verordening van de 20ste januari 2014, tot vaststelling van de Begroting van het Land Sint Maarten voor het dienstjaar 2014 Artikel1 De begroting voor het land Sint Maarten voor het dienstjaar 2014 is als bijlage bijgevoegd. Artikel2 1.1.De begroting van de lopende uitgaven van Sint Maarten voor het dienstjaar 2014 wordt vastgesteld op NAf 430.668.931,-. 2.De begroting van de inkomsten voor het dienstjaar 2014 inclusief samenwerkingsmiddelen wordt vastgesteld op NAf430.668.931,-. 3.De begroting voor investeringen in kapitaalgoederen wordt vastgesteld op NAf 199.757.002,-. 4.De begroting voor leningen u/g wordt vastgesteld op NAf279.580,-. 5.De begroting voor de lening o/g voor het dienstjaar 2014 wordt vastgesteld op NAf 205.036.582,-. Artikel3 Overeenkomstig artikel 46, eerste lid, van de Comptabiliteitslandsverordening wordt de Minister van Financiën gemachtigd om overeenkomsten aan te gaan voor de lening, bedoeld in artikel 2, vijfde lid. Artikel4 1.1.Overeenkomstig artikel 46, tweede lid, onderdeel b, van de Comptabiliteitslandsverordening kan de Minister van Financiën bij landsbesluit worden gemachtigd tot het verlenen van: a.borgstellingen voor het overheidsbedrijf Postal Services St. Maarten, tot een gezamenlijk maximum van NAf 342.000,- (USD 190.000,-); of, b.een borgstelling ten aanzien van betalingen door USONA ten bedrage van maximaal NAf 478.735,
- 2.Indien van toepassing, bevat een landsbesluit als bedoeld in het eerste lid, tevens een machtiging aan de minister die het betreft. Artikel5 Overeenkomstig artikel 46, derde lid, onderdeel b, van de Comptabiliteitslandsverordening kan de Minister van Financiën, samen met de ministers die het betreft, bij landsbesluit worden gemachtigd tot het doen van rechtshandelingen in het kader van de verwerving van de aandelen van GEBE. Artikel6 Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening begroting
- Artikel7 1.1.Deze landsverordening treedt na diens bekrachtiging, zodra deze in het Afkondigingsblad is geplaatst, zo nodig met terugwerkende kracht, in werking op 1 januari
- 2.Ingeval de Ombudsman een zaak aanhangig maakt als bedoeld in artikel 127, derde lid, van de Staatsregeling treedt deze landsverordening niet in werking indien het Constitutioneel Hof oordeelt dat deze landsverordening niet verenigbaar is met de Staatsregeling. 3.Indien het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten een advies uitbrengt als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van die Rijkswet en vanwege dat advies wijzigingen in deze landsverordening noodzakelijk zijn, treedt deze landsverordening, in afwijking van het eerste lid, in werking op de datum van inwerkingtreding van de landsverordening tot wijziging van deze landsverordening en werkt, zo nodig, terug tot en met 1 januari
- Memorie van toelichting AB 2014, no. 68 Memorie van toelichting AB 2014, no. 68 Memorie van toelichting AB 2014, no. 17 Memorie van toelichting AB 2014, no. 17 BijlageIBegroting 2014 Begroting 2014 BijlageIIToelichting Begroting 2014 Toelichting begroting 2014 Bijlage IIIWijziging Begroting 2014 Wijziging bijlage I conform AB 2014, no. 68