Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014De raad van de gemeente Bladel; gelezen het voorstel R2014.065 van 10 juni 2014 van het presidium; overwegende dat het gewenst is, gezien de datum van de datum van vaststelling van de Verordening rechtspositie wethouders raads- en commissieleden 2006 en daarna doorgevoerde wijzigingen in de modelverordening van de VNG, deze verordening te actualiseren; gelet op de artikelen 44, tweede en derde lid, 95 tot en met 99 en 147 van de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; besluit: vast te stellen de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2014 HoofdstukI Begripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders ; raadslid: lid van de gemeenteraad; griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. HoofdstukIIVoorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 (inwonertal 14.001 tot en met 24.000) vastgestelde maximum. Artikel3Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 (inwonertal 14.001 tot en met 24.000) vastgestelde maximum. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie als raadslid. Artikel4Toelage bijzondere commissies Niet van toepassing Artikel5Onkostenvergoeding De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse 3 (inwonertal 14.001 tot en met 24.000), vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt artikel 16 sub b van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toegepast. Artikel6Berekening en betaling vaste vergoedingen Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt in maandelijkse termijnen. Artikel7Verlaging vergoeding werkzaamheden bij arbeidsongeschiktheid De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek van een raads- of commissielid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Artikel8Compensatie korting werkloosheidsuitkering In het geval een raads- of een commissielid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raads- of commissielid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. In het geval dat een raads- of commissielid een uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raads- of commissielidmaatschap meer bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die het raads- of commissielid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting. Artikel9Reiskosten Aan het raads- en commissielid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. Artikel10Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raads- en commissielid vergoed. De vergoeding is overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders. Artikel11Buitenlandse excursie of reis De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Artikel12Cursus, congres, seminar of symposium De kosten van deelname van een raads- of commissielid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. Het raads- of commissielid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het raads- of commissielidmaatschap. Een aanvraag als bedoeld in lid 2 hoeft door een raadslid niet te worden gedaan voor zover op jaarbasis het bedrag van €500,00 niet wordt overschreden. Het raadslid legt achteraf verantwoording af over het besteedde bedrag. Artikel13Tablet De gemeente stelt een raadslid en een commissielid ten laste van de gemeente voor de uitoefening van het ambt een tablet in bruikleen ter beschikking. Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde tablet als bedoeld in het eerste lid neemt de gemeente dit op aanvraag voor zijn rekening, dan wel compenseert de gemeente op aanvraag de financiële gevolgen daarvan op basis van de daarvoor geldende landelijke regelgeving. De hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 7a, tweede lid, onder a en b van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt € 1,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.