Gemeenschappelijke regelingGroenalliantie Midden-Holland en omstrekenInhoudsopgave Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en werkgebied Artikel 1 Begripsbepalingen Hoofdstuk 2 Het openbaar lichaam Artikel 2 Instelling Artikel 3 Bestuursorganen Hoofstuk 3 Doel en taken Artikel 4 Doel Artikel 5 Taken Hoofdstuk 4 Het algemeen bestuur Artikel 6 Samenstelling Artikel 7 Taken en bevoegdheden Artikel 8 Werkwijze Artikel 9 Openbaarheid Artikel 10 Geheimhouding stukken Artikel 11 Immuniteit Artikel 12 Stemming Artikel 13 Besluitvorming Artikel 14 Vergoedingen Artikel 15 Informatie en verantwoording Hoofdstuk 5 Het dagelijks bestuur Artikel 16 Samenstelling Artikel 17 Taken en bevoegdheden Artikel 18 Informatie en verantwoording Hoofdstuk 6 De voorzitter Artikel 19 aanwijzing en vervanging Artikel 20 Taken en bevoegdheden Hoofdstuk 7 Commissies Artikel 21 Commissies van advies Artikel 22 Bestuurscommissies Hoofdstuk 8 Secretaris en ambtelijke bijstand Artikel 23 Secretaris Artikel 24 Taken en bevoegdheden Artikel 25 Ambtelijke bijstand Hoofdstuk 9 Verordeningen Artikel 26 Vaststelling en bekendmaking verordeningen Artikel 27 Onderlinge verhouding van verordeningen Hoofdstuk 10 Financiële bepalingen Artikel 28 Begroting Artikel 29 Ontwerp van de begroting Artikel 30 Jaarrekening Artikel 31 Financiële administratie Artikel 32 Financiële bijdragen Artikel 33 Garantstelling Hoofdstuk 11 Wijzinging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 34 Wijziging van de regeling Artikel 35 Toetreding Artikel 36 Uittreding Artikel 37 Opheffing Hoofdstuk 12 Overige bepalingen Artikel 38 Treffen gemeenschappelijke regeling Artikel 39 Archief Hoofdstuk 13 Slotbepalingen Artikel 40 Inwerkingtreding Artikel 41 Citeertitel Bijlagen: - A Kaart werkgebied Reeuwijkse Plassen e.o. - B Kaart werkgebied Krimpenerwaard Toelichting Provinciale staten en gedeputeerde staten van Zuid-Holland, de raden, respectievelijk de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Bergambacht, Gouda, Krimpen aan den IJssel, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven, Vlist en Waddinxveen. Overwegende dat het wenselijk is te komen tot een heroriëntatie op de maatschappelijke betekenis van de recreatiegebieden en de rol en taken van de overheden; de provincie Zuid-Holland en de deelnemende gemeenten afspraken hebben gemaakt omtrent het beheer en de afstemming van de ontwikkeling van groengebieden binnen het grondgebied van de deelnemende gemeenten; de deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland de intentie hebben uitgesproken deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling inhoudende de oprichting van een openbaar lichaam voor het als Midden-Holland en omstreken aangeduide grondgebied van de deelnemende gemeenten onder gelijktijdige opheffing van de bestaande natuur- en recreatieschappen Krimpenerwaard en Reeuwijkse Plassen en omgeving; het bestuur van de in te stellen groenalliantie de bevoegdheid krijgt tot het nemen van strategische besluiten betreffende het beheer en de ontwikkeling van groengebieden van bovengemeentelijke betekenis binnen het werkgebied van de deelnemende gemeenten, alsmede de bevoegdheid krijgt tot het per werkgebied van daartoe in te stellen commissies van advies uitvoeren of doen uitvoeren van beheer- en ontwikkelingstaken, waaronder onderhoudstaken, vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken in de gebieden die door de groenalliantie worden beheerd; de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, alsmede provinciale staten en gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland, zijn overeengekomen een gemeenschappelijke regeling te treffen voor het vormen van de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken. Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Provinciewet en de Algemene wet bestuursrecht BESLUITEN: de volgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Hoofdstuk1Begripsbepalingen en werkgebied Artikel1Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: regeling: deze gemeenschappelijke regeling; deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente; groenalliantie: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2; provincie: de provincie Zuid-Holland; werkgebied: het grondgebied zoals is aangegeven op de bij deze regeling behorende en daartoe gewaarmerkte kaart; wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hoofdstuk2Het openbaar lichaam Artikel2Instelling 1.Er is een openbaar lichaam, genaamd: Groenalliantie Midden-Holland en omstreken. 