ijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel afkomstig van één of meer raadsleden; college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel2De voorzitter - waarneming van de burgemeester 1.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering van de raad; het handhaven van de orde in de raadsvergadering; het doen naleven van dit reglement; hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt of toestaat. 2.In de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling na de raadsverkiezingen wijst de raad twee leden van de raad aan, die met de waarneming van het voorzitterschap van de raad zijn belast bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. De raad bepaalt wie als eerste en wie als tweede waarnemer optreedt. 3.De krachtens het vorige lid aangewezen leden zijn in de aangegeven volgorde tevens belast met de waarneming van het ambt van burgemeester bij verhindering of ontstentenis van de wethouders. Artikel3De griffier De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen van de raad deelnemen. Artikel4De gemeentesecretaris Het presidium kan het college verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan beraadslagingen van de raad. Artikel5Het presidium 1.De raad heeft een presidium. Dit bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. Uitsluitend voor procedurele en organisatorische zaken taken als bedoeld in het achtste lid maken ook de voorzitters van de clusters van de Politieke Avond deel uit van het presidium. 2.De burgemeester is voorzitter van het presidium. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt hij vervangen door de waarnemend voorzitter van de raad. 3.De griffier is in elke vergadering aanwezig. Hij draagt zorg voor een beknopt verslag van de vergadering. 4.Het presidium komt bijeen volgens het door hem vastgestelde vergaderschema en voorts op verzoek van de voorzitter dan wel indien tenminste twee leden daartoe het verzoek doen. 5.Het presidium kan één of meer wethouders uitnodigen voor zijn vergadering. Ook kan het met overeenkomstige toepassing van artikel 4 de gemeentesecretaris uitnodigen. 6.Het presidium vergadert in het openbaar. De deuren worden gesloten op voorstel van de voorzitter of een van de andere leden. Het presidium besluit vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Omtrent de oplegging en opheffing van geheimhouding zijn artikel 48 en 49 van overeenkomstige toepassing. 7.Het presidium besluit bij meerderheid van stemmen. De leden, met inbegrip van de voorzitter, hebben elk één stem. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 8.Het presidium stelt de voorlopige agenda op voor de vergaderingen van de raad en de Politieke Avond en stelt de onderwerpen vast, die op de Politieke Markt aan de orde worden gesteld. Het doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad, de Politieke Avond en de Politieke Markt. Het legt jaarlijks een voorstel van een vergaderschema van de raad en de Politieke Avond ter vaststelling aan de raad voor. 9.Het presidium kan de raad aanbevelingen doen voor de agenda van de raad voor de lange termijn. Het kan in een besloten vergadering overleggen over onderwerpen die vertrouwelijk politiek beraad behoeven en over vertrouwelijke persoonlijke aangelegenheden. 10.Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt. Artikel6Aanbieding petitie Degene die persoonlijk aan de raad een petitie wil aanbieden kan daartoe door tussenkomst van de griffier een verzoek doen aan de voorzitter. Een verzoek kan worden gehonoreerd indien de petitie het algemeen belang betreft en breed wordt ondersteund. De voorzitter bepaalt het tijdstip waarop de petitie kan worden aangeboden. Hoofdstuk2Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties Artikel7Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1.Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie wordt ondersteund door de griffier of diens plaatsvervanger. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en - in voorkomende gevallen - het proces-verbaal van het centraal stembureau. 2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. Artikel8Fractie 1.De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam zij zal voeren. Indien zodanige mededeling niet wordt gedaan, wordt de fractie aangeduid met de achternaam van haar voorzitter voorafgegaan door het woord fractie. 3.Indien tijdens de zittingsperiode van de raad een nieuwe fractie ontstaat, deelt deze in de eerstvolgende vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam zij zal voeren. Indien zodanige mededeling niet wordt gedaan, wordt de fractie aangeduid met de achternaam van haar voorzitter voorafgegaan door het woord fractie. 4.Indien een fractie tijdens de zittingsperiode van de raad haar naam wenst te veranderen, doet zij daarvan mededeling aan de voorzitter onder opgave van de nieuwe naam. 5.Indien tijdens de zittingsperiode van de raad een nieuwe fractie ontstaat dan wel een of meer leden zich bij een andere fractie aansluiten, doet de betrokken fractie hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de voorzitter. Een nieuwe fractie deelt tevens mede welke leden als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden. 6.De raad kan besluiten dat de naam, die een fractie krachtens het tweede, derde of vierde lid heeft medegedeeld, niet wordt toegestaan, indien deze tot verwarring met een andere fractie kan leiden of daarin een misprijzen van een andere fractie of een lid van de raad kan worden gelezen. 7.Met de nieuwe naam van een fractie of met een gewijzigde situatie als bedoeld in het vijfde lid, wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad. Hoofdstuk3Vergaderingen van de raad Paragraaf1Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel9Vergaderfrequentie 1.De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op donderdag en vangen aan om 19.30 uur. De vergaderlocatie kan per vergadering verschillen en wordt bepaald door het presidium. 2.Indien niet alle geagendeerde onderwerpen zijn behandeld, wordt de vergadering voortgezet op de eerstvolgende maandag, te beginnen om 19.30 uur, zonder dat hiervoor een oproep of bekendmaking nodig is. In bijzondere gevallen kan bij besluit van de raad of door de voorzitter hiervan worden afgeweken. 