Mandaatbesluit Milieutaken Directeur Regionale Uitvoeringsdienst DrentheHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen, de burgemeester van de gemeente Assen Ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft Gelet op: de artikelen 160 en 171 van de Gemeentewet; de Algemene wet bestuursrecht, in het bijzonder artikel 10.4, inzake mandaat aan niet-ondergeschikten; -de Gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe. Besluiten vast te stellen Artikel1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: mandaat: De bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen. Onder mandaat wordt ook begrepen volmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke handelingen en machtiging voor verrichten van feitelijke handelingen die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. directeur: de directeur RUD Drenthe. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen. de gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling regionale uitvoeringsdienst Drenthe. Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Artikel2Mandaat en ondermandaat 1.De directeur heeft mandaat overeenkomstig de in dit besluit opgenomen mandaatlijst. 2.Het mandaat betreft alle besluiten, voorbereidings- en uitvoeringshandelingen. Daaronder valt ook het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten voortvloeiend uit de gemandateerde bevoegdheden. 3.De directeur kan voor de in de mandaatlijst genoemde bevoegdheden schriftelijk rechtstreeks ondermandaat verlenen aan medewerkers van de RUD Drenthe, tenzij ten aanzien van een concreet mandaat in de mandaatlijst uitdrukkelijk is uitgesloten. Hierbij kunnen voorwaarden ten behoeve van de verlening aangeven worden. 4.De directeur kan aan de daartoe aangewezen toezichthouders ondermandaat verlenen voor het toepassen van bestuursdwang in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht. 5.De directeur draagt zorg voor de bekendmaking van verleende ondermandaten en informeert het college en het Dagelijks Bestuur hierover. Artikel3Voorschriften bij gebruik mandaat: algemeen Uitoefening van mandaat vindt plaats binnen: het wettelijk kader; beleid en regelgeving van de deelnemers; afspraken in de dienstverleningsovereenkomsten; binnen dit mandaatbesluit gestelde kaders; het vastgestelde jaarprogramma voor uitvoeringstaken zoals bedoeld in artikel 22, eerste lid onder n van de gemeenschappelijke regeling. Artikel4Vooraf informeren bevoegd gezag bij uitoefening mandaat; couleur locale In onderstaande gevallen informeert de directeur het college omtrent voorgenomen beslissingen: bij politiek-bestuurlijke en financiële risico’s; indien bestuurlijk is aangegeven, dat een wijziging, aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerdebeleid gewenst is dan wel indien het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid over te gaan; als de vereiste (interne en/of externe) adviezen niet op elkaar aansluiten; als het voornemen of het ontwerpbesluit ter visie heeft gelegen en daartegen zienswijzen in de zin van artikel 3:15 of artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht kenbaar zijn gemaakt; indien het college dit heeft aangegeven; Bij twijfel omtrent de reikwijdte/toepassing van het mandaatbesluit. Het niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid leidt niet tot een onbevoegd genomen besluit. Artikel5Wijze van ondertekening bij mandaat Bij een in mandaat genomen besluit vindt ondertekening als volgt plaats: ‘Namens het college van burgemeester en wethouders van Assen’ ‘naam’ ‘functie’ Bij een privaatrechtelijke rechtshandeling: ‘Namens de burgemeester van de gemeente Assen’ ‘naam’ ‘functie’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.