Uitvoeringsregeling van 24 juni 2014 houdende regels betreffende de subsidiëring van activiteiten op het terrein van Wurkje foar Fryslân (Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân). Gedeputeerde Staten van Fryslân, gelet op artikel 1.3, vierde lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013; besluiten: vast te stellen de Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân: HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: Asv: Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013 Awb: Algemene wet bestuursrecht; de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; de-minimissteun in de landbouwproductiesector: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in verordening (EG) Nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; de-minimissteun in de visserijsectorsteun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 875/2007 van de commissie van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; ESF: subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien); jacht- en passantenhavens: Voor passanten toegankelijke havens met een bedrijfsmatig karakter, waar pleziervaartuigen, al dan niet tegen betaling, aan steigers of kaden kunnen aanleggen, niet zijnde privé aanleghavens en –kaden of verkoophavens; onderneming: elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd; renovatie: vernieuwing van de woning door veranderingen aan te brengen of de woning te vergroten. trainee: natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst aangaat met een werkgever of door een werkgever wordt ingehuurd; uitzendovereenkomst: overeenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; werkgever: natuurlijke of rechtspersoon die een arbeidsovereenkomst aangaat met een natuurlijk persoon of een natuurlijke persoon inhuurt op grond van een uitzendovereenkomst; zelfstandige onderneming: onderneming die op grond van Bijlage I van Verordening (EG) Nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (“de algemene groepsvrijstellingsverordening”) kwalificeert als zelfstandige onderneming. HOOFDSTUK 2 VERGROTEN INNOVATIEVERMOGEN HOOFDSTUK 3 BESCHIKBAARHEID BEDRIJFSFINANCIERING Paragraaf 3.1 Vestigingsregeling Fryslân krediet Artikel 3.1.1 Begripsbepalingen In dezeparagraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: concern: economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden: een of meer privaatrechtelijke rechtspersoon of rechtspersonen die direct of indirect: –de helft of meer van het geplaatste kapitaal verschaft aan, –volledig aansprakelijk vennoot is van of –overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen en laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen; fte: volledige dienstbetrekking op basis van 1650 arbeidsuren per jaar duurzame bedrijfsuitrusting: investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming en die niet binnen twee jaar wordt afgeschreven alsmede bedrijfsuitrusting waarvan de investeringskosten op grond van artikelen 3:31 tot en met 3:35 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vrij kunnen worden afgeschreven., Artikel 3.1.2 Doel De subsidie in de vorm van een lening heeft tot doel regionale investeringssteun te bieden aan nieuwe en bestaande bedrijven ten behoeve van een economische activiteit in Fryslân. Artikel 3.1.3 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie in de vorm van een lening verstrekken voor investeringen in: nieuwe vestigingen van nog niet in Fryslân gevestigde bedrijven en daarmee samenhangende werkgelegenheid, of; diversificatie van economische activiteiten van reeds bestaande bedrijven in Fryslân door uitbreiding met nieuwe bedrijfsactiviteiten die tot voorheen buiten Fryslân werden uitgevoerd en de daarmee samenhangende werkgelegenheid. Artikel 3.1.4 Doelgroep Subsidie in de vorm van een lening wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen met als rechtsvorm een besloten vennootschap of naamloze vennootschap. Artikel 3.1.5 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening kan worden ingediend vanaf 15 maart