3.In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met het presidium, tenzij sprake is van een spoedeisende situatie. Artikel10Oproep 1.De voorzitter zendt tenminste zes dagen voor een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en vergaderlocatie. 2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden. Artikel11Agenda 1.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt uiterlijk om 18.00 uur op de dag voorafgaand aan de dag van een vergadering met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt. 2.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar de Politieke Avond of een andere betrokken commissie dan wel aan het college een nader voorstel vragen. 4.Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel12Hamerstukken 1.Het presidium kan een voorstel dat naar zijn oordeel geen inhoudelijke behandeling behoeft, als hamerstuk op de voorlopige agenda plaatsen. 2.Een lid van de raad kan tot 12.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de vergadering aan de voorzitter meedelen dat hij inhoudelijke behandeling wenst van een voorstel dat als hamerstuk is geagendeerd. Artikel 11, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. 3.Indien een lid van de raad bij de vaststelling van de agenda te kennen geeft dat hij een voorstel dat als hamerstuk is geagendeerd, alsnog inhoudelijk wenst te behandelen, wordt het geagendeerd voor de eerstvolgende vergadering van de raad, tenzij behandeling naar het oordeel van de voorzitter in verband met daarmee geboden spoed niet kan worden uitgesteld dan wel slechts een summiere inhoudelijke behandeling wordt voorzien. Artikel13Aanwezigheid van wethouders 1.Behoudens gewichtige redenen zijn de wethouders in elke vergadering van de raad aanwezig. 2.Het presidium kan een wethouder uitnodigen om in de vergadering aan de beraadslagingen deel te nemen. Artikel14Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken die ter toelichting zijn van onderwerpen op de agenda worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep in het gemeentehuis ter inzage gelegd en op de website van de gemeente geplaatst. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3.Indien omtrent stukken geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad en van het college inzage. Met stukken die ter vertrouwelijke kennisneming aan de raad beschikbaar zijn gesteld, wordt overeenkomstig gehandeld. Artikel15Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt door aankondiging in een plaatselijk huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en locatie, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien. 3.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel16Presentielijst 1.Bij binnenkomst in de vergaderzaal plaatst ieder lid van de raad zijn naam en handtekening op de presentielijst. De griffier ziet daar op toe. De lijst wordt door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. 2.Een lid dat vóór het sluiten van de vergadering de vergadering verlaat, geeft daarvan bij het verlaten kennis aan de griffier. Deze tekent op de presentielijst aan op welk moment in de vergadering het lid de vergadering heeft verlaten. Artikel17Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden van de raad, de wethouders en de griffier hebben een vaste zitplaats. Deze wordt bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad door het presidium aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan het presidium de indeling herzien. 2.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel18Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel19Volgorde bij hoofdelijke stemming en spreekvolgorde 1.Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. 2.De fracties spreken in de vergadering in de volgorde waarin de eerst aanwezigen van de fracties de presentielijst hebben getekend, te beginnen met de fractie van het lid, bedoeld in de laatste volzin van het eerste lid. Bij de behandeling van voorstellen van orde kan de voorzitter van deze volgorde afwijken. Artikel20Verslaglegging 1.De griffier stelt een besluitenlijst op van de vergadering. Hij stuurt de ontwerp-besluitenlijst zo spoedig mogelijk aan de raad toe. De lijst wordt gelijktijdig aan de overige personen die aan de beraadslagingen hebben deelgenomen, toegezonden. 2.De griffier draagt ook zorg voor een audioverslag. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke website geplaatst. 3.De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en andere personen die aan de beraadslagingen hebben deelgenomen, kunnen de raad het verzoek doen de ontwerp-besluitenlijst gewijzigd vast te stellen. Het verzoek wordt uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de vergadering waarin de lijst ter vaststelling is geagendeerd, bij de griffier ingediend. 4.De besluitenlijst bevat in elk geval: de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden en de leden die afwezig waren, alsmede van de wethouders en overige personen die aan de beraadslagingen hebben deelgenomen; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een zakelijke samenvatting van de besluiten; een overzicht van het verloop en de uitslag van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig artikel 28, eerste lid, van de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; indien een besluit zonder hoofdelijke stemming is genomen, de fracties die vóór of tegen hebben gestemd, onder vermelding van de namen van de leden, die anders hebben gestemd dan de meerderheid van hun fractie; de strekking van de ter vergadering ingediende voorstellen van orde, initiatiefvoorstellen, amendementen en subamendementen en moties en, indien deze tijdens de vergadering worden teruggenomen, het feit van de intrekking; bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van de personen aan wie op grond van artikel 4 of artikel 26 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 5.De besluitenlijst wordt zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. 