2.De groenalliantie is rechtspersoon en is gevestigd in de gemeente Gouda. Artikel3Bestuursorganen Het bestuur bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hoofstuk3Doel en taken Artikel4Doel De regeling wordt getroffen ter behartiging van de bovengemeentelijke belangen inzake het beheer en de ontwikkeling van groengebieden binnen het werkgebied van de groenalliantie, daaronder begrepen het behoud en de versterking van de groen- en recreatieve verbindingen, de landschappelijke kwaliteiten van en de biodiversiteit binnen de groengebieden, alsmede de bevordering van de leefbaarheid en de toeristischeaantrekkingskracht daarvan. Artikel5Taken 1.Aan het bestuur van de groenalliantie worden ter vervulling van het in artikel 4 omschreven doel alle bevoegdheden van regeling en bestuur toegekend binnen de grenzen van de wet. 2.Tot de taken van het bestuur van de groenalliantie behoren onder meer: het vaststellen van algemene kwaliteitseisen voor het beheer van groengebieden, daaronder begrepen algemene eisen aan de exploitatie, de instandhouding, het onderhoud en de inrichting van de gebieden; het vaststellen van een meerjaren investeringsprogramma groen ter zake van de ontwikkeling van groengebieden, waaronder begrepen de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten en provincie aan het programma; het uitvoeren of doen uitvoeren van beheer- en ontwikkelingplannen; beslissingen omtrent het verwerven of vervreemden door de groenalliantie van eigendom of van andere zakelijke dan wel persoonlijke rechten op daarvoor in aanmerking komende binnen het werkgebied liggende of buiten het werkgebied maar voor het werkgebied van belang zijnde gronden, wateren en opstallen, voor zover dit voor de verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel noodzakelijk moet worden geacht; beslissingen omtrent het door of vanwege de groenalliantie onderhouden of exploiteren van de totstandgebrachte of overgenomen werken en inrichtingen, verworven eigendommen en goederen; het verlenen van medewerking, onder meer door subsidiëring, bij de uitvoering van werken of de verwerving van eigendommen in opdracht van of door deelnemers of derden; het vaststellen van verordeningen tot het heffen van belastingen binnen de grenzen van artikel 54 van de wet, alsmede het vaststellen van door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven verordeningen ter verwezenlijking van het in artikel 4 omschreven doel. 3.Het in het tweede lid onder b. bedoelde investeringsprogramma behoeft de instemming van elk van de raden van de deelnemende gemeenten en van provinciale staten. Hoofdstuk4Het algemeen bestuur Artikel6Samenstelling 1.Het algemeen bestuur bestaat uit één lid per deelnemende gemeente, die door de raad van de gemeente uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de wethouders worden aangewezen, alsmede uit één lid, die door provinciale staten van de provincie uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen, en uit de gedeputeerden worden aangewezen. 2.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie wijzen voor ieder lid een plaatsvervanger aan die het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. 3.Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingperiode van de raad of provinciale staten afloopt of zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad of provinciale staten uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de betreffende deelnemende gemeente of gedeputeerde van de provincie te zijn. 4.De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten van de provincie wijzen in de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode het lid en plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan, dan wel bij tussentijdse vervanging van een lid of plaatsvervangend lid in de eerste vergadering nadat het lidmaatschap van het lid uit eigen beweging, of van rechtswege, is beëindigd. Artikel7Taken en bevoegdheden 1.Aan het algemeen bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die aan het bestuur van de groenalliantie bij of krachtens deze regeling zijn opgedragen en niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. 2.Tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur behoort het jaarlijks vaststellen van een beheerplan groengebieden inhoudende de in het volgend begrotingsjaar te plannen werkzaamheden. 3.Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden aan andere organen van het bestuur van de groenalliantie overdragen voor zover de wet of de aard van de bevoegdheid zich daar niet tegen verzet. Niet gedelegeerd wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen,van de begroting en van de jaarrekening. Artikel8Werkwijze 1.Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. 2.Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als het daartoe beslist, alsmede als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit, zonder opgaaf van redenen, schriftelijk verzoekt. 