- Artikel 3.1.6 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 3.1.7 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 2.7 ASV wordt subsidie in de vorm van een lening geweigerd indien: de aanvrager op grond van deze regeling of anderszins op grond van het programma Wurkjefoar Fryslân reeds voor in totaal € 2.500.000 aan subsidie of subsidie in de vorm van een lening heeft ontvangen. de aanvrager actief is in de volgende sectoren: primaire landbouw en visserij productie of verwerking van steenkool duurzame energieopwekking of verwerking windparken transport en opslag van goederen detailhandel horeca bouw indien de structuur van de betrokken sector van het bedrijfsleven zich tegen de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 3.1.3 verzet. voor zover de subsidiabele activiteit betrekking heeft op transacties van activa in concernverband. Artikel 3.1.8 Toetsingscriteria 1 Om voor subsidie in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 3.1.3 onderdelen a en b in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria: de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat de verwachte omzet voor minimaal 50% afkomstig is van buiten Fryslân; de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat de organisatie van de aanvrager waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, na het voltooien van de subsidiabele activiteiten voldoende rendabel en solvabel is om zijn activiteiten voort te zetten; de aanvrager toont aan dat het huidige aantal werkzame personen binnen het concern van de aanvrager, waarvoor de subsidie in de vorm van een lening wordt aangevraagd, minimaal 10 fte bedraagt; de subsidiabele activiteiten betreffen een technisch, functioneel en in tijd samenhangend geheel van investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting, grond of bedrijfsgebouwen; de subsidiabele activiteit heeft een omvang van minimaal € 1.000.000 aan subsidiabele kosten. 2 Om voor subsidie in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 3.1.3 onderdeel a in aanmerking te komen, wordt naast het eerste lid van dit artikel voldaan aan de volgende criteria: de nieuwe vestiging betreft de stichting van een nieuw: bedrijf dat de economische ontwikkeling van de regio van vestiging stimuleert door de structuur van de bedrijfsketen in Fryslân te versterken; kantoor van een concern waarin de centrale leiding of een zelfstandig onderdeel daarvan is gehuisvest; productie- eenheid uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van een nieuwe productiemethode die met technisch-economische risico’s gepaard gaat, of; bedrijf of bedrijfsonderdeel op het gebied van technisch of fysisch onderzoek, dat een belangrijke functie vervult voor de ontwikkeling van voor het bedrijf nieuwe producten. de nieuwe vestiging betreft de vestiging van een onderneming of concern die, tijdens het indienen van de subsidieaanvraag op grond van deze paragraaf, niet in Fryslân is gevestigd; de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat als direct gevolg van de subsidiabele activiteit een toename van arbeidsplaatsen ontstaat voor minimaal 10 FTE binnen de nieuw op te zetten vestiging in Fryslân of via een sociale werkvoorziening als bedoeld in “Wet sociale werkvoorziening” in Fryslân voor minstens de duur van de looptijd van het project. 3 Om voor subsidie in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 3.1.3 onderdeel b in aanmerking te komen, wordt naast het eerste lid van dit artikel voldaan aan de volgende criteria: de diversificatie betreft de uitbreiding van de economische activiteit van een vestiging van een: bedrijf dat de economische ontwikkeling van de regio van vestiging stimuleert door de structuur van de bedrijfsketen in Fryslân te versterken; kantoor van een concern waarin de centrale leiding of een zelfstandig onderdeel daarvan is gehuisvest; productie- eenheid uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van een nieuwe productiemethode die met technisch-economische risico’s gepaard gaat, of; bedrijf of bedrijfsonderdeel op het gebied van technisch of fysisch onderzoek, dat een belangrijke functie vervult voor de ontwikkeling van voor het bedrijf nieuwe producten. de diversificatie betreft een economische activiteit die niet eerder in de vestiging van de aanvrager in Fryslân is uitgeoefend; de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat als direct gevolg van de subsidiabele activiteit een toename van arbeidsplaatsen ontstaat met minimaal 10 fte binnen de organisatie van de aanvrager waarin de diversificatie plaatsvindt of via een sociale werkvoorziening als bedoeld in “Wet sociale werkvoorziening” in Fryslân voor minstens de duur van de looptijd van het project. Artikel 3.1.9 Opschortende/ontbindende voorwaarde Subsidie in de vorm van een lening wordt slechts verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de benodigde vergunningen binnen 52 weken na het indienen van de aanvraag worden afgegeven. Artikel 3.1.10 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie in de vorm van een lening, komen de volgende kosten hiervoor in aanmerking: door derden uitgevoerde engineeringkosten ; alle activa met betrekking tot gronden, gebouwen en installaties, machines en uitrusting met uitzondering