Regeling dienstvoertuigen 2014 gemeente NoordoostpolderHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder; Gelet op artikel 15:1:22 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sectorgemeenten en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO); Gelet op artikel 160 Gemeentewet, lid 1 onder c Gemeentewet; Gezien de instemming van de ondernemingsraad van de gemeente Noordoostpolder d.d. 27 februari 2014; B E S L U I T: tot vaststelling van de navolgende Regeling dienstvoertuigen 2014 Gemeente Noordoostpolder Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder; directeur: de directeur van de bestuursdienst van de gemeente Noordoostpolder; leidinggevende: de manager/teamleider van een cluster van de gemeente Noordoostpolder; medewerker: degene die door of vanwege de gemeente is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn, tevens degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan, alsmede stagiaires en uitzendkrachten; bestuurder: medewerker die het gemeentelijk voertuig bestuurt; plaats van tewerkstelling: plaats waar of van waaruit de medewerker gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht; dienstvoertuig: de auto/vrachtwagen/bus/tractiemiddel, eigendom van de gemeente, die aan de medewerker beschikbaar wordt gesteld voor zakelijk gebruik; dienstreis: de reisbeweging van een medewerker tot het verrichten van werkzaamheden buiten de plaats van tewerkstelling, evenals het hiermede verband houdende verblijf buiten deze plaats; GPS: “global positioning system”: instrument waarmee men kan bepalen waar een voertuig zich bevindt. De uit GPS gegenereerde data worden vastgelegd en bewaard; zakelijk gebruik: het gebruik van een dienstvoertuig ten behoeve van de uitvoering van de opgedragen werkzaamheden. Artikel2Gebruik dienstvoertuigen 1.De gemeente Noordoostpolder stelt dienstvoertuigen (voorzien van GPS) ter beschikking voor zakelijk gebruik. 2.De medewerker tekent voorafgaand aan het (eerste) gebruik van het dienstvoertuig de bruikleenovereenkomst dienstvoertuigen (zie bijlage). 3.Het dienstvoertuig mag alleen door de medewerker zelf worden gereden. 4.Een medewerker dient het dienstvoertuig voorafgaand aan het gebruik op eventuele schade te controleren. Namens de werkgever zal na afloop van het gebruik het dienstvoertuig op eventuele schade worden gecontroleerd. 5.De medewerker maakt zorgvuldig gebruik van het dienstvoertuig voor het doel waarvoor deze is uitgerust en bestemd, en gebruikt het dienstvoertuig “als een goed huisvader” (niet roken in het voertuig, houdt het voertuig schoon/netjes). 6.Het vastgestelde laadvermogen en aanhanggewicht van het dienstvoertuig mag niet worden overschreden. 7.Privégebruik van het dienstvoertuig is niet toegestaan. 8.De medewerker die gebruik maakt van een dienstvoertuig is verplicht een sluitende kilometeradministratie bij te houden, door dit in een (digitaal) systeem vast te (laten) leggen. 9.Een dienstvoertuig dat niet wordt gebruikt, dient te worden geparkeerd op een daartoe aangewezen locatie. 10.Bij niet voldoen aan de vereisten voor het gebruik van het dienstvoertuig zal per direct, dan wel met terug werkende kracht, conform Wet op de Loonbelasting een bijtelling via het salaris bij de betreffende medewerker worden toegepast.Bij niet voldoen aan de vereisten voor het gebruik van het dienstvoertuig zal per direct, dan wel met terug werkende kracht, conform Wet op de Loonbelasting een bijtelling via het salaris bij de betreffende medewerker worden toegepast. 11.Indien de medewerker, als gebruiker van het dienstvoertuig, handelt c.q. heeft gehandeld in strijd met één of meerdere bepalingen van deze regeling en/of de bruikleenovereenkomst komt elke schade die de gemeente lijdt als gevolg van dit handelen voor rekening van de medewerker. Hieronder vallen tevens eventuele verschuldigde naheffingsaanslagen loonheffingen en naheffingen werknemers-verzekeringen, inclusief eventuele boetes en rente die als gevolg van dit handelen worden opgelegd aan de gemeente Noordoostpolder. 12.Het dienstvoertuig mag niet worden gebruikt voor snelheidsproeven, prestatieritten, rijonderricht, het vervoeren van gevaarlijke en explosieve stoffen, het vervoeren van personen of goederen tegen betaling of voor andere doeleinden waarvoor de verzekering geen dekking biedt. 13.Boetes als gevolg van verkeersovertredingen worden ingehouden op het netto salaris van de medewerker van wie de naam als gebruiker van het betreffende dienstvoertuig staat geregistreerd op het moment dat de overtreding is begaan. 14.Alle kosten en schaden die voortvloeien uit het in strijd met deze regeling en/of bruikleenovereenkomst en/of het gebruik van middelen die de rijvaardigheid beïnvloeden, komen voor rekening van de gebruiker. Artikel3Doelen van gegevens Gegevens afkomstig van het GPS zijn bedoeld voor: het monitoren van de positie van de gemeentelijke voertuigen/tractiemiddelen voor een efficiënte en effectieve planning; het kunnen weerleggen van eventuele schadeclaims door schade, waarvan wordt gesteld dat deze is veroorzaakt door gemeentelijke voertuigen; het kunnen overleggen van een rapportage van verplichte inspecties en uitgevoerde werkzaamheden; het controleren van de inzet van voertuigen; het vanuit fiscaal oogpunt bijhouden van een digitale rittenadministratie. Artikel4Registratie van gegevens 1.De gegevens over het gebruik van het voertuig zijn opgenomen in een informatiesysteem en kunnen hieruit worden gegenereerd. 2.Per dienstvoertuig is zichtbaar wie de bestuurder was, op welke locaties het voertuig is geweest en de routes en de aard van de routes (zakelijk of woon-werk) die het voertuig heeft gereden. Deze informatie wordt gerelateerd aan de datum en tijd. 3.Van de bestuurder zijn de volgende persoonsgegevens bekend: gebruikersidentificatie, naam, voornaam of voorletters van de bestuurder; naam en/of codering van het team/cluster/eenheid, waaronder de bestuurder valt; de activiteit die door de bestuurder is uitgevoerd. Artikel5Bewaartermijn Alle geregistreerde gegevens worden zeven jaar bewaard en automatisch verwijderd. Artikel6Rechten van de bestuurder 1.De bestuurder heeft het recht de over hem verwerkte gegevens in te zien. Aan degene die daarom vraagt, wordt een overzicht en/of desgewenst een afschrift (voor zover mogelijk) van de hem betreffende persoonsgegevens verstrekt. Indien een gewichtig belang van de aanvrager dit vereist, wordt aan dit verzoek voldaan in een andere dan schriftelijke vorm, die aan dat belang is aangepast. 2.Degene aan wie overeenkomstig het eerste lid kennis is gegeven van de hem/haar betreffende persoonsgegevens, kan vragen de persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. De aanvraag bevat gemotiveerd de aan te brengen wijzigingen. 3.De aanvrager verneemt binnen vier weken na ontvangst van het in het derde lid genoemde vraag schriftelijk of, dan wel in hoeverre aan het verzoek wordtvoldaan. Een weigering is met redenen omkleed. Een beslissing op een aanvraag geldt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht. 4.De gemeente draagt er zorg voor dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd. Artikel7Ontvangers van GPS-data Naast de bestuurder van het dienstvoertuig kunnen de volgende personen data uit GPS opvragen: Binnen de organisatie: leidinggevende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.