6.De ontwerp-besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na vaststelling openbaar gemaakt door plaatsing op de gemeentelijke website. Artikel21Ingekomen stukken 1.Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college en de burgemeester aan de raad, worden door de griffier op een overzicht geplaatst. Dit overzicht wordt wekelijks tezamen met de nieuw ingekomen stukken aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd tot de daaropvolgende vergadering van de raad. 2.Het presidium doet de raad een voorstel voor de wijze van behandeling van de op het overzicht geplaatste stukken. Het ontvangt daartoe een advies van de griffier. De raad ontvangt het overzicht met de voorgestelde wijze van behandeling bij de agenda en stelt dit vast. 3.Indien de raad besluit in afwijking van het voorstel van het presidium een ingekomen stuk inhoudelijk te behandelen, wordt het op de agenda van de volgende vergadering geplaatst, tenzij zwaarwichtige redenen tot onverwijlde behandeling noodzaken. 4.Ingekomen stukken die niet op de lijst van ingekomen stukken zijn geplaatst, worden geacht voor kennisgeving te zijn aangenomen. Zij worden door de griffier afgedaan. Artikel22Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het derde lid is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie of van een werkgroep uit de raad die een voorstel heeft voorbereid; het lid dat een amendement of subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement of subamendement, die motie of dat voorstel. 5.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel23Spreektijd 1.De raad kan spreektijden vaststellen voor raadsleden of fracties. Hij kan ook voor andere deelnemers aan de beraadslagingen spreektijden vaststellen. 2.Een raadslid van wie of van wiens fractie de spreektijd is verstreken, is verplicht zijn rede te beëindigen zodra de voorzitter dat verzoekt. Zo nodig kan de voorzitter hem het woord ontnemen. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van andere deelnemers. 3.De tijd benodigd voor interrupties en stemverklaringen wordt niet op de spreektijd in mindering gebracht. Artikel24Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht nemen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.De voorzitter roept een spreker, die zich naar zijn oordeel in beledigende of onbetamelijke bewoordingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, tot de orde. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. Artikel25Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel26Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.De raad kan bepalen dat anderen dan de voorzitter en de leden van de raad, de wethouders en de griffier aan de beraadslaging deelnemen. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel27Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag kort te motiveren. Artikel28Beslissing 1.Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan in zijn geheel luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel29Algemene bepalingen over stemming 1.De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen dat zij geacht worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 3.Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, roept de voorzitter of de griffier de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst 4.Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 5.De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6.Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering. 7.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel30Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Het meest verstrekkende amendement of subamendement wordt het eerst in stemming gebracht. 4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel31Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. Het stembureau wordt ondersteund door de griffier of diens plaatsvervanger. 2.Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. 6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter. 7.De griffier draagt zorg dat de stembriefjes worden vernietigd. Artikel32Herstemming over personen 1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel33Beslissing door het lot 1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk4Rechten van leden Artikel34Amendementen 1.Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een subamendement voor te stellen. 3.Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4.De indiener of indieners kunnen het amendement of subamendement intrekken totdat met de stemming een aanvang is gemaakt dan wel, indien geen stemming wordt verlangd, de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. 5.Een amendement is ontoelaatbaar indien het een strekking heeft tegengesteld aan die van het geagendeerde voorstel of indien er tussen de inhoud van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat. Een amendement wordt geacht toelaatbaar te zijn zolang de raad het niet ontoelaatbaar heeft verklaard. Een daartoe strekkend voorstel kan, zo nodig met onderbreking van de orde, worden gedaan door de voorzitter of een lid van de raad. Artikel35Moties 1.Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen over een onderwerp of voorstel op de agenda. 2.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3.De behandeling van een motie vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel, waarop zij betrekking heeft. 4.Moties van afkeuring, wantrouwen, treurnis of soortgelijke strekking kunnen op elk moment van de vergadering worden ingediend. Op voorstel van de voorzitter bepaalt de raad wanneer zij worden behandeld. 5.Een motie kan door de indiener of indieners worden ingetrokken totdat met de stemming een aanvang is gemaakt dan wel, indien geen stemming wordt verlangd, de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. Artikel36Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel37Initiatiefvoorstel 1.Een initiatiefvoorstel wordt om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter ingediend. 