3.De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op onder gelijktijdige openbare kennisgeving van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 10 bedoelde stukken worden gelijktijdig met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. 4.De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 5.Indien de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 6.Op de vergadering bedoeld in het vijfde lid is het vierde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de in het vierde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 7.Voor zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken zijn de artikelen 22, 26, 28, 31 en 32 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur. Artikel9Openbaarheid 1.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 2.De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt. 3.Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. Artikel10Geheimhouding stukken 1.Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. 2.Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter en door een commissie als bedoeld in de artikelen 21 en 22, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3.De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht, is bekrachtigd. 4.De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting nemende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht. Artikel11Immuniteit De leden van het bestuur van de groenalliantie en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van het bestuur hebben gezegd of aan deze schriftelijk hebben overgelegd. Artikel12Stemming 1.Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan een stemming over: een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort. 2.Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 3.Het tweede lid is niet van toepassing: ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was. in een vergadering als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 8, vierde lid, niet geopende vergadering aan de orde was gesteld. 4.Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje. Artikel13Besluitvorming 1.Elk lid van het algemeen bestuur benoemd door een deelnemende gemeente heeft één stem en het lid benoemd door de provincie heeft twee stemmen. 2.Voor zover in deze regeling niet anders is geregeld is voor het tot stand komen van een besluit bij stemming de volstrekte meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen. Artikel14Vergoedingen 1.De leden van het bestuur van de groenalliantie en de leden van commissies als bedoeld in de artikelen 21 en 22 kunnen een door het algemeen bestuur vast te stellen tegemoetkoming voor hun werkzaamheden ontvangen, alsmede een tegemoetkoming of vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van het bestuur of van de commissies van de groenalliantie. 2.Artikel 21 van de wet en artikel 96 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming of vergoeding aan bestuursleden. Artikel15Informatie en verantwoording 1.Het bestuur van de groenalliantie verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten de door een of meer van hun leden gevraagde inlichtingen. 2.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten stellen ieder regels vast omtrent: de wijze waarop een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de door één of meer leden van provinciale staten of raden gevraagde inlichtingen dient te verstrekken; de wijze waarop een door hen benoemd lid ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 3.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten zijn bevoegd een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de raad of de staten niet meer bezit. Hoofdstuk5Het dagelijks bestuur Artikel16Samenstelling 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, waaronder de voorzitter, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, te weten: het lid van het algemeen bestuur benoemd door de provincie; twee leden van het algemeen bestuur aan te wijzen uit de leden benoemd door de gemeenten Bergambacht, Krimpen aan den IJssel, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist; c. twee leden van het algemeen bestuur aan te wijzen uit de leden benoemd door de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen. 2.De voorzitter van het dagelijks bestuur is tevens de voorzitter van het algemeen bestuur. 3.Het algemeen bestuur kan een plaatsvervanger per lid van het dagelijks bestuur aanwijzen. 4.Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt op de dag waarop het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt. Artikel17Taken en bevoegdheden 1.De dagelijkse leiding berust bij het dagelijks bestuur voor zover niet bij of krachtens deze regeling de voorzitter hiermee is belast. 