Subsidieregels Ridderkerk 2014Subsidieregels Ridderkerk 2014 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen Deze subsidieregels verstaan onder: wet: de Algemene wet bestuursrecht (Awb); subsidieontvanger: een rechtspersoon, een natuurlijke persoon of een groep van natuurlijke personen, waaraan het college subsidie verstrekt; activiteitenplan: de beschrijving van de activiteiten van een organisatie ter verwezenlijking van de betreffende gemeentelijke doelstellingen in de periode waarvoor subsidie wordt verstrekt. Artikel2Reikwijdte Deze subsidieregels gelden voor alle subsidies die bij het college worden aangevraagd en door het college worden verstrekt, tenzij dit bij of krachtens wet is uitgesloten. Artikel3Subsidieplafond Het college kan jaarlijks subsidieplafonds vaststellen, binnen de door de raad geautoriseerde financiële kaders. Het college stelt per subsidieplafond vast hoe het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld. Het college maakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze de subsidieplafonds bekend en de wijze van verdeling van de beschikbare subsidiebedragen. Artikel4Weigeringsgronden Naast de in artikel 4:25, tweede lid en artikel 4:35 van de wet genoemde gronden, kan het college de subsidie weigeren, indien: de te subsidiëren activiteiten niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan inwoners van de gemeente; de subsidieverstrekking niet past binnen door de raad of het college vastgesteld beleid; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de aanvrager de behoefte aan de te subsidiëren activiteiten niet aannemelijk kan maken; een doublure ontstaat met al door het college gesubsidieerde activiteiten of een deel daarvan; de door de aanvrager aan de deelnemers aan de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo laag is, dat door een redelijke verhoging daarvan subsidieverstrekking achterwege kan blijven. Artikel5Vergoeding vermogenswaarden en vorming egalisatiereserve Voor zover subsidieverstrekking heeft geleid tot vermogensvorming, is de subsidieontvanger daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het college. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, gaat het college uit van de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van schadevergoeding aan de subsidieontvanger voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag van die schadevergoeding. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijk deskundige. De vergoeding bedraagt maximaal het totale subsidiebedrag dat het college aan de subsidieontvanger heeft verstrekt. De subsidieontvanger kan een egalisatiereserve vormen tot ten hoogste tien procent van de subsidie over het betreffende jaar. Hoofdstuk 2 - Subsidies algemeen Artikel6Reikwijdte Dit hoofdstuk is van toepassing op jaarlijkse en meerjarige subsidies. Artikel7Meerjarige en per boekjaar verleende subsidies 1.Het college verleent subsidies per boekjaar. 2.Het college kan subsidies verlenen voor maximaal vier achtereenvolgende jaren, indien het tevens een begrotingsvoorbehoud maakt, als bedoeld in artikel 4:34, eerste lid van de wet. 3.Bij meerjarige subsidieverlening wordt steeds jaarlijks tussentijds de subsidie vastgesteld. Artikel8Termijn indienen subsidieaanvraag 1.Een aanvraag om subsidie op grond van de begroting wordt uiterlijk ingediend op 1 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Het college kan besluiten te laat ingediende subsidieaanvragen niet in behandeling te nemen. 3.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn. Artikel9Tussentijds verslag 1.Bij de beschikking tot subsidieverlening kan het college bepalen dat de subsidieontvanger periodiek verslag uitbrengt over de voortgang van de activiteiten en de besteding van de verleende subsidie tot dan toe en een prognose geeft voor de resterende periode. 2.Indien de voortgang van de activiteiten niet overeenkomt met de planning, geeft de subsidieontvanger aan hoe en wanneer alsnog realisatie van het activiteitenplan wordt bereikt. 3.Het college kan voorschriften geven voor het tussentijds verslag. Artikel10Accountantscontrole 1.Artikel 4:78 van de wet is van toepassing op subsidies van € 50.000,-- en hoger. 2.In bijzondere gevallen kan het college afwijken van het bepaalde in het vorige lid. Artikel11Informatieplicht De subsidieontvanger informeert het college steeds over belangrijke wijzigingen voor zover deze voor de subsidieverstrekking van belang zijn. Hoofdstuk 3 Initiatiefsubsidies Artikel12Begripsbepaling en reikwijdte Dit hoofdstuk verstaat onder initiatiefsubsidie: een subsidie tot maximaal € 2.000,--, voor activiteiten die worden uitgevoerd binnen twaalf maanden nadat de aanvraag is ingediend. Artikel13Indexering Het in artikel 12 genoemde bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met het indexcijfer van prijsstijgingen als door de raad vastgesteld bij de begroting. Artikel14Termijn indienen aanvraag 1.Een aanvraag om een initiatiefsubsidie wordt uiterlijk 8 weken voor aanvang van de activiteit(
- en)waarvoor de subsidie bestemd is, aangevraagd. 2.De aanvraag vermeldt in ieder geval: de activiteit(
- en)waarvoor de subsidie bestemd is; de datum of data waarop de activiteit plaatsvindt; de organisator(