van vaartuigen of auto’s. Artikel 3.1.11 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie in de vorm van een lening bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000 per aangevraagd project. Artikel 3.1.12 Verdeelsystematiek 1 Subsidie in de vorm van een lening wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 3.1.13 Condities voor subsidie in de vorm van een lening 1 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de rente voor een lening aan de hand van de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02); 2 Het door Gedeputeerde Staten te hanteren rentepercentage is nooit lager dan door de hoofdfinancier te hanteren rente bij een vergelijkbare looptijd. Bij afwezigheid van een hoofdfinancier zal worden uitgegaan van een rentepercentage conform het bepaalde in het eerste lid; 3 Gedeputeerde Staten bepalen de looptijd van de lening aan de hand van de te overleggen businesscase met een maximum looptijd van 10 jaar. 4 De subsidieontvanger verschaft zekerheid voor de lening door middel van: hypotheekstelling borgstelling verpanding of overige zekerheidsstelling 5 De subsidieontvanger overlegt taxatierapporten voor de zekerheidstelling als bedoeld in het vierde lid. 6 Aflossing van de provinciale lening dient plaats te vinden in maximaal 10 jaar. Vervroegde aflossing is te allen tijde mogelijk zonder dat daar een boete over verschuldigd is. Artikel 3.1.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidieontvanger sluit een uitvoeringsovereenkomst met de provincie; de subsidieontvanger start uiterlijk binnen een jaar na subsidieverlening met het project waarop de subsidiabele activiteit betrekking heeft; de subsidieontvanger realiseert het project binnen drie jaar na start van het project. de subsidieontvanger overlegt tenminste jaarlijks een voortgangsrapportage die bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag; de subsidieontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de haalbaarheid van het project en de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger kunnen worden afgeleid; indien zich in de periode tussen de subsidieverlening en de uiteindelijke realisatie van het project wijzigingen voordoen, is de subsidieontvanger verplicht hiervoor schriftelijke toestemming te verkrijgen van de subsidieverlener; de subsidieontvanger wordt verzocht in communicatie-uitingen melding te maken van ontvangen steun in het kader van WurkjeFoar Fryslân. Bij gebruik van bouwborden dient daar een plank met de logo van de provincie en opdruk van Wurkjefoar Fryslân gebruikt te worden. de subsidieontvanger is verplicht om de gesubsidieerde activiteit als bedoeld in artikel 3.1.3 onderdeel a of b, minimaal 5 jaar in stand te houden of indien de subsidie in de vorm van een lening, nog niet is afgelost tot dat de een lening aan de provincie geheel is afgelost, in stand te houden. De subsidieontvanger sluit hiertoe een overeenkomst met de provincie. Indien het bepaalde in het tweede lid onderdeel a door de subsidieontvanger niet wordt nagekomen kunnen Gedeputeerde Staten naast onmiddellijke terugvordering van de verleende subsidie in de vorm van een lening, een boete opleggen van maximaal 50% van het verleende subsidiebedrag in de vorm van een lening. Artikel 3.1.15 Staatssteun 1 De aanvrager die een onderneming drijft vult een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt. 2 Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.
- 3 De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de-minimisverordening. Artikel 3.1.16 Prestatieverantwoording 1 Bij een subsidie in de vorm van een lening, van minder dan € 125.000, toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag, een verklaring rondom de gerealiseerde FTE, overeenkomsten van dienstverbanden en relevante recente salarisstroken of verzamelloonstaten als bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid onderdeel b en artikel 3.2.7, derde lid onderdeel c. Indien sprake is van een toename van het aantal FTE door middel van een sociale werkplaats constructie, toont de subsidieontvanger het aantal gerealiseerde FTE aan, door middel van overeenkomsten met de Sociale Werkvoorzieningsinstantie als bedoeld in “Wet sociale werkvoorziening”. 2 Bij een subsidie in de vorm van een lening van € 125.000,00 of meer gaat de aanvraag tot subsidievaststelling naast het bepaalde in het eerste lid van dit artikel vergezeld van een controleverklaring. 