← Nederland

Bouwbeleidsplan (Wageningen)

BouwbeleidsplanInhoudsopgave HUIDIGE SITUATIE, BELEIDSVISIE EN PRIORITEITSSTELLING

  1. Inleiding
  2. Opbouw van het bouwbeleidsplan
  3. Organisatie en taken van bouwzaken binnen de gemeente Wageningen
  4. Beleidsvisie
  5. Risico-inventarisatie en prioriteitstelling
  6. Toetsings- en toezichtstrategie
  7. Aanbevelingen en verdere uitwerking bouwbeleidsplan Gemeente Wageningen HUIDIGE SITUATIE, BELEIDSVISIE EN PRIORITEITSSTELLING
  8. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling bouwbeleidsplan In de Woningwet is, vanuit het oogpunt van het algemene belang, de zorgplicht van de gemeente voor naleving van de bouwregelgeving op haar grondgebied vastgelegd. De wettelijke taak komt er op neer dat ervoor gezorgd moet worden dat bouwwerken veilig, gezond, bruikbaar en energiezuinig worden gebouwd en dat ook blijven. Het toezicht op de naleving van de bouwregelgeving moet er tevens voor zorgen dat de ruimte zo efficiënt mogelijk wordt gebruikt en dat bouwwerken voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Om de wettelijke taken te kunnen uitvoeren zijn er in de Woningwet en hierop gebaseerde besluiten en regelingen instrumenten toegekend, zoals vergunningen, toezicht en handhaving. In de Woningwet is niet omschreven in welke mate de taken moeten worden uitgevoerd. Dit heeft tot gevolg gehad dat er zich, afhankelijk van de omstandigheden nog al wat verschillen voordoen in de taakopvatting of de taakstelling ten aanzien van de uitvoering van de bouwregelgeving. Doordat de kwaliteit en de intensiteit van de werkzaamheden en producten niet nader zijn gedefinieerd ontstaat er voor het management, bestuur, klanten en de medewerkers een ondoorzichtige situatie. In de toelichting op de Woningwet wordt daarom aangegeven dat iedere gemeente een bouwbeleidsplan moet opstellen om het taakveld vorm en inhoud te geven. Op dit moment is het vaak 'roeien met de riemen' die de afdeling heeft. Van rijkswege worden geen specifieke (extra) middelen beschikbaar gesteld om tot een adequate uitvoering van nieuwe regelgeving en nieuwe taken of aandachtsgebieden te komen. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot een toenemende druk op de afdeling. De gemeente heeft niet de mogelijkheid om te bepalen dat bepaalde producten en diensten niet (meer) worden aangeboden. De uitvoering van de bouwregelgeving berust immers op een wettelijke verplichting. De enige manier om de wettelijke taken vorm en inhoud te geven is door keuzes te maken ten aanzien van de wijze en het niveau waarop de producten en diensten worden aangeboden. In het collegeprogramma 2006-2010 is 'de transparante overheid' een belangrijk speerpunt van beleid. Het college van burgemeester en wethouders hecht aan een overheid die duidelijk maakt waaraan ze werkt en waarvoor ze staat. Daarop kan worden aangesproken en verantwoording aflegt. Het bouwbeleidsplan past nadrukkelijk in het streven naar een transparante overheid. Het bouwbeleidsplan moet de invulling van de gemeentelijke taken op het gebied van de uitvoering van de bouwregelgeving transparanter en eenduidiger te maken door het stellen van duidelijke kaders voor de wijze van uitvoering en inzet van capaciteit en middelen. Het bouwbeleidsplan moet dus inzicht geven in de organisatie van de uitvoering van de taken op het gebied van bouwregelgeving. Dat betekent niet dat het bouwbeleidsplan een volledig op zichzelf staand proces is. Het bouwbeleidsplan heeft een directe relatie met de regelgeving op het gebied van bouwregelgeving. Sterker nog, de regelgeving op het gebied van bouwen is uitgangspunt en kader voor het bouwbeleidsplan. In het bouwbeleidsplan wordt voor alle taken op het gebied van bouwregelgeving een risico-inventarisatie gemaakt. Daarbij worden waarden en risico's die de gemeente loopt bij de uitvoering (of het niet uitvoeren) van taken benoemd en gewaardeerd. Bij het vaststellen van de intensiteit en inhoud van toetsing en toezicht worden deze risico's als uitgangspunt genomen. 1.2 Ontwikkeling van een bouwbeleidsplan 1.2.1 Inhoud van deze notitie Het ontwikkelen van een bouwbeleidsplan valt uiteen in de volgende onderdelen: Fase 1 omvat het in beeld brengen van de taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht, de huidige capaciteit en middelen voor de uitvoering van deze taken en de werkprocessen die bij de taakuitoefening worden gehanteerd. Fase 2 omvat de beleidsuitgangspunten en de (bestuurlijke) prioriteiten die worden gesteld bij het bouw- en woningtoezicht in de gemeente Wageningen. Deze beleidsuitgangspunten en prioriteiten vormen de basis voor het formuleren van de programmering van bouw- en woningtoezichtstaken. Fase 3 omvat de vertaling van de beleidsuitgangspunten en prioriteiten naar de strategie voor de toetsing en het toezicht. De strategie voor toetsing en toezicht houdt in dat hier wordt vastgelegd op welke wijze de taken op het gebied van bouwregelgeving worden uitgevoerd. De beleidsregels die hier worden bepaald leiden tot een duidelijk inzicht voor het bestuur, de medewerkers en niet in de laatste plaats voor de burgers van Wageningen in de wijze waarop de gemeente uitvoering geeft aan haar taken op het gebied van bouwregelgeving. 1.2.2 Beleidscyclus Deze notitie voorziet in het vastleggen van regels over de wijze van uitvoering van de taken op het gebied van bouwregelgeving. De in dit bouwbeleidsplan neergelegde strategie voor de intensiteit en inhoud van toetsing en toezicht zal binnen de organisatie moeten worden geïmplementeerd en geborgd. Dit betekent dat dit bouwbeleidsplan uiteindelijk moet leiden tot het vaststellen van een uitvoeringsprogramma waarin de regels worden vertaald naar concrete inzet van (personele) middelen en vastlegging van procedures in protocollen en checklisten. De uitvoeringsnota wordt opgesteld aansluitend bij de vaststelling van het bouwbeleidsplan en binnen 1 jaar ter vaststelling aan het college aangeboden. Het hiervoor geschetste proces van beleidsontwikkeling past binnen het concept van programmatisch Handhaven zoals ook door het cluster Handhaving en toezicht wordt gedaan met het handhavingsprogramma. Naast het beleids- en uitvoeringskader gaat dit proces uit van jaarlijkse evaluatie en bijsturing van het beleids- en uitvoeringskader. 1.3 Reikwijdte van het bouwbeleidsplan Dit bouwbeleidsplan ziet alleen op de taken van de gemeente op het gebied van de uitvoering van bouwregelgeving. Dit betekent dat een aantal taken die wel door de clusters Vergunningverlening en Handhaving en Toezicht worden uitgevoerd buiten de reikwijdte van deze notitie vallen. Dit geldt onder andere voor APV-, kap-, inrit-, monumenten-, aanleg- en gebruiksvergunningen. Ook de milieutaken vallen buiten dit bouwbeleidsplan.
  9. Opbouw van het bouwbeleidsplan Het nu voorliggende bouwbeleidsplan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de clusters Vergunningverlening en Handhaving en Toezicht. Voor de totstandkoming van de verschillende onderdelen van dit bouwbeleidsplan is de navolgende werkwijze gehanteerd. 2.1 Werkwijze inventarisatiefase (fase 1) Voor het verkrijgen van een overzicht van de bestaande werkwijzen en processen binnen het taakveld bouwregelgeving is een aantal gesprekken gevoerd met medewerkers van de afdeling Vergunningen en Grondzaken. In onderstaande tabel is aangegeven welke medewerkers zijn geconsulteerd en welke onderwerpen daarbij aan de orde zijn gekomen. Tabel 1 Overzicht inventarisatiegesprekken Gesprekspartner Onderwerp Coördinator cluster Vergunningverlening Productenstructuur, kengetallen Producten en capaciteit, formatiestructuur, Functie- en taakomschrijvingen Coördinator cluster Handhaving en toezicht Productenstructuur, kengetallen Producten en capaciteit, formatiestructuur, Functie- en taakomschrijvingen Bouwtechnisch medewerkers cluster Vergunningverlening Taakuitvoering, (werk) processen prioriteitstelling Juridisch medewerker Vergunningverlening Juridische werkprocessen Bouwtechnisch medewerkers handhaving cluster Handhaving en toezicht Taakuitvoering, werkprocessen, prioriteitsstelling Naast de inventariserende gesprekken is gebruik gemaakt van de volgende documenten • Overzicht aantallen/kengetallen/capaciteit cluster Vergunningverlening • Beschrijving werkzaamheden 2006 handhaving cluster Handhaving en Toezicht • Functiebeschrijvingen clusters Vergunningverlening en Handhaving en Toezicht 2.2 Werkwijze beleidsvisie en prioriteitstelling (fase 2) De beleidsvisie is tot stand gekomen aan de hand van reeds bestaande visiedocumenten van college en raad, en een workshop met medewerkers van de clusters vergunningverlening en handhaving en Toezicht. Tijdens de workshop is met de betrokkenen gediscussieerd over de doelstellingen, de belangen en de risico's die met het taakveld bouw-en woningtoezicht samen hangen. De uitkomsten van de workshop zijn betrokken bij het formuleren van doelstellingen. Voor de prioriteitstelling is gebruik gemaakt van een risico-inventarisatie op basis van de hiervoor bestaande modellen van het Ministerie van Justitie (programmatisch handhaven). De risicoinventarisatie is uitgevoerd met medewerking van de medewerkers van de clusters Vergunningverlening en Handhaving en Toezicht. 2.3 Werkwijze strategie toetsing en toezicht (fase 3) De strategie voor de uitvoering van de taken op het gebied van bouwregelgeving is opgesteld in samenwerking met de clusters Handhaving en Toezicht en Vergunningverlening. Daarbij is gebruik gemaakt van informatie over werkwijzen en cijfermatig onderbouwing die beschikbaar zijn binnen
