GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGDe colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel, ieder voor zover het hun eigen bevoegdheden betreft; overwegende, dat de raden van beide gemeenten op 17 december 2009 de intentie hebben uitgesproken dat de beide gemeenten gaan samenwerken in een preferent partnerschap; dat met de samenwerking tussen de gemeenten de volgende doelen werden en worden beoogd: verhoging van effectiviteit en efficiëntie, die zich moet vertalen in lagere kosten; verhoging van de kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners; opheffing c.q. vermindering van de aanwezigheid van kwetsbare functies en taken binnen beide organisaties; het bieden van meer mogelijkheden/kansen voor functiemobiliteit voor de gemeentelijke medewerkers; het kunnen uitvoeren van taken die de lokale schaal te boven gaan; behoud c.q. versterking van een herkenbaar en toegankelijk bestuur. dat de samenwerking sinds 17 december 2009 vorm heeft gekregen in een aantal zogenaamde proeftuinen en op een aantal overige samenwerkingsterreinen; dat de bestuursorganen van de gemeenten voor de samenwerking een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen in de vorm van een gemeenschappelijke regeling met centrumgemeenteconstructie; de raden besloten hiertoe op 3 november 2011; dat de raden van de gemeenten op 21 juni 2012 een evaluatie hebben besproken van de samenwerking in de proeftuinen en op de overige samenwerkingsterreinen; dat de raden op 13 september 2012 een scenarioanalyse voor de samenwerking tussen de gemeenten hebben besproken, die voortvloeide uit een onderzoek naar mogelijke toekomstscenario’s dat mee gebaseerd was op de op 21 juni 2012 besproken evaluatie; dat de colleges van de gemeenten in deze scenarioanalyse een voorkeursscenario hebben aangegeven, dat in de analyse als scenario 3c is beschreven en dat het ontwikkelen van een gezamenlijke organisatie betreft, waarin de samenwerking in de proeftuinen en op de overige samenwerkingsterreinen en een groot deel van de bedrijfsvoeringstaken van de gemeenten worden ondergebracht; dat de raden van de gemeenten op 27 september 2012 hebben ingestemd met het volgen van het voorkeursscenario 3c; dat de colleges van de gemeenten naderhand extern advies over de samenwerking hebben ingewonnen en dat zij de conclusies uit het rapport ‘Innovatief samen verder’, dat in dat kader op 19 juni 2013 is uitgebracht, hebben meegenomen als richtsnoeren voor de verdere ontwikkeling en inrichting van de samenwerking, met een uitzondering voor het in dat rapport geformuleerde t.a.v. de directiestructuur van de te ontwikkelen gezamenlijke organisatie; dat de raden van de gemeenten op 12 september 2013 hiervan kennis hebben genomen, dan wel hiermee hebben ingestemd; dat het nodig is, dat er in lijn met de hiervoor genoemde besluitvorming voor de te ontwikkelen gezamenlijke organisatie een passende juridische regeling wordt getroffen en dat deze organisatie binnen een passende juridische structuur kan werken; dat de raden van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel op 12 december 2013, respectievelijk 19 december 2013 toestemming hebben verleend voor het treffen van de gemeenschappelijke regeling, genaamd ‘Gemeenschappelijke Regeling Werkmaatschappij 8KTD’, tot de vorming van een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid in de zin van artikel 8, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; dat de Gemeenschappelijke Regeling Werkmaatschappij 8KTD op 19 december 2013 door de colleges en burgemeesters van de gemeenten is vastgesteld; dat het nodig is, dat de positie van de rekenkamercommissies in de Gemeenschappelijke Regeling Werkmaatschappij 8KTD wordt geregeld; dat de raden van Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel op 6 maart 2014, respectievelijk 20 februari 2014, toestemming hebben gegeven tot een wijziging hiertoe van de Gemeenschappelijke Regeling Werkmaatschappij 8KTD, door het toevoegen van een derde lid aan artikel 11 en een vierde lid aan artikel 18; besluiten: de op 19 december 2013 getroffen Gemeenschappelijke Regeling Werkmaatschappij 8KTD aldus gewijzigd vast te stellen: Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: de regeling: deze gemeenschappelijke regeling; het samenwerkingsgebied: het gezamenlijke grondgebied van de deelnemers; het Openbaar Lichaam: het rechtspersoonlijkheid bezittende Openbaar Lichaam in de zin van artikel 8, eerste lid van de Wet; de Directie: het team dat de ambtelijke organisatie van het Openbaar Lichaam aanstuurt en dat bestaat uit de twee gemeentesecretarissen van de deelnemers; de leidinggevenden: de leidinggevenden van de onderdelen van de ambtelijke organisatie van het Openbaar Lichaam; het leidinggevendenoverleg: het overleg bestaande uit de Directie en de leidinggevenden; deelnemers: de gemeenten waarvan de aan de regeling deelnemende colleges en burgemeesters bestuursorgaan