Procedureverordening tegemoetkoming in planschade gemeente Haaren 2014Procedureverordening tegemoetkoming in planschade gemeente Haaren 2014 Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvraag: aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening; aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient; adviseur: een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon als bedoeld in artikel 6.1.1.1., onder c, Besluit ruimtelijke ordening; Awb: Algemene wet bestuursrecht; belanghebbende: belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht; derde-belanghebbende: de verzoeker als bedoeld in artikel 6.4a, tweede lid en/of de (rechts)persoon als bedoeld in artikel 6.4a, derde lid van de Wet ruimtelijke ordening; adviescommissie: commissie van adviseurs als bedoeld in artikel 4, lid 5, van deze verordening; besluit: Besluit ruimtelijke ordening; college: het college van burgemeester en wethouders; drempelbedrag: recht (bedrag) als bedoeld in artikel 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening, dat de aanvrager aan de gemeente verschuldigd is in verband met de behandeling van zijn aanvraag; gemeente: de gemeente Haaren; planologische maatregel; oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, Wet ruimtelijke ordening; planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening; wet: Wet ruimtelijke ordening. Artikel2.Indienen van de aanvraag 1.Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.Op de aanvraag voor tegemoetkoming in de schade is artikel 6.1.2.1 van het besluit van toepassing. 3.In de mededeling van ontvangst wijst het college de aanvrager erop dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag van € 300,-- verschuldigd is. Artikel3.Opdrachtverstrekking Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1. van het besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om aan hem advies uit te brengen over de op de aanvraag te nemen beslissing, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit of aan artikel 4:5 van de Awb. Artikel4.Adviseur of adviescommissie 1.Voor de advisering over de op de aanvraag op te nemen beschikking wordt door het college een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid op het gebied van planschade. 2.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege inkomensderving en er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel economische bedrijfsvoering. 3.Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde adviseur of adviescommissie, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wordt door het college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is op het gebied van de waardering van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een planologische verslechtering. 4.Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn, worden zowel de in het tweede als derde lid bedoelde adviseurs aangewezen. 5.Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze samen een adviescommissie, waarvan de in het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. 6.De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan. Artikel5.Deskundigheid en onafhankelijkheid 1.Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze zijn deskundigheid aantoont op grond van opleiding en ervaring, met betrekking tot de in artikel 4, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de aanvraag moet beoordelen. 2.Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Eveneens mag een adviseur niet betrokken zijn of zijn geweest bij de voorbereiding van de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft. 3.Een adviseur is tot geheimhouding verplicht. Artikel6.Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie 1.Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 3 verstrekt, stelt het college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen en derde-belanghebbenden, schriftelijk op de hoogte van de aanwijzing van: een adviseur als bedoeld in artikel 4, eerste lid of meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 4, tweede en derde lid. 2.De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen en derde-belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.