  10. Organisatie en taken van bouwzaken in gemeente Wageningen 3.
  11. Organisatie-en productenstructuur Binnen de gemeentelijke organisatie is de uitvoering van de bouwregelgeving ondergebracht bij de afdeling Vergunningen en Grondzaken. Binnen deze afdeling zijn de vergunningverlenende taken ondergebracht bij de cluster Vergunningverlening (backoffice) en Loket (Frontoffice) en de toezichtstaken bij de cluster Handhaving en Toezicht. 3.2 Productenstructuur en primaathouderschap Als onderlegger voor het bouwbeleidsplan is het noodzakelijk te komen tot een afbakening van de producten en diensten die binnen het taakveld Bouw- en Woningtoezicht in de gemeente Wageningen worden geleverd. De te onderkennen producten van het taakveld Bouw- en Woningtoezicht vormen het vertrekpunt voor het bepalen van de visie die Bouw- en Woningtoezicht op het taakveld wil ontwikkelen en de keuzes ten aanzien van de wijze en het niveau waarop invulling wordt gegeven aan de taken. Hieronder is een overzicht opgenomen van de producten binnen het taakveld Bouw- en Woningtoezicht. Deze producten strekken zich uit over het gehele taakveld en zijn onderverdeeld over de clusters Vergunningverlening, Loket en Handhaving en Toezicht. Tabel 2 Productenstructuur en primaathouderschap Cluster Loket Cluster Vergunningverlening Cluster Handhaving en toezicht Vergunningverlening 1a principe verzoek bouwplan / schetsplan X 1b reguliere bouwvergunning (fase 1/2) X 1c lichte bouwvergunning X 1d advisering welstand X 1 e wijzigingsvergunning X 1 f mededeling vergunningsvrij bouwwerk X 1 l sloopmelding/ sloopvergunning X 1 p bezwaar X Handhaving 2a controle verleende bouwvergunningen 2b jurisiche handhaving bij afwijking van de bowvergunning X 2c controle sloopvergunningen X 2d juridische handhaving slopen X 3 handhaving bestaande bouw en gebruik X 3a controle/toezicht illegale bouw en gebruik X 3b juridische handhaving illegale bouw en gebruik X 3c klacht X 4 staat van de volksgezondheid X Informatievoorziening 4a CBS- statistiek X 4b informatie bouwregelgeving en -mogelijkheden X 4c informatie archief X 4d applicatiebeheer voortgangssysteem X Advisering 5a advies bouwbeleid en -regelgeving X 5b advies gemeentelijke beleidsnota X 5c deelname projecten X Toelichting op de tabel Het bouwbeleidsplan ziet alleen op de producten die in voorgaande tabel zijn genoemd. De technisch medewerker vergunningverlening is primaathouder voor de reguliere bouwvergunningverlening. Dit betekent dat het gehele traject van de bouwaanvraag onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt. Pas als er een bezwaarprocedure aan de orde komt verschuift het primaathouderschap naar de juridisch medewerker vergunningverlening. De technisch medewerker vergunningverlening is derhalve een generalist. De bouwtechnische toetsing vormt slechts een klein onderdeel van alle werkzaamheden. De informatieve taken (voorlichting, informatieverstrekking, archief) liggen in beginsel bij de cluster Loket. De afhandeling van lichte bouwvergunningen is in juli 2006 overgedragen aan de cluster Loket. Zij handelen alle lichte bouwaanvragen geheel af. Pas als er sprake is van zienswijzen en/of bezwaar verschuift het primaathouderschap naar de juridisch medewerker van de cluster Vergunningverlening. 3.3 Duurzaam bouwen In het in de vorige paragraaf weergegeven overzicht van producten (taken) is 'duurzaam bouwen' niet Opgenomen als een taak opgenomen. In het collegeprogramma is 'duurzaam bouwen' als expliciet beleidsspeerpunt genoemd. De reden dat het niet als afzonderlijke taak in dit bouwbeleidsplan is benoemd is dat de uitvoering van het programma duurzaam bouwen feitelijk onderdeel uitmaakt van de bouwvergunningverlening. De gemeente Wageningen is begonnen met het implementeren van 'duurzaam bouwen'. Er is voor gekozen om dit projectmatig op te pakken en zo binnen de bestaande structuur op te laten nemen. Duurzaam bouwen is een methode die begint bij de informatievoorziening en doorvoert bij vergunningverlening en toezicht. 3.4 Relaties met andere clusters en afdelingen Bij het uitvoeren van de bouw- en woningtoezichtstaken bestaat er tussen de verantwoordelijke clusters Vergunningverlening en Handhaving en Toezicht en andere clusters en afdelingen vele relaties. Allereerst is er tussen de clusters Vergunningverlening, Loket en Handhaving en Toezicht natuurlijk een directe relatie. Het laatstgenoemde cluster is immers verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving binnen het taakveld Bouw- en Woningtoezicht. Daarnaast bestaan er relaties met andere clusters en afdelingen: • Afdeling Stadsontwikkeling, cluster Plannen: bestemmingsplannen, overleg/advies aanvraag • Afdeling Brandweer en Veiligheid: brandveiligheidsadvies, toetsing brandveiligheid, gebruiksvergunningen • Afdeling Financien: leges, gereedmeldingen WOZ, CBS-statistiek Inzicht in de onderlinge relaties is van belang omdat andere afdelingen eveneens taken en/of taakonderdelen verrichten die verband houden met de uitvoering van bouwregelgeving. Naast de in voorgaand genoemde clusters en afdelingen bestaat er ook een directe relatie met het taakveld milieu. De milieutaken vallen echter ook grotendeels onder de verantwoordelijkheid van de afdeling Vergunningen en grondzaken.
  12. Beleidsvisie 4.1 Inleiding Het taakveld bouwregelgeving is zo veel omvattend dat het van belang is een visie te formuleren over de doelstellingen die de gemeente met de uitvoering en naleving van wetten en regels op dit taakveld nastreeft. De visie op bouwregelgeving is dan ook een samenstel van ambtelijke en bestuurlijk opvattingen over de uitvoering (vergunningverlening) en de naleving (handhaving) van regels op dit beleidsterrein. De visie bevat algemene uitgangspunten voor het vormgeven van de organisatie en de programmering van taken op het gebied van bouwregelgeving. Bij het bepalen van de prioriteiten in de uitvoering van de taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht staat de inventarisatie van risico's centraal. Leidende gedachte daarbij is dat de interne en externe risico's die de gemeente loopt in belangrijke mate de (bestuurlijke) aandacht voor een onderwerp zullen bepalen. Een inventarisatie en waardering van de risico's is dan ook van belang. 4.2 Inhoud beleidsvisie De afdeling VG is bezig zich te ontwikkelen tot een afdeling met een voor burgers, bedrijven en instellingen herkenbaar en transparant vergunningtraject en handhavingsbeleid. Voortzetting en verbetering dient te geschieden door middel van kwalitatief hoogwaardige vergunningverlening, toezicht, controle en handhaving. De vergunning vormt namelijk mede de basis voor een goede kwaliteitvan de leefomgeving. Ook communicatie en voorlichting zijn hierbij essentiële middelen. Door een consequent (handhavings)beleid wordt het nalevingsgedrag van burgers, bedrijven en instellingen vergroot. Deze lijken steeds minder gericht op hun eigen verantwoordelijkheid voor het naleven van normen en juist meer op het ontwijken van vergunningvereisten, toezicht en controle. Wanneer er iets mis gaat in de bouw, wordt al snel met de vinger naar de overheid gewezen. Het moet glashelder zijn dat niet de overheid maar de overtreder primair verantwoordelijk is voor het overtreden van regels. De overheid is belast met enerzijds de controle/toetsing vooraf of aan de bouwregelgeving wordt voldaan en anderzijds het toezicht op het nalevinggedrag van burgers, bedrijven en instellingen. Indien noodzakelijk volgt een eventuele sanctionering van dat gedrag. Een aanvrager beseft onvoldoende dat het vooraf laten toetsen van een bouwplan het eigen belang dient, niet in de laatste plaats omdat bouwactiviteiten de eigen woonomgeving beïnvloeden. Kortom, het doel van vergunningverlening is vooraf te toetsen of aan de te stellen eisen wordt voldaan. Het doel van handhaving is het bereiken van datgene wat met wet- en regelgeving wordt beoogd. Het gaat hier dus om gedragsbeïnvloeding, met toezicht en handhaving als één van de instrumenten. Hiermee kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de veiligheid binnen onze gemeente. Tweesporenbeleid Om het beleid vorm te geven kiest de gemeente Wageningen voor een tweesporenbeleid waarbij aandacht wordt gegeven aan zowel de preventieve als de repressieve taken. Preventieve taken Een belangrijk kenmerk hierbij is dat de overtreding nog niet heeft plaatsgevonden. Ter voorkoming van overtredingen worden de volgende middelen ingezet: • Het wijzen op de eigen verantwoordelijkheid van de burger; • Communicatie en voorlichting; • Vergunning verlening; • Toezicht tijdens de bouw • Zichtbaar optreden. Repressieve taken Repressieve taken komen aan de orde als een burger de eigen verantwoordelijkheid niet neemt, dus nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. Hierbij kan gedacht worden aan: • Opzet of grove nalatigheid; • Bewust handelen zonder of in afwijking van een verleende vergunning; • Doorgaan met de overtreding, ook na attendering of waarschuwing; • Een zodanige overtreding, dat deze onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk maakt; • Klachten of meldingen van (extreme) overlast en dergelijke. In deze gevallen heeft voorlichting en communicatie kennelijk niet gewerkt. Dreigen met en indien noodzakelijk het daadwerkelijk toepassen van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke handhaving is hier dan aan de orde. Consequent en rechtvaardig optreden kan het vertrouwen in de gemeentelijke overheid verbeteren. Gestreefd wordt naar een pro-actief preventief beleid. 