zijn, de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel; Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân; de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; opdrachtgever: een van de deelnemers, ter zake vertegenwoordigd door het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester; opdrachtnemer: het Openbaar Lichaam, vertegenwoordigd door het Dagelijks Bestuur; Werkmaatschappij 8KTD: het bestuur en de ambtelijke organisatie van het Openbaar Lichaam; bedrijfsvoering: dit betreft de kosten voor het ambtelijk apparaat van het Openbaar Lichaam, inclusief huisvesting en overige kantoorkosten en productiemiddelen die niet rechtstreeks aan een van de individuele gemeenten toegerekend worden; kostenverrekenmodel: het model volgens welke de kosten van de bedrijfsvoering worden verdeeld tussen de deelnemers; Sociaal Statuut: het reglement dat de ‘spelregels’ bevat waaraan de deelnemers, de medewerkers en hun vertegenwoordigers van de deelnemers en het Openbaar Lichaam zich moeten houden bij de organisatievorming en organisatieveranderingen binnen het Openbaar Lichaam in verband met het opdragen van taken door de deelnemers aan het Openbaar Lichaam. Artikel 2: Openbaat lichaam 1.Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd 'Werkmaatschappij 8KTD'. 2.Het Openbaar lichaam is gevestigd in Burgum. 3.Het bestuurd van het OPenbaar Lichaam bestaat uit: a. het Algemeen Bestuur; b. het Dagelijkse Bestuur; c. de Voorzitter. 4.Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden het Openbaar Lichaam, het Dagelijkse Bestuur en de Voorzitter in de plaats van resepectievelijke de gemeente, de raad, het college en de burgemeester. Hoofdstuk2: Belang, taken en bevoegdheden Artikel3: Belang Het belang waarvoor de regeling wordt getroffen, is het bewerkstelligen van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door het Openbaar Lichaam van de door de deelnemers opgedragen taken, zoals vastgelegd in de vastgestelde en vast te stellen verordeningen, regelingen, beleid en overige besluiten. Artikel4: Taken van het Openbaar Lichaam 1.De deelnemers laten overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van deze regeling door het Openbaar Lichaam gemeentelijke taken uitvoeren. 2.Dit takenpakket strekte zich in ieder geval uit tot de volgende aspecten: a. uitvoering van door de daartoe bevoegde gemeentelijke bestuursorganen vastgesteld beleid; b. uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen medebewindstaken; c. uitvoering van de integrale veiligheidstaken; d. toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering; e. toezicht op en handhaving van bij de deelnemers blijvende taken; f. dienstverlening met betrekking tot voormelde taken; g. dienstverlening met betrekking tot bij de deelnemers blijvende taken; h. bedrijfsvoeringstaken ter ondersteuning van voormelde taken; i. bedrijfsvoeringstaken ter ondersteuning van bij de deelnemers blijvende taken. 3.Het Openbaar Lichaam voert uitsluitende taken uit voor de deelnemers; uitvoering voor derden is slechts toegestaan na een expliciet besluit daartoe van het Algemeen Bestuur. Artikel5: Bevoegdheidstoedeling 1.De daartoe bevoegde bestuursorganen van de deelnemers bepalen in afzonderlijke delegatie-, mandaat- en volmachtbesluiten, welke bevoegdheden die samenhangen met de taakgebieden zoals vermeld in artikel 4 van de regeling bedoelde taken, overgedragen respectievelijk toegekend dienen te worden aan de overeenkomstige bestuursorganen, de Directie en de leidinggevenden. 2.De in het vorige lid bedoelde besluiten worden als bijlage bij deze regeling gevoegd. Artikel6: Planning- en controlcyclus 1.Voor de uitvoering van de taken zoals bedoeld in artikel 4 van de regeling zijn de begrotingen van de deelnemers leiden. 2.De kosten van de bedrijfsvoering worden per deelnemer vastgelegd, overeenkomstig de uitgangspunten zoals deze zijn opgenomen in een bij afzonderlijke overeenkomst vast te leggen kostenverrekenmodel, dat vervolgens integraal deel uitmaakt van deze regeling. 3.De kosten voor de bedrijfsvoering worden opgenomen in de begroting van het Openbaar Lichaam. 4.Op de vaststelling van de begroting van het Openbaar Lichaam zijn de bepalingen van artikelen 28 tot en met 30 van deze regelingen van toepassing. Artikel7: Kwaliteitsborging 1.Het Openbaar Lichaam draagt zorg voor een zorgvuldige en hoogwaardige uitvoering van de taken, zoals vermeld in artikel 4 van deze regeling. 2.Indien sprake is van onvoldoende kwaliteit of onzorgvuldig handelen van het Openbaar Lichaam ten aanzien van een of beide deelnemende gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, wordt dit zo snel mogelijk maar uiterlijk binnen drie maanden na constateren van de geleden of dreigende schade bij het betreffende college resp. de betreffende colleges gemeld. 3.Het Dagelijks Bestuur draagt zorgt voor beperking en zo nodig herstel van de geleden schade. 