2.Het presidium plaatst het initiatiefvoorstel op de voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad en doet daarbij een voorstel over de wijze van behandeling. Het voorstel wordt direct na de vaststelling van de agenda in stemming gebracht. Indien de schriftelijke oproep voor de eerstvolgende vergadering reeds is verzonden, wordt het voorstel over de wijze van behandeling op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. 3.De voorzitter draagt zorg dat het initiatiefvoorstel direct na indiening ter kennis wordt gebracht van het college. Aan het college wordt een redelijke termijn toegestaan om op het voorstel te reageren. Het college maakt zijn reactie schriftelijk aan de raad kenbaar. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op een voorstel voor een besluit tot het opzeggen van vertrouwen in een wethouder en het geven van ontslag, zoals bedoeld in artikel 49 van de Gemeentewet. De raad kan besluiten zodanig voorstel terstond aan de agenda toe te voegen. 5.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Artikel38Collegevoorstel 1.Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de agenda van de vergadering van de raad, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2.Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor een nader voorstel terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel39Debat 1.Het verzoek tot het houden van een debat over een niet op de voorlopige agenda opgenomen onderwerp wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, vóór 12.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering van de raad schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover een debat wordt verlangd. 2.Het college wordt uitgenodigd aan het debat deel te nemen. Artikel 40, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het debat plaatsvindt nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. Artikel40Interpellatie 1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, vóór 12.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering van de raad schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt welke plaats de interpellatie op de agenda krijgt. 3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel41Schriftelijke vragen 1.Schriftelijke vragen worden ingediend op het daarvoor door het presidium vastgestelde formulier en wordenkort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een korte toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. 2.De vragen worden door tussenkomst van de griffier bij de voorzitter ingediend. Deze draagt zorg dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis worden gebracht van de raad en het college dan wel, als de vragen aan hem zijn gericht, de burgemeester. 3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats door middel van het daarvoor door het presidium vastgestelde formulier, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende vergadering van de raad. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4.De antwoorden van het college of de burgemeester en berichten als bedoeld in de laatste volzin van het derde lid worden door tussenkomst van de griffier aan de raad toegezonden. 5.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording, in de eerstvolgende vergadering van de raad en bij mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent de door het college of de burgemeester gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist. Artikel42Vragenronde 1.Direct na opening van de vergadering is er een vragenronde, waarin de raadsleden actuele politiek relevante vragen kunnen stellen aan het college, leden van het college of de burgemeester. In bijzondere gevallen kan het presidium voorstellen de vragenronde op een ander moment in de vergadering te houden. 2.De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aan raadsleden die een vraag willen stellen, het woord wordt verleend. 3.De vragen zijn kort en duidelijk. Het raadslid vermeldt de bronnen, de feiten en de omstandigheden die aanleiding zijn tot de vragen. 4.Per fractie mag één raadslid ten hoogste één vraag stellen, die kan bestaan uit ten hoogste twee deelvragen. Indien uit een fractie door geen van de leden een vraag wordt gesteld, kan de voorzitter een lid uit een andere fractie toestaan een extra vraag te stellen. 5.De vragen worden kort beantwoord. Na de beantwoording krijgt de vragensteller desgewenst het woord om één aanvullende vraag te stellen. 6.Vervolgens kan de voorzitter aan leden uit andere fracties dan die van de vragensteller het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester één vraag te stellen over hetzelfde onderwerp. Per fractie wordt ten hoogste aan één lid het woord verleend. 7.Tijdens de vragenronde kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Hoofdstuk5Begroting en rekening Artikel43Procedure voorjaars- en kadernota en programmabegroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet vinden de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de voorjaars- en/of kadernota en de programmabegroting plaats volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt. De raad kan hiertoe afwijken van de hoofdstukken 3 en 4 van dit reglement. Artikel44Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet vinden de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van een eventueel indemniteitsbesluit plaats volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt. De raad kan hiertoe afwijken van de hoofdstukken 3 en 4 van dit reglement. Hoofdstuk6Lidmaatschap van andere organisaties Artikel45Verslag en verantwoording 1.Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een orgaan van een andere organisatie of institutie, kan in de Politieke Avond verslag doen over zaken die in het betrokken orgaan aan de orde zijn of zijn geweest. 2.De in het eerste lid bedoelde persoon heeft daarnaast het recht om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering van de raad verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan of een orgaan van een andere organisatie of institutie aan de orde zijnof zijn geweest. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan op voorstel van de voorzitter worden verwezen naar de Politieke Avond. 3.Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen over het door hem als zodanig gevoerde bestuur. Artikel 41 is van overeenkomstige toepassing. 4.Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk7Besloten vergadering van de raad Artikel46Algemeen Op een besloten vergadering van de raad zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel47Verslaglegging 1.De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Na vaststelling wordt de lijst door de voorzitter en de griffier ondertekend. 2.Bij de vaststelling van de besluitenlijst kan de besluiten overeenkomstig artikel 23, vijfde lid, van de Gemeentewet besluiten dat openbaarmaking van de besluitenlijst geheel of te dele achterwege blijft. Artikel48Geheimhouding 1.Voorafgaande aan het sluiten van een besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. 2.Voor zover daarop geheimhouding rust wordt de besluitenlijst niet rondgedeeld. De geheime besluitenlijst en het audioverslag blijven bij de griffier in bewaring. Uitsluitend de voorzitter, de in de vergadering aanwezige leden van de raad en het college en de griffier kunnen van de lijst en het verslag kennisnemen. De overige leden van de raad en het college kunnen onder gelijke verplichting tot geheimhouding van de lijst en het verslag kennisnemen, tenzij het openbaar belang zich naar het oordeel van de raad daartegen verzet. Artikel49Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, nodigt hij het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, uit daarover in een besloten vergadering met hem te overleggen. Hoofdstuk8Ordebepalingen Artikel50Toehoorders en pers 1.Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3.De voorzitter is bevoegd toehoorders die de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde verstoren, kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel51Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering van de raad geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel52Gebruik mobiele telefoons en andere apparatuur In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik van mobiele telefoons en andere apparatuur uitsluitend toegestaan voor zover daardoor naar het oordeel van de voorzitter de orde van de vergadering niet wordt verstoord. Hoofdstuk9Bijzondere instrumenten voor informatievergaring Artikel53Informatieve raadsbijeenkomst 1.De leden van de raad kunnen bijeen worden geroepen voor een informatieve raadsbijeenkomst. De bijeenkomst heeft tot doel om, eventueel op verzoek van het college, de leden van de raad te informeren over een door de raad of het presidium aangewezen onderwerp. 2.Behalve over de vaststelling van de agenda, de orde van de bijeenkomst, het sluiten van de deuren en het opleggen van geheimhouding worden in deze bijeenkomst geen besluiten genomen. In de bijeenkomst wordt geen verantwoording gevraagd respectievelijk afgelegd voor gevoerd bestuur door het college, leden van het college of de burgemeester. 3.Besluiten als bedoeld in de eerste volzin van het vorige lid worden genomen bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. 4.De leden van de raad kunnen zich in de bijeenkomst laten vervangen door een lid van de Politieke Avond, dat geen raadslid is. 5.Op de bijeenkomst zijn de hoofdstukken 1 en 3, met uitzondering van artikel 13, eerste lid, alsmede de hoofdstukken 7 en 8 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de bijeenkomst geen quorum is vereist. Artikel54Hoorzitting 1.De raad kan op voorstel van het presidium, de Politieke Avond, de voorzitter of een of meer leden besluiten in een vergadering van de raad een hoorzitting te houden. De raad stelt het onderwerp vast waarover de hoorzitting wordt gehouden. 2.De raad kan het houden van de hoorzitting opdragen aan een commissie, die daartoe op grond van artikel 84 van de Gemeentewet wordt ingesteld. Deze vergadert in het openbaar, behoudens voor zover gewichtige redenen noodzaken tot het sluiten van de deuren. 3.Tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid, draagt het presidium zorg voor de voorbereiding van de hoorzitting. 4.De griffier draagt zorg voor een verslag. Dit wordt vastgesteld door de raad of, als toepassing is gegeven aan het tweede lid, de commissie. Behoudens voor zover geheimhouding is opgelegd, wordt het verslag zo spoedig mogelijk na vaststelling op de gemeentelijke website geplaatst. Hoofdstuk10De Politieke Avond Paragraaf1Begripsbepaling Artikel55Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: de Politieke Avond: de raadscommissie de Politieke Avond, ingesteld krachtens artikel 82 van de Gemeentewet; clusters: de cluster Ruimte en de cluster Bestuur; clustervoorzitter: de voorzitter van een cluster van de Politieke Avond; clustergriffier: de griffier van een cluster van de Politieke Avond deelnemers: degenen die door een fractie zijn aangewezen om deel te nemen aan een vergadering van de Politieke Avond. Paragraaf2Instelling, taken en samenstelling Artikel56Instelling 1.Er is een raadscommissie geheten ‘de Politieke Avond’. 2.De Politieke Avond vergadert en beslist in de cluster Ruimte en de cluster Bestuur. De cluster Ruimte behandelt onderwerpen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en milieu, beheer, economie en verkeer en vervoer. De cluster Bestuur behandelt onderwerpen op het gebied van bestuur, financiën en welzijn. Indien een onderwerp beide clusters aangaat, beslist het presidium welk cluster het behandelt. 3.Het presidium kan in afwijking van het vorige lid beslissen dat een onderwerp in een gezamenlijke vergadering van de clusters wordt behandeld. Het presidium wijst de clustervoorzitter aan die de vergadering zal voorzitten. De griffier wijst de clustergriffier aan. Artikel57Taken 1.De Politieke Avond heeft de volgende taken: voorbereiden van besluitvorming van de raad over voorstellen of onderwerpen, die krachtens artikel 56, tweede lid, tot het werkterrein van de cluster behoren, het verzamelen van alle informatie die de raad nodig heeft voor een gewogen oordeelsvorming daaronder begrepen; uitbrengen van advies aan de raad, gevraagd of ongevraagd; en voeren van overleg met het college of de burgemeester over onderwerpen die de Politieke Avond aangaan. 