4.3 Uitgangspunten uitvoering De uitgangspunten voor vergunningverlening en bestuursrechtelijk handhaven zijn: • De overheid geeft zelf het goede voorbeeld; • De eigen verantwoordelijkheid van de burger staat voorop; • Slecht gedrag wordt niet beloond; lapt een burger, een bedrijf of een instelling regels en wetten aan zijn laars, dan dient deze hierop te worden aangesproken door de overheid; • De overheid heeft een beginselplicht tot handhaving en dient rechtvaardig, voorspelbaar en consequent te handelen, waardoor geen rechtsongelijkheid ontstaat; • Het beleid is transparant, integraal en programmatisch; de overheid moet duidelijk zijn in wat wel en niet wordt toegestaan, in goede samenwerking met andere handhavingpartners; • Pro-actieve handhaving; • Via communicatie, zowel in actieve als passieve zin mensen overtuigen dat regels een doel dienen: voorlichting, informatie als een geïntegreerd onderdeel van de handhaving. Randvoorwaarden Een drietal voor zichzelf sprekende randvoorwaarden, die onontbeerlijk zijn voor de slaagkans van het bouwbeleidsplan en het handhavingsprogramma, zijn: • Bestuurlijke en politieke bereidheid tot handhaven; • Actuele, handhaafbare en naleefbare regels: • Voldoende financiële middelen voor zowel personele kosten (capaciteit) als voor facilitaire Ondersteuning
  13. Risico-inventarisatie en prioriteitstelling 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de inventarisatie van risico's binnen het taakveld bouw- en woningtoezicht en de prioriteitstelling van de binnen het veld uit te voeren taken uiteengezet. Alvorens nader in te gaan op de methode van inventariseren wordt in de volgende paragraaf het doel van de inventarisatie uiteengezet. Ook de werkwijze die bij het in beeld brengen van de prioriteiten is gevolgd komt aan bod. Tot slot is de risicomatrix opgenomen. In deze matrix is per taakonderdeel de toegekende prioriteit terug te vinden. 5.2 Doel risico-inventarisatie Het benoemen van de risico's is een belangrijke stap in de prioritering van de taken. De belangrijkste gedachte achter een risico-inventarisatie is dat de mate van externe en interne risico's maatgevend is voor de intensiteit van de toetsing, het toezicht en de handhaving. Daarbij moet worden onderkend dat ondergeschikte risico's hoog op de politieke agenda kunnen staan, omdat maatschappelijke of politieke opvattingen daartoe dwingen. Ook kunnen ondergeschikte taken metzo'n grote frequentie tot problemen leiden dat een hoge prioriteit voor de handhaving noodzakelijk is. Het benoemen van risico's en het afwegen hiervan is dan ook een belangrijke stap naar een organisatie waarin de intensiteit van toetsing, toezicht en handhaving een directe relatie heeft met de kans dat een probleem zich voordoet en de ernst van de mogelijke gevolgen. 5.3 Reikwijdte risico-inventarisatie Benadrukt moet worden dat de risico-inventarisatie geen wetenschappelijk onderzoek inhoudt. De analyse heeft tot doel om de terreinen van gemeentelijk handelen op een aantal risicoaspecten te inventariseren, om zo koers te zetten voor de ontwikkeling van de programmering. De elementen die hoog scoren in de analyse zullen logischerwijs ook bij de programmering een belangrijke positie innemen. Elementen die laag scoren kunnen later worden ingevoegd of zelfs helemaal achterwege worden gelaten. De gekozen opzet van de risico-inventarisatie waarborgt dat het bouwbeleidsplan op voldoende draagvlak kan rekenen van bestuur en organisatie. Enerzijds omdat de analyse in overleg met het bestuur en (een vertegenwoordiging van) de organisatie is opgesteld. Anderzijds omdat er voldoende ruimte is om subjectieve risicoperceptie in de analyse op te nemen. Op basis van de resultaten van de risico-inventarisatie wordt een overzicht gegeven van de onderwerpen (taakvelden) die in de programmering van het bouwbeleidsplan worden betrokken. Daarbij wordt tevens een zekere rangorde tussen die taakvelden aangegeven. Ook zal de risicoinventarisatie de basis moeten vormen voor de programmering van de werkzaamheden op het gebied van bouw- en woningtoezicht. Een directe relatie tussen de risico-inventarisatie (prioriteiten) en de bestuurlijk-ambtelijke visie aan de ene kant en de intensiteit van toetsing, toezicht en handhaving aan de andere kant ligt natuurlijk voor de hand. 5.4 Methode van risico-inventarisatie Om de taken, de risico's en de prioriteiten in beeld te brengen is een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van een risicomatrix die is gebaseerd op het model van het Expertisecentrum Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie en past binnen het beleidsconcept handhaven op niveau. Bij de opzet van de risicomatrix is gebruik gemaakt van dezelfde systematiek als bij het concept programmatisch handhaven. Dit houdt in bij het stellen van de prioriteiten in de taken als eerste stap de risico's van regelovertreding in beeld zijn gebracht. Bij het in beeld brengen van de risico's gaat het om het belang dat een bepaalde regel heeft bij de bescherming tegen bepaalde risico's. Anders gezegd: hoe belangrijk is een taakveld voor het voorkomen van negatieve effecten op een aantal gebieden (risicocategorieën). De in het kader van dit bouwbeleidsplan onderscheiden risicocategorieën zijn: Veiligheid: Hier gaat het om situaties waarin de veiligheid van mens en dier fysiek wordt bedreigd. Gezondheid: Hier gaat het om situaties waarin het lichamelijk welzijn van mens en dier wordt bedreigd. Imago: Dit effect leidt tot aantasting van het beeld van de gemeente Wageningen bij burgers en bedrijven. Hinder en overlast: Het gaat hier om hinder en overlast op het ongestoorde genot van de openbare ruimte en andere in het maatschappelijk verkeer gangbare leefomstandigheden. Omgevinswaarden: Het effect heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de omgeving in de brede zin van het woord. Cultuur-historische waarden: Als dit effect optreedt zal dit leiden tot negatieve beïnvloeding van aanwezige monumentale en/of ensemble waarden, architectonische en artistieke waarden, of een samenstel daarvan. Schade: Het effect leidt mogelijk tot financiële vergoedingsverplichting voor de gemeente Wageningen. Juridische aansprakelijkheid: Dit effect leidt tot (mede) aansprakelijkheid van de gemeente Wageningen in rechte. 5.5 Werkwijze risico-inventarisatie De risico-inventarisatie is uitgevoerd met medewerking van de medewerkers van de clusters Vergunningverlening en Handhaving en Toezicht. De betrokken medewerkers hebben een risicomatrix waarin voornoemde elementen van de risico-inventarisatie zijn opgenomen ingevuld. De ingevulde risicomatrixen zijn in de bijlage opgenomen. De ingevulde risicomatrices zijn vervolgens vertaald in de hieronder opgenomen risicomatrix. De in deze matrix opgenomen scores vormen de gemiddelden van de door de betrokkenen ingevulde matrix. Opbouw van de risicomatrix De taakvelden van bouw- en woningtoezicht zijn in de verticale kolom opgenomen. In de horizontale kolom zijn de risicocategorieën opgenomen die in dit geval worden onderscheiden. Voor elk risico dat zich bij een handhavingstaak voordoet is een score ingevuld, waarbij de hoogte afhankelijk is van de mate waarin het taakveld bijdraagt in het voorkomen van de negatieve effecten op de risicocategorieën. De volgende onderverdeling is daarbij gemaakt: 1 = zeer klein 2 = klein 3 = gemiddeld 4 = groot 5 = zeer groot. Bestuurlijke voorkeuren en prioriteiten De omvang van het risico (uitgedrukt in een cijfer) zegt nog niet alles over de prioriteit die een taak moet krijgen. Het kan zijn dat een taakonderdeel dat een laag of gemiddeld gewaardeerd risico heeft toch een hoge prioriteit heeft. Er zijn immers taken waarbij de (bestuurlijke) belangen groot zijn, zodat een hoge prioriteit van dat taakonderdeel gewenst is. Daarom is naast de in cijfers uitgedrukte risico's bij de prioriteitstelling ook gekeken naar de te beschermen (bestuurlijke) belangen. Dit betekent concreet dat een taakonderdeel met een laag of gemiddeld risico toch een hoge of zeer hoge prioriteit heeft gekregen als de te beschermen belangen hierom vragen. In de onderstaande prioritering is de bestuurlijke voorkeur voor een taakveld aangegeven door middel van een * achter de toegekende prioriteit. 5.6 Prioriteitstelling taakveld Bouw- en Woningtoezicht Op basis van de risico-inventarisatie zijn de prioriteiten binnen het beleidsterrein Bouw- en Woningtoezicht bepaald. Deze prioriteiten zijn opgenomen in tabel 2 (zie bijlage bij bouwbeleidsplan). 