4.In het verlengde van hetgeen bepaald is in het derde lid draat ook het Openbaar Lichaam zorg voor een adequate verzekering van de risico's die samenhangen met de uitvoering van zijn taken en die niet vallen onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering van de deelnemers. 5.Over de wijze van afhandeling van aan (vertegenwoordigers van) het Openbaar Lichaam toe te rekenen schade die in het kader van de uitvoering van de taken van het Openbaar Lichaam is ontstaan, maar niet voor vergoeding door een verzekeraar in aanmerking komt, wordt besloten door het Dagelijks Bestuur. Hoofdstuk3: Het Algemeen bestuur Artikel8: Samenstelling 1.Het Algemeen bestuur van het Openbaar Lichaam bestaat uit de leden van de twee colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers. 2.De zittingsduur van de leden van het Algemeen Bestuur is gelijk aan die van de leden van de raden van de deelnemers. De leden van het Algemeen Bestuur blijven na het verstrijken van de in de vorige zin genoemde termijn hun functie waarnemen tot het tijdstip, dat de nieuwe leden (leden nieuwe colleges van burgemeester en wethouders) door de respectieve raden zijn aangewezen. Artikel9: Werkwijze Algemeen bestuur 1.Het Algemeen Bestuur van het Openbaar Lichaam vergadert zo vaak als het daartoe besluit, maar ten minste tweemaal per jaar en verder als de Voorzitter of één college of beide colleges van burgemeester en wethouders dit onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen verzoeken; een verzoek van een college van burgemeester en wethouders dient te worden gericht aan de Voorzitter. 2.Voor de oproeping van de vergaderingen is artikel 19 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Bijeenroeping geschiedt door of vanwege de Voorzitter. 3.Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een Reglement van orde vast, waarin onder meer alle besluitvormingsaspecten worden uitgewerkt. 4.In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur kan niet worden beraadslaagd of besloten over: a. het beleidsplan van de Werkmaatschappij 8KTD; b. de organisatiestructuur; c. het vaststellen van de begroting, dan wel wijzigingen daarvan; d. het vaststellen van de rekening; e. het wijzigen, dan wel opheffen van de regeling. 5.In het Algemeen Bestuur hebben de leden elk één stem. Bij staken van de stemmen of in de situatie, bij een oneven aantal leden, dat de leden afkomstig uit de twee colleges van burgemeester en wethouders bij de stemming als blok verschillend stemmen treden de colleges van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg. Dit teneinde zo mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past. 6.Besluiten tot vaststelling van de begroting en de rekening, zoals bedoeld in de artikelen 30, vijfde lid en 31, derde lid en vijfde lid van de regeling, dienen unaniem genomen te worden. 7.De leden van het Algemeen Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding in welke vorm dan ook. Artikel10: Bevoegdheden Algemeen Bestuur 1.Aan het Algemeen Bestuur komen alle bevoegdheden toe die in de regeling niet zijn opgedragen aan het Dagelijks Bestuur, de Voorzitter dan wel aan de leidinggevende van het Openbaar Lichaam. 2.Overeenkomstig artikel 1 van de wet kan het Algemeen Bestuur niet besluiten over toetreding tot en uitreding uit de regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Artikel11: Informatie- en verantwoordelingsplicht 1.Het Algemeen Bestuur geeft zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen twee maanden aan de raden van de deelnemers de door een of meer leden van die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het algemeen belang. 2.Het Algemeen Bestuur geeft aan de raden van de deelnemers in een frequentie, zoals die bij de deelnemers gebruikelijk is voor tussentijdse informatievoorziening, ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Algemeen Bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 3.Het Algemeen Bestuur geeft de rekenkamercommissies die door de raden van de deelnemers zijn ingesteld, afzonderlijk of in samenwerking alle informatie die voor het uitvoeren van de taken van de rekenkamercommissies nodig is. Artikel12: Bestuurscommissies Het Algemeen Bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Hoofdstuk4: het Dagelijks Bestuur Artikel13:Samenstelling, benoeming, zittingsduur 1.Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een Dagelijks Bestuur op voordracht van de twee colleges van burgemeester en wethouders. 2.Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitters van beide colleges en één wethouder per gemeente. 3.Voor elk lid van het Dagelijks Bestuur wijst het Algemeen Bestuur een plaatsvervangend lid aan, dat dezelfde deelnemer vertegenwoordigt als het te vervangen lid. 4.De leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van het Dagelijks Bestuur met ingang van de dag waarop de zittingsperiode van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks Bestuur heeft aangewezen. 