Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013Nb inhoudsopgave opnieuw genereren Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 4 Artikel 1 Definities 4 Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte 5 AFDELING I WOONRUIMTEVERDELING 5 Paragraaf 1 Werkingsgebied 5 Artikel 2 Werkingsgebied 5 Artikel 3 Reikwijdte vergunningplicht 6 Artikel 4 Toelatingscriteria 6 Paragraaf 2 Procedure aanvraag huisvestingsvergunning 6 Artikel 5 Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden 6 Artikel 6 Beslistermijn 7 Artikel 7 Gegevens op vergunning 7 Paragraaf 3 Vergunningverlening 7 Artikel 8 Criteria voor vergunningverlening 7 Artikel 9 Passendheid: relatie huur- inkomen 7 Artikel 10 Passendheid: bezettingsnormen 8 Artikel 11 Woningruil en wisselwoning 8 Artikel 12 Vruchteloze aanbieding 8 Artikel 13 Intrekken vergunning 9 Paragraaf 4 Urgentie 9 Artikel 14 Urgentie 9 Artikel 15 Nadere uitwerking 10 Artikel 16 Medische indicatie 10 Paragraaf 5 Leegmelding en voordracht 10 Artikel 17 Werkingsgebied 10 Artikel 18 Leegmelding 10 Artikel 19 Voordracht 12 AFDELING II VERDELING VAN STANDPLAATSEN WOONWAGENS 12 Paragraaf 6 Standplaatsen voor woonwagens 12 Artikel 20 Werkingsgebied 12 Artikel 21 Reikwijdte vergunningplicht 12 Artikel 22 Inschrijving register 12 Artikel 23 In te dienen bescheiden 13 Artikel 24 Criteria voor vergunningverlening 13 Artikel 25 Intrekken vergunning 13 Artikel 26 Nadere uitwerking 13 Hoofdstuk 3 Wijziging van de woonruimtevoorraad 14 AFDELING I ONTTREKKING, SAMENVOEGING EN OMZETTING 14 Paragraaf 1 Werkingsgebied 14 Artikel 27 Werkingsgebied 14 Artikel 28 Reikwijdte vergunningsplicht 14 Paragraaf 2 Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning 14 Artikel 29 Aanvraag vergunning 14 Artikel 30 Op te nemen gegevens 15 Artikel 31 In te dienen bescheiden 15 Artikel 32 Beslistermijn 15 Artikel 33 Samenloop onttrekking en bouwen 15 Artikel 34 Beschikkingsvereisten 15 Paragraaf 3 Vergunningverlening 16 Artikel 35 Criteria voor vergunningverlening 16 Artikel 36 Voorwaarden en voorschriften 16 Artikel 37 Intrekken vergunning 17 Artikel 38 Tijdelijke onttrekking 17 Paragraaf 4 Tijdelijke onttrekking voor short stay (kort wonen) 17 Artikel 39 Vergunning voor short stay 17 Artikel 40.In de aanvraag op te nemen gegevens en bescheiden 17 Artikel 41 Belangenafweging 17 Artikel 42 Quotum 18 AFDELING II SPLITSING 18 Paragraaf 5 Werkingsgebied 18 Artikel 43 Werkingsgebied 18 Artikel 44 Reikwijdte vergunningplicht 18 Paragraaf 6 Procedure aanvraag splitsingsvergunning 18 Artikel 45 Aanvraag vergunning 18 Artikel 46 Op te nemen gegevens 18 Artikel 47 In te dienen bescheiden 19 Artikel 48 Beslistermijn 19 Artikel 49 Beschikkingsvereisten 19 Paragraaf 7 Vergunningverlening 20 Artikel 50 Weigeringsgronden 20 Artikel 51 Aanhoudingsgronden 21 Artikel 52 Voorwaarden en verplichtingen 21 Artikel 53 Vergunningverlening corporaties 22 Artikel 54 Quotum 22 Artikel 55 Intrekken vergunning 22 Hoofdstuk 4 Verdere bepalingen 22 Paragraaf 1 Wijzigingen 22 Artikel 56 Overleg bij wijziging 22 Artikel 57 Overeenkomsten 22 Paragraaf 2 Verslaglegging en monitoring 23 Artikel 58 Verstrekken van inlichtingen 23 Paragraaf 3 Handhaving en toezicht 23 Artikel 59 Handelen in strijd met onttrekkingsvergunning 23 Artikel 60 Bestuurlijke boete 23 Paragraaf 4 Restbepalingen 23 Artikel 61 Mandaat 23 Artikel 62 Uitleg verordening 23 Artikel 63 Hardheidsclausule 23 Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen 23 Artikel 64 Experimenten 23 Artikel 65 Overgangsbepalingen 23 Artikel 66 Citeertitel 24 Artikel 67 Inwerkingtreding 24 Bijlage 1 25 Bijlage 2 26 Bijlage 3 27 Bijlage 4 28 Bijlage 5 29 Toelichting Regionale huisvestingsverordening 30 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Definities a.Besluit: het Huisvestingsbesluit. b.Burgemeester en wethouders: het College van burgemeester en wethouders. c.Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die als eenheid is aangewezen. d.Convenant: Convenant Woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam 2013. e.Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70, eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer gemeenten van de Stadsregio Amsterdam. f.Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van de Stadsregio Amsterdam. g.Huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. h.Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet. i.Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen, uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het woningwaarderingstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte. j.Huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, derde lid, onder b van de wet bepaalde. k.Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i van de Wet op de huurtoeslag. l.Koopprijsgrens: de grens bedoeld in artikel 15, lid 1, sub a van de Wet bevordering eigenwoningbezit, welke grens met ingang van 1 januari van elk jaar wordt aangepast overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit. m.Koopwoningen: woonruimte die door de eigenaar in de zin van het burgerlijk wetboek wordt bewoond. n.Onttrekkingvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet. o.Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en toilet. p.Regioraad: het algemeen bestuur van de Stadsregio Amsterdam. q.Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag. r.Short stay: het structureel aanbieden van een zelfstandige woonruimte voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een aaneensluitende periode van tenminste één week en maximaal zes maanden. s.Splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet. t.Stadsregio Amsterdam: WGR+-regio in de zin van artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen dat bestaat uit de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang. u.Standplaats: een standplaats zoals benoemd in artikel 1, eerste lid onder e van de wet. v.Traditionele doelgoep: de groep (degenen) die volgens de bepalingen in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet voor een bewonersverklaring in aanmerking kon (konden) komen. w.Tweede woning huur: woonruimte met een rekenhuur hoger dan de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13 eerste lid onder a van de Wet op de huurtoeslag, die niet permanent wordt gebruikt door een en dezelfde natuurlijke persoon die huurder is. x.Tweede woning koop: woonruimte die wordt gebruikt door een natuurlijk persoon die eigenaar is in de zin van het burgerlijk wetboek en die zijn hoofdverblijf niet heeft in de gemeente Amsterdam, waarbij het om niet meer dan één woonruimte kan gaan. y.Wet: de Huisvestingswet. z.Woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk vestigen in elkaars woning. aa.Woongroep: een samenlevingsverband bestaande uit tenminste drie personen tussen wie geen familierechtelijke relatie bestaat. bb.Woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals dat wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte. cc.Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. dd.Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. ee.Zoekprofiel: de beperking die een huishouden in het bezit van een urgentieverklaring krijgt opgelegd bij het zoeken naar zelfstandige woonruimte. Hoofdstuk2Verdeling van woonruimte AFDELING I WOONRUIMTEVERDELING Paragraaf1Werkingsgebied Artikel2Werkingsgebied 1.Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de volgende gemeenten: Amstelveen; Amsterdam; Beemster; Diemen; Landsmeer; Oostzaan; Ouder-Amstel; Purmerend; Waterland; Wormerland; Zeevang. 2.In de gemeenten genoemd in het eerste lid worden als woonruimten als bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle zelfstandige huurwoningen met een rekenhuur tot de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag (664,66 euro prijspeil 1 januari 2012). 3.In afwijking van het tweede lid worden in de gemeente Amsterdam en de gemeente Diemen zelfstandige huurwoningen in eigendom van een corporatie die deelneemt aan het Convenant niet aangewezen. 4.In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel en Purmerend worden tevens als woonruimten als bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle nieuwbouwkoopwoningen met een koopprijs beneden de koopprijsgrens (163.625 euro prijspeil 1 januari 2009) die in gebruik worden genomen door de eigenaar ervan en die niet eerder bewoond zijn geweest. 5.In afwijking van het tweede en derde lid is deze afdeling niet van toepassing op: Onzelfstandige woonruimte en woonruimte voor inwoning; Woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen; Woonwagens en standplaatsen voor woonwagens; De complexen genoemd in bijlage één behorende bij deze verordening. 