← Nederland

Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân (Fryslân)

Uitvoeringsregeling van 24 juni 2014 houdende regels betreffende de subsidiëring van activiteiten op het terrein van Wurkje foar Fryslân (Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân). Laatstelijk gewijzigd o

Artikel 4.1.1 Doel

De subsidie heeft tot doel om recent afgestudeerden een jaar werkervaring aan te bieden bij werkgevers in Fryslân zodat zij een betere kans op de arbeidsmarkt hebben en houden. Artikel 4.1.2 Subsidiabele activiteitenDit artikel bepaalt dat het in dienst nemen of inhuren en houden van een trainee wordt gezien als de subsidiabele activiteit. Artikel 4.1.3 DoelgroepUit dit artikel volgt dat de regeling openstaat voor alle soorten werkgevers: overheden, instellingen en bedrijfsleven. Artikel 4.1.4 AanvraagperiodeDe regeling wordt opengesteld voor de periode van 10 november 2014 tot en met 28 februari

  1. Echter, zodra de subsidieplafonds zijn bereikt, kunnen geen subsidies meer worden verstrekt. Artikel 4.1.5 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Alleen aanvragen die via de post binnenkomen of afgeleverd worden bij het Provincie Huis worden in behandeling genomen. Aanvragen kunnen dan ook niet elektronisch of via email worden ingediend. Artikel 4.1.6 WeigeringsgrondenDe weigeringsgrond onder a bepaalt dat een aanvrager maximaal 3 aanvragen gehonoreerd kan krijgen op grond van deze regeling. Een aanvrager kan voor meerdere trainees een aanvraag indienen. Aanvragen na de derde verlening worden geweigerd. Talint foar Fryslân II is een uitvoeringsregeling die los staat van de eerdere subsidieregeling in het kader van Talint foar Fryslân, daarom kunnen werkgevers die subsidie hebben ontvangen in het kader van deze regeling ook een aanvraag doen, mits ze niet aan hun de-minimis plafond zitten. De weigeringsgrond onder b bepaalt dat een trainee in de zes maanden voorafgaand aan de indiensttreding geen betaald werk heeft verricht ten behoeve van de werkgever. Het maakt hierbij niet uit of sprake is van een dienstverband op grond van een arbeidsovereenkomst of inhuur (uitzendovereenkomst). Stagiaires kunnen wel in aanmerking komen aangezien zij geen betaald werk verrichten. Het maakt niet uit of zij eventueel stagevergoeding hebben ontvangen. De ratio achter deze bepaling is om te voorkomen dat iemand die reeds werknemer is geweest (en mogelijk al gedeeltelijk is ingewerkt), direct terugkeert bij de werkgever waarbij gebruik gemaakt kan worden van deze subsidie. Artikel 4.1.7 ToetsingscriteriaMet de bepaling onder a wordt beoogd stimulerend effect te bereiken om een trainee die nog geen baan heeft aan een baan te helpen. De regeling is niet bedoeld om arbeidsovereenkomsten of uitzendconstructies te verlengen en om zodoende bestaande arbeidsrelaties gesubsidieerd voort te zetten. De bepaling onder b maakt duidelijk dat de regeling is bedoeld voor trainees die recent zijn afgestudeerd. De opleidingseisen hebben betrekking op algemeen aanvaarde en erkende opleidingen op het gebied van MBO (niveau 3 of 4), HBO (associate degree of bachelor) of WO (bachelor of master). De bepaling onder c heeft betrekking op het tegengaan van het gebruik van de regeling voor seizoensarbeid. Daarnaast biedt het de trainee voldoende zekerheid op een substantiële start van de arbeidscarrière. Met de bepaling onder d is beoogd te bewerkstelligen dat de werkgever zelf zorgt voor het verschaffen van werk van de trainee. Het is niet de bedoeling dat de trainee elders wordt gedetacheerd of als uitzendkracht wordt ingezet door de subsidieontvanger. Met de criteria onder e is beoogd om de trainee niet in te zetten voor werkzaamheden onder zijn opleidingsniveau. Dit mede in verband met de verdringing die dat met zich meebrengt. Denk bijvoorbeeld aan het laten doen van werkzaamheden voor ongeschoolden door MBO-ers etc. Tevens biedt het voor de trainee de mogelijkheid zich te ontplooien en te ontwikkelen op zijn eigen niveau. De bepaling onder f zorgt er voor dat de trainee in voldoende mate in de gelegenheid wordt gesteld zich te ontwikkelen en te bekwamen op zijn vakgebied. Met de bepaling onder g is beoogd om het Friese belang bij het creëren van de werkplek voldoende te waarborgen. Dit kan enerzijds doordat de werkplek zich daadwerkelijk bevindt in Fryslân of doordat de organisatie van de werkgever is gevestigd in Fryslân. Artikel 4.1.8 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie is een vast bedrag voor de subsidiabele activiteit. Indien op grond van de de-minimisverklaring volgt dat er geen ruimte is voor de volledige bekostiging van een trainee, wordt het subsidiebedrag uitgekeerd tot het toegestane maximum. Indien de arbeids- of uitzendovereenkomst onverhoopt tussentijds wordt beëindigd, wordt de subsidie naar rato van het aantal gewerkte dagen vastgesteld. De trainee heeft dan geen recht op een vervangende traineeplek. Tevens heeft de werkgever geen recht op een andere trainee. Artikel 4.1.9 Verdeelsystematiek Als het subsidieplafond van een categorie is bereikt op een bepaalde datum en er zijn op die datum meer volledige aanvragen ontvangen dan er subsidie beschikbaar is, wordt er geloot tussen alle volledige aanvragen van die datum. Door de loting wordt bepaald welke van deze aanvragers subsidie ontvangen en welke niet. Artikel 4.1.10 Verplichtingen van de subsidieontvanger De verplichtingen uit dit artikel bieden Gedeputeerde Staten de mogelijkheid te controleren en te waarborgen dat er wordt voldaan aan de doelstellingen die voortvloeien uit de regeling. De verplichting onder e beoogt begeleiding van de trainee mogelijk te maken door een door de provincie gekozen jobcoach. De begeleiding tijdens het traineeship heeft als doel de trainee steviger in de arbeidsmarkt te plaatsen. De begeleiding is deels gericht op reflectie van eigen functioneren van de trainee, deels gericht op de te maken vervolgstappen en beslissingen ten behoeve van hun verdere loopbaan, na het traineeship. De begeleiding bestaat uit maximaal 15 uur, waarvan drie bijeenkomsten van een uur: start- voortgangs- en eindgesprek waarbij ook de werkgever kan worden uitgenodigd. Artikel 4.1.12 Staatssteun Een subsidie met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.
  2. Een subsidie met toepassing van de de-minimissteun in de landbouwproductiesector mag nooit hoger zijn dan € 7.500 (na 1 januari 2014 € 10.000) over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Een subsidie met toepassing van de de-minimissteun in de visserijsector mag nooit hoger zijn dan € 30.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. De bedragen die in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel zijn genoemd komen overeen met de drempelbedragen die de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de-minimissteun. Het bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel hoeft niet te worden aangemeld. In deze regeling is er voor gekozen om bij de subsidieverlening dit bedrag niet te overschrijden. Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een door ons begunstigde onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of een andere vorm van steun van een overheidsorgaan heeft ontvangen. Dit moet blijken uit de Verklaring de-minimissteun. Indien de te verlenen subsidie tezamen met de reeds ontvangen steun het drempelbedrag overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige subsidie niet verleend worden. Subsidieverlening onder de voorgaande subsidieregeling in het kader van Talint foar Fryslân vormt ook de-minimissteun. Artikel 4.1.13 BevoorschottingHet gehele subsidiebedrag wordt in één betaling als voorschot verstrekt. Paragraaf 6.1 Participatieregeling Algemeen Op 6 november 2013 is door Provinciale Staten het aanvalsplan woningmarkt vastgesteld in het kader van het programma Wurkje foar Fryslan. Onderdeel van de maatregelen uit het Aanvalsplan Woningmarkt is de “ participatieregeling bijzondere huurprojecten“, waarvoor een bedrag van € 20 miljoen is gereserveerd.

