Uitvoeringsbesluit kamerverhuurpanden Voorne Putten 2014De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten op Voorne Putten; gelet op artikel 16f, eerste lid, van de Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006; besluiten het Uitvoeringsbesluit kamerverhuurpanden Voorne Putten als volgt vast te stellen. Artikel1Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: aan- en uitbouw: een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw, maar er in functioneel opzicht onderdeel van uitmaakt; bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat zowel in functioneel als in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; huishouden: het huishouden, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder h, van de Huisvestingsverordening; Huisvestingsverordening: de Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006; kamerverhuurpand: een gebouw of deel van een gebouw met meer dan twee onzelfstandige woonruimten; onzelfstandige woonruimte: de woonruimte, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder w, van de Huisvestingsverordening; vergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 30, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet; wet: de Huisvestingswet; woonruimte: de woonruimte, bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet; wijk of buurt: volgens de CBS wijk- en buurtindeling; zelfstandige woonruimte: de woonruimte, bedoeld in artikel 30, tweede lid, van de wet. Artikel2Werkingsgebied vergunningplicht 1.Dit Uitvoeringsbesluit heeft alleen betrekking op het verbod om zonder een onttrekkingsvergunning een woonruimte van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten, zoals bedoeld in artikel 16b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening, voor zover door deze omzetting een kamerverhuurpand ontstaat. 2.Bij de telling van het aantal onzelfstandige woonruimten worden de aan- en uitbouwen of bijgebouwen geacht deel uit te maken van het als kamerverhuurpand bedoelde gebouw of deel van een gebouw. Artikel3Gegevens bij de aanvraag Naast de gegevens, bedoeld in artikel 16b, derde lid, van de Huisvestingsverordening, worden bij de aanvraag voor een vergunning de volgende gegevens overgelegd: het adres en de kadastrale gegevens van de woonruimte; een plattegrond van de bestaande situatie voorzien van oppervlaktematen; een plattegrond van de gewijzigde situatie voorzien van oppervlaktematen, waarbij is aangegeven welke en hoeveel ruimten als onzelfstandige woonruimten zullen worden gebruikt en hoeveel slaapplaatsen tot stand worden gebracht. Artikel4Gronden tot weigering van de vergunning 1.De vergunning wordt geweigerd indien vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de onttrekkingsvergunning zal leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte wordt in ieder geval aanwezig geacht indien door de verlening van de vergunning: meer kamerverhuurpanden zullen ontstaan dan 5% van het aantal woningen in een straat met 20 of meer woningen; Wanneer een straat zich bevindt in meerdere wijken/buurten het percentage zich beperkt tot het deel in een wijk of buurt; meer dan 1 kamerverhuurpand zal ontstaan in een straat met minder dan 20 woningen. Artikel5Inhoud en duur van de vergunning 1.Naast de gegevens, bedoeld in artikel 16c, derde lid, van de Huisvestingsverordening, bevat de vergunning in ieder geval het aantal onzelfstandige woonruimten dat naast de gemeenschappelijke ruimten mag worden gecreëerd conform de regelgeving. Het aantal onzelfstandige woonruimten is gelijk aan het aantal personen dat gehuisvest kan worden. 2.Van de vergunning moet gebruik worden gemaakt binnen één jaar na de dag waarop deze is bekendgemaakt. 3.De vergunning wordt verleend voor een termijn van maximaal drie jaar en er kan eenmalig verlenging worden voor een periode van maximaal 2 jaar. De maximale termijn waarbij een woning kan worden ontrokken is 5 jaar. 4.De vergunning is persoonsgebonden en kan alleen worden gesteld op naam van de eigenaar van het beoogde kamerverhuurpand. Artikel6Koppeling met melding volgens het Bouwbesluit 2012 Indien van de vergunning slechts gebruik kan worden gemaakt na een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18 van het Bouwbesluit 2012, wordt de aanvraag mede aangemerkt als een zodanige melding. Artikel7Intrekking van de vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 16e van de Huisvestingsverordening, wordt de vergunning ingetrokken indien: de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft uiterlijk binnen twee jaren nadat deze door brand of een vergelijkbare calamiteit zodanig is