- en)van de activiteit(en); de doelgroep; de kosten. Artikel15Subsidievaststelling 1.Op een aanvraag om een initiatiefsubsidie neemt het college binnen 8 weken na ontvangst een besluit tot subsidievaststelling. 2.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de in het vorige lid genoemde termijn; in dat geval wordt de aanvrager daarvan gemotiveerd op de hoogte gesteld vóór het verstrijken van de termijn. Hoofdstuk 4 Waarderingssubsidies Artikel16Begripsbepaling en reikwijdte Dit hoofdstuk verstaat onder waarderingssubsidie: een subsidie die wordt verstrekt aan een organisatie die activiteiten organiseert en uitvoert met een erkend lokaal maatschappelijk belang en waarbij het college niet op prestaties en resultaten van de organisatie wil sturen. Artikel17Aanvraag Een aanvraag om een waarderingssubsidie wordt uiterlijk ingediend op 1 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De aanvraag om een waarderingssubsidie vermeldt in ieder geval: de doelstelling en de doelgroep van de organisatie; een activiteitenplan; een verslag van de activiteiten in het voorgaande jaar. Het college kan besluiten te laat ingediende aanvragen niet in behandeling te nemen. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn. Artikel18Subsidievaststelling Op een aanvraag om waarderingssubsidie neemt het college vóór 1 januari een besluit tot subsidievaststelling. Hoofdstuk5Overgangs- en slotbepalingen Artikel19Inwerkingtreding 1.Deze subsidieregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. 2.Beleidsregels die op grond van de Algemene subsidieverordening 2008, 2007, de Algemene subsidieverordening 2006 of op grond van de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2000 zijn vastgesteld en sindsdien niet zijn herzien, blijven onverkort van kracht. 3.Op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn aangevraagd en verleend, blijven de bepalingen van de Algemene subsidieverordening 2008, 2007 c.q. 2006 van kracht. Artikel20Citeertitel Deze subsidieregels kunnen worden aangehaald als ‘Subsidieregels 2014’. Toelichting op de Subsidieregels Ridderkerk 2014 AlgemeenDe gemeenteraad heeft 23 januari 2014 de Algemene Subsidieverordening Ridderkerk 2014 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat B&W bij subsidieregeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Omdat met de opstelling van de subsidieregels tijd is gemoeid moet de tussenliggende periode worden overbrugd. Om de huidige praktijk in die tussenliggende periode te kunnen waarborgen heeft het college in haar vergadering van 18 februari 2014 besloten dat tot de vaststelling van de nieuw op te stellen subsidieregels, subsidies conform de huidige praktijk op basis van de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 vast te stellen. Feitelijk heeft het college hiermee de Algemene subsidieverordening Ridderkerk 2008 nu vastgesteld als subsidieregels 2014. Daar waar zinvol, volgt hieronder een artikelsgewijze toelichting. Artikel 3 SubsidieplafondHet subsidieplafond is het bedrag dat gedurende het begrotingsjaar beschikbaar is voor subsidieverstrekking. De raad legt met de programmabegroting vast tot welk niveau het college uitgaven mag doen. Daarmee zal het college rekening moeten houden bij de vaststelling van subsidieplafonds. Op grond van artikel 4:25, tweede lid Awb moet subsidie worden geweigerd indien daardoor het subsidieplafond overschreden zou worden. Het subsidieplafond moet op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt en daarbij moet tevens worden aangegeven welke verdeelmethode wordt gehanteerd. Artikel 4 WeigeringsgrondenIn aanvulling op de wettelijke weigeringsgronden, zijn hier weigeringsgronden opgenomen die al enige jaren in de Ridderkerkse praktijk worden gehanteerd. Artikel 5 Vergoeding vermogenswaarden en vorming egalisatiereserveHet is toegestaan dat subsidieontvangers een egalisatiereserve opbouwen. Deze mag nooit meer bedragen dan 10% van de subsidie die de subsidieontvanger over het betreffende jaar heeft ontvangen. Over het bedrag boven deze toegestane 10%-regeling, is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd of dient hij een deel van het subsidiebedrag aan het college te retourneren. Artikel 7 Meerjarige en per boekjaar verleende subsidies Subsidies kunnen per boekjaar of voor meerdere jaren (maximaal vier) verleend worden. Wanneer het college voor meer dan één jaar subsidie verleent, moet het begrotingsvoorbehoud worden gemaakt. Dit betekent dat verlening geschiedt onder de voorwaarde dat de raad voldoende gelden ter beschikking stelt. Artikel 15 en 18 SubsidievaststellingDe subsidievaststelling is wat vroeger ook wel ‘de afrekening’ of ‘definitieve subsidievaststelling’ werd genoemd. Sinds de inwerkingtreding van de Awb volgt na subsidieverlening (waarbij de aanspraak op subsidie ontstaat) de subsidievaststelling, waarbij wordt beoordeeld of de subsidieontvanger aan alle verplichtingen heeft voldaan en ook de beloofde activiteiten heeft uitgevoerd. Artikelen 12 t/m 15Het is onnodig belastend om voor kleinere subsidies de uitgebreide subsidieprocedure te doorlopen. Daarom is een apart hoofdstuk voor initiatiefsubsidies opgenomen. Dergelijke subsidies kunnen tot 8 weken vóór de activiteit worden aangevraagd en het college beslist ook binnen 8 weken. De subsidie wordt direct vastgesteld; er is dus niet eerst nog een beschikking tot subsidieverlening. Artikelen 16, 17 en 18In het huidige subsidiebeleid van de gemeente Ridderkerk worden waarderingssubsidies verstrekt aan organisaties die activiteiten uitvoeren met een erkend lokaal maatschappelijk belang, waarbij er geen behoefte is om te sturen op prestaties en resultaten en ook niet afgerekend hoeft te worden op het exploitatieresultaat. Wel wordt bij vervolgaanvragen getoetst of uitgevoerde activiteiten nog passen binnen de doelstelling van de organisatie op grond waarvan waarderingssubsidie is verstrekt.