De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Artikel24Mobiele telefoon 1.Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. 2.De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3.Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 4.Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor meer dan 50% voor privé-doeleinden is gebruikt, vindt voor het meerdere een verrekening van de gesprekskosten plaats met het salaris. Artikel25Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van de Regeling rechtspositie wethouders; verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel26Werkkostenregeling Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: de vergoedingen op grond van artikel 16 de vergoedingen op grond van artikel 17 de verstrekkingen op grond van artikel 18 de vergoedingen op grond van artikel 21 de vergoedingen en verstrekkingen op grond van artikel 22 van deze verordening en artikel 27a van het Rechtspositiebesluit wethouders de verstrekkingen op grond van artikel 23 de vergoedingen op grond van artikel 25 HoofdstukIVDe procedure van declaratie Artikel27Betaling van kosten Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door betaling uit eigen middelen; of rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of een gemeentelijke creditcard. Artikel28Declaratie van vooruit betaalde kosten 1.Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16, 19, 24 en 27 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. 2.Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder of het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of een door hem aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Artikel29Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1.De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20 en 24 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. 2.Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. 3.Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het begeleidingsformulier en de factuur binnen 2 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar. Artikel30Gebruik creditcard 1.De vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 16, 19 en 24 kan plaatsvinden door gebruikmaking van de gemeentelijke creditcard. 2.Een gemeentelijke creditcard wordt de wethouder op aanvraag in bruikleen ter beschikking gesteld voor het doen van uitgaven die voor vergoeding of tegemoetkoming ten laste van de gemeente in aanmerking komen. Aan de verstrekking van de creditcard kunnen voorwaarden worden verbonden. 3.De gemeentesecretaris draagt zorg voor de aanvraag, verstrekking en intrekking van gemeentelijke creditcards. Bij de aanvraag wordt aangegeven of een persoonlijke pincode voor het opnemen van contant geld gewenst wordt. 4.Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. 5.Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden ingediend bij de gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar. 6.Bij beëindiging van het ambt van wethouder wordt de creditcard onverwijld ingeleverd. 7.Verlies of diefstal van de creditcard wordt direct gemeld bij de betreffende creditcardmaatschappij en zo spoedig mogelijk ook bij de gemeente. Het eigen risico bij verlies en diefstal komt mits is voldaan aan de daarvoor geldende regels, voor rekening van de gemeente. HoofdstukVCiteertitel en inwerkingtreding Artikel31Intrekking oude regeling De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2006 wordt ingetrokken. Artikel32Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 27 maart 2014. Artikel33Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veendam 2014. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2014De voorzitter,S.B. Swierstra De griffier,R. BrekveldBIJLAGE 1 Zakelijke reiskosten -€ 0,31 netto per kilometer (conform raadsbesluit nummer 201221546/ID). De commissie voor bezwaarschriften en klachten Vaste vergoeding voor elk lid en plaatsvervangend lid van € 330 per jaar. Een vergoeding per bijgewoonde vergadering van € 140 bruto voor de leden en van € 180 bruto voor de voorzitter. De Monumentencommissie -Vergoeding van € 92 per uur voor het bijwonen van vergaderingen in eigen uren.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.