verwoest, vernield of beschadigd dat de woonruimte niet langer overeenkomstig de verleende vergunning kan worden gebruikt, niet zodanig is hersteld dat weer voldaan wordt aan de vergunningvereisten; de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft langer dan één jaar niet als kamerverhuurpand wordt gebruikt en zich geen situatie voordoet zoals bedoeld in onderdeel a. Artikel8Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 30 van de Huisvestingswet, zijn belast de daartoe door Burgemeester en Wethouders op grond van artikel 75, eerste lid van de Huisvestingswet aangewezen toezichthouders, die de bevoegdheid hebben als genoemd in artikel 77 van de Huisvestingswet. Artikel9Hardheidsclausule Het college kan van de bepalingen in dit besluit afwijken, indien toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel10Overgangsrecht 1.De vergunningplicht is niet van toepassing op bestaande kamerverhuurpanden: gedurende 1 maand na het in werking treden van dit besluit; na afloop van de onder a gestelde termijn, indien voor het kamerverhuurpand binnen deze termijn een aanvraag om vergunning is ingediend, totdat op die aanvraag is beslist. 2.Bij het beoordelen van de aanvraag zijn de weigeringgronden van artikel 4 van dit besluit niet van toepassing. Artikel11Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014. Artikel12Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als ‘Uitvoeringsbesluit kamerverhuurpanden Voorne Putten 2014’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 17december 2014. de secretaris,J. Polde burgemeester,M. SaletArtikelsgewijs toelichting Artikel 1 Begripsomschrijvingen Op Voorne Putten wordt bij kamerverhuur doorgaans gehuisvest in de woningen die er het meeste zijn gebouwd, dat zijn woningen met vier of vijf kamers, en daarop is de regeling van toepassing. Woningen met drie kamers of minder - waarin de hoofdbewoner ook woont - vallen dus buiten de regeling. Woning met drie kamers, die alle drie onzelfstandige woonruimte zijn, is dus wel een kamerverhuurpand. Reden voor dit aantal is dat regeling beoogt overlast tegen te gaan, welke overlast doorgaans niet aanwezig is bij kleinere woningen. Reden van andere aard: een particulier moet ook een kamer aan een familielid kunnen verhuren zonder een onttrekkingsvergunning aan te hoeven vragen. De vergunning is de onttrekkingsvergunning die is vereist voor het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte. Voor de begripsomschrijvingen van ‘woonruimte’ en ‘zelfstandige woonruimte’ wordt verwezen naar de Huisvestingswet. De definitie van woonruimte luidt: ‘besloten ruimte die, al dan niet samen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden’. Onder zelfstandige woonruimte verstaat de wet: ‘een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals keuken, toilet, badkamer, douche'. Er is sprake van kamerverhuur als de onzelfstandige woonruimte (de kamer) door een afzonderlijk huishouden wordt bewoond. Om te beoordelen of de bewoners van een pand een gezamenlijke huishouding voeren, spelen onder andere de volgende criteria een rol: er dient een band te bestaan tussen de bewoners die enkel de wil om gezamenlijk te wonen te boven gaat; er moet sprake zijn van wederzijdse zorg tussen de bewoners; de ruimten in de woning moeten van dien aard zijn dat ze niet zelfstandig worden bewoond. Alle ruimten zijn gemeenschappelijk (dus niet met sloten afsluitbaar, niet allemaal een eigen kooktoestel en koelkast en dergelijke, en in de woning is een gezamenlijke woonkamer aanwezig die niet in gebruik is als slaapkamer). Artikel 2 Werkingsgebied vergunningplicht Op grond van artikel 16b van de Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006 geldt de vergunningplicht voor drie vormen van onttrekking van woonruimten. In dit artikel wordt de vergunningplicht beperkt tot het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimten (artikel 16b, eerste lid, onderdeel c). Voor het begrip kamerverhuurpand is de omschrijving gegeven onder artikel 1. Artikel 3 Gegevens bij de aanvraag In artikel 16b, derde lid, Huisvestingsverordening wordt vermeld welke gegevens bij een aanvraag voor een onttrekkingsvergunning in ieder geval moet worden verstrekt. Het gaat om de volgende gegevens: naam en correspondentieadres in Nederland van de aanvrager; naam en correspondentieadres in Nederland van de eigenaar van de om te zetten woonruimte(n); naam en correspondentieadres in Nederland van belanghebbende; plaats en aard van de om te zetten woonruimte; een duidelijke omschrijving van de aanvraag en de grond(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.