3 Indien subsidieontvanger het voorgaande in deze paragraaf niet kan aantonen wordt de hoogte van de subsidie in de vorm van een lening, naar rato bijgesteld en teruggevorderd. Artikel 3.1.17 Bevoorschotting en betaling Bevoorschotting vindt plaats op de wijze zoals overeengekomen in de uitvoeringsovereenkomst. Paragraaf 3.2 Vestigingsregeling Fryslân Subsidie Artikel 3.2.1 Begripsbepalingen In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: concern: economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden: een of meer privaatrechtelijke rechtspersoon of rechtspersonen die direct of indirect:: –de helft of meer van het geplaatste kapitaal verschaft aan, –volledig aansprakelijk vennoot is van of –overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen en laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen; fte: volledige dienstbetrekking op basis van 1650 arbeidsuren per jaar duurzame bedrijfsuitrusting: investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming en die niet binnen twee jaar wordt afgeschreven alsmede bedrijfsuitrusting waarvan de investeringskosten op grond van artikelen 3:31 tot en met 3:35 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vrij kunnen worden afgeschreven. , Artikel 3.2.2 Doel De subsidie heeft tot doel regionale investeringssteun te bieden in de vorm van een loonkostensubsidie aan nieuwe en bestaande bedrijven ten behoeve van een economische activiteit in Fryslân. Artikel 3.2.3 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor: nieuwe vestigingen van nog niet in Fryslân gevestigde bedrijven en daarmee samenhangende werkgelegenheidstoename, of; diversificatie van economische activiteiten van reeds bestaande bedrijven in Fryslân door uitbreiding met nieuwe bedrijfsactiviteiten die tot voorheen buiten Fryslân werden uitgevoerd en de daarmee samenhangende werkgelegenheidstoename. Artikel 3.2.4 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen met als rechtsvorm een besloten vennootschap of naamloze vennootschap. Artikel 3.2.5 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 15 maart
- Artikel 3.2.6 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 3.2.7 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 2.7 ASV wordt subsidie geweigerd indien: de aanvrager op grond van deze regeling of anderszins op grond van het programma Wurkjefoar Fryslân reeds voor in totaal € 2.500.000 aan subsidie of subsidie in de vorm van een lening heeft ontvangen. de aanvrager actief is in de volgende sectoren: primaire landbouw en visserij productie of verwerking van steenkool duurzame energieopwekking of verwerking windparken transport en opslag van goederen detailhandel horeca bouw indien de structuur van de betrokken sector van het bedrijfsleven zich tegen de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 3.2.3 verzet. voor zover de subsidiabele activiteit betrekking heeft op transacties van personeel in concernverband in Fryslân. Artikel 3.2.8 Toetsingscriteria 1 Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2.3 onderdelen a en b in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria: de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat de verwachte omzet voor minimaal 50% afkomstig is van buiten Fryslân. de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat de organisatie van de aanvrager waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, na het voltooien van de subsidiabele activiteiten voldoende rendabel en solvabel is om zijn activiteiten voort te zetten; de aanvrager toont aan dat het huidige aantal werkzame personen binnen het concern van de aanvrager waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, minimaal 10 FTE bedraagt; de subsidiabele activiteiten betreffen een technisch, functioneel en in tijd samenhangend geheel van investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting, grond of bedrijfsgebouwen of personeel; de subsidiabele activiteit heeft een omvang van minimaal € 500.000 aan subsidiabele kosten. 2 Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2.3 onderdeel a in aanmerking te komen, wordt naast het eerste lid van dit artikel voldaan aan de volgende criteria: de nieuwe vestiging betreft de stichting van een nieuw: bedrijf dat de economische ontwikkeling van de regio van vestiging stimuleert door een industriële keten te versterken; kantoor van een concern waarin de centrale leiding of een zelfstandig onderdeel daarvan is gehuisvest; productie- eenheid uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van een nieuwe productiemethode die met technisch-economische risico’s gepaard gaat, of; bedrijf of bedrijfsonderdeel op het gebied van technisch of fysisch onderzoek, dat een belangrijke functie vervult voor de ontwikkeling van voor het bedrijf nieuwe prducten; de nieuwe vestiging betreft de vestiging van een onderneming of concern, die tijdens het indienen van de subsidieaanvraag op grond van deze paragraaf, niet in Fryslân is gevestigd. de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat als direct gevolg van de subsidiabele activiteit een toename van arbeidsplaatsen ontstaat voor minimaal 10 FTE binnen de nieuw op te zetten vestiging in Fryslân of via een sociale werkvoorziening als bedoeld in “Wet sociale werkvoorziening” in Fryslân voor minstens de duur van de looptijd van het project. 