2.Tot de taken van het dagelijks bestuur behoren onder meer: het voorbereiden van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter beraadslaging en beslissing moet worden gebracht; het uitvoeren of doen uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur, tenzij de voorzitter hiermee is belast of de uitvoering is gemandateerd aan andere personen; het zorg dragen voor de bekendmaking van besluiten van het algemeen bestuur; het toezicht op het beheer en onderhoud van alle werken, inrichtingen en eigendommen; de dagelijkse zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het nemen van alle conservatoire maatregelen, alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring en ander verlies van recht en bezit; het gedurig toezicht op al wat de groenalliantie aangaat; de zorg voor de bewaring van archiefbescheiden. 3.Tot de in het tweede lid onder b. genoemde taken behoort de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang, indien de last dient tot handhaving van regels welke het bestuur van de groenalliantie uitvoert. Artikel18Informatie en verantwoording 1.De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door hen gevraagde inlichtingen. 2.Het dagelijks bestuur verschaft de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd. Hoofdstuk6De voorzitter Artikel19aanwijzing en vervanging 1.De voorzitter van de groenalliantie wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. 2.Het algemeen bestuur wijst uit de andere leden een plaatsvervangend voorzitter aan. Artikel20Taken en bevoegdheden 1.De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2.De voorzitter vertegenwoordigt de groenalliantie in en buiten rechte. 3.Door de voorzitter worden alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan, ondertekend. Hoofdstuk7Commissies Artikel21Commissies van advies 1.Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen en regelt hun bevoegdheden en samenstelling. 2.Het algemeen bestuur stelt ten minste een tweetal commissies van advies in ter advisering omtrent aangelegenheden binnen de onderscheidenlijke werkgebieden van: de gemeenten Bergambacht, Krimpen aan den IJssel, Nederlek, Ouderkerk, Schoonhoven en Vlist; de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen. 3.De in het tweede lid onder a. en b. genoemde commissies van advies geven in elk geval advies omtrent het vaststellen van beheer- en ontwikkelingsplannen en de uitvoering daarvan in het onderscheidenlijke werkgebied van de commissie. 4.Vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter en de regeling van hun bevoegdheden en samenstelling geschieden door het algemeen bestuur op voorstel van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter. 5.Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter, worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. 6.Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de commissies van advies. Artikel22Bestuurscommissies 1.Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling. De artikelen 136 tot en met 140 van de Provinciewet en artikel 11 van deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing. 2.Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan na verkregen toestemming van de raden van elk van de deelnemende gemeenten en provinciale staten. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3.Het algemeen bestuur kan aan een commissie als bedoeld in het eerste lid bevoegdheden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het algemeen bestuur kan in ieder geval niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening; b. het heffen van rechten; c. het vaststellen van verordeningen. 4.Bevoegdheden van het dagelijks bestuur kunnen niet dan op voorstel van het dagelijks bestuur worden overgedragen. 5.Ten aanzien van een commissie als bedoeld in het eerste lid regelt het algemeen bestuur tevens voor zover zulks in verband met aard en omvang van de overgedragen bevoegdheden nodig is: de werkwijze van de commissie; b. de openbaarheid van vergaderingen; de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie; het toezicht van het algemeen, respectievelijk het dagelijks bestuur op de uitoefening van de bevoegdheden van de commissie; de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; de verantwoording aan het algemeen bestuur. 6.Ten aanzien van de vergadering van een commissie waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn overgedragen is artikel 9 van overeenkomstige toepassing met inachtneming van door het algemeen bestuur vastgestelde nadere regels. 7.Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft. Hoofdstuk8Secretaris en ambtelijke bijstand Artikel23Secretaris 1.Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris en kan instructies voor hem vaststellen. 2.De secretaris wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op de door het algemeen bestuur te bepalen wijze. 