5.7 Verantwoording van de uitkomsten van de inventarisatie Vergunningverlening bouwregelgeving Uit voorgaande matrix kan worden afgeleid dat bij vergunningverlening de belangrijkste prioriteiten liggen bij de bouwbesluittoets voor reguliere bouwvergunningen nieuwbouw en sloopvergunningen waarbij sprake is van asbest. Ten aanzien van de bouwbesluittoets bij reguliere vergunningen geldt dat de hoogste prioriteit wordt toegekend aan de bouwergunningen met een bouwsom groter dan € 100.000,-. De belangrijkste reden hiervoor is dat bij dergelijke bouwplannen over het algemeen sprake is van grote gebouwen waarin veel mensen bijeen (kunnen) zijn en de veiligheid in dergelijke gebouwen absolute prioriteit dient te hebben (gedacht kan bijvoorbeeld worden aan gebouwen van Wageningen UR). Ook de sloop van asbest heeft hoge prioriteit vanwege de veiligheid en gezondheidsrisico's voor mensen en de mogelijke nadelige effecten op de omgeving indien op een verkeerde wijze asbest wordt verwijderd en afgevoerd. Verbouwactiviteiten scoren lager omdat de omvang van deze bouwactiviteiten over het algemeen kleiner is dan bij nieuwbouw. De lage prioriteit voor de bouwwerken geen gebouwen zijnde en de lichtbouwvergunningplichtige bouwwerken is ook te verklaren vanuit het feit dat het hier veelal om kleine bouwwerken gaat die niet voor bewoning worden gebruikt. De risico's bij dergelijke bouwwerken zijn daarom klein. Ook tijdelijke bouwwerken scoren laag. Gelet op de tijdelijkheid is dit ook verantwoord. De veiligheid op de bouwplaats kan voor de reguliere vergunning worden geregeld in een verplicht te stellen bouwveiligheidsplan. Een bouwveiligheidsplan heeft alleen betrekking op de veiligheid van de weg, weggebruikers, naburige bouwwerken, open erven en terreinen en hun gebruikers. Het bouwveiligheidsplan kan een aanzienlijke verbetering opleveren voor de externe veiligheid. De veiligheid op de bouwplaats heeft een gemiddelde prioriteit gekregen. Toezicht bouwregelgeving Bij Handhaving en Toezicht is de hoogste prioriteit eveneens toegekend aan het reguliere bouwvergunningen. Ook hier is nog onderscheid aan te brengen tussen de verschillende categorieën, met dien verstande dat ook hier het toezicht op bouwvergunningen van meer dan € 100.000 en meer dan € 1.000.000,- grotere prioriteit heeft dan het toezicht op categorie tot € 100.000,-. Ook hier krijgt toezicht op lichtbouwvergunningplichtige bouwwerken lage prioriteit. De eindoplevering is als afzonderlijke toezichtscategorie opgenomen om op uitvoeringsniveau de handhaving te kunnen differentiëren op grond van de risicobeoordeling. In beginsel is de oplevering natuurlijk onderdeel van de gehele toezichtscyclus. Stillegging van de bouw krijgt een gemiddelde prioriteit toegekend. Stillegging van de bouw is een gevolg van afwijking van de bouwvergunning of bouwen zonder vergunning. Beide zijn als afzonderlijke categorie in de inventarisatie opgenomen en scoren hoog. Regulier woningtoezicht (staat volkshuisvesting en bestaande bouw) wordt een hoge prioriteit toegekend. Er zijn voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat een structurele aandacht gewenst kan zijn (balkonincidenten, platte dakenproblematiek, gebrek aan ventilatie, gas- en electra). Het reguliere toezicht is echter een arbeidsintensieve aangelegenheid. Het ligt dat ook in de rede om naast het stimuleren van de eigen verantwoordelijk van burgers een plan van aanpak op te stellen dat recht doet aan de risico's. Daarbij zou voor een projectmatige of steekproefsgewijze aanpak gekozen kunnen worden, om zo de risico's op een aanvaardbaar niveau te houden. Het toezicht op bouwen zonder vergunning (illegale bouw) wordt hoog gewaardeerd. Ook in het handhavingsprogramma 2008 van de cluster Handhaving en Toezicht krijgt illegale bouw een hoge waardering. 6.1 Toetsingsstrategie De toetsingstrategie voor (bouw)aanvragenheeft tot doel om tot een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van de beschikbare middelen te komen. De beleidsvisie en prioriteitstelling vormt de basis voor de toetsingsstrategie. Dat wil zeggen dat de in de risico-inventarisatie aangebrachte prioriteiten in de taken leidend zijn voor het bepalen van de toetsingsintensiteit. De toetsing van bouwaanvragen valt uiteen in een aantal onderdelen. De verschillende deelaspecten zijn: • Bouwtechnische toetsing • Ontvankelijkheidstoets • Toetsing aan bestemmingsplan • Toetsing aan welstandseisen • Toetsing aan bouwverordening Bouwtechnische toets Bij de bouwtechnische toetsing van bouwaanvragen staat de toets aan het Bouwbesluit centraal. Op grond van de Woningwet dient een bouwaanvraag te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit
  14. De gemeente controleert of een bouwplan inderdaad voldoet aan de toepasselijke eisen. Het niveau van toetsing aan het Bouwbesluit wordt op dit moment door de bouwplantoetsers in individuele gevallen bepaald mede op basis van het soort bouwwerk en de beschikbare tijd. Deze wijze van toetsing is weinig transparant. Door te bepalen op welke wijze en in welke intensiteit de toets van het Bouwbesluit bij de diverse soorten bouwwerken moet worden uitgevoerd ontstaat er een uniforme wijze van toetsing die transparanter is en inzichtelijk maakt op welke wijze de gemeente Wageningen bouwplannen beoordeeld. Ontvankelijkheidstoets De systematiek van de Woningwet en het Bouwbesluit 2003 (m.n. de afhandelingstermijnen voor bouwaanvragen), maken het noodzakelijk om aandacht te schenken aan de toets op ontvankelijkheid. Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen mogelijk als alle vereiste stukken er zijn. De indieningsvereisten voor bouwaanvragen zijn landelijk geüniformeerd en toegeschreven aan verschillende categorieën van bouwwerken. De marges voor de gemeente voor het toestaan van uitzonderingen zijn gering. De gemeente Wageningen verricht een volledige ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen om bouwvergunning. Als richtlijn zal gelden dat binnen één week na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden geleverd wordt de aanvraag altijd buiten behandeling gelaten. De aanvrager krijgt hiervan schriftelijk bericht. Bouwverordening, welstand en bestemmingsplan Uitgangspunt is dat aanvragen altijd integraal worden getoetst aan het bestemmingsplan, de welstandsnota en de gemeentelijke bouwverordening. Uitzondering hierop is de balievergunning daarvoor geldt dat de toetsing door een gecertificeerd bureau is gedaan. 6.2 Toezichtstrategie Bij de programmering van het toezicht worden de taken die in de risico-inventarisatie zijn benoemd als uitgangspunt gehanteerd. Daarbij wordt de programmering van de toezichtstaken direct gerelateerd aan de risicoperceptie die uit de inventarisatie blijkt. Als een specifieke toezichtstaak laag scoort in de risico-inventarisatie zal dat zijn doorwerking moeten krijgen in intensiteit van het toezicht. Daarbij dient natuurlijk wel een zekere ondergrens in het oog te worden gehouden. Immers, de gemeente heeft een groot aantal wettelijke taken in medebewind uit te voeren en kan die taken niet verwaarlozen. Toezicht vindt plaats in diverse vormen. De drie toezichtsvormen die hier worden onderscheiden zijn: Regulier- of planmatig toezicht Regulier toezicht is toezicht dat voortvloeit uit de wettelijke handhavingstaken die de gemeente Wageningen heeft. Feitelijk omvat dit het toezicht dat direct samenhangt met bijvoorbeeld vergunning of ontheffingverlening. Deze vorm van toezicht ligt voor de hand voor taken met een hoog risicoprofiel. Incidenteel toezicht Onder incidenteel toezicht wordt het toezicht verstaan dat op basis van handhavingsacties die naast het reguliere toezicht plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld zijn naar aanleiding van klachten en/of meldingen van burgers (het zogenaamde piepsysteem), externe partijen en/of interne afdelingen. Incidenteel toezicht hangt dus niet noodzakelijkerwijs samen met de verlening van vergunningen en/of ontheffingen. Dit toezicht ligt voor de hand bij taken met een laag of zeer laag risicoprofiel of bij taken die sporadisch voorkomen. Projectmatig toezicht. Onder projectmatig toezicht worden de speciale gebieds- of themagerichte handhavingsacties verstaan. Deze acties kunnen zowel door de gemeente worden geïnitieerd als ook vanuit de rijksoverheid. Deze vorm van toezicht kan worden toegepast bij niet-vergunninggebonden taken en taken met een gemiddeld risicoprofiel. Voorgaande toezichtsvormen zijn reeds vastgelegd in de notitie 'Integraal handhavingsbeleid gemeente Wageningen 2006.'
  15. Aanbevelingen verdere uitwerking bouwbeleidsplan 7.1 Uitwerking van het bouwbeleidsplan In de voorgaande hoofdstukken zijn de beleidsvisie en prioriteiten met betrekking tot de uitvoering van de bouwregelgeving en de toetsings- en toezichtstrategie die de gemeente Wageningen daarbij hanteert neergelegd. Daarmee is de kern van het bouwbeleidsplan neergelegd en bevat het bouwbeleidsplan uitvoeringsregels voor de taken op het gebied van bouwregelgeving. In dat opzicht zijn de in dit bouwbeleidsplan neergelegde uitvoeringsregels te beschouwen als beleidsregels in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Er moet worden geconstateerd dat er enkele onderdelen die nadere invulling behoeven. Deze nadere invulling kan plaatsvinden nadat het komende jaar ervaring is opgedaan met de in dit bouwbeleidsplan neergelegde uitvoeringsregels. Dan ontstaat er vanuit de praktijk (cijfermatig) inzicht over de gevolgen van de neergelegde uitvoeringsregels en kan een optimaal uitvoeringsprogramma worden opgesteld dat een waarheidsgetrouw beeld geeft van de benodigde en beschikbare capaciteit binnen de verantwoordelijke clusters. Naast het uitvoeringsprogramma behoeft ook de toetsingsstrategie op een aantal punten nog nadere uitwerking. Met name de borging van het toetsniveau en de wijze van vastlegging van toetsgegevens behoeft daarbij aandacht. Door het samenstellen van protocollen en checklists moet de feitelijke bouwbesluittoets verder worden ingevuld. Om voorgaande uitwerkingen van dit bouwbeleidsplan optimaal te faciliteren is het noodzakelijk om het komende jaar een monitoringssysteem op te zetten, waarmee de benodigde kengetallen kunnen worden verzameld. Op basis van deze kengetallen kan een uitvoeringsprogramma worden opgesteld. 