Artikel 6

.1.1 Doel van de regeling De participatieregeling heeft als doel het stimuleren van woningbouwprojecten in de huursector die als gevolg van de moeizame toegang tot de kapitaalmarkt niet van de grond komen door het ontbreken van het laatste deel van de financiering. Het gaat dan om op zichzelf rendabele projecten buiten de reguliere sociale huur. Voor deze laatste categorie is een specifieke regeling in de maak. Artikel 6.1.2 Subsidiabele activiteitenDe subsidiabele activiteiten betreffen het realiseren van projecten in de huursector voor de genoemde marktsegmenten. Binnen de participatieregeling wordt steun verleend door het verstrekken van een lening of door het stellen van een garantie voor financiering van derden ten behoeve van de realisatie van de betreffende huurprojecten. Daarbij gaat het om een lening of garantie tot een hoogte van maximaal 25% van de subsidiabele activiteiten. De overige financiering dient te worden vertrekt door derden danwel te worden voldaan uit eigen vermogen. Artikel 6.1.

  1. DoelgroepDe regeling richt zich op investeerders/beleggers in huurwoningen buiten het reguliere aanbod van de woningcorporaties. Het kan dan gaan om woningen in het geliberaliseerde segment (huur > € 699,- per maand) of om bijzondere doelgroepen zoals combinaties met zorg, studentenhuisvesting etc. Voor deze laatste categorie is geen sprake van een huurgrens, maar gaat het vooral om de combinatie met aanvullende diensten en voorzieningen. Indien sprake is van een samenwerkingsverband tussen meerdere partijen anders dan in de vorm van een juridische entiteit dient een penvoerder door de aanvragers te worden benoemd als contactpersoon. Dat staat los van het feit dat alle samenwerkingspartners altijd hoofdelijk aansprakelijk blijven voor de met de provincie aan te gane verplichtingen. Artikel 6.1.4 Aanvraagperiode Aanvragen voor ondersteuning n het kader van de participatieregeling kunnen worden ingediend in de periode tussen 15 en 30 september
  2. Eerder ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. Na 30 september 2014 vindt beoordeling van de aanvragen plaats en zonodig de afweging tussen de afzonderlijke aanvragen in het geval van mogelijke overschrijding van het subsidieplafond. Artikel 6.1.6 Weigeringsgronden In verband met de efficiëntie van de regeling worden alleen aanvragen voor een bijdrage meer dan € 125.000 in behandeling genomen. Dat betekent dat er sus sprake dient te zijn van tenminste € 500.000 aan subsidiabele kosten. Het is mogelijk om voor meerdere projecten in het kader van de participatieregeling een financiering aan te vragen. Het totaal aan ontvangen financiering of garantie op grond van de participatieregeling mag echter niet meer dan € 2.500.000 bedragen per aanvrager. Daarbij wordt ook rekening gehouden met aan de aanvrager gelieerde partijen voor zover sprake is van een belang van meer dan 25%. Dit kan het beste worden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld. Partij A neemt voor 30% deel in een samenwerking welke een aanvraag voor een lening heeft ingediend voor project X ter hoogte van € 2,5 miljoen. Partij A dient ook een aanvraag in voor een eigen project Y en vraagt daarvoor een financiering van € 1 miljoen. Met project Y komt A nog niet aan het maximum, dus kan deze aanvraag in behandeling worden genomen. Aangezien A voor meer dan 25% deelneemt in project X, telt het bedrag van project Y volledig mee en zou het maximum van € 2,5 miljoen worden overschreden. Voor project X kan derhalve maximaal een financiering van € 1,5 miljoen worden aangevraagd. Zou A voor minder dan 25% deelnemen in project X, telt de aanvraag voor Y niet mee in het bereiken van het maximum. Het bovenstaande laat onverlet dat de aanvrager die een onderneming drijft, ongeacht het percentage van deelname aan het project, nimmer meer subsidie kan ontvangen dan het maximum dat op grond van de- minimissteun is toegestaan Artikel 6.1.7 Toetsingscriteria Naast de eisen ten aanzien van de doelgroep en de aard van de projecten, zijn een aantal voorwaarden aan de steunverlening verbonden: • Het moet gaan om tenminste 10 wooneenheden, danwel een minimum investeringsbedrag van € 1.0 miljoen (excl. verwerving). Wooneenheden zijn in dit verband fysiek zelfstandige woningen met eigen voorzieningen als sanitair en keuken en een eigen entree. Kamerverhuur met gemeenschappelijk sanitair en/of keuken voldoet hier dus niet aan. • Ten aanzien van de mimimumomvang van projecten worden projecten