Verordening voorzieningen raadsleden, commissieleden en steunfractieleden 2014HOOFDSTUK1.ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993, Stb. 144; Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; raadslid: lid van gemeenteraad, niet zijnde wethouder; steunfractielid: een persoon, niet zijnde een raadslid, die op voordracht van zijn of haar fractie is benoemd door de raad om een fractie bij te staan bij het verrichten van haar werk ten behoeve van de raad; griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. HOOFDSTUK2.VOORZIENINGEN VOOR RAADSLEDEN Artikel2.Vergoeding voor de werkzaamheden 1.Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend, die gelijk is aan het bedrag vermeld in tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2.Indien een lid van de raad een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan hij een verzoek indienen tot verlaging van de vergoeding bedoeld in het eerste lid. Dit verzoek moet worden ingediend binnen vier weken na aanvang van het raadslidmaatschap danwel de datum van toekenning c.q. wijziging van een in de vorige zin bedoelde uitkering. 3.Indien een lid van de raad een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden die dit lid van de raad ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. 4.Indien een lid van de raad een uitkering ontvangt op grond van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel en de na toepassing van artikel 6, vierde lid van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer bedraagt dan de vergoeding voor de werkzaamheden die dit lid van de raad ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel3.Onkostenvergoeding 1.Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend, die gelijk is aan het bedrag vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2.Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend, die gelijk is aan het bedrag vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel4.Berekening en betaling vaste vergoedingen 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. 2.Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, eerste lid en onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde van de Kieswet. 3.De vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden maandelijks uitbetaald. Artikel5.Reiskosten 1.De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed. 2.De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. Artikel6.Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed tot ten hoogste de bedragen vastgesteld bij of krachtens het Reisbesluit binnenland. Artikel7.Cursus, congres, seminar of symposium 1.De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia, die in het gemeentebelang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd, komen voor rekening van de gemeente. 2.Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe bij de griffier een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Artikel8.Computerapparatuur 1.Op aanvraag stelt het college het raadslid gedurende de raadsperiode voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een bedrag van 530 euro ter beschikking voor de aanschaf van een notebook, tablet, bijbehorende apparatuur en software. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd en in 48 gelijke maandelijkse termijnen (van 11,05 euro) uitgekeerd. Bij beëindiging van het raadslidmaatschap vervalt de aanspraak op de vergoeding of het restant daarvan. 2.Binnen vier weken na de benoeming kan het raadslid een verzoek tot voorfinanciering doen. Het bedrag van 530 euro (of een deel naar rato) wordt dan eenmalig in het geheel aan het raadslid overgemaakt. Bij beëindiging van het raadslidmaatschap moet het raadslid een bedrag naar rato terugstorten, waarbij van een afschrijvingstermijn van 48 maanden wordt uitgegaan. Artikel9.Internetaansluiting Dit artikel is vervallen. Artikel10.Spaarloonregeling Dit artikel is vervallen. Artikel10aFietsregeling 1.Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.