2.Ten behoeve van de uitoefening van hun taak hebben de leden toegang tot alle beschikbare informatie over de geagendeerde voorstellen en onderwerpen. Artikel58Samenstelling 1.Lid van de Politieke Avond zijn: de leden van de raad en andere personen die op voordracht van een fractie door de raad zijn benoemd. 2.Een fractie kan ten hoogste zes andere personen voordragen als bedoeld in het eerste lid. 3.Aan de behandeling van en besluitvorming over een geagendeerd onderwerp of voorstel nemen per fractie ten hoogste twee leden deel, die daartoe door de fractie zijn aangewezen. Tenminste één van de deelnemers is raadslid. Wanneer een fractie uit één lid bestaat kan zij volstaan met aanwijzing van personen als bedoeld in het eerste lid onder b. . Artikel59Leden, niet zijnde raadslid 1.Voor benoeming als bedoeld in artikel 58, eerste lid onder b, is vereist dat betrokkene voldoet aan de vereisten van artikel 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Voor benoeming is verder vereist dat betrokkene bereid is de eed of de verklaring en belofte af te leggen als bedoeld in het vierde lid. 2.De benoeming eindigt aan het einde van de zittingsperiode van de raad en voorts door ontslagname. 3.De raad trekt de benoeming in wanneer betrokkene niet meer voldoet aan de voor benoeming geldende voorwaarden. Betrokkene is verplicht de raad daarover onverwijld te informeren. Voorts trekt de raad de benoeming in indien de fractie die hem heeft voorgedragen, heeft verklaard dat betrokkene niet langer haar vertrouwen geniet. 4.Direct na benoeming legt betrokkene ten overstaan van de voorzitter de eed of de verklaring en belofte af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet, waarbij “om tot lid van de raad benoemd te worden” wordt gelezen als “om tot lid van de Politieke Avond benoemd te worden” en “mijn plichten als lid van de raad” als “mijn plichten als lid van de Politieke Avond”. 5.De gedragscode voor de politieke ambtsdragers van de gemeente is van overeenkomstige toepassing op leden van de Politieke Avond, niet zijnde raadslid. Artikel60Clustervoorzitter 1.De raad benoemt uit zijn midden de clustervoorzitters en hun plaatsvervangers. De raad kan een clustervoorzitter of plaatsvervanger ontslag verlenen. De benoeming eindigt in elk geval bij het einde van de zittingstermijn van de raad. 2.De clustervoorzitters onthouden zich van deelname aan de inhoudelijke behandeling van de op de agenda vermelde onderwerpen. 3.De clustervoorzitter is belast met: het leiden van de vergadering het handhaven van de orde tijdens de vergadering het doen naleven van dit reglement hetgeen het reglement verder aan hem opdraagt. 4.De clustervoorzitter verleent het woord volgens een door hem te bepalen volgorde, doch met inachtneming van het hieromtrent bepaalde in dit hoofdstuk. Artikel61Clustergriffier 1.De griffier wijst voor elk cluster een clustergriffier aan. Deze is aanwezig in de vergaderingen van de cluster. Hij kan, indien daartoe door de clustervoorzitter uitgenodigd, deelnemen aan de beraadslagingen. 2.Bij verhindering of afwezigheid van de clustergriffier draagt de griffier zorg voor vervanging. Artikel62Aanwezigheid burgemeester en wethouders 1.Behoudens gewichtige redenen zijn de burgemeester en de wethouders in de vergadering aanwezig bij de behandeling van onderwerpen, waarvoor zij portefeuilleverantwoordelijkheid dragen. Zij kunnen zich bij de beraadslagingen laten bijstaan door een ambtelijk medewerker. 2.Het presidium kan de burgemeester of een wethouder uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Artikel63Aanwezigheid deskundigen Het presidium kan deskundigen uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn. Artikel64Aanwezigheid gemeentesecretaris en andere ambtenaren Het presidium kan het college verzoeken de gemeentesecretaris en ambtelijke medewerkers in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen. Paragraaf3Openbare vergaderingen – tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel65Vergaderfrequentie 1.Tenzij het presidium anders besluit, vinden de vergaderingen plaats op woensdag en donderdag, twee weken voorafgaand aan de raadsvergadering. Zij vangen aan om 19.30 uur. 2.De vergaderlocatie kan per vergadering verschillen en wordt bepaald door het presidium. Artikel66Oproep en stukken 1.Het presidium stelt de voorlopige agenda voor de Politieke Avond op. 2.De clustervoorzitter roept de leden tenminste twaalf dagen voor een vergadering schriftelijk voor de vergadering op onder vermelding van dag, tijdstip en vergaderlocatie. 3.De voorlopige agenda en de daarbij behorende ontwerp-raadsvoorstellen, ontwerp-raadsbesluiten en, indien dit in voorkomende gevallen nodig is voor de leesbaarheid van voorstellen, beleidsnota’s en/of beleidsnotities, met uitzondering van stukken waarvoor geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verzonden. 4.Alle relevante stukken en de bij de voorstellen behorende achterliggende stukken, liggen vanaf het moment dat de oproep wordt verzonden in de leeskamer van de raad ter inzage. Stukken waarvoor geheimhouding is opgelegd, blijven onder berusting van de clustergriffier. De clustergriffier verleent de leden desgevraagd inzage. 5.De openbare kennisgeving van de vergadering geschiedt overeenkomstig artikel 13 van dit reglement. Artikel67De agenda 1.In spoedeisende gevallen kan de clustervoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt uiterlijk om 18.00 uur op de dag voorafgaand aan de dag van de vergadering met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden en openbaar gemaakt. 2.Bij aanvang van de vergadering stelt de Politieke Avond de agenda vast. Op voorstel van de clustervoorzitter of een deelnemer kan de Politieke Avond onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3.Wanneer de Politieke Avond een onderwerp onvoldoende voor de behandeling voorbereid acht, kan zij aan het college of, indien het onderwerp hem betreft, de burgemeester nadere inlichtingen vragen. Het presidium bepaalt in welke vergadering het onderwerp opnieuw geagendeerd wordt. 