: een subsidie in de vorm van een vast bedrag per inwoner van de gemeente Reeuwijk, dat aan een regionale instelling wordt verstrekt als bijdrage in het exploitatietekort; exploitatiesubsidie: een subsidie waarbij de subsidieverstrekker de activiteiten die met het subsidie worden verricht tot stand wil brengen dan wel in stand wil houden, door bij te dragen in het exploitatietekort; investeringssubsidie: een subsidie ten behoeve van de aanschaf, bouw en/of verbouw van onroerende zaken en/of de aanschaf van roerende zaken; stimuleringssubsidie: een subsidie voor een bepaalde activiteit of een reeks van activiteiten met het oogmerk dat met de realisatie daarvan een specifiek effect wordt bevorderd. Artikel2Reikwijdte 1.Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van gemeentewege van activiteiten betreffende de werksoorten specifiek welzijn die opgenomen zijn in het welzijnsprogramma. 2.Van subsidiëring op grond van deze verordening zijn uitgesloten: activiteiten uitgaande van commerciële instellingen; activiteiten gericht op, dan wel in het kader van: partijpolitieke vorming en/of propaganda; religieuze en geloofsbeleving. Artikel3Hardheid 1.Het beschikkingnemend orgaan is bevoegd in individuele gevallen één of meerdere bepalingen van deze verordening niet van toepassing te verklaren. 2.Bij uitoefening van deze bevoegdheid wordt vooraf door het beschikkingnemend orgaan de betrokken instelling gehoord. Artikel4Subsidie-soorten Van gemeentewege kunnen de volgende subsidies worden verstrekt: activiteitensubsidie; budgetsubsidie; waarderingssubsidie;
; exploitatiesubsidie; investeringssubsidie; stimuleringssubsidie. Artikel5Vaststelling subsidiesoort 1.De subsidieaanvraag kan betrekking hebben op een activiteitensubsidie, een budgetsubsidie, een waarderingssubsidie, een
, een exploitatiesubsidie, een investeringssubsidie of een stimuleringssubsidie. 2.Burgemeester en wethouders geven aan in welke subsidiecategorie de aanvraag wordt ondergebracht. HoofdstukII:Algemene bepalingen voor activiteiten-, budget-, waarderings- en exploitatiesubsidie en subsidie en
Subsidietermijn De subsidie wordt verleend voor een kalenderjaar, in de vorm van een subsidiebudget. Artikel7Subsidieruimte 1.Subsidie wordt verleend indien en voor zover: in het welzijnsprogramma ten behoeve van de betreffende activiteiten gelden zijn opgenomen; de rijksbijdragen, die in het welzijnsprogramma zijn voorzien, ook daadwerkelijk worden verkregen; de instelling voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. 2.Het niet of in mindere mate verkrijgen van de in het vorige lid onder b bedoelde rijksbijdragen, kan aanleiding zijn het welzijnsprogramma en de subsidieverlening te wijzigen. Artikel8Subsidieplafond 1.De raad kan een subsidieplafond vaststellen. 2.Als de raad een subsidieplafond heeft vastgesteld, wordt daarbij bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 3.Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld. 4.Als een subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, dan heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen. 5.Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van de verdeling vermeld. 6.Het vierde lid is niet van toepassing, indien: de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld, ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd; het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de gemeentelijke begroting; bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor de reeds ingediende aanvragen. HoofdstukIII:Activiteitensubsidie Artikel9Subsidie-aanvraag 1.Een aanvraag om een activiteitensubsidie wordt ingediend bij burgemeester en wethouders voor 1 april van het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft. 2.Een aanvraag die niet tijdig wordt ontvangen, wordt aangemerkt als een aanvraag voor het daarop volgende kalenderjaar. 3.De subsidie-aanvraag bestaat uit: een werkplan, bevattende een overzicht van de in het betreffende jaar uit te voeren activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; een bij het werkplan behorende begroting van lasten en baten voor de uit te voeren activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd. 4.Indien een instelling voor de eerste maal subsidie aanvraagt, worden bovendien overgelegd: een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en het huishoudelijk reglement; een opgave van de bestuurssamenstelling; een overzicht van de financiële positie van de instelling. Artikel10Subsidieverlening en subsidievaststelling 1.Burgemeester en wethouders beschikken op de aanvraag, indien deze compleet is, binnen één maand na vaststelling van het welzijnsprogramma, door verlening van de subsidie. 