3.Door de secretaris worden alle stukken welke van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan, meeondertekend. Artikel24Taken en bevoegdheden 1.De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies behulpzaam in alles wat de hen opgedragen taken aangaat. Hij woont de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur bij, alsmede de vergaderingen van de commissies. 2.De secretaris geeft namens het algemeen bestuur en gehoord de in artikel 21, tweede lid onder a. of b. genoemde commissie van advies, opdracht ten aanzien van uitvoerende werkzaamheden binnen het werkgebied van de commissie van advies. 3.De secretaris is bevoegd de in het tweede lid genoemde taken onder te mandateren. Artikel25Ambtelijke bijstand Het algemeen bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand wordt verleend aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies als bedoeld in artikelen 21 en 22, alsmede aan de leden van de onderscheidenlijke organen en commissies. Hoofdstuk9Verordeningen Artikel26Vaststelling en bekendmaking verordeningen 1.Het algemeen bestuur is bevoegd ten behoeve van de uitoefening van de taak van het bestuur van de groenalliantie verordeningen vast te stellen. 2.Het besluit tot vaststelling van een verordening door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven behoeft ten minste een twee derde meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen. 3.Voordat een verordening wordt vastgesteld, zendt het dagelijks bestuur het ontwerp daarvan aan gedeputeerde staten en aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Het besluit tot vaststelling van de verordening wordt niet genomen binnen zes weken na de datum van verzending van het ontwerp. 4.De verordeningen van de groenalliantie worden bekendgemaakt in het provinciaal blad van de provincie, alsmede in elk van de deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijk wijze. Artikel27Onderlinge verhouding van verordeningen 1.Voor zover een verordening van de groenalliantie voorziet in hetzelfde onderwerp als een verordening van de provincie of een deelnemende gemeente, regelt eerstgenoemde verordening de onderlinge verhouding. De verordening van de groenalliantie kan bepalen, dat de verordening van de provincie of gemeente voor het hele werkgebied dan wel voor een gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk ophoudt te gelden. 2.Voor zover een verordening van de provincie of van een deelnemende gemeente in hetzelfde onderwerp voorziet als een eerder in werking getreden verordening van de groenalliantie, geldt eerstbedoelde verordening niet voor het binnen het werkgebied gelegen deel van de provincie of gemeente. Hoofdstuk10Financiële bepalingen Artikel28Begroting 1.Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2.In de begroting wordt de bijdrage van elke deelnemende gemeente en de provincie vastgelegd. 3.Voor de vaststelling van de begroting is een drie vierde meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen, waaronder in ieder geval de stemmen van de provincie. 4.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Artikel29Ontwerp van de begroting 1.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten van de provincie. 2.De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemende gemeenten en provincie voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging wordt openbaar kennis gegeven. 3.De raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving als in het tweede lid bedoeld. 4.De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten van de provincie kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden der deelnemende gemeenten en provinciale staten, die ter zake bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.Het bepaalde in het eerste, vierde en vijfde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel30Jaarrekening 1.Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten, alsmede aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Artikel31Financiële administratie 1.Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. 2.Bij de verordening als bedoeld in eerste lid worden tevens regels gesteld voor de controle op het financiële beheer en de financiële organisatie. 