4.Op voorstel van een deelnemer of van de clustervoorzitter kan de Politieke Avond de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Paragraaf4Openbare vergaderingen – orde van de vergadering Artikel68Opening vergadering - quorum 1.De clustervoorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur. 2.Voor de behandeling van een onderwerp of voorstel op de agenda is, onverminderd artikel 58, derde lid, vereist dat uit meer dan de helft van de fracties tenminste één deelnemer aanwezig is. 3.Wanneer tien minuten na het uur dat is vastgesteld voor de behandeling van een onderwerp, het vereiste aantal deelnemers niet aanwezig is, kan de clustervoorzitter afzien van behandeling van het onderwerp. Met verwijzing naar dit artikel kan hij dag en uur van de volgende vergadering bepalen waarin het onderwerp zal worden behandeld, op een tijdstip dat tenminste 24 uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 4.Op vergaderingen, bedoeld in de tweede volzin van het derde lid, is het tweede lid niet van toepassing. De Politieke Avond kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien wordt voldaan aan het tweede lid. Artikel69Spreekrecht burgers 1.Inwoners, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, instellingen of bedrijven en andere betrokkenen kunnen in de vergadering het spreekrecht uitoefenen over een niet geagendeerd onderwerp of een geagendeerd onderwerp, waarvoor niet is voorzien in een informatieronde. Degene die hiervan gebruik wil maken, doet hiervan uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaande aan de dag van de vergadering opgave aan de clustergriffier. Hij geeft daarbij zijn naam, adres, e-mailadres en telefoonnummer op en, indien van toepassing, namens wie hij optreedt en voorts het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 2.Het spreekrecht over een niet-geagendeerd onderwerp wordt uitgeoefend direct na opening van de vergadering. Tenzij de clustervoorzitter anders bepaalt, wordt het spreekrecht met betrekking tot een geagendeerd onderwerp uitgeoefend direct voorafgaande aan de beraadslaging over het onderwerp. 3.De clustervoorzitter geeft insprekers het woord in volgorde van aanmelding. Hij kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4.De inspreker voert het woord nadat de clustervoorzitter hem dit heeft verleend. De spreektijd bedraagt per onderwerp maximaal 30 minuten voor alle insprekers tezamen en maximaal drie minuten per inspreker. Indien er meer insprekers zijn wordt de maximale spreektijd voor alle insprekers naar evenredigheid verdeeld. De clustervoorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 5.De clustervoorzitter kan de deelnemers toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Tussen de deelnemers en de insprekers vindt geen discussie plaats. 6.De clustervoorzitter of een deelnemer doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de insprekers. Artikel70Informatieronde 1.Het presidium kan besluiten dat voorafgaande aan de beraadslaging over een onderwerp of voorstel een informatieronde wordt gehouden, waarin de deelnemers van de Politieke Avond informatie en gedachten uitwisselen met inwoners, maatschappelijke organisaties, instellingen of bedrijven of andere betrokkenen, die daarvoor door de clustervoorzitter zijn uitgenodigd. Het college of, indien het onderwerp hem betreft, de burgemeester kan worden uitgenodigd aan de informatieronde deel te nemen. De informatieronde wordt op de voorlopige agenda vermeld. 2.De informatieronde kan ook worden opengesteld voor anderen, die aan nader te bepalen voorwaarden voldoen. Belangstellenden doen daarvan tenminste 24 uur voor aanvang van de vergadering opgave bij de clustergriffier. Zij geven daarbij hun naam, adres, e-mailadres en telefoonnummer op en, indien van toepassing, namens wie zij aan de informatieronde deelnemen. 3.Het presidium kan besluiten dat in afwijking van het eerste lid wordt volstaan met het horen van de genodigden en, in voorkomend geval, de belangstellenden bedoeld in het tweede lid. 4.De clustervoorzitter kan de voor de informatieronde beschikbare tijd beperken. Hij kan ook de spreektijd van de sprekers beperken. Voorts kan hij alle overige beslissingen nemen die naar zijn oordeel nodig zijn voor het goede verloop van de informatieronde of de orde van de vergadering. Artikel71Beraadslaging 1.De beraadslaging over een onderwerp vindt plaats in twee termijnen. In eerste termijn kunnen de deelnemers aan de indiener van het onderwerp of voorstel ten hoogste twee vragen stellen. Deze krijgt aansluitend gelegenheid de vragen te beantwoorden. In tweede termijn kunnen de deelnemers onderling en met de indiener van gedachten wisselen over het onderwerp of voorstel. 2.Indien een informatieronde heeft plaatsgevonden, zoals bedoeld in artikel 70, eerste lid, kan de clustervoorzitter voorstellen deze te beschouwen als de eerste termijn. 3.De clustervoorzitter kan voorstellen van de tweede termijn af te zien indien hem genoegzaam duidelijk is dat de deelnemers daaraan geen behoefte hebben. 4.De Politieke Avond kan op voorstel van de clustervoorzitter of een deelnemer beslissen dat over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk wordt beraadslaagd. Artikel72Deelname aan de beraadslaging door derden 1.Onverminderd artikel 64 kan de Politieke Avond toestaan dat de gemeentesecretaris, daartoe uitgenodigde ambtenaren en deskundigen deelnemen aan de beraadslaging over een onderwerp. 2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de clustervoorzitter of een deelnemer genomen alvorens met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel een aanvang wordt genomen. 3.De clustervoorzitter kan op elk gewenst moment tijdens de beraadslaging aan betrokkenen het woord verlenen. Artikel73Besluitvorming 1.Wanneer de clustervoorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht en besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de Politieke Avond anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de Politieke Avond of een advies aan de raad wordt uitgebracht. 3.De Politieke Avond beslist bij meerderheid van stemmen. 