Eerste wijziging VERORDENING REINIGINGSHEFFINGEN 2014De raad van de gemeente Vlist; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2013; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de Eerste wijziging Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2014 HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing reinigingsrechten. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). Artikel3Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt: gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als na de aanvang van de belastingplicht in dat jaar nog overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel volle kalendermaanden als in dat jaar nog overblijven. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. Artikel8Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel9Belastbaar feit 1.Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 2.Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van gemeentebezittingen, werken of inrichtingen bestaan uit: het periodiek ledigen van ter beschikking gestelde containers en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen afkomstig uit bedrijven. Artikel10Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel11Maatstaf van heffing en het belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel12Vrijstellingen De rechten worden niet geheven indien de dienst wordt verricht ten behoeve van, of de gemeentebezittingen worden gebruikt door : het gemeentebestuur van Vlist optredend als publiekrechtelijk lichaam; een instelling van onderwijs, met erkenning door het Rijk, optredend als zodanig. Artikel13Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel14Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als na de aanvang van de belastingplicht in dat jaar nog overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend voor zoveel volle kalendermaanden als in dat jaar nog overblijven. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt. Artikel16Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel17Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Artikel18Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening reinigingsheffingen 2014”, vastgesteld op 17 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van heffing. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is met terugwerkende kracht 1 januari 2014. 4.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reinigingsheffingen 2014 - eerste wijziging’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 januari 2014. De griffier, De voorzitter, P.A.M. Goedvolk A.Z. Evenhuis-Meppelink Tarieventabel Verordening reinigingsheffingen 2014 - eerste wijziging
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.