afzonderlijk beoordeeld. Het bij elkaar voegen van (kleinere) projecten op verschillende locaties om aan de minimumomvang te voldoen is niet toegestaan. In de praktijk betekent dat sprake dient te zijn van een aaneengesloten projectlokatie ten hoogste gescheiden door bijvoorbeeld een openbare weg o.i.d. Daarbij is eveneens van belang dat er een functionele en/of organisatorische samenhang bestaat tussen de verschillende projectonderdelen om als een project te worden beschouwd. • Er dienst sprake te zijn van een haalbaar project met voldoende ruimte voor het kunnen voldoen aan de verplichtingen ten aanzien van het voldoen van rente en aflossing. Dit dient te worden onderbouwd door het overleggen van een onderbouwde business-case met onderliggende exploitatie en balansprognoses, waaruit deze ruimte blijkt. Artikel 6.1.8 Niet subsidiabele kosten Voor het bepalen van de subsidiabele kosten als grondslag voor de provinciale financiering of garantie geldt as uitgangspunt dat dit alleen de projectkosten betreft die leiden tot directe werkzaamheden in de realisatie en de bijbehorende voorbereiding. Verwerving van gronden en/of opstalen behoren daar niet toe. Ook kosten welke zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag worden niet meegenomen. De wel toe te rekenen posten zijn onder meer voorbereidingskosten, bouw- en verkoopkosten en bouwbegeleiding, allen voor zover de verplichtingen zijn aangegaan na indiening van de aanvraag. Het onderscheid ligt daarbij in het feit dat de subsidiabele kosten allen leiden tot directe werkgelegenheid in de bouwsector. Artikel 6.1.9 Subsidiehoogte Er geldt een maximum leningsbedrag van € 2,5 miljoen per aanvrager. In het geval van een garantie gaat het eveneens om een maximum van € 2.5 miljoen. Aangezien een garantie maximaal 80% mag bedragen van de gegarandeerde lening betekent dit dat de maximale leninghoogte waarvoor sprake kan zijn van een garantie € 3.125 miljoen bedraagt, waarvoor de maximale garantie van € 2.5 miljoen kan worden afgegeven. Artikel 6.1.10 VerdeelsystematiekVoor het geval dat het totaal aan ingediende aanvragen meer is dan het plafond van € 20 miljoen, zal een keuze worden gemaakt voor de volgorde van de te honoreren projecten. Daarvoor worden twee criteria gehanteerd, te weten de relatieve hoogte van de gevraagde financiering of garantie en de door de aanvrager te stellen zekerheid voor de ontvangen ondersteuning. Ten aanzien van hoogte van de financiering volgt de regeling de doelstelling van Wurkje foar Fryslan om zoveel mogelijk investeringen in de provincie los te trekken. Dit betekent dat naarmate het aandeel van de provinciale financiering in het project lager is, het project hoger zal scoren. Artikel 6.1.11 en Artikel 6.1.12 Lening- en garantieconditiesVoor de vaststelling van leningcondities wordt aangesloten bij de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02) ter voorkoming van staatssteun. Daarbij wordt op basis van de door de aanvrager te stellen zekerheid en de kredietwaardigheid een marktconforme rente bepaald overeenkomstig de regels van de mededeling. Opslagen voor leningen in basispunten Ratingcategorie Zekerheidstelling Hoog Normaal Laag Zeer goed (AAA-A) 60 75 100 Goed (BBB) 75 100 220 Bevredigend (BB) 100 220 400 Zwak (B) 220 400 650 Slecht/Financiele moeilijkheden (CCC en lager)* 400 650 1000 Zekerheden * Hoog: 70% of meer * Normaal: tussen 69% en 41% * Laag: 40% of minder De te hanteren rente zal echter nooit onder de door de hoofdfinancier te hanteren rente liggen. Eventuele afwijkingen worden getoetst op de regels ten aanzien van de-minimissteun. Als zekerheid worden in dit kader opgevat hypotheekstellingen en borgstellingen. Voor de aflossing geldt een looptijd van maximaal 15 jaar en wordt uitgegaan van een lineaire aflossing. Ook bestaat de mogelijkheid dat door de provincie een garantie wordt afgegeven aan een externe financier voor het betalen van de verschuldigde aflossing. In de regel zal dit leiden tot gunstiger leningcondities van de betreffende financier in verband met de zekerheid voor betaling van aflossing. In het geval van een garantie is door de subsidieontvanger een garantieprovisie over het gegarandeerde bedrag aan de provincie verschuldigd. Deze wordt op basis van kredietwaardigheid bepaald en dient jaarlijks te worden voldaan. Deze komt dus boven de door de betreffende financier te hanteren rentecondities. De hoogte van de verschuldigde provisie is gerelateerd aan de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger. kredietkwaliteit