2.Behoudens de in lid 3 vermelde situaties geldt dat het verleende subsidiebudget tevens het definitief vastgestelde subsidiebedrag is. 3.De in het vorige lid bedoelde situaties zijn: wanneer dit uitdrukkelijk door burgemeester en wethouders bij de subsidieverlening kenbaar is gemaakt; wanneer in geval van onvoorziene omstandigheden door de subsidie-ontvanger een extra subsidie wordt aangevraagd. 4.Als lid 3 van toepassing is stellen burgemeester en wethouders de subsidie na afloop van het subsidiejaar vast op basis van het financiële verslag over de besteding van de subsidie. Artikel11Verantwoording 1.De instelling verstrekt zo spoedig mogelijk na afloop van het subsidiejaar, doch uiterlijk voor 1 april van het daarop volgende jaar, de volgende gegevens: een door het bestuur van de instelling gewaarmerkt beknopt verslag van de uitgevoerde activiteiten; een door het bestuur van de instelling gewaarmerkt beknopt financieel verslag over de besteding van het subsidie. 2.Indien de in het vorige lid bedoelde gegevens niet tijdig worden ingediend, kan de betaling van het dan lopende subsidiejaar worden opgeschort. Artikel12Inrichting Jaarstukken Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de inhoud en inrichting van het werkplan, de begroting, het verslag van de uitgevoerde activiteiten en het financiële verslag over de besteding van de subsidie. HoofdstukIV:Budgetsubsidie, exploitatiesubsidie en
Subsidie-aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij burgemeester en wethouders voor 1 april van het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft, tenzij in een overeenkomst anders is bepaald. 2.Een aanvraag die niet tijdig wordt ontvangen, wordt aangemerkt als een aanvraag voor het daarop volgende kalenderjaar. 3.De subsidie-aanvraag bestaat uit: een werkplan, bevattende een overzicht van de in het betreffende jaar uit te voeren activiteiten; b. een bij het werkplan behorende begroting van lasten en baten, alsmede een toelichting hierop. 4.Indien een instelling voor de eerste maal subsidie aanvraagt, worden bovendien overgelegd: een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en het huishoudelijk reglement; een opgave van de bestuurssamenstelling; een overzicht van de financiële positie van de instelling. Artikel14Subsidieverlening en subsidievaststelling 1.Burgemeester en wethouders beschikken op de aanvraag, indien deze compleet is, binnen één maand na vaststelling van het welzijnsprogramma, door verlening van de subsidie. 2.Behoudens de in lid 3 vermelde situaties geldt dat het verleende subsidiebudget tevens het definitief vastgestelde subsidiebedrag is. 3.De in het vorige lid bedoelde situaties zijn: wanneer dit uitdrukkelijk door burgemeester en wethouders bij de subsidieverlening kenbaar is gemaakt; wanneer in geval van onvoorziene omstandigheden door de subsidie-ontvanger een extra subsidie, wordt aangevraagd. 4.Als lid 3 van toepassing is stellen burgemeester en wethouders de subsidie na afloop van het subsidiejaar vast op basis van de jaarrekening. Artikel15Verantwoording 1.De instelling verstrekt zo spoedig mogelijk na afloop van het subsidiejaar, doch uiterlijk voor 1 april van het daarop volgende jaar, tenzij in een overeenkomst anders is bepaald, de volgende gegevens: de door het bestuur/ledenvergadering vastgestelde jaarrekening betreffende het subsidiejaar, bestaande uit de exploitatierekening en de balans per 31 december van het subsidiejaar, alsmede een toelichting hierop; een verklaring van een registeraccountant betreffende de controle van de jaarrekening dan wel, indien burgemeester en wethouders zulks voldoende achten, een verklaring van een door burgemeester en wethouders geaccepteerde deskundige of kascommissie; het door het bestuur van de instelling gewaarmerkte verslag van de uitgevoerde activiteiten. 2.Indien de in het vorige lid bedoelde gegevens niet tijdig worden ingediend, kan de betaling van het dan lopende subsidiejaar worden opgeschort. Artikel16Inrichting Jaarstukken Als de jaarrekening een overschot vertoont, dient dit aan de algemene reserve te worden toegevoegd. Eventuele tekorten dienen ten laste van de algemene reserve te worden gebracht. Ontvangen giften, erfstellingen, legaten, schenkingen en dergelijke, alsmede rente-opbrengsten van uitstaande gelden worden ten gunste gebracht van de exploitatie, tenzij ze uitdrukkelijk voor kapitaalvorming of fondsvorming zijn bestemd. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de inhoud en inrichting van het werkplan, de begroting) het activiteitenverslag en de jaarrekening. HoofdstukV:Waarderingssubsidie Artikel17Subsidie-aanvraag 1 Een aanvraag om een waarderingssubsidie wordt ingediend bij burgemeester en wethouders voor 1 april van het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft. Een aanvraag die niet tijdig wordt ontvangen, wordt aangemerkt als een aanvraag voor het daarop volgende kalenderjaar. De subsidie-aanvraag bestaat uit een werkplan, bevattende een overzicht van de in het betreffende jaar uit te voeren activiteiten. Indien een instelling voor de eerste maal subsidie aanvraagt, worden bovendien overgelegd: een bij het werkplan behorende begroting van lasten en baten; een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en het huishoudelijk reglement; een opgave van de bestuurssamenstelling; een overzicht van de financiële positie van de instelling. Artikel18Subsidieverlening en subsidievaststelling 1.Burgemeester en wethouders beschikken op de aanvraag, indien deze compleet is, binnen één maand na vaststelling van het welzijnsprogramma, door verlening van de subsidie. 2.Behoudens de in lid 3 vermelde situaties geldt dat het verleende subsidiebudget tevens het definitief vastgestelde subsidiebedrag is. 3.De in het vorige lid bedoelde situaties zijn: wanneer dit uitdrukkelijk door burgemeester en wethouders bij de subsidieverlening kenbaar is gemaakt; wanneer in geval van onvoorziene omstandigheden door de subsidie-ontvanger een extra subsidie wordt aangevraagd. 4.Als lid 3 van toepassing is stellen burgemeester en wethouders de subsidie na afloop van het subsidiejaar vast op basis van het financiële verslag over de besteding van de subsidie. Artikel19Verantwoording 1.De instelling verstrekt zo spoedig mogelijk na afloop van het subsidiejaar, doch uiterlijk voor 1 april van het daarop volgende jaar, een door het bestuur van de instelling gewaarmerkt beknopt verslag van de uitgevoerde activiteiten; 2.Indien de in het vorige lid bedoelde gegevens niet tijdig worden ingediend, kan de betaling van het dan lopende subsidiejaar worden opgeschort. Artikel20Inrichting Jaarstukken Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de inhoud en inrichting van het werkplan en het verslag van de uitgevoerde activiteiten. HoofdstukVI:Overige subsidievoorwaarden voor activiteiten-, budget-, waarderings- en exploitatiesubsidie en
Intrekking en wijziging vastgestelde subsidie Burgemeester en wethouders kunnen de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen: a.op grond van feiten of omstandigheden waarvan zij bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld; b, indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten, of c.indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen. Artikel22Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger 1 De administratie van de instelling moet zo zijn ingericht dat op eenvoudige wijze een overzicht kan worden verkregen van bezittingen, vorderingen en schulden van de instelling en van haar exploitatieresultaten. 2.De instelling verleent burgemeester en wethouders of aan door hen aangewezen personen inzage in de administratie en verstrekt de inlichtingen die voor de beoordeling van de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie van belang kunnen zijn. 3, De instelling volgt de aanwijzingen op welke haar in het belang van een doelmatig beheer en een goede administratie door of namens burgemeester en wethouders worden gegeven. De instelling moet voldoende verzekerd zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid; roerende en onroerende zaken moeten voldoende verzekerd zijn tegen brandschade, schade door inbraak of diefstal, of andere door de raad aangegeven risico’s. Van voorgenomen wijzigingen in de statuten en reglementen, van voorgenomen ontbinding, alsmede van wijzigingen in de samenstelling van het dagelijks bestuur, doet het bestuur onverwijld mededeling aan burgemeester en wethouders. In geval van opheffing van de instelling krijgt het batig saldo van de liquidatierekening, tot ten hoogste het ontvangen gemeentelijke subsidie, voor zover dit méér is dan € 500,--, een bestemming die de goedkeuring van de raad behoeft. De instelling voert de activiteiten uit overeenkomstig het werkprogramma en voor zover dat als grondslag voor de subsidiëring is aanvaard. Een ruimtelijke voorziening moet geschikt zijn en toegerust zijn voor de uitvoering van het werk, en waar mogelijk bruikbaar zijn voor invaliden. Indien de activiteiten worden uitgevoerd door beroepskrachten, beschikken deze over een zodanige kennis en/of ervaring dat een verantwoorde uitoefening van hun functie is gewaarborgd, overeenkomstig door de minister(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.