Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 22 april 2014, nummer 80F953D6, tot vaststelling van het Protocol depositiebank provincie Utrecht april 2014, met het oog op de vaststelling van inzichtelijke en juridisch houdbare regels voor de werking van de stikstofdepositiebank van de Provincie Utrecht. Besluit van GedeputeerdeStaten van Utrecht van 22 april 2014, nummer80F953D6, tot vaststelling van het Protocol depositiebank provincie Utrechtapril 2014, met het oog op de vaststelling van inzichtelijke en juridisch houdbare regels voor de werking van de stikstofdepositiebank van de Provincie Utrecht. Paragraaf 1 Beheer van de depositiebank 1 De depositiebank wordt beheerd door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. 2 Vanuit de depositiebank worden salderingen uitgevoerd van stikstofdepositie ten opzichte van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten binnen de provinciegrenzen van Utrecht ten behoeve van veehouderijbedrijven die daar om verzoeken. Paragraaf 2 Procedure melding en salderingsverzoek nieuwe stallen 1 Het indienen van een aanvraag en een melding voor nieuwe stallen dient te worden gedaan door alle initiatiefnemers binnen de provincie Utrecht, die op of na 18 februari 2011 een nieuwe stal realiseren (definitie nieuwe stal: zie de Verordening ). Het is daarbij niet relevant of de bedrijfsontwikkeling leidt tot een toename of afname van de depositie. De aanvraag en de melding kunnen worden ingediend via een compleet ingevuld ‘Meldingsformulier Verordening veehouderij, stikstof en Natura 2000 Utrecht’. Voor een complete aanvraag/melding moeten alle gevraagde bijlagen meegestuurd worden. 2 Een verzoek tot saldering kan uitsluitend worden gedaan indien er tevens sprake is van een meldingsplicht. Een verzoek daartoe moet samen met de melding worden ingediend. 3 Via het meldingsformulier dient ook te worden aangegeven of men wenst te salderen met depositie van het eigen bedrijf, bijvoorbeeld in geval bij concentratie van bedrijfsonderdelen. 4 In het meldingsformulier geeft de initiatiefnemer aan in welke depositiecategorie (in % van de KDW van het meest kritische habitattype in het meest nabijgelegen Habitatrichtlijngebied of Beschermd Natuurmonument) het bedrijf valt en welke hoeveelheid stikstofdepositie gesaldeerd dient te worden. Bepaling van de depositiecategorie vindt plaats door de hoogste depositie te berekenen ten opzichte van de afzonderlijke habitattypen in het meest nabijgelegen Habitatrichtlijngebied of Beschermd Natuurmonument. Daarna wordt het hoogste verhoudingspercentage berekend door het quotiënt te bepalen van de hoogste depositie op een habitattype in een Habitatrichtlijngebied of Beschermd Natuurmonument en de laagste Kritische Depositie Waarde (KDW) dat gevonden wordt in het betreffende gebied. De aldus bepaalde depositiecategorie geldt ook voor de stikstofgevoelige leefgebieden in Vogelrichtlijngebieden. Berekeningen gebeuren met behulp van AAgro-Stacks of een op later tijdstip in te voeren wettelijk depositiemodel. 5 Een initiatiefnemer die een meldingsformulier per post heeft ingediend, ontvangt binnen 5 werkdagen van Gedeputeerde Staten een bevestiging van ontvangst. Bij digitaal ingediende meldingen wordt een ontvangstbevestiging direct via email verzonden. 6 Na ontvangst van het compleet ingevulde en ondertekende meldingsformulier worden de meldingen waarin een verzoek tot saldering wordt gedaan in behandeling genomen ten behoeve van saldering via de depositiebank. Dit geldt niet voor bedrijven in categorie B, waarbij niet voldaan wordt aan de technische eisen van Bijlage 1 van de verordening (geldt voor categorie B, met >1%-10% KDW t.o.v. Habitatrichtlijngebieden). 7 Behandeling van een verzoek tot saldering vindt plaats in volgorde van binnenkomst van het compleet ingediende en ondertekende meldingsformulier, tenzij in de verordening of dit protocol anders is bepaald. Voor de afhandeling van salderingsverzoeken is een wachtlijstregeling vastgesteld. Ingeval meldingen op dezelfde dag binnenkomen, bepaalt de mate van het beroep op de ruimte in de depositiebank de volgorde van behandeling. De bedrijven die het minst grote beroep doen op depositie worden hierbij het eerst behandeld. 