Standard & Poor's Fitch Moody's Jaarlijkse safe harbour premie Hoogste kwaliteit AAA AAA Aaa 0,4% Zeer sterke betalingskwaliteit AA + AA AA – AA + AA AA – Aa 1 Aa 2 Aa 3 0,4% Sterke betalingscapaciteit A+ A A– A+ A A– A1 A2 A3 0,55% Toereikende betalingskwaliteit BBB + BBB BBB – BBB + BBB BBB – Baa 1 Baa 2 Baa 3 0,8% Betalingscapaciteit gevoelig voor ongunstige omstandigheden BB + BB BB – BB + BB BB – Ba 1 Ba 2 Ba 3 2,0% Betalingscapaciteit dreigt in het gedrang te komen door ongunstige omstandigheden B+ B B– B+ B B– B1 B2 B3 3,8%-6,3% Betalingscapaciteit dreigt in het gedrang te komen door ongunstige omstandigheden CCC + CCC CCC – CC CCC + CCC CCC – CC C Caa 1 Caa 2 Caa 3 Niet mogelijk In of bijna in een situatie van wanbetaling SD D DDD DD D Ca C Niet mogelijk De hoogte van de garantie daalt jaarlijks gedurende de overeengekomen garantieperiode. Dit betekent dat indien bijvoorbeeld een garantieperiode van 10 jaar overeen is gekomen de garantie jaarlijks met 1/10 daalt. Artikel 6.1.13 Verplichtingen • Op het moment dat gedeputeerde Staten besluit tot het beschikbaar stellen van een lening of garantie zullen de definitieve afspraken rond de leningcondities en zekerheden worden vastgelegd in een leningovereenkomst of garantieovereenkomst. Behalve de leningcondities of garantiecondities worden daarin eveneens de afspraken met betrekking tot de betaalbaarstelling vastgelegd. • Met de participatieregeling beoogt de provincie eveneens het creëren van opleidingsplaatsen in bouw. Daartoe wordt de verplichting opgelicht om gedurende de realisatieperiode opleidingsplaatsen aan te bieden. Voor iedere € 500.000 ontvangen lening of garantie gaat dit om 1.200 opleidingsuren. Als bijvoorbeeld een lening is ontvangen van € 1.1 miljoen dient tijdens de realisatie van het project in totaal 2.640 opleidingsuren te worden aangeboden. Dit kunnen stageplaatsen zijn, maar ook leer-werktrajecten of andere vormen van opleidingsplaatsen. • In de looptijd van een project is het altijd mogelijk dat wijzigingen ontstaan ten opzichten van de oorspronkelijke verwachtingen. Dat kan betrekking hebben op kosten, maar ook op inhoudelijke aspecten van het project. Als zich wijzigingen voordoen is de subsidie-ontvanger verplicht deze wijzigingen te melden aan de provincie Fryslân. De leningplafonds uit de beschikking liggen echter vast. • Met het verstrekken van een lening of garantie wordt een langdurige relatie aangegaan. Als financier wil de provincie Fryslân tenminste eenmaal per jaar een financieel verslag (jaarrekening) en een activiteitenverslag van de subsidieontvanger krijgen uiterlijk binnen 6 maanden na het verstrijken van het betreffende verslagjaar. Op basis hiervan vindt een persoonlijk gesprek plaats met de provinciale accountmanager. Bij afwijkingen op de oorspronkelijke verwachtingen kunnen nadere eisen worden gesteld aan de frequentie van de verstrekking worden gesteld. • Communicatieuitingen kunnen afgestemd worden met de provincie. Er zijn voorbeeld bestanden en formats beschikbaar die gebruikt kunnen worden. Artikel 6.1.14 Staatssteun De condities voor leningen en garanties worden in eerste instantie vastgesteld op basis van marktconformiteit volgens de Europese mededeling. Indien wordt afgeweken van de aldus bepaalde condities wordt deze afwijking beschouwd als staatssteun. Daaraan zijn grenzen gesteld op basis van Europese regelgeving. De waarde van deze steun wordt bepaald op basis van de looptijd van de betreffende lening of garantie in het jaarlijks verschil tussen de marktconforme voorwaarden en de daadwerkelijk gehanteerde voorwaarden. Zou bijvoorbeeld bij een lening van € 1.0 miljoen een marktconforme rente van 7,06% gelden (normale zekerheid, geen creditrating) en wordt er in werkelijkheid een rente van 4,5% gehanteerd, dan is bij een looptijd van 15 jaar de steun te berekenen als het jaarlijks renteverschil gedurende 15 jaar, in dit geval € 187.895,- Paragraaf 6.2 Herbestemmingsregeling bestaande bedrijfs- en kantoorpanden Op 6 november 2013 is door Provinciale Staten het Aanvalsplan Woningmarkt vastgesteld in het kader van het programma Wurkje foar Fryslan. Onderdeel van de maatregelen uit het Aanvalsplan Woningmarkt is de “herbestemmingsregeling bestaande panden”, waarvoor een bedrag van € 2 miljoen is gereserveerd. In 2014 wordt een eerste tranche opengesteld van € 1 miljoen op hetzelfde moment als ook de participatieregeling wordt opengesteld, namelijk vanaf 15 september 2014.