3 Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2.3 onderdeel b in aanmerking te komen, wordt naast het eerste lid van dit artikel voldaan aan de volgende criteria: de diversificatie betreft de uitbreiding van de economische activiteit van een vestiging van een: bedrijf dat de economische ontwikkeling van de regio van vestiging stimuleert door de structuur van de bedrijfsketen in Fryslân te versterken; kantoor van een concern waarin de centrale leiding of een zelfstandig onderdeel daarvan is gehuisvest; productie- eenheid uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling van een nieuwe productiemethode die met technisch-economische risico’s gepaard gaat, of; bedrijf of bedrijfsonderdeel op het gebied van technisch of fysisch onderzoek, dat een belangrijke functie vervult voor de ontwikkeling van voor het bedrijf nieuwe producten. de diversificatie betreft een economische activiteit die niet eerder in de vestiging van de aanvrager in Fryslân is uitgeoefend. de aanvrager maakt met behulp van zijn aanvraag aannemelijk dat als direct gevolg van de subsidiabele activiteit een toename van arbeidsplaatsen ontstaat voor minimaal 10 FTE binnen de organisatie van de aanvrager waarin de diversificatie plaatsvindt of via een sociale werkvoorziening als bedoeld in “Wet sociale werkvoorziening” in Fryslân voor minstens de duur van de looptijd van het project. Artikel 3.2.9 Opschortende/ontbindende voorwaarde Subsidie wordt slechts verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de benodigde vergunningen binnen 52 weken na het indienen van de aanvraag worden afgegeven. Artikel 3.2.10 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de geraamde marktconforme loonkosten, berekend over 36 maanden na start van het projectdie voortvloeien uit toename van arbeidsplaatsen als direct gevolg van de initiële investering als bedoeld in artikel 3.2.3 in aanmerking indien: het investeringsproject leidt tot een netto toename van het aantal werknemers, in de betrokken vestiging, in vergelijking met het gemiddelde van de voorbije twaalf maanden, d.w.z. dat alle verloren gegane banen in mindering worden gebracht op het tijdens deze periode schijnbare aantal geschapen arbeidsplaatsen. iedere arbeidsplaats binnen drie jaar na voltooiing van het project wordt ingevuld voor minimaal 36 maanden, en iedere via de investering geschapen arbeidsplaats behouden blijft gedurende de looptijd van het project. Artikel 3.2.11 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 5.000 per beoogde FTE uitbreiding als bedoeld in artikel 3.2.7, tweede en derde lid tot een maximum van € 100.000 per aangevraagd project. Artikel 3.2.12 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 3.2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidieontvanger start uiterlijk binnen één jaar na subsidieverlening met het project waarop de subsidiabele activiteit betrekking heeft; de subsidieontvanger realiseert het project binnen drie jaar na start van het project. de subsidieontvanger overlegt tenminste jaarlijks een voortgangsrapportage die bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag; de subsidieontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de haalbaarheid van het project kunnen worden afgeleid; indien zich in de periode tussen de subsidieverlening en de uiteindelijke realisatie van het project wijzigingen voordoen, is de subsidieontvanger verplicht hiervoor schriftelijke toestemming te verkrijgen van de subsidieverlener; de subsidieontvanger is verplicht om de gesubsidieerde activiteit als bedoeld in artikel 3.2.3 onderdeel a of b, 5 jaar na vaststelling van de subsidie in stand te houden. de subsidieontvanger wordt verzocht in communicatie uitingen melding te maken van ontvangen steun in het kader van WurkjeFoar Fryslân. Bij gebruik van bouwborden dient daar een plank met de logo van de provincie en opdruk van Wurkjefoar Fryslân gebruikt te worden. Artikel 3.2.14 Verantwoording en Vaststelling 1 Bij een subsidie van minder dan € 125.000,00 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag, een verklaring rondom de gerealiseerde FTE, overeenkomsten van dienstverbanden en relevante recente salarisstroken of verzamelloonstaten als bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid onderdeel b en artikel 3.2.7, derde lid onderdeel c. Indien sprake is van een toename van het aantal FTE door middel van een sociale werkplaats constructie, toont de subsidieontvanger het aantal gerealiseerde FTE aan, door middel van overeenkomsten met de Sociale Werkvoorzieningsinstantie als bedoeld in “Wet sociale werkvoorziening” 2 Indien subsidie-ontvanger het genoemde in niet kan aantonen wordt de hoogte van de subsidie naar rato bijgesteld en teruggevorderd. Artikel 3.2.15 Staatssteun De aanvrager die een onderneming drijft vult een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt. Artikel 3.2.16 Bevoorschotting en betaling Het voorschot voor subsidies van € 25.000,- en hoger bedraagt maximaal 80% van de subsidie. HOOFDSTUK 4 VERSTERKEN MENSELIJK KAPITAAL Paragraaf 4.1 Talint foar Fryslân II Artikel 4.1.1 Doel De subsidie heeft tot doel om recent afgestudeerden een jaar werkervaring aan te bieden bij werkgevers in Fryslân zodat zij een betere kans op de arbeidsmarkt hebben en houden. Artikel 4.1.2 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor het in dienst nemen of inhuren van een trainee. Artikel 4.1.3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 4.1.4 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 10 november 2014 tot en met 28 februari
- Artikel 4.1.5 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 4.1.6 Weigeringsgronden Een subsidie wordt geweigerd indien: de aanvrager op grond van deze regeling al voor drie trainees subsidie heeft ontvangen; de trainee in de zes maanden voorafgaand aan de indiensttreding of inhuur betaald werk heeft verricht ten behoeve van de aanvrager. Artikel 4.1.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria: de werkgever sluit een rechtsgeldige arbeidsovereenkomst met de trainee, die ingaat nadat de subsidie is verleend, of gaat een uitzendovereenkomst aan waarmee de trainee wordt ingehuurd, die ingaat nadat de subsidie is verleend; de trainee is na 1 januari 2011 en voor indiensttreding afgestudeerd aan een opleiding met niveau 3 of niveau 4 als bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of een geaccrediteerde opleiding in het kader van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; de trainee wordt voor ten minste 52 aaneengesloten weken in dienst genomen of ingehuurd, voor minimaal 32 uur per week; de trainee voert zijn werkzaamheden uit in de onderneming van de werkgever; de werkzaamheden die de trainee zal verrichten zijn afgestemd op en in overeenstemming met zijn opleidingsniveau waarop hij is afgestudeerd en waarvoor de werkgever subsidie heeft aangevraagd; de trainee ontvangt binnen de overeengekomen werktijd minimaal 100 uur scholing of training; de werkzaamheden van de trainee worden verricht in of vanuit de provincie Fryslân; de werkgever verklaart dat de trainee geen bestaande en reeds ingevulde arbeidsplaats zal invullen. Artikel 4.1.8 Subsidiehoogte 1 De hoogte van de subsidie bedraagt: € 11.700 voor 52 weken voor een trainee die is afgestudeerd aan een opleiding met niveau 3 of niveau 4 als bedoeld in artikel 7.2.2, derde lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs (MBO); € 13.000 voor 52 weken voor een trainee die is afgestudeerd aan een hogeschool (HBO) als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en; € 14.300 voor 52 weken voor een trainee die is afgestudeerd aan een universiteit, de Open Universiteit of een levensbeschouwelijke universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WO). 2 Indien de trainee minder dan 52 weken in dienst blijft, wordt de subsidie naar rato van het aantal gewerkte dagen vastgesteld. 3 Indien de subsidieontvanger gelet op zijn de-minimisverklaring onvoldoende ruimte heeft om subsidie te ontvangen ter hoogte van de in het eerste lid onder a, b en c genoemde bedragen, worden deze bedragen verlaagd tot het bedrag dat op grond van de de-minimissteun is toegestaan. Artikel 4.1.9 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is geldt als datum van binnenkomst. 