8 Gedeputeerde Staten treden, voordat een besluit wordt genomen, met de initiatiefnemer in overleg indien er op dat moment voor één of meerdere habitattypen of leefgebieden te weinig ruimte is in de depositiebank, maar er wel uitzicht kan zijn op vulling van de bank. Het voorstel zal dan zijn om het salderingsverzoek aan te houden en op een wachtlijst te plaatsen. Deze aanhouding vindt gescheiden plaats in de twee depositiecategorieën A en B. 9 Gedeputeerde Staten besluiten binnen een termijn van maximaal 8 weken of het verzoek tot saldering via de depositiebank al dan niet gehonoreerd kan worden en laten dit weten aan de initiatiefnemer. Als gesaldeerd kan worden, wordt een hoeveelheid depositie gereserveerd in de depositiebank tot het moment dat de daadwerkelijke staluitbreiding of stalwijziging is gerealiseerd. Dan volgt het definitieve salderingsbesluit. Verzoeken om saldering van veehouderijen uit depositiecategorie C en D worden nooit gehonoreerd. 10 Als de melding/aanvraag wordt aangepast ná verzending van het salderingsbesluit en de Natuurbeschermingswetvergunning maar vóór het definitieve salderingsbesluit en tevens blijkt dat de aangepaste melding leidt tot een verdere toename van stikstof, dan gaan wij er vanuit dat het een nieuwe melding betreft en dat de eerdere melding daarmee vervalt. Gedeputeerde Staten trekken op grond daarvan het reserveringsbesluit en de Natuurbeschermingswetvergunning in. De aangepaste melding wordt als nieuwe melding beoordeeld en het salderingsverzoek sluit weer achteraan in de wachtrij. Gedeputeerde Staten nemen vóór het intrekken van de besluiten nog contact op met de initiatiefnemer en geven daarbij de gelegenheid de nieuwe melding binnen 3 weken alsnog in te trekken. Als uit de aangepaste melding blijkt dat geen sprake is van een toename van depositie ten opzichte van de eerdere melding dan gaan wij voor wat betreft de datum van binnenkomst uit van de eerste melding en blijft de reservering in de depositiebank staan. 11 Salderingsverzoeken van de wachtlijsten 1% KDW. Dit is alleen mogelijk als er in de categorie >1% KDW ten opzichte van het betreffend habitattype geen wachtlijsten voorkomen. 12 Het verzoek om saldering moet in verhouding zijn met de omvang van de nieuw te bouwen stal. Dit wordt getoetst door de oppervlakte van de nieuwe stal op basis van de bijgevoegde bouwtekeningen te relateren aan het aantal uit te breiden dierplaatsen (uitgaande van een standaard-oppervlakte per dierplaats rekening houdend met welzijnsnormen). Paragraaf 3 Procedure aanvraag en salderingsverzoek stallen interimuitbreiders 1 Deze paragraaf is van toepassing op interimuitbreiders, zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de verordening en veehouderijen waarbij in de interimperiode sprake is van een afname van depositie. Met de regeling voor interimuitbreiders wil de provincie voldoen aan verplichting in de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en de Natuurbeschermingswet 1998 op grond waarvan alle uitbreidingen van veehouderijbedrijven getoetst moeten worden op een eventuele depositietoename ten opzichte van de van toepassing zijn de referentiedatum van N2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten. De provincie zal deze gevallen zoveel mogelijk legaliseren door ze, indien ze voldoen aan de gestelde voorwaarden, een Natuurbeschermingswetvergunning te verlenen voor de bedrijfswijziging. 2 De provincie heeft in het kader van de interimregeling de, bij haar bekende, groep mogelijke interimuitbreiders aangeschreven met het verzoek om via een speciaal daarvoor ingerichte provinciale website relevante bedrijfsgegevens aan te leveren, waaruit afgeleid kan worden of op het bedrijf sprake is van een interimuitbreiding. Daarvoor moeten de juiste bedrijfsgegevens worden ingevulden aangeleverd. 3 Een verzoek voor een vergunning kan ook worden ingediend door een aanvraag via een compleet ingevuld ‘Meldingsformulier interimuitbreiders Verordening veehouderij, stikstof en Natura 2000 Utrecht’. Voor een complete aanvraag moeten alle gevraagde bijlagen meegestuurd worden. Voor conceptaanvragen van interimuitbreiders die via de website zijn ingediend geldt dat ze als aanvraag worden beschouwd op het moment dat het veehouderijbedrijf via een e-mail akkoord is gegaan met het gebruik van gegevens van het bedrijf op de website. 4 In de aanvraag moet ook worden aangegeven of men wenst te salderen met depositie van het eigen bedrijf, bijvoorbeeld in geval bij concentratie van bedrijfsonderdelen. 5 In de aanvraag moet vermeld worden in welke depositiecategorie het bedrijf valt. De bepaling van de depositiecategorie van interimuitbreiders vindt op dezelfde manier plaats als voor de reguliere aanvragen van nieuwe initiatieven, zoals beschreven paragraaf
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.