Artikel 6

.2.1 Doel van de regeling De herbestemmingsregeling heeft als doel het stimuleren van woningbouwprojecten in de huursector in bestaande ruimten van gebouwen, die als gevolg van een onrendabele top in verbouwkosten niet van de grond komen. Het gaat dan om op zichzelf rendabele projecten buiten de reguliere sociale huur. Naast het geconstateerde tekort aan woningen voor bijzondere doelgroepen (waaronder geliberaliseerde huur en combinaties met zorg) is op een groot aantal plaatsen sprake van leegstand van bestaande ruimten in gebouwen welke in beginsel geschikt zijn voor herbestemming naar een woonfunctie voor de genoemde doelgroepen. Het kan dan gaan om ruimten in bijvoorbeeld kantoorpanden, winkelpanden, industriële panden, maar ook om ruimten in kerkgebouwen of overige gebouwen met een maatschappelijke functie. In de praktijk blijkt deze herbestemming te stuiten op een aantal problemen, deels van technische aard (de meerkosten van bouwkundige aanpassingen voor de woonfunctie) en deels van bedrijfseconomische aard (afwaardering van de boekwaarde bij functiewijziging). Artikel 6.2.2 Subsidiabele activiteiten De subsidiabele activiteiten betreffen het realiseren van projecten in de huursector voor de genoemde marktsegmenten. Binnen de herbestemmingsregeling wordt steun verleend door het verstrekken van een subsidie ten behoeve van de realisatie van de betreffende huurprojecten. Daarbij gaat het om een subsidie tot een hoogte van maximaal 20% van de subsidiabele activiteiten. De overige financiering dient te worden vertrekt door derden danwel te worden voldaan uit eigen vermogen. Artikel 6.2.3 Doelgroep De regeling richt zich op investeerders/beleggers in huurwoningen buiten het reguliere aanbod van de woningcorporaties. Het kan dan gaan om woningen in het geliberaliseerde segment (huur > 699,- per maand, prijspeil 1-1-2014) of om bijzondere doelgroepen zoals combinaties met zorg, studentenhuisvesting etc. Voor deze laatste categorie is geen sprake van een huurgrens, maar gaat het vooral om de combinatie met aanvullende diensten en voorzieningen. Indien sprake is van een samenwerkingsverband tussen meerdere partijen anders dan in de vorm van een juridische entiteit dient een penvoerder door de aanvragers te worden benoemd als contactpersoon. Dat staat los van het feit dat alle samenwerkingspartners altijd hoofdelijk aansprakelijk blijven voor de met de provincie aan te gane verplichtingen. Artikel 6.2.4 Aanvraagperiode Aanvragen voor ondersteuning in het kader van de herbestemmingsregeling kunnen worden ingediend in de periode tussen 15 september 2014 en 31 december

