Bomenverordening Vianen 2013De raad van de gemeente Vianen; gelezen het voorstel van het college; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de Bomenverordening Vianen 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: beschermde houtopstand: een houtopstand die is vastgelegd op de Groene Kaart. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. bomen-effectanalyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. boom: een houtig opgaand gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In afwijking hiervan geldt geen minimale dwarsdoorsnede bij toepassing van de artikelen 11, 12 en 13 van de verordening. boomstructuur: lijnvormige elementen, vlakken en punten van houtopstanden die te samen een functioneel geheel vormen. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. boomzone: begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen. college: het college van burgemeester en wethouders van Vianen. dunnen: het verwijderen van bomen of boomvormers met als doel voldoende groeiruimte te creëren voor het voortbestaan van de houtopstand. gemeentelijk groenfonds: fonds ingesteld bij besluit van de gemeenteraad waaruit de uitvoering van groenprojecten wordt gefinancierd. Groene Kaart: kaart als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen. minister: de minister belast met de uitvoering van de Boswet. vellen: rooien; kappen; verplanten; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben. Artikel2Groene Kaart 1.Het college stelt een Groene Kaart vast. Deze kaart bevat de volgende houtopstanden: een beschrijving van de beschermde houtopstand, bestaande uit: bomen uit het landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting van lokale- en toekomstige monumentale bomen; particuliere bomen die door het college als beschermwaardig zijn aangemerkt; bomen in eigendom van de gemeente die door het college als beschermwaardig zijn aangemerkt; boomzones en boomstructuren zoals beschreven in het Bomenbeleidsplan "Vianen in het groen". Deze boomzones en boomstructuren zijn geen beschermde houtopstanden als bedoeld in lid 1, sub a. 2.De Groene Kaart bevat minimaal de volgende gegevens: eenduidige, maatvaste inmeting van de boomzones, boomstructuren; bomen die deel uitmaken van de beschermde houtopstand; legenda met toelichting. 3.De beschrijving van de bomen die deel uitmaken van de beschermde houtopstand bevat minimaal de volgende gegevens: redengevende beschrijving; soort boom of bomen; standplaats; kadastrale gegevens; eigendomsgegevens; foto’s. 4.Zodra de eigenaar of zakelijke gerechtigde van een beschermde houtopstand op de hoogte is, of redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn, van: het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een beschermde houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende ontheffing; de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan, is deze verplicht het college daarvan schriftelijke kennisgeving te doen. 5.Het college stelt een bijdrageregeling vast voor een tegemoetkoming in de kosten die noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden van een beschermde houtopstand die geen eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon. Artikel3kapverbod 1.Het is verboden bomen die deel uitmaken van de beschermde houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3.Het in het eerste lid bedoelde verbod behoudens ontheffing geldt eveneens voor houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 8 en 9 van deze verordening. 4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: een beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van deze verordening; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud. Artikel4Aanvraag 1.De aanvraag voor een ontheffing moet worden gemotiveerd onder verwijzing naar de redengevende beschrijving van de beschermde houtopstand, door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de beschermde houtopstand te beschikken, onder overlegging van een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project. 2.Wanneer namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aan het college een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, informeert het college zonodig de geadresseerde van voorgenoemde ontvangstbevestiging, dat een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand vereist is. Artikel5Criteria 1.Het bevoegd gezag kan de ontheffing om te vellen weigeren, dan wel onder voorschriften verlenen. 2.Een ontheffing voor het vellen van een beschermde houtopstand kan, mits alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, worden verleend indien: het met het vellen te dienen belang opweegt tegen het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand; naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade of ernstige hinder; het vellen niet in strijd is met het bomenbeleidsplan. Artikel6Intrekking of wijziging De ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van ontheffing zijn verstrekt; indien na het verlenen van ontheffing, op grond van verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na verlening, wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan ontheffing is vereist; indien beperkingen die aan de ontheffing zijn of worden vervuld; indien van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of indien deze termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn. Artikel7Beperking geldigheidsduur 1.De ontheffing tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar gebruik is gemaakt, te rekenen vanaf de datum, waarop deze ontheffing onherroepelijk is geworden, 2.Het bevoegd gezag kan op aanvraag besluiten dat de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt verlengd. 3.Een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt genomen vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn van een project, waarvoor de ontheffing is verleend. In het besluit wordt een nieuwe termijn aangegeven. 4.Onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid geldt de termijn als bedoeld in het eerste lid ook voor een ontheffing voor het vellen van meer dan één boom, ook als de bomen in fasen worden geveld of één of enkele bomen al geveld zijn. Artikel8Bijzondere voorschriften 1.Tot de aan de ontheffing te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2.Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een ontheffing tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk groenfonds. 3.In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 4.De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 8 kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimummaat. 5.Tot aan de ontheffing te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de beschermde boom op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. 6.Tot aan de ontheffing te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een bomen-effectanalyse in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen. Artikel9Herplant-/instandhoudingsplicht 1.Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder ontheffing van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn. 2.Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt een financiële bijdrage gestort in het gemeentelijk groenfonds. 3.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagene herplant moet worden vervangen. 4.Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; een bomen-effectanalyse op te stellen en aan te bieden aan het bevoegd gezag. Artikel10Schadevergoeding Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een ontheffing tot vellen op grond van artikel 17 van de Boswet. Artikel11Afstand van de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5:42, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op nihil voor bomen, heesters en heggen in eigendom van de gemeente en voor alle andere bomen op 0,5 meter en op nihil voor alle andere heesters en heggen. Artikel12Bestrijding van boomziekten 1.Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: de boom te vellen; conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2.Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het onder het tweede lid van dit artikel gestelde verbod. 4.Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht. Artikel13Bescherming gemeentelijke bomen 1.Het is verboden om bomen eigendom van de gemeente: te beschadigen, te bekladden of te beplakken; daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen boomverzorgende taken. 2.Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke boom aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens ontheffing van het college. Artikel14Strafbepaling 1.Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in , artikel 12, eerste lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen. 2.Hij die handelt in strijd met artikel 12, tweede lid, artikel 13, eerste en tweede lid, danwel een voorschrift of een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet na komt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde. Artikel15Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen. Artikel16Slotbepaling 1.Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Vianen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.