7.2 Aanbevelingen Ten einde de verdere uitwerking van dit bouwbeleidsplan vorm te geven worden de navolgende aanbevelingen gedaan: 1.De in dit bouwbeleidsplan neergelegde toetsings- en toezichtstrategie als werkprogramma te implementeren binnen de clusters Vergunningverlening en Handhaving en Toezicht. 2.Een systeem van monitoring te ontwikkelen ten behoeve van de verdere uitwerking van de toetsingsstrategie Bouwbesluit en het opstellen van een uitvoeringsprogramma. 3.Voor het jaar 2008/2009 een uitvoeringsprogramma op te stellen waarin de vertaling van de toetsings- en toezichtstrategie naar de inzet van capaciteit en middelen wordt neergelegd. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is het opstellen van een bouwbesluitmatrix. GEMEENTE WAGENINGEN HOE BELANGRIJK IS HET TAAKVELD VOOR HET VOORKOMEN VAN NEGATIEVE EFFECTEN OP HET GEBIED VAN: TAAKVELDEN Veiligheid Gezondheid Imago Hinder en overlast Omgevingswaarden Cult. hist. waarden Schade (Jur.) aansprakelijkheid SCORE Bestuurlijke prioriteit PRIORITEIT Toets bestemmingsplanvoorschriften 1,7 1,7 3 2,7 3,7 3,7 3,3 3,3 2,9 Gemiddeld Welstandstoetsing 1 1 2,7 1,3 4,3 3,7 2 1,7 2,2 Gemiddeld Toetsing Bouwbesluit bouwvergunningen (verbouw) 4 4 2,7 1,7 1 1,3 2 2 2,3 Gemiddeld Toetsing Bouwbesluit bouwvergunningen (nieuwbouw) ·Tot € 100.000,- 3,3 3,3 2,3 1,7 1,3 1,3 2,7 2,7 2,3 Gemiddeld ·Van €100.000,- tot €1.000.000,- 4,3 4,3 3,3 2 2,3 1,3 3,7 3,7 3,1 * Hoog ·Meer dan €1.000.000 5 5 4 2,3 2,7 1,3 4,3 4,3 3,6 * Hoog Toetsing bouwbesluit lichtbouwvergunningplichtige bouwwerken 2,3 2 2 1,7 2 1,7 1,7 1,7 1,9 Laag Toetsing bouwbesluit bouwvergunningen overige bouwwerken geen gebouw zijnde 2,3 2 2 1,7 2 2 1,7 1,7 1,9 Laag Tijdelijke bouwvergunningen (artikel 45 Woningwet) 2,3 1,7 2 2 2 1,7 1,7 1,7 1,9 Laag Sloopvergunningen (asbest) 5 5 3,7 4 2,7 1,7 3,3 4 3,7 Hoog Sloopvergunningen (geen asbest) 2,7 2,7 2,3 2,3 1,7 1,7 2,3 2,3 2,3 Gemiddeld Bouwplaats (Bouwverordening: veiligheid op de bouwplaats ) 3,7 2,3 2,7 2,7 1 1 2,7 2,7 2,4 Gemiddeld Reclamevergunningen 1 1 2,7 2,7 3,3 2,7 1,3 2 2,1 Gemiddeld Toezicht bouwvergunningen kleine bouwwerken 2,3 2,3 2,3 2,7 2,7 2 2 2,3 2,3 Gemiddeld Toezicht bouwvergunningen ·Tot € 100.000,- 3,3 3,3 2,7 2,3 2,3 1,7 2,3 2,3 2,5 Gemiddeld ·Van €100.000,- tot €1.000.000,- 4 4 3,7 3 3,3 3,3 2,7 3 3,4 Hoog ·Meer dan €1.000.000 5 5 3,7 3,3 3,3 2,7 3,7 4 3,8 Hoog Toezicht Bouwplaats 4,3 4,3 2,7 3 2,3 2 2,7 3,3 3,1 Hoog Eindoplevering 4,3 3,3 2,7 1,7 1,7 2 2,7 2,7 2,6 Gemiddeld Stillegging bouw 3,3 3 2,7 3,7 2 2 2,7 2,7 2,8 Gemiddeld Illegale bouw (bouwen zonder vergunning) 4 3,3 4 3,3 3,3 3 2,7 3,3 3,4 Hoog Toezicht vergunning vrije bouw (bouwbesluit en welstand) 2 1,7 1,7 1,7 1,7 1,3 1,7 1,7 1,7 Laag Toezicht tijdelijke bouwvergunningen 2,7 2 2 2,3 2 1,7 1,7 1,7 2 Gemiddeld Toezicht slopen (asbest) 4,3 4,3 4 3,3 2,3 1,7 3,7 4 3,5 Hoog Toezicht slopen (geen asbest) 2,7 2,3 2 2,7 1,7 1,3 2 2 2,1 Gemiddeld Toezicht illegaal gebruik (bebouwd) 3,7 3,7 3,3 3 2 1,7 2,3 2,7 2,8 * Hoog Toezicht illegaal gebruik (onbebouwd) 2 1,7 3 3 3 1,7 2 2,7 2,4 * Hoog Toezicht staat volkshuisvesting 4,3 4 3,7 3 2 2 2,3 2,3 3 Hoog Toezicht voorschriften bestaande bouw (bouwbesluit) 3,3 3,3 3,3 2,7 2 2 2,3 2,3 2,7 Gemiddeld
  16. Doel en opzet uitvoeringsnota 1.1 Inleiding De uitvoeringsnota bevat de beleidsregels voor de uitvoering van taken op het gebied van de bouwregelgeving in de gemeente Wageningen. De nota bevat een afwegings- en verantwoordingskader voor de toetsing van aanvragen en het toezicht op de daarop verleende vergunningen. Daarnaast wordt het toezicht geregeld op een aantal gemeentelijke niet-vergunninggebonden taken. Ook wordt het uitvoeringskader geschetst voor de voorbereiding van de handhavingstaken van de cluster Handhaving en Toezicht. De nota is een doorwerking van de doelstellingen uit de beleidsvisie en prioriteitstelling. Voor elk van de gemeentelijke taken op het gebied van bouwregelgeving is een risico-inventarisatie opgesteld. Elke taak heeft een risicoprofiel. Dat risicoprofiel is de basis voor de intensiteit van de toetsing en de intensiteit van het toezicht. 1.2 Opzet en opbouw van de uitvoeringsnota De uitvoeringsnota is de kern van het bouwbeleidsplan. Hierin wordt vastgelegd hoe de gemeentelijke taken uniform, toetsbaar en verantwoord worden uitgevoerd op een niveau dat recht doet aan de bestuurlijke ambities. Daarbij moet onderscheid gemaakt worden tussen vergunninggebonden en niet-vergunninggebonden taken. Daarbij staan de bouwvergunningprocedures centraal. Daarnaast wordt aandacht gegeven aan andere vergunningen en besluiten die aan bouwen zijn gerelateerd, zoals de sloopvergunning. Het vastleggen van een systematiek voor de toetsing van aanvragen staat centraal in hoofdstuk
  17. In hoofdstuk 3 staat het toezicht centraal. Bij het vergunninggebonden toezicht geldt de frequentie en toezichtsmomenten worden afgestemd op de toetsingsstrategie. Naast het vergunninggebonden toezicht moet ook voor het niet-vergunninggebonden toezicht een strategie worden uitgewerkt. Dit vindt plaats in hoofdstuk
  18. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de planning, evaluatie en verantwoording van het bouwbeleidsplan. Ingegaan wordt op de wijze waarop het bouwbeleidsplan jaarlijks wordt geëvalueerd en de inzet van de capaciteit in relatie tot de strategie wordt verantwoord.
  19. Toetsingstrategie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de toetsingstrategie voor bouw (gerelateerde) aanvragen uiteengezet. Allereerst wordt de toetsingstrategie voor bouwaanvragen beschreven. Vervolgens wordt de toetsingstrategie voor enkele bouwgerelateerde vergunningen beschreven. De toetsingstrategie voor (bouw)aanvragen heeft tot doel om tot een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van de beschikbare middelen te komen. De beleidsvisie en prioriteitstelling vormt de basis voor de toetsingsstrategie. Dat wil zeggen dat de in de risico-inventarisatie aangebrachte prioriteiten in de taken leidend zijn voor het bepalen van de toetsingsintensiteit. 2.2 Toetsing van bouwaanvragen De toetsing van bouwaanvragen valt uiteen in een aantal onderdelen. Hieronder worden de deelaspecten van de toetsing van bouwaanvragen beschreven. De verschillende deelaspecten zijn: • Bouwtechnische toetsing • Ontvankelijkheidstoets • Toetsing aan bestemmingsplan • Toetsing aan welstandseisen • Toetsing aan bouwverordening Voor elk van de hiervoor genoemde onderdelen wordt hierna de intensiteit van toetsing bepaald. 2.3 Bouwtechnische toets Bij de bouwtechnische toetsing van bouwaanvragen staat de toets aan het Bouwbesluit centraal. Op grond van de Woningwet dient een bouwaanvraag te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit
  20. De gemeente controleert of een bouwplan inderdaad voldoet aan de toepasselijke eisen. Het niveau van toetsing aan het Bouwbesluit wordt op dit moment door de bouwplantoetsers in individuele gevallen bepaald mede op basis van het soort bouwwerk en de beschikbare tijd. Deze wijze van toetsing is weinig transparant. Door te bepalen op welke wijze en in welke intensiteit de toets van het Bouwbesluit bij de diverse soorten bouwwerken moet worden uitgevoerd ontstaat er een uniforme wijze van toetsing die transparanter is en inzichtelijk maakt op welke wijze de gemeente Wageningen bouwplannen beoordeeld. Formeel dienen alle aspecten van het Bouwbesluit volledig te worden getoetst. Gelet op de beschikbare capaciteit en op de omvang en de complexheid van de materie, is dit veelal echter niet mogelijk en dienen er keuzes te worden gemaakt. Het is dan gewenst deze keuzes expliciet te maken en aan te geven waarop wel wordt getoetst en waarop niet. Dit geeft voor een ieder (aanvrager, vergunningverlener en toetser) duidelijkheid. Om meer transparantie aan te brengen in de wijze van toetsing van bouwaanvragen aan het Bouwbesluit 2003 worden in dit bouwbeleidsplan regels vastlegt over de intensiteit van de beoordeling van verschillende categorieën van bouwwerken. De risico-inventarisatie is daarbij uiteraard van belang. Dit betekent dat de intensiteit van toetsing van bouwaanvragen recht moet doen aan de geïdentificeerde risico's. 2.3.1 Bouwbesluitmatrix - intensiteit van toetsing aan het Bouwbesluit 2003 2.3.1.1 Indeling in categorieën bouwwerken Om de intensiteit van toetsing van bouwaanvragen aan het Bouwbesluit te bepalen is de bouwbesluitmatrix ontwikkelt. Deze matrix geeft inzicht in de wijze waarop bouwplannen in de gemeente Wageningen worden getoetst aan het Bouwbesluit
  21. In de bouwbesluitmatrix is onderscheid gemaakt tussen de soorten bouwwerken. Voor het maken van dit onderscheid is er voor gekozen dezelfde categorieën van bouwwerken te identificeren als ook in de risico-inventarisatie is gebeurd. Uitzondering is dat het in de risicomatrix aangebrachte onderscheid tussen reguliere bouwvergunningen verbouw en nieuwbouw achterwege wordt gelaten. Reden hiervoor is dat de reguliere bouwvergunning verbouw een zelfde prioriteit krijgt als de reguliere vergunning nieuwbouw tot € 100.