  1. Eerder ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. Vanaf 15 september 2014 vindt beoordeling van de aanvragen plaats, volgens het principe van “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. Zodra het aantal toegekende aanvragen het plafond van € 1 miljoen overschrijdt, wordt dit bekend gemaakt en worden nieuwe aanvragen niet in behandeling genomen. Artikel 6.2.5 Aanvraagvereisten Alleen aanvragen met een volledig ingevuld aanvraagformulier worden in behandeling genomen. Dit om misverstanden betreffende de volledigheid van de aanvraag en de volgorde van binnenkomst te voorkomen. Immers de dag waarop een volledige aanvraag aan de hand van het aanvraagformulier is ingediend geldt voor het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. Artikel 6.2.6 Weigeringsgronden In verband met de efficiëntie van de regeling worden alleen aanvragen voor een subsidie van meer dan € 25.000 in behandeling genomen. Dat betekent dat er dus sprake dient te zijn van tenminste € 125.000 aan subsidiabele kosten. Het is mogelijk om voor meerdere projecten in het kader van de herbestemmingsregeling een subsidie aan te vragen. Het totaal aan ontvangen subsidie op grond van de herbestemmingsregeling mag echter niet meer dan € 200.000 bedragen per aanvrager. Daarbij wordt ook rekening gehouden met aan de aanvrager gelieerde partijen voor zover sprake is van een belang van meer dan 25%. Dit kan het beste worden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld. Partij A neemt voor 30% deel in een samenwerking welke een aanvraag heeft ingediend voor project X ter hoogte van € 200.
  2. Partij A dient ook een aanvraag in voor een eigen project Y en vraagt daarvoor een subsidie van € 100.
  3. Met project Y komt A nog niet aan het maximum, dus kan deze aanvraag in behandeling worden genomen. Aangezien A voor meer dan 25% deelneemt in project X, telt het bedrag van project Y volledig mee en zou het maximum van € 200.000 worden overschreden. Voor project X kan derhalve maximaal een financiering van € 100.000 worden aangevraagd. Zou A voor minder dan 25% deelnemen in project X, telt de aanvraag voor Y niet mee in het bereiken van het maximum. Het bovenstaande laat onverlet dat de aanvrager die een onderneming drijft, ongeacht het percentage van deelname aan het project, nimmer meer subsidie kan ontvangen dan het maximum dat op grond van de-minimissteun is toegestaan. Artikel 6.2.7 ToetsingscriteriaNaast de eisen ten aanzien van de doelgroep en de aard van de projecten, is een aantal voorwaarden aan de steunverlening verbonden: • Het moet gaan om tenminste 3 wooneenheden in ruimten die voordat het herbestemmingsproject van start ging geen woonfunctie kenden. Het Bestemmingsplan voor de betreffende locatie is voor deze definitie leidend. Wooneenheden zijn in dit verband fysiek zelfstandige eenheden met eigen voorzieningen als sanitair en keuken en een eigen entree. Kamerverhuur met gemeenschappelijk sanitair en/of keuken voldoet hier dus niet aan. • Bij een combinatie met andere functies dient de minimale oppervlakte voor de woonbestemming 70% van de totale bruto vloeroppervlakte te bedragen conform de Nederlandse Norm voor oppervlakte NEN
  4. In het geval van bijvoorbeeld de omvorming van een winkelruimte in een binnenstad kan een beperkt deel van deze ruimte (meestal de begane grond) de bedrijfsbestemming behouden, mits deze kleiner is dan 30 %van de totale bruto vloeroppervlakte van de in het verbouwproject betrokken ruimte. • Ten aanzien van de minimumomvang van projecten worden projecten afzonderlijk beoordeeld. Het bij elkaar voegen van (kleinere) projecten op verschillende locaties om aan de minimumomvang te voldoen is niet toegestaan. In de praktijk betekent dat sprake dient te zijn van een aaneengesloten projectlokatie ten hoogste gescheiden door bijvoorbeeld een openbare weg o.i.d. Daarbij is eveneens van belang dat er een functionele en/of organisatorische samenhang bestaat tussen de verschillende projectonderdelen om als een project te worden beschouwd. • Alleen projecten, gelegen in de provincie Fryslân worden gesubsidieerd. Binnen de provinciegrenzen wordt geen onderscheid gemaakt in gewicht of belang naar de Friese gemeente waarin het project is gelegen. Artikel 6.2.9 Niet subsidiabele kosten Voor het bepalen van de subsidiabele kosten als grondslag voor de provinciale subsidie geldt als uitgangspunt dat dit alleen de projectkosten betreft die leiden tot directe werkzaamheden in de realisatie en de bijbehorende voorbereiding. Verwerving van gronden en/of opstallen behoren daar niet toe. Ook kosten welke zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag worden niet meegenomen. De wel toe te rekenen posten zijn onder meer voorbereidingskosten, bouw- en verkoopkosten en bouwbegeleiding, allen voor zover de verplichtingen zijn aangegaan na indiening van de aanvraag. Het onderscheid ligt daarbij in het feit dat de subsidiabele kosten allen leiden tot directe werkgelegenheid in de bouwsector. Artikel 6.2.10 Subsidiehoogte Er geldt een maximum subsidiebedrag van € 200.000 per aanvrager en een minimum subsidiebedrag van € 25.000 per herbestemmingsproject. Met een maximale bijdrage in de subsidiabele kosten van 20% betekent dit dat alleen projecten in aanmerking komen waarvan de subsidiabele kosten minimaal € 125.000 bedragen. Voor wat betreft de bovengrens mogen de subsidiabele kosten van één of meerdere projecten per aanvrager wel hoger zijn dan € 1.000.000,- maar ook daarboven bedraagt de subsidie maximaal € 200.000 per aanvrager aangezien dat het maximale subsidiebedrag is. Bij een herbestemmingsproject van een aanvrager met € 1.800.000,- aan subsidiabele kosten, bedraagt de subsidie dus maximaal €200.