6.In gemeente Amsterdam is paragraaf 4 is niet van toepassing. Artikel3Reikwijdte vergunningplicht Het is verboden de in artikel 2 aangewezen woonruimte zonder een huisvestingsvergunning: in gebruik te nemen voor bewoning; in gebruik te geven aan een huishouden. Artikel4Toelatingscriteria Om toegelaten te worden tot de in artikel 2 genoemde woonruimten gelden de volgende voorwaarden: tenminste één van de leden van het huishouden is achttien jaar of ouder; de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of worden op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld of zijn vreemdeling en verblijven rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, a t/m e en l van de Vreemdelingenwet 2000; Paragraaf2Procedure aanvraag huisvestingsvergunning Artikel5Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden 1.De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente door middel van een daartoe vastgesteld formulier en gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken: recente inkomensgegevens van werkgever, uitkeringsinstantie of pensioeninstantie dan wel de meest recente aanslag inkomstenbelasting of een accountantsverklaring indien aanvrager zelfstandig werkzaam is; een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie van de woonplaats van aanvrager; een geldig identiteitsbewijs; een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit; bij een nieuwbouwkoopwoning: een afschrift van het eigendomsbewijs of de koopovereenkomst. 2.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen. 3.Burgemeester en wethouders nemen de aanvraag niet verder in behandeling indien de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hij, indien hij een huisvestingsvergunning krijgt voor de in de aanvraag aangegeven woonruimte, de woonruimte daadwerkelijk in gebruik zal nemen. Artikel6Beslistermijn 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na datum van indiening op de aanvraag voor een huisvestingsvergunning. 2.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de beslistermijn eenmalig te verlengen met vierweken. Artikel7Gegevens op vergunning 1.De beschikking op de aanvraag bevat tenminste: de persoonsgegevens van de aanvrager; de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken; het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; de mededeling dat binnen vier weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2.Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tevens opnemen dat de vergunning slechts geldig is indien het gehele huishouden dan wel de gehele woongroep waarvoor de vergunning is verleend, de woonruimte betrekt. Paragraaf3Vergunningverlening Artikel8Criteria voor vergunningverlening Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor het betrekken van een huurwoning, indien het huishouden voldoet aan de volgende voorwaarden: het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4; de aanvrager voldoet aan de passendheidseisen bedoeld in artikel 9 en 10; er is geen andere gegadigde die op grond van een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 14 eerder in aanmerking komt. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor het betrekken van een nieuwbouwkoopwoning die niet eerder bewoond is geweest indien het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4. 3 Per huishouden wordt slechts één huisvestingsvergunning verleend. Artikel9Passendheid: relatie huur- inkomen 1.Het inkomen van het huishouden staat in een redelijke verhouding tot de huurprijs van de woonruimte zoals geformuleerd in tabel 1 in bijlage 2. 2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een huishouden dat een huurwoning van een corporatie betrekt. 3.Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de woningmarkt daarvoor aanleiding geeft andere inkomenscriteria vaststellen dan die worden genoemd in het tweede lid. 4.Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur binnen één maand na vaststelling van afwijkende inkomenscriteria genoemd in het derde lid over die afwijkende criteria. Artikel10Passendheid: bezettingsnormen 1.De omvang van het huishouden moet passen bij de grootte van de woonruimte overeenkomstig de regels genoemd in bijlage drie. 2.Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand op de woningmarkt daarvoor aanleiding geeft afwijkende bezettingsnormen vaststellen dan die worden genoemd in het eerste lid. 3.Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks bestuur binnen één maand na vaststelling van afwijkende bezettingsnormen genoemd in het tweede lid over die afwijkende normen. Artikel11Woningruil en wisselwoning 1.Burgemeester en wethouders verlenen in het geval van woningruil, een huisvestingsvergunning indien: a.op voorhand niet te voorzien is dat ingebruikneming van de woning door een van de partijen van beperkte duur zal zijn en b.het een woonruimte betreft met een bijzondere bestemming, zoals een met subsidie voor een gehandicapte aangepaste woonruimte of woning in een beschermde woonomgeving en het huishouden voor een dergelijke woning in aanmerking komt en c.voldaan wordt aan de bezettingsnormen bedoeld in artikel 10. 2.Geen huisvestingsvergunning zal worden verleend, indien sprake is van woningruil en één van de betrokken woonruimten een wisselwoning betreft of een woonruimte die krachtens besluit van burgemeester en wethouders is bestemd om in het kader van een stedelijk vernieuwingsplan te worden ontruimd. Artikel12Vruchteloze aanbieding 1.Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van één of meer criteria voor het verlenen van een huisvestingsvergunning indien de woonruimte gedurende dertien weken, tenminste twee keer, tevergeefs is aangeboden via een lokaal of regionaal medium aan woningzoekenden die ingevolge artikel 8 voor de woonruimte in aanmerking komen. Geen ontheffing kan worden verleend van het criterium verblijfsstatus. 2.De termijn van dertien weken genoemd in het eerste lid, start op de datum waarop de eerste advertentie is verschenen. 3.De woonruimte wordt aangeboden tegen een redelijke huur- of koopprijs. 4.In afwijking van het eerste lid verlenen burgemeester en wethouders, nadat hun door verhuurders is aangetoond dat een bepaalde categorie huurwoningen minder goed verhuurbaar is, voor die bepaalde categorie huurwoningen ontheffing van één of meer criteria voor een huisvestingsvergunning, uitgezonderd het criterium verblijfstatus, voor een nader vast te stellen periode. Artikel13Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Paragraaf4Urgentie Artikel14Urgentie 1.Een huishouden dat voldoet aan de criteria genoemd in het artikel 4 en dat geen gebruik kan maken van een voorliggende voorziening, kan een urgentieverklaring aanvragen bij burgemeester en wethouders op een daartoe door hen vastgesteld formulier. 2.Een urgentieverklaring kan worden verleend indien de aanvrager: in een acute noodsituatie verkeert; op grond van medische of sociale redenen dringend woonruimte nodig heeft; moet omzien naar een woonruimte na verblijf in een psychiatrische instelling, een opvanghuis of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling; woonruimte nodig heeft in verband met de sloop of ingrijpende renovatie van de huidige woning of bij herstructurering van het gebied waarin deze woonruimte is gelegen; houder is van een verblijfsvergunning, verleend op grond van een asielverzoek, als omschreven in artikel 8 onder a t/m e en l van de Vreemdelingenwet 2000 en die na verlening van de vergunning voor de eerste maal woonruimte zoekt. valt onder de door het Rijk aangewezen groepen; valt onder de door burgemeester en wethouders aangewezen groepen van kandidaten. 3.Burgemeester en wethouder beslissen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 4.De beslistermijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden verlengd. 5.Op of bij de urgentieverklaring vermelden burgemeester en wethouders de volgende informatie: a.de naam, het adres en de woonplaats; b.de geboortedatum; c.het dossiernummer; d.de datum van inschrijving; e.het zoekprofiel; f.de wijze van bemiddeling. 6.Deze verklaring is alleen geldig in de gemeente waar deze is afgegeven. 7.In afwijking van het zesde lid zijn verklaringen voor stadsvernieuwingsurgenten afgegeven in de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmermeer, Purmerend en Zaanstad geldig in de vijf genoemde gemeenten. 8.De urgentieverklaring is geldig voor ten hoogste 52 weken. 9.Burgemeester en wethouders kunnen de geldigheidsduur van de verklaring verlengen voor bijzondere gevallen of bijzondere urgentiecategorieën. 10.Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken indien: a.het huishouden niet meer in de omstandigheden verkeert op basis waarvan de verklaring is verleend; b.indien de feitelijke omstandigheden niet overeenstemmen met de beschrijving van die omstandigheden in de Gemeentelijke Basisadministratie; c.het huishouden daarom verzoekt; d.de urgentieverklaring is verleend op grond van door het huishouden verstrekte gegevens waarvan de aanvragen wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; e.het huishouden een aanbieding van een naar het oordeel van burgemeester en wethouders passende woonruimte heeft geweigerd, of f.de termijn waarvoor de verklaring is verstrekt, is verstreken. Artikel15Nadere uitwerking 1.Burgemeester en wethouders stellen in ieder geval nadere regels op met betrekking tot: a.de procedure voor het aanvragen; b.wanneer de urgentie wordt verstrekt of geweigerd; c.bemiddeling voor woonruimte; d.af te geven zoekprofielen voor aanvragers; e.de wijze van volgordebepaling van huishoudens met een urgentieverklaring. 2.Burgemeester en wethouders wijzen complexen aan, waar huishoudens stadsvernieuwingsurgent kunnen worden. 