  22. Een onderscheid in toetsing kan daardoor achterwege blijven. In de onderstaande bouwbesluitmatrix worden derhalve de volgende soorten bouwwerken c.q bouwaanvragen onderscheiden: Reguliere bouwvergunningen Tot €100.000 Van € 100.000- € 1.000.000 Meer dan € 1.000.000 Licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken en bouwwerken geen gebouw Het bouwbesluit bestaat uit vier thema's, te weten veiligheid,gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. In de bouwbesluitmatrix zijn aan de hand van deze vier thema's in de verticale kolom de verschillende deelonderwerpen uit het Bouwbesluit benoemd. Per onderwerp is vervolgens aangegeven in hoeverre een bepaald bouwwerk c.q. categorie bouwaanvraag aan dit onderdeel van het Bouwbesluit wordt getoetst. 2.3.1.2 Bepalen van de toetsintensiteit Op basis van hetgeen in de voorgaande paragrafen is beschreven is hieronder per bouwaanvraag/bouwwerk bepaald aan welke onderdelen van het Bouwbesluit 2003 wordt getoetst. Tabel 1 Bouwbesluitmatrix Bouwbesluitmatrix Licht Regulier verbouw Regulier nieuwbouw tot 100.000 Regulier nieuwbouw 100.000-1.000.000 Nieuwbouw > Hoofdonderwerp Onderdeel Veiligheid Constructieve veiligheid x x x x Brandveiligheid x x x x Overig x x Gezondheid Geluid Luchtverversing x x x Daglicht x x x Overig x Bruikbaarheid Toegankelijkheid en bereikbaarheid x x Verblijfsgebied en verblijfsruimte x x Toilet- en badruimte x Overig x x Energiezuinigheid Thermische isolatie Beperking Energieprestatie x x Duurzaam bouwen x 2.3.2 Verantwoording van het toetsniveau Het toetsniveau zoals dat is vastgelegd in de matrix is gebaseerd op de risico-inventarisatie en de beleidsvisie. Daarin is bepaald dat veiligheid en gezondheid prioritaire waarden zijn. Dit heeft dan ook tot gevolg dat toetsing aan de voorschriften van veiligheid en gezondheid bij alle bouwwerken plaatsvindt. Bij lichte bouwvergunningen wordt eveneens getoetst aan constructieve veiligheid. Hierbij moet de kanttekening worden geplaatst dat dit alleen plaatsvindt in die gevallen dat een lichte bouwvergunning conform daadwerkelijk wordt aangevraagd. Sinds 1 oktober bestaat de mogelijkheid een lichte bouwvergunning direct aan de balie af te halen. In dat geval vindt toetsing aan het Bouwbesluit in het geheel niet plaats. Bij bouwwerken met bouwkosten boven € 1.000.000 wordt getoetst aan alle voorschriften van het Bouwbesluit. In deze gevallen gaat het veelal om bouwwerken die een publieksfunctie hebben (bijvoorbeeld universiteitsgebouwen). Een volledige toets aan het Bouwbesluit is in die gevallen noodzakelijk om de risico's voor de gemeente zoveel mogelijk te beperken. Ook wordt hier in alle gevallen getoetst aan het aspect duurzaam bouwen. Voor de toetsing van bouwplannen aan het Bouwbesluit zal overigens een checklist worden ontwikkeld waarlangs de toets moet worden uitgevoerd. Doel van deze checklist is vooral op de wijze van toetsing transparant te maken en de eigen afwegingen van de bouwpiantoetser bij de uitvoering van de toets inzichtelijk te maken. 2.3.3 De feitelijke bouwbesluittoets In de bouwbesluitmatrix is voor de soorten bouwwerken bepaald aan welke thema's en de onderwerpen binnen deze thema's de bouwplannen worden getoetst. De bouwbesluitmatrix zegt niets over het niveau waarop vervolgens wordt getoetst. De voorschriften inzake bijvoorbeeld constructieve veiligheid of toegankelijkheid en bereikbaarheid omvatten meerdere subonderwerpen. Ook is het mogelijk om een voorschrift globaal te toetsen of juist volledig (bijv. door berekeningen na te rekenen in plaats van op volledigheid te controleren). De hiervoor opgenomen matrix laat dus ruimte voor een eigen beoordeling door de bouwplantoetser. Het is omwille van transparante besluitvorming en verantwoording noodzakelijk inzichtelijk te maken op welke wijze de toets van een bouwplan heeft plaatsgevonden. Binnen het landelijke project CKB (Collectieve Kwaliteitsnormering Bouwvergunningen) is een methode ontwikkelt waarmee de wijze van toetsing van bouwplannen aan het Bouwbesluit kan worden bepaald. Binnen dit project dat wordt gesteund door het ministerie van VROM is door een aantal partijen een toetsmethode ontwikkelt voor de toetsing van bouwplannen aan het Bouwbesluit. Het project CKB hanteert een werkwijze voor het bepalen van de toetsniveaus per bouwplan. Dit werkt in grote lijn als volgt. Binnen de CKB-systematiek zijn in totaal 32 (!) soorten bouwwerken gedefinieerd aan de hand van parameters (bijv. de aard van het bouwwerk, de bouwsom, de ligging van het bouwplan enz.). Vervolgens is per bouwwerk voor elk van de toepasselijke voorschriften gedefinieerd wat precies onder de verschillende toetsniveaus moet worden verstaan (dus er is exact omschreven hoe en met welke diepgang getoetst moet worden). In de praktijk werkt het CKB-systeem via een webbased software programma. Om het toetsniveau te bepalen dienen bij het binnenkomen van de aanvraag in het systeem de kenmerken van de bouwaanvraag te worden ingevuld. Het systeem genereert vervolgens de toetsregels die van toepassing zijn bij het vastgestelde toetsingsniveau voor de betreffende aanvraag. De uitkomst is een checklist aan de hand waarvan de toetser de aanvraag moet beoordelen. Deze checklist bevat gesloten vragen (Ja/Nee) per afdeling van het Bouwbesluit die de toetser langs moet gaan. Nadeel van de systematiek van CKB is dat het ontwikkelen en onderhouden van het systeem aanzienlijk veel tijd kost. Immers, allereerst zullen alle toetsniveaus (die de gemeente in beginsel zelf bepaald) moeten worden ingevoerd. Daarnaast betekent de strikte checklist dat een efficiënte afhandeling van aanvragen in het gedrang kan komen. Daarnaast is het de vraag of de checklist niet leidt tot een obligate wijze van beoordelen van bouwplannen, hetgeen wellicht niet daadwerkelijk leidt tot een verhoging van de kwaliteit van toetsing. Tot slot vergt het toetsprotocol ook vaardigheden van de toetser om te gaan met het toetsprogramma. Het is de vraag of een efficiënte afhandeling van bouwaanvragen niet in het gedrang komt als iedere aanvraag langs een dergelijke strakke systematiek moet worden afgewikkeld. Bovendien wordt op deze manier het beoordelingsvermogen van de plantoetser uitgeschakeld. Daarom heeft de gemeente Wageningen er vooralsnog voor gekozen de CKB-systematiek niet te volgen. Het voorgaande betekent niet dat verdere invulling van de wijze van toetsing en de verantwoording hiervan niet noodzakelijk is. Op dit moment is verdere invulling van de toetsingsstrategie echter niet goed mogelijk omdat er onvoldoende kengetallen aanwezig zijn (bijv. met betrekking tot de bouwbesluittoets). Het is de bedoeling dat de borging van de bouwplantoets dan ook wordt uitgewerkt en vastgelegd in een protocol/checklist. Het is de bedoeling dat binnen 1 jaar na vaststelling van dit bouwbeleidsplan de bouwplantoets middels een protocol/checklist is gewaarborgd. 2.4 Overige toetsingsgronden bouwaanvraag De toets aan het bouwbesluit is weliswaar een belangrijke maar niet de enige toetsingsgrond voor een bouwaanvraag. Op basis van artikel 44 van de Woningwet worden bouwplannen eveneens getoetst aan het bestemmingsplan, welstandsnota en de bouwverordening. Daarnaast moet worden beoordeeld of een bouwplan ontvankelijk is. Hierna wordt ten aanzien van de opgesomde toetsingsgronden de gemeentelijke wijze van beoordeling beschreven. 2.4.1 Ontvankelijkheidstoets De systematiek van de Woningwet en het Bouwbesluit 2003 (m.n. de afhandelingstermijnen voor bouwaanvragen), maken het noodzakelijk om aandacht te schenken aan de toets op ontvankelijkheid. Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen mogelijk als alle vereiste stukken er zijn. De indieningsvereisten voor bouwaanvragen zijn landelijk geüniformeerd en toegeschreven aan verschillende categorieën van bouwwerken. De marges voor de gemeente voor het toestaan van uitzonderingen zijn gering. De gemeente Wageningen verricht een volledige ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen om bouwvergunning. Als richtlijn zal gelden dat binnen één week na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden geleverd wordt de aanvraag altijd buiten behandeling gelaten. De aanvrager krijgt hiervan schriftelijk bericht. 2.4.2 Bouwverordening, welstand en bestemmingsplan Uitgangspunt is dat aanvragen altijd integraal worden getoetst aan het bestemmingsplan, de welstandsnota en de gemeentelijke bouwverordening. Uitzondering hierop is de balievergunning. De anticumulatiebepaling De bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer (hulpdiensten) De bluswatervoorziening De bereikbaarheid voor gehandicapten De parkeervoorzieningen De voorschriften voor brandveiligheidinstallaties De toetsing van eisen in het kader van brandveilig gebruik (de gebruiksvergunning) vindt overigens door de brandweer plaats. De gebruiksvergunning valt buiten de reikwijdte van dit plan. In wezen geldt voor de bouwverordening dat daarin gemeentelijke regels zijn opgenomen, waaraan een bouwplan integraal moet worden getoetst. In de op te stellen checklists zullen deze voorschriften dan ook worden geïntegreerd. 2.5 Overige bouwgerelateerde vergunningen In de voorbereiding op deze uitvoeringsnota is ten behoeve van de risico-inventarisatie een aantal bouwgerelateerde vergunningen geïnventariseerd, te weten: • de sloopvergunning • het bouwveiligheidsplan Ook voor deze taken zal hier een uitvoeringskader worden geschetst. 2.5.1 Sloopvergunning In de risico-inventarisatie krijgen sloopaanvragen waarbij er sprake is van asbest een hogere prioriteit toegekend dan de overige sloopaanvragen. Bij de afhandeling van sloopaanvragen waarbij sprake is van asbest zal altijd volledig worden getoetst aan de eisen die de bouwverordening hieraan stelt. Bij de overige sloopaanvragen zal onderscheid worden gemaakt tussen sloopaanvragen waarbij er sprake is van externe risico's (risicovolle sloopaanvragen) en overige aanvragen. Bij de beoordeling van risicovolle aanvragen zal volledig worden getoetst aan de bouwverordening,waarbij met name aandacht wordt besteed aan sloopveiligheid. De overige aanvragen worden slechts globaal beoordeeld. • Het volume van het te slopen bouwwerk is groter dan 700 m
  23. • Het te gebruiken sloopmaterieel leidt tot belasting van de omgeving (bijvoorbeeld gebruik van een mobiele puinbreker) • Omgevingsfactoren (waardevolle gebouwen, belendende percelen, kwetsbare gebieden, direct gelegen aan de openbare weg) leiden tot het stellen van bijzondere voorwaarden. De gemeente zal checklists ontwikkelen waarin bovenstaande elementen zijn uitgewerkt en kunnen worden gebruikt als leidraad bij de beoordeling van aanvragen. 2.5.2 Bouwveiligheidsplan In de AmvB 'indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning' is vastgelegd dat bij een aanvraag om een reguliere bouwvergunning een bouwveiligheidsplan wordt overlegd. B&W kunnen daarvan afwijken en bepalen dat geen bouwveiligheidsplan nodig is, of dat dit plan later kan worden verstrekt. Dat moet dan wel in de vergunning worden aangegeven. Er is sprake van beleidsvrijheid voor de gemeente. En dus is het gewenst dat daarover een aantal criteria wordt vastgelegd, opdat de aanvrager zicht krijgt in de mogelijke verplichtingen die hieruit voortvloeien. Het bouwveiligheidsplan heeft alleen betrekking op: • de veiligheid op de weg • de in de weg gelegen werken • de weggebruikers • de naburige bouwwerken • open erven en terreinen en hun Overige veiligheidsaspecten, arbeidsomstandigheden vallen onder andere regelingen. Een bouwveiligheidsplan zal alleen worden geëist bij grotere bouwplannen die mogelijk uitstraling hebben naar het publieke domein. Daarmee wordt bedoeld dat een bouwveiligheidsplan van belang kan zijn bij bouwwerken waarbij er risico's bestaan op het gebied van veiligheid voor de openbare ruimte.
