← Nederland

Beleidsregels Handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2014 gemeente Rozendaal (Rozendaal)

Beleidsregels Handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2014 gemeente RozendaalHoofdstuk1Algemeen Beleidsregels “Handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2014 Gemeente Rozendaal” Burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal, Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Gelet op de artikelen 1.61, eerste lid, 1.65, eerste lid, 1.66 en 1.72, eerste lid Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; Gelet op de artikelen 2.19, eerste lid, 2.23, eerste lid, 2.24 en 2.28, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, besluiten: de Beleidsregels “Handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2014 gemeente Rozendaal” vast te stellen. Artikel1Toepassing Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gestelde regelgeving en aanverwante regelgeving. Artikel2Vormen van sanctioneren Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het College de volgende mogelijkheden: herstelsanctie; bestraffende sanctie. Artikel3Kwaliteitseisen 1.De kwaliteitseisen waaraan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle aanverwante regelgeving. 2.In deze Beleidsregels “Handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen 2014 gemeente Rozendaal” wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen. 3.In het afwegingsoverzicht dat als bijlage aan deze beleidsregels is toegevoegd, worden voor de prioritering en de hoogte van de bestuurlijke boete per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven. Hoofdstuk2Herstellend traject Artikel4Herstelsancties 1.Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, een voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en aanverwante regelgeving, start het College in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(-en). 2.Bij het uitvoeren van het herstellende traject hanteert het College de volgende stappen: stap 1: aanwijzing stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang, stap 3: exploitatieverbod stap 4: verwijdering uit het landelijke register kinderopvang of het register peuterspeelzalen 3.Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het College besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan, dan wel meerdere keren toe te passen. 4.De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis, zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. 5.Bij het opleggen van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit 1: maximaal 4 weken prioriteit 2: maximaal 4 maanden Artikel5 Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor wat betreft de te registreren voorzieningen (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal), zal de registratie worden verwijderd uit het register kinderopvang dan wel peuterspeelzaalwerk. Hoofdstuk3Bestraffend traject Artikel6 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op gesubsidieerde peuterspeelzalen. Artikel7Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete Het College kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtredingen zoals genoemd in het afwegingsoverzicht in de bijlage. Artikel8Hoogte bestuurlijke boete 1.Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, eerste lid en artikel 2.28, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht, als uitgangspunt gehanteerd. 2.In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt, dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht met 0,5 kan worden vermenigvuldigd, tenzij het genoemde boetebedrag specifiek en alleen ziet op een voorziening voor gastouderopvang. In het laatste geval vindt er geen vermenigvuldiging met 0,5 plaats. Artikel9Recidive Bij de vaststelling van de boete wordt uitgegaan van: 1,5 maal het onder artikel 8 bepaalde boetebedrag, indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden; 2 maal het onder artikel 8 bepaalde boetebedrag, indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan. Artikel10Matiging 1.Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van: ·de ernst van de overtreding, ·de mate van verwijtbaarheid, ·de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of ·de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, ·boeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving onevenredig is. 2.Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden, waarin bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet is voorzien. Artikel11Samenloop De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. Artikel12Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen 2014 gemeente Rozendaal”. Aldus besloten in de B&W vergadering van de gemeente Rozendaal d.d. 15 april 2014, secretaris W.G. Pieterse- Pook, burgemeester drs. J.H. Klein Molekamp

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.