3.Burgemeester en wethouders stellen voor de op grond van het tweede lid aangewezen complexen een peildatum vast. Paragraaf5Leegmelding en voordracht Artikel16Werkingsgebied Deze paragraaf is van toepassing in de gemeenten: Amstelveen; Amsterdam; Diemen; Landsmeer; Oostzaan; Ouder-Amstel. Artikel17Leegmelding De eigenaar van een woonruimte aangewezen in artikel 2, is verplicht het ter beschikking komen van die woning binnen vijf werkdagenaan burgemeester en wethouder te melden. De melding geschiedt op een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. Het eerste lid niet van toepassing voor eigenaren van woonruimte die deelnemen aan het Convenant. Een woonruimte wordt geacht ter beschikking te zijn gekomen, wanneer: degene die de woonruimte in gebruik heeft, aan de eigenaar het gebruik daarvan heeft opgezegd; de woonruimte is ontruimd op basis van een uitspraak van de burgerlijke rechter of op last van de officier van justitie, dan wel vaststaat dat ontruiming rechtens mogelijk is; de woonruimte niet langer als zodanig in gebruik is; op enigerlei andere wijze is gebleken dat de woonruimte te huur of vrij van huur te koop is; de woonruimte niet langer wordt bewoond door de laatste bewoner die de woonruimte als hoofdverblijf in gebruik had overeenkomstig de regels, gesteld bij of krachtens de Huisvestingswet; de woonruimte na woningverbetering of verbouwing weer voor bewoning geschikt is. De eigenaar is verplicht tot leegmelding van woonruimte aan burgemeester en wethouders, op het moment dat een woonruimte langer dan twee maanden leegstaat of zal leegstaan. Artikel18Voordracht De eigenaar kan bij de melding als bedoeld in artikel 17, eerste lid een huishouden voordragen. De eigenaar draagt in ieder geval binnen vier weken na melding van beschikbaar komen van de woning een huishouden voor. Burgemeester en wethouders verlenen een huisvestingsvergunning, indien het voorgedragen huishouden voldoet aan de criteria genoemd in artikel 8. Burgemeester en wethouders kunnen in door hen bepaalde gevallen binnen twee weken na de melding van beschikbaar komen, bij de eigenaar van een ter beschikking gekomen woonruimte een woningzoekende voordragen. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de voordrachtsregeling genoemd in het vierde lid. Burgemeester en wethouders weigeren de voordracht indien door de eigenaar is gehandeld met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan de werking van de regels die bij of krachtens de wet zijn gesteld. AFDELING II VERDELING VAN STANDPLAATSEN WOONWAGENS Paragraaf6Standplaatsen voor woonwagens Artikel19Werkingsgebied In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Oostzaan, Ouder-Amstel en Purmerend worden alle standplaatsen aangewezen als woonruimte als bedoeld in artikel 1, derde lid onder a, van de wet. Artikel20Reikwijdte vergunningplicht Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een aangewezen standplaats in gebruik te nemen of te geven. Artikel21Inschrijving register 1.Burgemeester en wethouders houden een register bij van standplaatszoekenden. Het register vermeldt de standplaatszoekenden in volgorde van inschrijvingsdatum. 2.Om op de in het eerste lid genoemde lijst te kunnen worden ingeschreven moet de standplaatsgerechtigde aantonen dat hij voldoet aan de criteria genoemd in artikel 4. 3.De inschrijving in het register is geldig voor één jaar. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van de inschrijving verlengen. 4.Burgemeester en wethouders verstrekken aan de standplaatszoekende een bewijs van inschrijving, waarop in ieder geval de volgende gegevens zijn vermeld: a.inschrijvingsnummer; b.datum van inschrijving; c.naam en adres van aanvrager. 5.Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het register indien: de standplaatszoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet; de standplaatszoekende daarom verzoekt; de standplaatszoekende is overleden; de geldigheidstermijn van de inschrijving is verstreken; de standplaatszoekende een standplaats of woning in Nederland krijgt toegewezen en deze accepteert; de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij toewijzen en acceptatie van een woning; de standplaatszoekende gegevens heeft verstrekt bij de inschrijving waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de standplaatszoekende niet binnen tien dagen zijn inschrijving heeft gecontinueerd door inzending van een door burgemeester en wethouders te verstrekken enquêteformulier. Artikel22In te dienen bescheiden Bij inschrijving in het register worden de volgende bescheiden overgelegd: een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie van de woonplaats van aanvrager; een geldig identiteitsbewijs; een geldig verblijfsdocument indien aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit; bewijzen van inkomsten waaruit het huidige inkomen van het huishouden blijkt; indien de aanvrager behoort tot de groep personen genoemd in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet: een bewonersverklaring waaruit blijkt dat de woningzoekende daadwerkelijk tot de traditionele doelgroep behoort. In de gemeente Amsterdam worden eveneens bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat: de standplaatszoekende een bedrijf of beroep uitoefent dat verband houdt met de exploitatie van het circus- of kermisbedrijf; minimaal 70% van zijn/haar gemiddeld jaarinkomen over de afgelopen drie kalenderjaar binnen het onder a genoemde bedrijf of beroep heeft vergaard. 