5.Een lid van het Dagelijks Bestuur kan deze functie te allen tijde neerleggen. 6.Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn. 7.Indien er tussentijds een vacature in het Dagelijks Bestuur ontstaat, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Dit gebeurt op voordracht van het college van burgemeester en wethouders wiens vertegenwoordiger is afgetreden/ontslagen. Tot die tijd kunnen de resterende leden van het Dagelijks Bestuur geldige besluiten nemen. 8.Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen als dit lid niet langer het vertrouwen van het Algemeen Bestuur geniet. De artikelen 49 en 50 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel14:Werkwijze Dagelijks Bestuur 1.Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het Dagelijks Bestuur zijn werkzaamheden verdelen over de leden. Deze portefeuilleverdeling wordt schriftelijk vastgelegd en aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling voorgelegd. 2.Het Dagelijks Bestuur vergadert in beginsel eens in de twee maanden, maar kan naar eigen believen van deze frequentie afwijken. 3.In de vergadering van het Dagelijks Bestuur heeft ieder lid één stem. Bij staken van de stemmen zal het betreffende voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Als bij het Algemeen Bestuur de stemmen eveneens staken of als de leden van het Algemeen Bestuur afkomstig uit de twee colleges van burgemeester en wethouders bij de stemming dan als blok verschillend stemmen treden de colleges van burgemeester en wethouders terstond met elkaar in overleg, teneinde zo mogelijk tot een oplossing te komen. Per situatie wordt bezien welke oplossingswijze het best bij het probleem past. 4.Op de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 54 tot en met 59 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 5.Het Dagelijks Bestuur stelt voor zijn werkzaamheden een Reglement van orde vast. In dit Reglement worden onder meer de besluitvormingsprocedures nader uitgewerkt. Het Reglement van orde wordt ter kennisneming aan het Algemeen Bestuur gezonden. 6.De leden van het Dagelijks Bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook. Artikel15: Bevoegdheden Dagelijks Bestuur 1.Het Dagelijks Bestuur is belast met het bestuur van het Openbaar Lichaam. Hiertoe behoort in ieder geval: a. het voorbereiden van alles wat aan het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing wordt voorgelegd; b. het uitvoeren van de besluiten van het Algemeen Bestuur en het door het Algemeen Bestuur vastgestelde beleid; c. het beheer en de financiën van het Openbaar Lichaam; d. de zorg voor de controle op het financiële beheer en de boekhouding van het Openbaar Lichaam; e. het zo nodig nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het nemen van maatregelen ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; f. het vaststellen van rechtspositionele regelingen; g. het op voorstel van de Directie benoemen, schorsen en ontslaan van personeel dan wel het op voorstel van de Directie aangaan van arbeidsovereenkomsten; h. het houden van toezicht op alles wat de Werkmaatschappij 8KTD aangaat. 2.Het Algemeen Bestuur kan aan het Dagelijks Bestuur bevoegdheden overdragen met uitzondering van: a. het vaststellen, dan wel wijzigen van de begroting; b. het vastellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van de financiële beheer- en de controleverordening, zoals omschreven in de artikelen 212 en 213 Gemeentewet; d. het vaststellen van een Organisatieverordening en bijbehorende regels. 3.Het Dagelijks Bestuur kan op voorstel van de Directie bevoegdheden mandateren aan de leidinggevenden en doet daarvan melding aan het Algemeen Bestuur. Ondermandaat is toegestaan. Artikel16: Informatieplicht 1.Het Dagelijks Bestuur geeft zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen 30 dagen na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek aan de raden van de deelnemers, door tussenkomst van het betreffende college van burgemeester en wethouders, de door één of meer leden van die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het algemeen belang. 2.Het Dagelijks Bestuur geeft aan de raden van de deelnemers, door tussenkomst van de respectievelijke colleges van burgemeester en wethouders, in een frequentie, zoals die bij de deelnemers gebruikelijk is voor tussentijdse informatievoorziening, ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 3.De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers zijn gehouden het Dagelijks Bestuur in kennis te stellen van de bij hen in voorbereiding zijnde plannen en/of maatregelen met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde taken, voor zover deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het functioneren van het Openbaar Lichaam. Artikel17: Overleg portefeuillehouder college- medewerker Openbaar Lichaam 1.Individuele leden van colleges van burgemeester en wethouders en burgemeester(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.