  24. Toezichtstrategie 3.1 Inleiding Bij de programmering van het toezicht worden de taken die in de risico-inventarisatie zijn benoemd als uitgangspunt gehanteerd. Daarbij wordt de programmering van de toezichtstaken direct gerelateerd aan de risicoperceptie die uit de inventarisatie blijkt. Als een specifieke toezichtstaak laag scoort in de risico-inventarisatie zal dat zijn doorwerking moeten krijgen in intensiteit van het toezicht. Daarbij dient natuurlijk wel een zekere ondergrens in het oog te worden gehouden. Immers, de gemeente heeft een groot aantal wettelijke taken in medebewind uit te voeren en kan die taken niet verwaarlozen. Voor het ramen van de capaciteit voor de reguliere toezichtstaken en het toezicht op de gebruiksbepalingen uit de bestemmingsplannen moet een aantal aannames worden gedaan die aan de praktijk moeten worden getoetst. Het is op voorhand nooit mogelijk te ramen hoeveel acties uit deze toezichtstaken zullen voortvloeien. De gemeente heeft immers geen invloed op het aantal overtredingen dat plaatsvindt. 3.2 Definitie toezicht Het is eerst noodzakelijk te definiëren welke activiteiten als toezichtsactiviteiten moeten worden beschouwd. Bij urenramingen vallen de volgende activiteiten onder toezicht: • Reistijden naar en van de locatie waar toezicht wordt gehouden • Inspectie ter plaatse • Verslaglegging van de inspectie • Informerende correspondentie direct naar aanleiding van de inspectie • Dossiervoorbereiding Uitgangspunt is dat een dossier voldoende juridische basis vormt voor de start van een handhavingstraject. 3.3 Vormen van toezicht Toezicht vindt plaats in diverse vormen. De drie toezichtsvormen die hier worden onderscheiden zijn: • Regulier- of planmatig Regulier toezicht is toezicht dat voortvloeit uit de wettelijke handhavingstaken die de gemeente Wageningen heeft. Feitelijk omvat dit het toezicht dat direct samenhangt met bijvoorbeeld vergunning of ontheffingverlening. Deze vorm van toezicht ligt voor de hand voor taken met een hoog risicoprofiel. • Incidenteel Onder incidenteel toezicht wordt het toezicht verstaan dat op basis van handhavingsacties die naast het reguliere toezicht plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld zijn naar aanleiding van klachten en/of meldingen van burgers (het zogenaamde piepsysteem), externe partijen en/of interne afdelingen. Incidenteel toezicht hangt dus niet noodzakelijkerwijs samen met de verlening van vergunningen en/of ontheffingen. Dit toezicht ligt voor de hand bij taken met een laag of zeer laag risicoprofiel of bij taken die sporadisch voorkomen. • Projectmatig Onder projectmatig toezicht worden de speciale gebieds- of themagerichte handhavingsacties verstaan. Deze acties kunnen zowel door de gemeente worden geïnitieerd als ook vanuit de rijksoverheid. Deze vorm van toezicht kan worden toegepast bij niet-vergunninggebonden taken en taken met een gemiddeld risicoprofiel. Voorgaande toezichtsvormen zijn reeds vastgelegd in de notitie 'Integraal handhavingsbeleid gemeente Wageningen 2006.' 3.4 Toezichtniveaus Behalve de drie vormen van het toezicht worden in de handhavingsnotitie ook vier niveaus van toetsing worden onderscheiden. Door het hanteren van verschillende niveaus van toetsing kan de beschikbare handhavingscapaciteit binnen de gestelde prioriteiten zo efficiënt mogelijk worden ingezet. De vier te onderscheiden toetsingsniveaus zijn: Niveau 1: Steekproef De betrokken regel wordt incidenteel getoetst. Niveau 2: Hoofdlijnen toets De betrokken regel wordt bij dit toetsingsniveau beperkt in de breedte en beperkt in de diepte getoetst Niveau 3: Representatief De betrokken regel wordt in de volle breedte en steekproefsgewijs in de diepte gecontroleerd. Niveau 4: Volledige toets De betrokken regel wordt in de volle breedte en diepte getoetst. In de handhavingsnotitie is vastgelegd dat de hoofdregel is dat bij handhavingstaken met een hoge prioriteit in de regel een hoog toetsingsniveau wordt gehanteerd (3 of 4). Bij taken met een gemiddelde prioriteit wordt een gemiddeld toetsingsniveau

(2)en bij een lage prioriteit wordt een laag toetsingsniveau
(1)gehanteerd. Door de koppeling te leggen tussen de mate van prioriteit en het toetsingsniveau wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan de prioriteitstelling binnen de beschikbare capaciteit. De vertaling van bovenstaande toezichtsniveaus vindt plaats door per niveau het aantal toezichtsmomenten te bepalen. De verdeling is daarbij als volgt: Steekproefniveau : 1 - 3 toezichtsmomenten Hoofdlijnenniveau : 4 - 6 toezichtsmomenten Representatief niveau : 7 - 9 toezichtsmomenten Volledig niveau : 10 en meer toezichtsmomenten. Hierna wordt per toezichtstaak het niveau van toezicht bepaald 3.5 Toezicht vergunninggebonden taken Het vergunninggebonden toezicht is de belangrijkste vorm van toezicht. Dit toezicht is gekoppeld aan vergunningen. Zoals hiervoor beschreven vindt het toezicht op (bouw)vergunningen planmatig plaats. Dat wil zeggen dat op basis van het aantal vergunningen (gebaseerd op de ervaringscijfers uit voorgaande jaren) een planning wordt gemaakt van de benodigde toezichtscapacteit. Dit gebeurt door het bepalen van het aantal toezichtsmomenten (frequenties en de uren die voor elk toezichtsmoment nodig zijn) te vermenigvuldigen met het aantal vergunningen. 3.5.1 Toezichtsmomenten en frequenties Een bouwwerk dient tijdens de bouw op een aantal essentiële punten beoordeeld te worden om een volledig beeld te kunnen krijgen van de kwaliteit en de bouwwijze. Het is ondoenlijk om elk bouwwerk op elk punt van de bouw te controleren. In de risico-inventarisatie zijn veiligheid en gezondheid als dominante risico's aangemerkt. Het beheersen van die risico's behoort dan ook in de definiëring van het toezicht centraal te staan. In de keuze van de toezichtsmomenten is met dit uitgangspunt rekening gehouden. De volgende toezichtsmomenten kunnen worden onderscheiden: Verificatie van gegevens over de bouwplaats Bevestiging van werkafspraken met de bouwer Uitzetten van de bouw / controle van de uitgezette bouw Heien Controleren van wapening van de fundering Begane grondvloeren Verdiepingsvloeren Eventuele staalconstructies Kap Afbouw en installaties Eindoplevering. Het aantal gedefinieerde toezichtsmomenten hoeft niet altijd daadwerkelijk te worden uitgevoerd. Bij kleinere projecten kan een selectie worden gemaakt. Bij grotere projecten kan een toezichtsmoment tot meerdere bezoeken noodzaken. Voor de diverse frequent voorkomende bouwwerken worden hieronder de toezichtsmomenten uiteengezet. De cijfers in de laatste kolommen verwijzen naar de hierboven beschreven toezichtsmomenten. De in de kolom 'toezicht vast' opgenomen toezichtsmomenten moeten in ieder geval worden gehouden. De in de kolom 'toezicht variabel' opgenomen toezichtsmomenten worden door de bouwinspecteur bepaald, met dien verstande dat het maximum aantal in de kolom 'toezichtfrequentie' is opgenomen. De gemeente kiest er nadrukkelijk voor niet alle toezichtsmomenten op voorhand geheel vast te leggen. Wel is per categorie bouwwerk de maximale toezichtsfrequentie benoemd en de vaste toezichtsmomenten, De overige toezichtsmomenten worden in het werk beoordeeld. 3.5.1.1 Lichte bouwvergunning en reguliere bouwvergunning verbouw De bouwvergunningen die in de risico-inventarisatie een lage prioriteit hebben gekregen worden ook op steekproef toetsniveau gecontroleerd. Dit betekent een minimum van 1 controle en een maximum van 3 controles. Tabel 2 Omschrijving Toezicht moment vast Toezicht moment variabel Lichte bouwvergunning (toezicht kleine bouwwerken) 10 De lichte bouwvergunningen wordt in principe alleen bij de eindoplevering gecontroleerd. Er kan Voor bepaalde verbouwactiviteiten een uitzondering worden gemaakt door het inzetten van een extra toezichtsmoment indien de aard van het bouwplan of de bouwer dat nodig maakt. 3.5.1.2 Reguliere bouwvergunning De categorie reguliere bouwvergunning is onderverdeeld in drie typen, conform de verdeling in de risico-inventarisatie. Dit houdt in dat de frequentie en diepgang van het toezicht is gekoppeld aan de omvang van het bouwwerk (gebaseerd op de bouwkosten). Bij bouwwerken tot€ 100.000 is het toezicht derhalve op hoofdlijnenniveau , terwijl er bij bouwwerken met bouwkosten van meer dan € 1.000.000 sprake is van volledig toezicht. Tabel 3 Omschrijving Toezicht momenten vast Toezicht momenten variabel Reguliere bouwvergunning tot 100.000 2,4,10 2x Reguliere bouwvergunning van 100.000- 2,4,5,6,7,8,10 1x Reguliere bouwvergunning meer dan 1.000.000 Alle Eventueel herhalingscontrole De reguliere bouwvergunningen nieuwbouw van meer dan € 1.000.000 worden in een frequentie van 10 toezichtsmomenten gecontroleerd. Dit betekent dat alle onderscheiden toezichtsmomenten worden uitgevoerd. Overigens moet worden opgemerkt dat het aantal toezichtsmomenten nog meer kan zijn dan tien, omdat sommige toezichtsmomenten wellicht meerdere malen moeten worden uitgevoerd. Dit is echter niet vastgelegd omdat dergelijke herhalingscontroles afhankelijk zullen zijn van de op dat moment beschikbare capaciteit. 3.6 Toezicht bouwgerelateerde vergunningen en taken 3.6.1 Sloopvergunning Bij de sloopvergunning is voor de toetsing het onderscheid gemaakt tussen sloopvergunningen waarbij asbestverwijdering aan de orde is en sloopvergunningen zonder asbest. Het aantal toezichtsmomenten zal hierop eveneens worden afgestemd. Bij sloopvergunningen asbest zal de frequentie hoger zijn dan bij sloopvergunningen waarbij geen asbest wordt verwerkt. Bij sloopvergunningen waarbij geen asbest wordt verwerkt wordt maximaal 2 maal gecontroleerd. In ieder geval wordt na afloop van de werkzaamheden gecontroleerd of deze conform de voorwaarden zijn uitgevoerd. Daarnaast bestaat de mogelijkheid een extra toezichtsmoment in te lassen indien de aard en omvang van de werkzaamheden dit nodig maken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij sloopwerkzaamheden waarbij er risico's zijn voor het publieke domein. In dat geval zal er een sloopveiligheidsplan gevraagd worden en zal extra controle op de naleving hiervan noodzakelijk zijn. Tabel 4 Omschrijving Frequentie maximaal Toezichtsmomenten vast Sloopvergunning asbest 3 2 (aanvraag en na afloop) Sloopvergunning geen asbest 2 1 (na afloop) 3.6.2 Bouwveiligheidsplan Het bouwveiligheidsplan (op grond van de bouwverordening) zal vooral bij grotere reguliere vergunningen verplicht worden gesteld. Uitgegaan kan worden van 1 extra toezichtsmoment, waar expliciet de bouwplaats gecontroleerd wordt op de gestelde voorwaarden. Voor het overige zal het toezicht op de bouwplaats worden geïntegreerd in het bouwtoezicht. 