3 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de inschrijving te beoordelen. Artikel23Criteria voor vergunningverlening 1.Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning voor het betrekken van een standplaats, indien het huishouden voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4 en het huishouden volgens de volgordebepaling bedoeld in artikel 26 als eerste voor de standplaats in aanmerking komt. 2.Artikel 5, derde lid, artikel 6 en artikel 7, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 3.Er kan één huisvestingsvergunning per huishouden worden verstrekt. Artikel24Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken; de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Artikel25Nadere uitwerking Burgemeester en wethouders stellen regels op over de wijze van verdeling en volgordebepaling bij toewijzing van een standplaats aan een standplaatszoekende. Hoofdstuk3Wijziging van de woonruimtevoorraad AFDELING I ONTTREKKING, SAMENVOEGING EN OMZETTING Paragraaf1Werkingsgebied Artikel26Werkingsgebied 1.Het bepaalde in paragraaf één tot met drie is van toepassing in de volgende gemeenten: a.Amstelveen; b.Amsterdam; c.Beemster; d.Edam-Volendam; e.Haarlemmermeer f.Landsmeer; g.Oostzaan; h.Purmerend; i.Uithoorn; j.Waterland; k.Wormerland; l.Zeevang. 2.Het bepaalde in paragraaf vier is van toepassing in de gemeente Amsterdam. 3.Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet wordt in de gemeente Amsterdam aangewezen alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs met uitzondering van a.tweede woning huur en tweede woning koop zoals bedoeld in artikel 1 onder aa en bb, en b.door burgemeester en wethouders aangewezen woonruimte voor huisvesting van studenten die staan ingeschreven bij een universiteit, een hogere beroepsopleiding of een middelbare beroepsopleiding gevestigd in het gebied van de Stadsregio Amsterdam, alsmede voor promovendi verbonden aan deze instellingen, waarbij sprake is van omzetting van zelfstandige en onzelfstandige woonruimte; en, c.woonruimte op de adressen genoemd in bijlage 6 'Adressen Solids' bij deze verordening. 4.Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt in de gemeente Amstelveen aangewezen, woonruimte onder de huur- en koopprijsgrens. 5.Als woonruimte bedoeld in artikel 30 van de wet, wordt in de gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zeevang aangewezen: a.alle woonruimte ongeacht huur- of koopprijs voor zover het betreft onttrekking aan de bestemming tot bewoning; b..woonruimte onder de huur- of koopprijsgrens voor zover het betreft met andere woonruimte samenvoegen of van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte omzetten 6.Als woonruimte als bedoeld in artikel 30 van de wet wordt in de gemeente Haarlemmermeer aangewezen a.alle woonruimte ongeacht de huur- en koopprijs voor zover het betreft omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte, en b.alle woonruimte onder de huur- en koopprijsgrens voor zover het betreft onttrekking aan de bestemming tot bewoning of met andere woonruimte samen te voegen. Artikel27Reikwijdte vergunningsplicht Het is verboden om woonruimte aangewezen in artikel 26, derde tot en met zevende lid zonder vergunning aan bestemming tot bewoning te onttrekken, met andere woonruimte samen te voegen of van zelfstandig in onzelfstandige woonruimte om te zetten. Paragraaf2Procedure aanvraag onttrekkingsvergunning Artikel28Aanvraag vergunning 1.De aanvraag wordt ingediend op een daartoe door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier en gaat ten minste vergezeld van de in de artikelen 29 en 30 vermelde gegevens en bescheiden. 2.De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het door burgemeester en wethouders vastgestelde aantal worden ingediend. 3.De aanvraag mag meer dan één gebouw betreffen indien zij betrekking heeft op met elkaar samenhangende gebouwen. Artikel29Op te nemen gegevens Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: naam en adres van de eigenaar; de straat, het huisnummer en de kadastrale ligging van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; de aard en het huidige gebruik van de woonruimte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.