← Nederland

Verordening op de raadscommissie Bodemsanering (Alphen aan den Rijn)

Verordening op de raadscommissie BodemsaneringDe raad van de gemeente Alphen aan den Rijn, BESLUIT vast te stellen de: Verordening op de raadscommissie Bodemsanering Hoofdstuk1.Begripsbepalingen Artik

Artikel22

.

1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3.De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel23.Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Hoofdstuk7.Slotbepalingen Artikel24.Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel25.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 8 dagen na de bekendmaking hiervan. Behoort bij het besluit van de raad van Alphen aan den Rijn (nr 2014/8276) van 27 februari 2014.De griffier,P.H.M. van RuitenbeekToelichting In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen commissies, bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Commissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden. Voor deze commissie is gekozen voor een artikel 84 commissie, zodat fracties ook mensen voor benoeming kunnen voordragen die niet door de raad eerder als commissielid zijn benoemd. Benoeming vindt dan plaats specifiek voor deze commissie. Artikelsgewijze toelichtingHoofdstuk

  1. BegripsbepalingenArtikel
  2. Begripsbepalingen Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd. Hoofdstuk
  3. Instelling, taken en samenstellingArtikel
  4. Instelling commissies In dit artikel worden de specifieke taken van deze commissie benoemd. Hierbij is aangesloten bij de op 28 maart 2013 in de voormalige gemeente Alphen aan den Rijn aangenomen motie (2013/18782) en de brief van de begeleidingscommissie aan de raad van september 2013 (2013/45693). Artikel
  5. Taken In dit artikel zijn de taken van de commissie opgenomen. De commissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. In de praktijk zal de voorzitter de commissie bij elkaar roepen als daar een aanleiding toe is, bijvoorbeeld omdat het college van burgemeester en wethouders een voortgangsrapportage ter beschikking heeft gesteld. Artikel
  6. Samenstelling De leden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fractie. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen welke leden de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Niet iedere fractie hoeft vertegenwoordigd te zijn, het is aan de fracties zelf om te bepalen of zij een commissielid willen afvaardigen. Deze bepaling opent ook de mogelijkheid om buitengewone leden te noemen. Dit kunnen burgers zijn die niet op de kandidatenlijst van een fractie hebben gestaan, maar bijvoorbeeld op basis van hun deskundigheid tot lid van een commissie worden benoemd. Er wordt vanuit gegaan dat dit niet-raadsleden zijn. Op grond van het vierde lid moeten leden en buitengewone leden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel
  7. Om te beoordelen of de buitengewone (niet) raadsleden voldoen aan de eisen van de Gemeentewet, ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de leden benoemd worden. Artikel
  8. Voorzitter De voorzitter wordt door de raad benoemd. Mocht een plaatsvervangend voorzitter nodig zijn, dan kan de commissie deze uit haar midden benoemen. Artikel
  9. Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de leden, de eventuele buitengewone leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een commissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). De raad kan een lid van een commissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. Er is in deze bepaling niet voorzien in een ontslagregeling voor buitengewone leden, deze hebben in principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. De raad kan ook zonder voorstel van een fractie de voorzitter van een commissie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van een tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden. Artikel
  10. Griffier Iedere commissie wordt ondersteund door een griffier. Afhankelijk van de omvang van de griffie is dit een medewerker van de griffie of de griffier zelf. Alternatief eerste lid: De griffier of zijn vervanger is altijd bij de vergaderingen van de commissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen. Hoofdstuk
  11. Aanwezigheid college, burgemeester en secretarisArtikel
  12. Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris Het kan gewenst zijn dat een lid van het college, de burgemeester of de secretaris deelneemt aan de vergadering van de commissie. De commissie kan per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de burgemeester en de secretaris uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de commissie hiermee instemt. In de regel zal de portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van overleg en het uitoefenen van controle door de commissie. Hoofdstuk
  13. VergaderingenParagraaf
  14. Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel
  15. Vergaderfrequentie De commissie wordt bijeen geroepen als de voorzitter daartoe beslist of indien twee leden hierom verzoeken. Dit zal in ieder geval aan de orde zijn als de voortgangsrapportages worden aangeboden door het college. Artikel
  16. Oproep De leden van een commissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor een vergadering en de stukken tenminste een week voor de vergadering. Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 13, derde lid). Artikel
  17. De agenda In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld. Uiteindelijk bepaalt een commissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een commissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid. Dit betekent onder andere dat een commissie kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. Een commissie, niet het college, bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de secretaris. Artikel
  18. Ter inzage leggen van stukken Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Stukken ten aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van commissies ook bij de griffier inzien. Paragraaf
  19. Orde der vergadering Artikel
  20. Opening der vergadering en quorum Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de commissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, kan worden vergaderd. Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een commissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de commissie over de datum van een nieuwe vergadering. Artikel
  21. Deelname van burgers, instellingen en deskundigen De commissie kan burgers, instellingen en deskundigen uitnodigen om deel te nemen aan de vergadering. Er wordt vooraf geen openbare kennisgeving gedaan, dus de commissie zal zelf betrokkenen moeten uitnodigen via de griffie. Artikel
  22. Verslag Het conceptverslag wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verstuurd aan de leden en aan de overige personen die het woord gevoerd hebben. De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de griffier ingediend. Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan de commissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de commissie het verslag vaststelt. Na vaststelling ondertekenen de voorzitter en de griffier het verslag. Artikel
  23. Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de betreffende commissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de commissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze. Artikel
  24. Advies De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij een commissie anders beslist. Een commissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een commissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden beslissen over het advies. De commissie zorgt er ook voor dat de overige raadsleden goed geïnformeerd worden over de onderwerpen die tot het werkgebied van de commissie behoren. Daarvoor kunnen informatiebijeenkomsten worden belegd. Hoofdstuk
  25. Besloten vergaderingArtikel
  26. Algemeen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een commissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven. Artikel
  27. Verslag Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een commissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid van deze modelbepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage ligt bij de griffier. De commissie beslist over het openbaar maken van dit verslag. Artikel
  28. Geheimhouding Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een commissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een commissie opleggen. Overigens kan een commissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft. Artikel
  29. Opheffing geheimhouding Zoals uit de toelichting op artikel 28 blijkt kan de raad de geheimhouding die een commissie aan de raad oplegt, opheffen. Er is een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Hoofdstuk 6.

Artikel 22

.

Artikel 26

, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor commissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet hierin. Artikel

  1. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een commissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Hoofdstuk
  2. SlotbepalingenArtikel
  3. Uitleg verordening en artikel 25 Inwerkingtreding Deze artikelen behoeven geen toelichting KADER: de door de raad van de voormalige gemeente Alphen aan den Rijn in zijn vergadering van 28 maart 2013 aangenomen motie “Betrekken raad bij Coupépolder, bekend onder nr. 2013/18782 en gelezen de brief over de uitvoering van deze motie van 11 september 2013, kenmerk 2013/45693; artikel 84 van de Gemeentewet.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.