  5. Artikel 6.2.11 VerdeelsystematiekDe verdeelsystematiek is op basis van het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. De volledigheid van de aanvraag is daarbij wel bepalend voor de datum van binnenkomst. Dus bij een onvolledige aanvraag wordt de datum van binnenkomst vastgesteld op het moment dat uw aanvraag volledig is binnengekomen bij de provincie Fryslân op het in het aanvraagformulier aangegeven contactadres. Na binnenkomst van een volledige aanvraag zal deze worden beoordeelt op de door GS vastgestelde regeling. Aanvragen kunnen afvallen vanwege weigeringsgronden of toetsingscriteria. Zodra het subsidieplafondbudget van € 1 mln. voor 2014 is bereikt, wordt de aanvraag geweigerd, ook al voldoet deze aan de subsidievereisten. Op voorhand is nog niet aan te geven of dit zich voordoet in de loop van 2014, wat het belang onderstreept van het vroegtijdig indienen van een volledige aanvraag. Artikel 6.2.12 Verplichtingen • Met de herbestemmingsregeling beoogt de provincie eveneens het creëren van opleidingsplaatsen in bouw. Daartoe wordt de verplichting opgelegd om gedurende de realisatieperiode opleidingsplaatsen aan te bieden. Voor iedere € 100.000 ontvangen subsidie gaat dit om 0,2 opleidingsplaatsen oftewel 240 opleidingsuren. Als bijvoorbeeld een subsidie is ontvangen van € 150.000 dient tijdens de realisatie van het project in totaal 360 opleidingsuren te worden aangeboden. Dit kunnen stageplaatsen zijn, maar ook leer-werktrajecten of andere vormen van opleidingsplaatsen. • De in de regeling vermelde looptijden zijn opgenomen om te borgen dat met de regeling op zo’n kort mogelijke termijn het gewenste effect wordt bereikt, onder andere op het gebied van werkgelegenheid. Start van het project uiterlijk 1 jaar na subsidieverlening is alleen realistisch als bijvoorbeeld gemeenten mee wensen te werken aan de voor het project benodigde bestemmingswijziging. Dat is tevens de reden dat de subsidieaanvrager desgevraagd inzicht moet geven in stukken waaruit onder andere de planologische haalbaarheid kan worden afgeleid. • Met een activiteitenverslag of een controleverklaring dient de subsidieaanvrager aan te tonen dat het toegekende subsidiebedrag ook daadwerkelijk is ingezet voor subsidiabele activiteiten. Mocht dat achteraf niet of in mindere mate het geval zijn, dan kan de provincie (een deel van) het subsidiebedrag terugvorderen. Mochten er achteraf meer kosten zijn gemoeid van de subsidiabele activiteiten dan vooraf in het subsidieverzoek is aangegeven, dan hanteert de provincie desondanks het (lagere) eerder vastgestelde subsidiebedrag. • In de looptijd van een project is het altijd mogelijk dat wijzigingen ontstaan ten opzichte van de oorspronkelijke verwachtingen. Dat kan betrekking hebben op kosten, maar ook op inhoudelijke aspecten van het project. Als zich wijzigingen voordoen is de subsidieontvanger verplicht deze wijzigingen te melden aan de provincie Fryslân. De subsidieplafonds uit de beschikking liggen echter vast, zowel absoluut als procentueel. • Als financier wil de provincie Fryslan binnen zes maanden na afloop van de werkzaamheden een activiteitenverslag en/of een controleverklaring van de subsidieontvanger. Op basis hiervan kan een persoonlijk gesprek plaatsvinden met de provinciale accountmanager en de subsidieontvanger dient daaraan mee te werken. Bij afwijkingen op de oorspronkelijke verwachtingen kan een (gedeeltelijke) terugvordering plaatsvinden. • Communicatieuitingen kunnen afgestemd worden met de provincie. Er zijn voorbeeld bestanden en formats beschikbaar die gebruikt kunnen worden. Artikel 6.2.13 Staatssteun Subsidies voor economische activiteiten vallen onder Europese regelgeving betreffende staatssteun. Daaraan zijn grenzen gesteld door Europa in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Kortweg komt het er op neer dat aan organisaties ten behoeve van economische activiteiten maximaal € 200.000 aan subsidie mag worden verstrekt in een periode van 3 jaar. Paragraaf 6.3 Renovatiesubsidie Algemeen Deze renovatiesubsidie is een van de maatregelen genoemd in het aanvalsplan woningmarkt uit de investeringsagenda van Wurkje foar Fryslân die vastgesteld is door Provinciale Staten. De regeling is een vervolg op de Uitvoeringsregeling Wurkje foar Fryslân, paragraaf 3 tijdelijke renovatieregeling. De renovatiesubsidie heeft tot doel renovatie en modernisering van goedkope bestaande koopwoningen voor potentiële kopers mogelijk te maken. Het doel is de kwaliteitsverbetering van goedkope koopwoningen waardoor deze aantrekkelijker worden voor potentiële kopers. Dit bevordert doorstroming vanuit de huursector en brengt daarmee de verhuisketen op gang.

