Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden gemeente Goeree-OverflakkeeHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee besluit: gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en de artikelen 7:13 en 1:5 van de Algemene wet bestuursrecht; gehoord de commissie voor Georganiseerd Overleg ; tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Goeree-Overflakkee Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden gemeente Goeree-Overflakkee. Artikel1Begripsbepaling Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: De werkgever Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee voor medewerkers in dienst van de gemeentesecretarie; De gemeenteraad voor medewerkers in dienst van de griffie. De medewerker De medewerkers als bedoelt in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a van de CAR/UWO. Voor de toepassing van dit artikel wordt eveneens als werknemer beschouwd hij die aangesteld is als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs). Commissie De vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften, als bedoeld in artikel 2 genaamd bezwarencommissie personele aangelegenheden. (Plaatsvervangend) lid Een persoon die is aangewezen om zitting te nemen in de commissie en die geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Awb De Algemene wet bestuursrecht. Verwerend orgaan Het bestuursorgaan dat het besluit, waar een medewerker bezwaar tegen maakt, heeft genomen. Artikel2Taak Lid 1 Er is een bezwarencommissie personele aangelegenheden als bedoeld in de Awb. Lid 2 De commissie adviseert over de door het verwerend orgaan te nemen beslissing op bezwaar, ingediend door een medewerker, terzake een besluit ten aanzien van hem genomen met betrekking tot een personele aangelegenheid. Lid 3 Van de advisering door de commissie kan worden afgezien, indien reeds geheel aan het bezwaar is tegemoetgekomen en de indiener van het bezwaarschrift naar het oordeel van het verwerend orgaan geen belang heeft bij een oordeel over het oorspronkelijke besluit. Artikel3Samenstelling commissie Lid 1 De commissie bestaat uit 3 leden, onder wie de onafhankelijk voorzitter. Het college benoemt: één lid en plaatsvervangend lid op voordracht van de werknemersvertegenwoordiging; één lid en plaatsvervangend lid op voordracht van de werkgever; ·een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het beslissend orgaan. Lid 2 De benoeming van een lid en een plaatsvervangend lid geschiedt voor een periode van drie jaar. Lid 3 Een lid en een plaatsvervangend lid zijn terstond benoembaar. Lid 4 Het college kan ten behoeve van de leden van de commissie een vacatiegeldregeling vaststellen. Lid 5 Het lidmaatschap c.q. het plaatsvervangend lidmaatschap van de commissie eindigt door: A.overlijden; B.periodiek aftreden; C.schriftelijk bedanken; D.onder curatelenstelling of faillissement; E.ontslag door het college. Lid 6 Bij ontslag c.q. aftreden van de leden van de commissie blijven de plaatsvervangende leden hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Lid 5 Artikel 12 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de leden van de commissie. Artikel4Ambtelijk secretaris Lid 1 Door de werkgever wordt aan de commissie een ambtelijk secretaris toegevoegd. Lid 2 De ambtelijk secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen stemrecht. Artikel5Ontvangst bezwaarschrift Lid 1 Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. Lid 2 De werkgever verstrekt het door of namens de medewerker ingediende bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig mogelijk aan de commissie. Lid 3 Bij het bericht van ontvangst, als bedoeld in artikel 6:14 van de Awb, vermeldt het bestuursorgaan dat een commissie over het bezwaarschrift zal adviseren. Artikel6Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden op grond van de volgende artikelen van de Awb worden, voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaren in handen van de commissie is gesteld, voor de toepassing van deze regeling uitgeoefend door de voorzitter van de commissie: artikel 2:1 lid 2 Awb (schriftelijke machtiging); artikel 6:6 Awb, voor wat betreft het, ten aanzien van de indiener, stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van het niet voldoen aan de vereisten (niet ontvankelijk) gesteld in artikel 6:5 Awb, kan worden hersteld; artikel 6:17 Awb, voor zover het betreft de verzending van de stukken tijdens de behandeling door de commissie (stukken naar gemachtigde); artikel 7:4 lid 2 Awb (stukken ter inzage leggen); artikel 7:6 lid 4 Awb(horen in elkaars aanwezigheid, tenzij). Artikel7Verstrekking stukken aan de commissie Het verwerend orgaan is verplicht aan de commissie alle stukken over te leggen die betrekking hebben op het bezwaarschrift. Artikel8Vooronderzoek Lid 1 De voorzitter is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. Lid 2 De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe ter zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van de werkgever nodig. Artikel9Hoorzitting Lid 1 De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de medewerker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.