4.Indien de Politieke Avond een advies aan de raad uitbrengt, beslist zij op voorstel van de clustervoorzitter over de inhoud van het advies. 5.Het advies vermeldt ook het standpunt van een minderheid. Artikel74Verslaglegging 1.De clustergriffier stelt een beknopt verslag op van de vergadering. Het verslag vermeldt: de datum van de vergadering en het begin- en eindtijdstip, de namen van de deelnemers onder vermelding van de onderwerpen aan de behandeling waarvan zij hebben deelgenomen en, indien zij de vergadering hebben verlaten alvorens de behandeling van de betreffende onderwerpen is beëindigd, op welk moment zij de vergadering hebben verlaten, de namen van de andere personen die aan de beraadslaging over een onderwerp hebben deelgenomen een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest, toezeggingen van de burgemeester en de wethouders, de besluiten, adviezen met betrekking tot geagendeerde onderwerpen daaronder begrepen de uitslag van gehouden stemmingen. 2.De clustergriffier draagt voorts zorg voor een audioverslag. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke website geplaatst. 3.Het ontwerp-verslag wordt zo spoedig mogelijk na de vergaderingen in ieder geval binnen een week aan de leden van de Politieke Avond toegezonden alsmede aan raad, het college en de burgemeester. Het wordt voorts op de gemeentelijke website gepubliceerd. 4.Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna het door de clustervoorzitter en de clustergriffier wordt ondertekend. Artikel75Overige bepalingen De artikelen 50, 51 en 52 zijn van overeenkomstige toepassing. Paragraaf5Besloten vergaderingen - geheimhouding Artikel76Algemeen Op besloten vergaderingen zijn de bepalingen van de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel77Verslaglegging 1.Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Na vaststelling wordt het door de clustervoorzitter en de clustergriffier ondertekend. 2.De Politieke Avond kan om gewichtige redenen besluiten dat van de besloten vergadering geen audioverslag wordt gemaakt. 3.Bij de vaststelling van het verslag besluit de Politieke Avond over openbaarmaking van het verslag en het audioverslag. Artikel78Geheimhouding 1.Voorafgaande aan het sluiten van de besloten vergadering beslist de Politieke Avond overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. 2.Zolang daarop geheimhouding rust, wordt het verslag niet rondgedeeld. Het verslag en het audioverslag blijven in dat geval bij de griffier in bewaring. Uitsluitend de clustervoorzitter, de deelnemers, de in de besloten vergadering aanwezige leden van het college en de clustergriffier kunnen van de verslagen kennisnemen. De leden van de raad en het college die niet aan de vergadering hebben deelgenomen, kunnen onder gelijke verplichting tot geheimhouding van de verslagen kennisnemen, tenzij het openbaar belang zich naar het oordeel van de Politieke Avond hiertegen verzet. Artikel79Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover in een besloten vergadering overleg gevoerd met de leden van de Politieke Avond, die aan de besloten vergadering hebben deelgenomen. Hoofdstuk11De Politieke Markt Artikel80Bevoegdheid, doel en openbaarheid 1.De raad kan besluiten over een aangewezen onderwerp een Politieke Markt te beleggen. De raad kan het beleggen van Politieke Markten en het aanwijzen van de onderwerpen aan het presidium opdragen. 2.Het presidium draagt zorg voor de organisatie van de Politieke Markt. Het kiest voor een werkvorm die is toegesneden op het onderwerp en de beoogde deelnemers. De griffier ondersteunt het presidium. 3.De Politieke Markt heeft tot doel de raadsleden en de leden van de Politieke Avond die geen raadslid zijn, in de gelegenheid te stellen informatie over het onderwerp te verkrijgen en het onderwerp in gesprek met andere aanwezigen te verkennen. 4.De Politieke Markt is openbaar. Artikel81Deelname - voorbereiding 1.Aan een Politieke Markt kunnen alle raadsleden en leden van de Politieke Avond die geen raadslid zijn, deelnemen, alsmede de burgemeester en de wethouders. 2.Het presidium kan het college verzoeken de gemeentesecretaris en ambtelijke medewerkers aan de Politieke Markt te laten deelnemen. 3.Het presidium kan de Politiek Markt openstellen voor een ieder of uitsluitend voor genodigde burgers, bedrijven, organisaties of instellingen. 4.Op verzoek van het presidium brengt het college voor de Politieke Markt een notitie in, waarin het onderwerp open en politiek-neutraal wordt ingeleid. Artikel82Voorzitter 1.De voorzitter van de cluster van de Politieke Avond, die het onderwerp het meest aangaat, zit de Politieke Markt voor. Het presidium kan een andere voorzitter aanwijzen. 2.De voorzitter leidt het gesprek en bewaakt de naleving van dit reglement. 3.De voorzitter draagt zorg dat: -informatie en gedachten worden uitgewisseld; -er geen politieke standpunten worden uitgedragen, politieke vragen worden gesteld of wordt gediscussieerd tussen de raadsleden, de leden van de Politieke Avond die geen raadslid zijn, de burgemeester en de wethouders en de andere aanwezigen. 4.De voorzitter wordt ondersteund door de griffier of zijn plaatsvervanger. Artikel83Verslaglegging De griffier draagt zorg dat van de Politieke Markt een audioverslag wordt gemaakt. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk op de gemeentelijke website geplaatst. Het presidium kan besluiten dat de griffier tevens een beknopt verslag maakt. Hoofdstuk12Overgangs- en slotbepalingen Artikel84Overgangsregeling Onverminderd artikel 59 worden de in artikel 58, eerste lid onder b, bedoelde leden van de Politieke Avond, die ten tijde van de inwerkingtreding van dit reglement in functie zijn, geacht door de raad te zijn benoemd. Artikel85Uitleg reglement 1.In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement in een raadsvergadering, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. 2.In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement in een Politieke Avond, beslist de Politieke Avond op voorstel van de clustervoorzitter. Artikel86Inwerkingtreding en citeertitel Dit reglement treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.