Artikel 6

.3.2 Subsidiabele activiteiten Er is een onderscheid gemaakt in de subsidiabele activiteiten. De renovatie kan louter betrekking hebben op aanpassingen aan de (gebouw) schil of dragende constructie of dit gecombineerd met de renovatie van sanitaire voorzieningen of de keuken. Bij een gecombineerde aanvraag moeten de renovatiewerkzaamheden voor minimaal 50% betrekking hebben op aanpassingen aan het (gebouw)schil of dragende constructie (bouwkundige aanpassingen). Het overige gedeelte mag bestaan uit zogenaamde comfortmaatregelen. Met bouwkundige aanpassingen in dit onderdeel worden aanpassingen aan de (gebouw)schil en/of dragende constructie van de woning bedoeld, waaronder wordt verstaan de fundering, de vloer van de begane grond, de gevel, ramen en buitenkozijnen, dak, wanden, verdiepingsvloeren, uit- en aanbouwen, installatiewerk, binnentrap bouwkundige en installatiewerkzaamheden tbv sanitair en keuken.Overige investeringen mogen aard- en nagelvaste comfortmaatregelen zijn, zoals keuken, badkamer, WC. Het gaat niet om inrichtingsmaatregelen zoals meubels en gordijnen. Artikel 6.3.3 DoelgroepDe subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen die een huis willen kopen om er zelf in te wonen. Stichtingen, corporaties verenigen etc. vallen buiten de doelgroep van de subsidie. Artikel 6.3.4 AanvraagperiodeEen aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 15 september 2014 tot en met 15 september

  1. Let wel, de periode voor het aangaan van de (voorlopige) koopovereenkomst loopt van 15 september 2014 tot en met 15 december
  2. Dit ten behoeve van het stimulerend effect van de regeling. In verband met het verkrijgen van het eigendom over de woning is gekozen voor een aanvraagperiode vanaf 15 september 2014 totdat het subsidieplafond op is. De aanvrager kan op grond van deze regeling slechts subsidie aanvragen indien hij in het bezit is van een akte van levering (eigendomsverklaring). Hij zal dan wel moeten aantonen dat de koop van het huis is geschied binnen de subsidiabele periode, namelijk van 15 september 2014 tot en met 15 december 2014.Artikel 6.3.5 AanvraagvereistenMet dit artikel is beoogd om bij de aanvraag van de subsidie een goed beeld te krijgen van de subsidiabele activiteit en de toetsingscriteria om de aanvraag te kunnen beoordelen. Een kopie van de akte van levering zal te allen tijde opgestuurd moeten worden. Daarnaast moet door de aanvrager ook aangetoond worden dat de koop is aangegaan in de subsidiabele periode. Dit kan door middel van een voorlopig koopcontract, maar dit wordt niet altijd afgesloten, vaak wordt de koop bevestigd door een mail van de makelaar. Een afschrift van een dergelijke mail voldoet in dit geval. Een uitvoeringsplan of een omsch

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.