3.De artikelen 216 tot en met 219 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel32Financiële bijdragen De deelnemende gemeenten en de provincie betalen uiterlijk 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november, een voorschot van 25 procent volgens de in de begroting voor het lopende kalenderjaar opgenomen voor hen geldende financiële bijdragen. Artikel33Garantstelling 1.De deelnemende gemeenten en de provincie zullen er steeds zorg voor dragen dat de groenalliantie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 2.Voor zover sprake is van een nadelig exploitatiesaldo van een vastgestelde jaarrekening komt deze ten laste van de provincie en de deelnemende gemeenten volgens de volgende verdeelsleutel: In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling behorende gewaarmerkte kaart als A (Reeuwijkse Plassen e.o.) is aangeduid, wordt de bijdrage van de provincie maximaal bepaald op 13,5% van het nadelig exploitatiesaldo te vermeerderen met een bedrag van € 100.000 (prijspeil 2013), waarbij de totale bijdrage nimmer meer zal bedragen dan € 275.500 (prijspeil 2013). Het resterende nadelige exploitatiesaldo komt voor rekening van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda en Waddinxveen naar rato van het inwonertal, woonachtig in het werkgebied, op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het boekjaar. In het gedeelte van het werkgebied dat op de bij deze regeling behorende gewaarmerkte kaart als B (Krimpenerwaard) is aangeduid, worden de bijdragen van de provincie en de gemeenten Krimpen aan den IJssel en Nederlek bepaald op respectievelijk 65,0%, 22,0% en 7,5% van het nadelig exploitatiesaldo. De bijdragen van de gemeenten Bergambacht, Ouderkerk aan den IJssel, Schoonhoven en Vlist worden tezamen bepaald op 5,5% van het nadelig exploitatiesaldo en onderling te verdelen naar rato van het inwonertal op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het boekjaar. Indien het algemeen bestuur bij begroting besluit dat een deel van het nadelig exploitatiesaldo niet ten laste van één van de te onderscheiden deelgebieden wordt gebracht, bepaalt zij tevens de daarbij behorende verdeelsleutel. Hoofdstuk11Wijzinging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel34Wijziging van de regeling 1.De betrokken bestuursorganen van de deelnemers, alsmede het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen voor wijziging van de regeling. 2.De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers. 3.De wijziging van de regeling wordt op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. 4.De wijziging van de regeling bepaalt wanneer deze in werking treedt. Artikel35Toetreding 1.Het bestuursorgaan dat wil toetreden dient hiertoe een verzoek in bij het dagelijks bestuur van de groenalliantie. 2.Het dagelijks bestuur brengt het verzoek ter kennis van het algemeen bestuur en geeft daarbij een advies over de toetreding. 3.Toetreding dient te geschieden bij unaniem besluit van het algemeen bestuur. 4.De toetreding wordt eerst van kracht na verkregen instemming van de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten. Artikel36Uittreding 1.Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van de daartoe strekkende besluiten van de raad van de deelnemende gemeente of provinciale staten. 2.De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding in kennis is gesteld, tenzij door het algemeen bestuur een andere datum wordt bepaald. 3.Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding en kan aan de uittreding voorwaarden, waaronder financiële, verbinden. Artikel37Opheffing 1.De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de betrokken bestuursorganen van alle deelnemers. 2.Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing, waaronder de vereffening van het vermogen. 3.Bij ontbinding van de groenalliantie in verband met opheffing van de regeling blijft de groenalliantie voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. Hoofdstuk12Overige bepalingen Artikel38Treffen gemeenschappelijke regeling 1.Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen, ieder voor zover zij voor de groenalliantie bevoegd zijn en met inachtneming van het bepaalde in de hoofdstukken VIII en IX van de wet, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van de groenalliantie. 2.Het dagelijks bestuur gaat niet over tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan na verkregen toestemming van het algemeen bestuur. 3.Onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling wordt mede verstaan het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een gemeenschappelijke regeling. Artikel39Archief 1.Het dagelijks bestuur van de groenalliantie draagt zorg voor het in goede, geordende en toegankelijke staat onderbrengen en bewaren van de archiefbescheiden, alsmede voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2.De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3.Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wordt door het dagelijks bestuur gebruik gemaakt van de archiefbewaarplaats van de gemeente Gouda. Hoofdstuk13Slotbepalingen Artikel40Inwerkingtreding 1.De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die, waarop door alle in de aanhef genoemde bestuursorganen van de deelnemende gemeenten en de provincie is besloten tot het treffen daarvan, maar niet eerder dan op 1 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.