Re-integratieverordeningWet werk en bijstand gemeente Voerendaal 2014De raad van de gemeente Voerendaal; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Voerendaal met overneming van de daarin vermelde motieven; gelet op de artikelen 7 en 8 en 10 lid 2 Wet werk en bijstand, de artikelen 34, 35 en 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen 34, 35 en 36 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen werknemers, B E S L U I T : In te trekken: de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Voerendaal 2011 EN Vast te stellen de: Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Voerendaal 2014 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en de artikelen (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het Intergemeentelijk Collectief voor Werk, Zorg en Inkomen Kompas; de doelgroep: de belanghebbende met een WWB-, IOAW-, IOAZ- of Anw-uitkering, niet-uitkeringsgerechtigden dan wel personen zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 van de wet; de benadeelde werknemer: de persoon die: I) een uitkering op grond van de wet, IOAW of IOAZ ontvangt; II) een geldige indicatie op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) heeft; III) op de wachtlijst WSW staat én; IV) géén dienstverband heeft op grond van de WSW. loonkosten: het brutoloon, vóór afdracht van de loonbelasting, en de verplichte sociale zekerheidsbijdragen. SW-werkgever: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die door het Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid-Limburg is aangewezen door middel van een daartoe strekkend aanwijzingsbesluit om een benadeelde werknemer een dienstbetrekking krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht aan te bieden voor het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Wet sociale werkvoorziening. SW-dienstverband: dienstverband met een SW-werkgever. loonwaarde: het deel van het minimumloon dat kan worden verdiend door een benadeelde werknemer. volledig gesubsidieerde arbeid: arbeid waarbij de loonkosten volledig worden gecompenseerd. Hoofdstuk2Voorzieningen Paragraaf1.Algemene bepalingen over voorzieningen Artikel2.Weigeren en beëindigen van voorzieningen 1.Het dagelijks bestuur weigert een voorziening in het kader van deze verordening in ieder geval indien: het gezinsinkomen van de personen die behoren tot de doelgroep hoger of gelijk is aan 150% van het wettelijk minimumloon; een persoon met een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet of een niet- uitkeringsgerechtigde een eerdere voorziening verwijtbaar heeft onderbroken. 2.Het dagelijks bestuur kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9, 17 en 55 WWB, 13 en 37 IOAW, 13 en 37 IOAZ niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van deze verordening; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het dagelijks bestuur de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening. Paragraaf2.Voorzieningen Artikel3.Werkstages 1.Het dagelijks bestuur kan personen die behoren tot de doelgroep een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden. 2.Het doel van de werkstage is het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3.Deze werkstage duurt maximaal zes maanden. 4.Het dagelijks bestuur plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt. 5.In een plan wordt tenminste vastgelegd het doel van de werkstage, alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 6.In een stage-overeenkomst tussen de werkgever en de persoon zoals bedoeld in het eerste lid wordt minimaal vastgelegd dat de werkgever ten behoeve van deze persoon de noodzakelijke verzekeringen afsluit. Artikel4.Sociale activering 1.Het dagelijks bestuur kan aan personen die behoren tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering. 2.Onder sociale activering wordt verstaan het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of vrijwilligerswerk ter voorbereiding op de start van een traject gericht op arbeidsinschakeling of gericht op het voorkomen van een sociaal isolement. Artikel5.Scholing 1.Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan scholing worden aangeboden. Geen scholing of opleiding wordt aangeboden als dit naar het oordeel van het dagelijks bestuur de krachten of bekwaamheden van belanghebbende te boven gaat of niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 2.Als een persoon additionele werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 10a van de wet en niet beschikt over een startkwalificatie, bekijkt het dagelijks bestuur na een periode van zes maanden na aanvang van die werkzaamheden in hoeverre scholing of opleiding de toegang tot de arbeidsmarkt kan bevorderen. Geen scholing of opleiding wordt aangeboden als dit naar het oordeel van het dagelijks bestuur de krachten of bekwaamheden van belanghebbende te boven gaat of niet bijdraagt aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Artikel6.Participatieplaats 1.Het dagelijks bestuur kan aan personen van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand een participatieplaats aanbieden zoals bedoeld in artikel 10a van de wet. 2.Het doel van een participatieplaats is personen die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn middels het aanbieden van additioneel werk een stap richting arbeidsinschakeling te laten zetten. 3.Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid dient een belanghebbende onder verantwoordelijkheid van de gemeente additionele werkzaamheden te verrichten. 4.Het dagelijks bestuur plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt. 5.Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat de participatieplaats wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die zowel door het dagelijks bestuur, de werkgever als een belanghebbende wordt getekend. In deze overeenkomst wordt minimaal vastgelegd dat de werkgever ten behoeve van deze persoon de noodzakelijke verzekeringen afsluit. 6.Er kan door het dagelijks bestuur na een periode van drie maanden een vergoeding in rekening worden gebracht. 7.Er wordt geen vergoeding van premie en reiskosten verstrekt als de werkgever een vergoeding geeft voor deze kosten. 8.Het dagelijks bestuur verstrekt aan personen die additionele werkzaamheden verrichten als bedoeld in dit artikel een premie van € 1,00 per uur met een maximum van € 120,00 per maand. 9.De premie kan tweemaal per jaar worden aangevraagd, te weten over de tijdvakken van 1 januari tot en met 30 juni en 1 juli tot en met 31 december. Artikel7.Werken met behoud van uitkering 1.Het dagelijks bestuur kan een persoon met een WWB-, IOAW-, IOAZ- of Anw- uitkering, laten werken met behoud van uitkering. 2.Het doel van deze voorziening is het opdoen van werkervaring gericht op uitstroom naar regulier werk. 3.De werkzaamheden duren in beginsel maximaal drie maanden. Eenmalige verlenging voor de duur van maximaal drie maanden behoort tot de mogelijkheden. 4.Het dagelijks bestuur plaatst de persoon alleen indien door zijn plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en indien door zijn plaatsing geen verdringing plaatsvindt. 5.In een plan wordt tenminste vastgelegd het doel van werkzaamheden, alsmede de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 6.In een overeenkomst tussen de werkgever en de persoon zoals bedoeld in het eerste lid wordt minimaal vastgelegd dat de werkgever ten behoeve van deze persoon de noodzakelijke verzekeringen afsluit. Artikel8.Bijzondere kosten 1.Het dagelijks bestuur kan in het kader van de arbeidsinschakeling kosten vergoeden die verband houden met deelname aan een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening in het kader van deze verordening en die buiten het bereik van de andere voorzieningen liggen. Er dient daarbij sprake te zijn van kosten die naar het oordeel van het dagelijks bestuur in redelijkheid niet voor rekening van betrokkene kunnen komen. 2.Geen aanspraak op de in het eerste lid genoemde vergoedingen bestaat indien een beroep gedaan kan worden op een voorliggende voorziening die gezien haar aard en doel wordt geacht voor belanghebbende toereikend en passend te zijn. Paragraaf3.premies Artikel9.Uitstroompremies regulier 1.Het dagelijks bestuur kan aan personen die eerder een WWB-, IOAW- of IOAZ-uitkering hebben ontvangen en die zijn uitgestroomd nadat de leeftijd van 27 jaar is bereikt door het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid met uitzondering van volledig gesubsidieerde arbeid, dan wel het zich vestigen als zelfstandig ondernemer, twee maal een uitstroompremie toekennen. 2.De eerste premie ter hoogte van € 750,00 wordt verstrekt indien de persoon zoals bedoeld in het eerste lid: voorafgaande aan de uitstroom minimaal drie maanden een uitkering zoals bedoeld in lid 1 heeft ontvangen; en ten minste zes aaneengesloten maanden volledig uitkeringsonafhankelijk is als gevolg van de uitstroom zoals bedoeld in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.