3.6.3 Niet vergunninggebonden gebiedstoezicht Een groot aantal toezichtstaken kan onder de noemer gebiedsgericht toezicht worden geschaard. Kern hiervan is dat niet de activiteit (zoals de vergunning) maar het gebied centraal staat. Het toezicht op niet-vergunning gebonden toezicht vraagt een eigen aanpak. Het is de gemeente zelf die initiatief moet nemen om toezicht te houden. 3.6.3.1 Illegale bouw en gebruik Het toezicht op illegale bouw en gebruik vindt tot op heden voornamelijk op adhoc basis plaats, naar aanleiding van klachten of handhavingsverzoeken. In de risico-inventarisatie heeft illegale bouw een hoge prioriteit gekregen. Illegaal gebruik heeft een gemiddelde prioriteit gekregen. Dit betekent dat meer planmatig (en gebiedsgericht) toezicht wenselijk is. Planmatig toezicht betekent in dit verband dat conform een vooraf vastgestelde frequentie wordt gecontroleerd op illegale bouwwerken en gebruik. Het gebiedsgerichte karakter van deze controles houdt in dat onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende gebiedskarakteristieken binnen het grondgebied van de gemeente. De frequentie waarin toezicht plaatsvindt wordt daarbij afgestemd op de gebiedskarakteristiek. • Industrieterreinen en haven • Buitengebieden, inclusief camping • Centrum • Bebouwde kom overig Voor elk van deze onderscheiden gebieden is een toezichtsfrequentie vastgesteld. Die frequentie hangt samen met de enerzijds de waarden van het gebied en anderzijds het beslag op de organisatie dat deze vorm van toezicht vraagt. Tabel 5 Omschrijving Toezichtfrequentie Industrieterrein en haven 1 keer per jaar Buitengebieden, inclusief camping 2 keer per jaar Centrum 1 keer per jaar Bebouwde kom overig 1 keer per jaar Elk gebied wordt conform de vastgestelde frequentie gecontroleerd op illegaal gebruik en illegale bouw. Daarvoor wordt een gebied zonodig in deelgebieden opgedeeld. Aan de hand van een vooraf vastgesteld protocol wordt een controle uitgevoerd. Er wordt een verslag gemaakt van de bevindingen. Toezicht op de camping omvat hier slechts het reguliere toezicht op illegaal gebruik en bouwen. De specifieke problematiek inzake permanente bewoning van recreatieverblijven valt hier niet onder. Dit wordt projectmatig aangepakt. 3.6.3.2 Staat van de volkshuisvesting Op grond van artikel 14 van de Woningwet heeft de gemeente de taak om de staat van de volkshuisvesting te controleren. Deze taak krijgt in de risico-inventarisatie een hoge prioriteit. Planmatige controles zijn noodzakelijk te meer omdat op dit onderdeel in de voorgaande jaren een achterstand is opgelopen. In de programmering is daarom structureel capaciteit ingeruimd voor het planmatig uitvoeren van deze controles. Het uitvoeren van planmatige controles op dit taakveld betekent dat gedurende enkele uren per week toezicht zal worden uitgevoerd. Daarbij wordt wel een gebiedsgerichte aanpak gevolgd. Dit houdt in dat het toezicht op de staat van de volkshuisvesting zich met name concentreert in het oude stadscentrum. Studentenpanden vormen daarbij het belangrijkste aandachtspunt. 3.6.3.3 Tijdelijke bouwvergunning Het toezicht op de tijdelijke bouwvergunning krijgt in de risico-inventarisatie een gemiddelde prioriteit. Het aantal toezichtsmomenten voor deze taak is sterk afhankelijk van het aantal afgegeven tijdelijke bouwvergunningen per jaar. Omdat het om een relatief klein aantal per jaar gaat wordt de controle op tijdelijke vergunningen opgenomen in de controle op illegale bouw en gebruik. 3.6.3.4 Toezicht vergunningvrije bouw Het toezicht op vergunningvrij bouwen heeft een lage prioriteit gekregen in de risico-inventarisatie. Het toezicht op vergunningvrije bouwwerken omvat vooral het toezicht op het Bouwbesluit en welstand (welstandsexcessen). Gelet op de lage prioriteit die dit taakonderdeel heeft gekregen wordt voor deze taak geen actief toezicht opgenomen. Wel wordt dit onderdeel meegenomen in de programmering van het thematisch toezicht. 3.7 Thematisch toezicht In de programmering van het toezicht wordt de mogelijkheid gecreëerd om bijzondere thema's te benoemen waarop gedurende enige tijd georganiseerd toezicht wordt gehouden. Het betreft dan onderwerpen die bijzondere bestuurlijke aandacht hebben of onderwerpen waarop een achterstand moet worden ingehaald. 3.8 Reageren op klachten en handhavingsverzoeken Voor een aantal gemeentelijke toezichtstaken op het gebied van bouwregelgeving zal geen actief toezicht worden uitgevoerd of is er sprake van een licht toezichtsregime. Het kan natuurlijk zijn dat een klacht of handhavingsverzoek binnenkomt die betrekking heeft op één van deze taken. Uitgangspunt is dat er op klachten wordt gereageerd binnen 8 weken (Algemene wet bestuursrecht). In principe moet de klager dan uitsluitsel krijgen hoe de gemeente met de klacht omgaat. Voor de afhandeling van klachten en handhavingsverzoeken zal een protocol worden opgesteld. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het scharen van een activiteit onder een toezichtsregime niet betekent dat voor deze taken niet meer op klachten en handhavingsverzoeken wordt gereageerd. Wel kan een klacht aanleiding geven de planning aan te passen om een efficiënte aanpak te bewerkstelligen. Bij de jaarlijkse beleidsevaluatie zal worden bekeken in hoeverre de klachten en handhavingsverzoeken (meer) gestructureerd toezicht op een bepaald terrein nodig maken. 4. Programmering, verantwoording en evaluatie 4.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken is het uitvoeringsprogramma vastgesteld die de werkorganisatie in Wageningen zal hanteren bij de uitvoering van de bouwregelgeving. Doel daarvan is om effectief en efficiënt met de bouwregelgeving om te gaan. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de beleidscyclus van het bouwbeleidsplan. Achtereenvolgens komen aan de orde: • De programmering • De planning- en ontrolecyclus • Verslag en evaluatie 4.2 Programmerinig Al in paragraaf 1.2 van deel 1 van dit bouwbeleidsplan is aangegeven dat op basis van de toetsingsen toezichtstrategie uiteindelijk een uitvoeringsprogramma zal moeten worden gemaakt, waarin de vastgestelde wijze van uitvoering van taken wordt vertaald naar de inzet van capaciteit en middelen. In dit bouwbeleidsplan is een dergelijk uitvoeringsprogramma nog niet opgenomen. Het vastgestelde bouwbeleidsplan zal in het komende jaar binnen de organisatie worden geïmplementeerd. Door het in de praktijk toetsen van de vastgestelde wijze van uitvoering wordt inzichtelijk gemaakt welke effecten het bouwbeleidsplan heeft op de organisatie en de verdeling van capaciteit en middelen. Vervolgens kan gericht, op basis van ervaringscijfers een uitvoeringsprogramma worden opgesteld. Het is de bedoeling voor het jaar 2009 een uitvoeringsprogramma vast te stellen. 4.3 Planning en controlecyclus Ondanks de zorgvuldige en zo compleet mogelijke opzet van deze nota is het niet mogelijk om een nota op te stellen die in alle situaties in lijn is met de praktijk. De nu voorliggende nota zal dan ook steeds moeten worden aangepast en aangevuld, al naar gelang de ervaring in de praktijk en ontwikkelingen in de regelgeving en jurisprudentie. Om daarin te voorzien is het nodig dat deze nota deel uit maakt van een planning- en controlecyclus waarin jaarlijks een planning van activiteiten wordt gemaakt en na afloop van een jaar wordt bezien welke ervaringen zijn opgedaan. In de in 2007 gewijzigde Woningwet heeft dit proces een wettelijke basis gekregen. Zoals ook in andere wetten, zoals de Wet Milieubeer is de verplichting opgenomen dat burgemeester en wethouders jaarlijks hun voornemens bekend maken over de wijze waarop in het komende jaar uitvoering zal worden gegeven aan toezicht en handhaving van de Woningwet. Daarnaast moet het college jaarlijks verslag doen aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid. In onderstaand schema zijn de elementen van de beleidscyclus van het bouwbeleidsplan in grote lijnen geschetst. Centraal in bovenstaand schema staat het bouwbeleidsplan. Op basis van deze nota wordt jaarprogramma gemaakt. Dat jaarprogramma bevat een realistische raming van de activiteiten die in het begrotingsjaar worden uitgevoerd. Daarbij dient uiteraard rekening te worden gehouden met de organisatorische en financiële mogelijkheden en de bestuurlijke ambities op het terrein van de bouwregelgeving. Het jaarprogramma is leidend voorde uitvoering van de bouwregelgeving. Nadat het begrotingsjaar is afgerond wordt er verslag gedaan aan de gemeenteraad over de wijze waarop de geplande taken zijn uitgevoerd. Dit jaarverslag is een verplichting op grond van de Woningwet maar vormt ook de periodieke evaluatie van het beleid. Door evaluatie is aanvulling en aanpassing van het beleid mogelijk. 4.4 Inhoud van verslag en evaluatie Het jaarverslag is een pendant van het jaarprogramma (de capaciteitsraming). Anderzijds is het jaarverslag een instrument voor evaluatie en beleidsaanpassing. In het overzicht van de activiteiten wordt aangegeven hoe de ramingen zich verhouden tot de werkelijke activiteiten. Bij substantiële afwijkingen wordt verantwoord wat hiervan de oorzaken zijn en eventueel hoe de problemen voor het volgende jaar kunnen worden opgelost. Het jaarverslag zal dan ook een scala aan gegevens bevatten aan de hand waarvan inzicht zal worden gegeven over de manier waarop met de bouwregelgeving is omgegaan. Ten behoeve van een jaarverslag vorm zal worden gegeven. Dit protocol vormt onderdeel van het bouwbeleid.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.