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 4.1.10 Verplichtingen van de subsidieontvanger Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidie-ontvanger gaat een arbeidsovereenkomst aan met de trainee of gaat een uitzend-overeenkomst aan waarmee de trainee wordt ingehuurd, die ingaat binnen 15 weken na de subsidieverlening; de trainee start met zijn werkzaamheden uiterlijk 15 weken na subsidieverlening; de subsidie-ontvanger stuurt binnen twee weken na het aangaan van de arbeidsovereenkomst met de trainee of het aangaan van de uitzendovereenkomst waarmee de trainee wordt ingehuurd de volgende bescheiden aan Gedeputeerde Staten: een afschrift van de arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst; een kopie van het diploma van de trainee overeenkomstig zijn opleiding en de werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd; een verklaring waaruit blijkt dat hij er mee instemt dat de gegevens die hij in het kader van de subsidieverstrekking aan de provincie verstrekt, worden gebruikt ten behoeve het actieplan jeugdwerkloosheid uit hoofde van het ESF; een verklaring waaruit blijkt dat de trainee er mee instemt dat zijn gegevens worden gebruikt ten behoeve het actieplan jeugdwerkloosheid uit hoofde van het Europees Sociaal Fonds; de subsidie-ontvanger overlegt binnen zes weken na indiensttreding van de trainee of ingangsdatum van de uitzendovereenkomst een schriftelijk opleidings- of trainingsplan aan een door Gedeputeerde Staten aangewezen derde partij; de subsidie-ontvanger verleent medewerking aan de begeleiding die de trainee vanuit de provincie ontvangt; de subsidie-ontvanger verleent medewerking aan een, door of vanwege Gedeputeerde Staten gevorderde controle van de administratie, monitoringstraject of ander onderzoek naar gegevens die in het kader van de subsidieverstrekking van belang kunnen worden geacht en hij verleent daartoe inzage in zijn administratie en verstrekt de inlichtingen die hiervoor belang kunnen zijn. Artikel 4.1.11 Prestatieverantwoording en vaststelling 1 De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag en loonstroken of facturen waaruit volgt dat de trainee is betaald gedurende de projectperiode. 2 De subsidie wordt uiterlijk 18 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking ambtshalve vastgesteld. Artikel 4.1.12 Staatssteun Subsidie wordt slechts verstrekt met toepassing van Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Artikel 4.1.13 Bevoorschotting De subsidie-ontvanger ontvangt bij subsidieverlening een voorschot van 100% van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 4.1.
- Paragraaf 4.2 Werkloosheidsbestrijding Artikel 4.2.1 Doel De subsidie heeft tot doel het stimuleren van het vinden van een baan voor werkzoekenden zonder baan. Artikel 4.2.2 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor het bieden van een arbeidsplaats aan werkzoekenden zonder baan. Artikel 4.2.3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen en organisaties welke op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening aangewezen zijn als een sociale werkplaats. Artikel 4.2.4 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 1 april 2015 tot en met 29 mei
- Artikel 4.2.5 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 4.2.6 Weigeringsgronden Een subsidie wordt geweigerd: indien de aanvrager reeds een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf heeft ingediend; voor zover de aanvraag betrekking heeft op meer dan 10 werkzoekenden zonder baan; voor zover de aanvrager ten behoeve van het in dienst nemen van één of meerdere werknemers zonder baan, welke onderdeel uitmaken van de subsidieaanvraag, al eerder gebruik heeft gemaakt van middelen uit het programma Wurkje foar Fryslân Artikel 4.2.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende criteria: De aanvraag heeft betrekking op minimaal 3 en maximaal 10 werkzoekenden zonder baan, ingeschreven als werkzoekende bij het UWV of bij de gemeente in Fryslân waarin ze woonachtig zijn; Per aanvraag heeft ten minste 20% van het aantal werkzoekenden zonder baan een grote afstand tot de arbeidsmarkt, vanwege: een beperking, waarbij de werkzoekenden behoren tot de doelgroep gedeeltelijk arbeidsongeschikten ten gevolge van een fysieke of verstandelijke handicap; een registratie van ten minste een jaar als werkzoekende; een leeftijd van ten minste 45 jaar, of een SW indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening; De werkzoekenden zonder baan worden voor ten minste 26 aaneengesloten weken voor minimaal 32 uur per week in dienst genomen. Indien de aanvraag betrekking heeft op een werkzoekende zonder baan met een grote afstand tot de arbeidsmarkt als bedoeld in het voorgaande onderdeel onder 1 en 4, geldt dat de verplichte 32 uur worden berekend inclusief de korting op de arbeidsongeschiktheid of de SW-indicatie. De werkzoekenden zonder baan vervullen een vacature welke ten minste twee maanden niet is vervuld. De werkzoekenden zonder baan ontvangen binnen de overeengekomen werktijd minimaal 40 uur aan scholing of training. De werkzoekenden zonder baan hebben in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de indiensttreding geen betaald werk verricht voor de organisatie waarin zij in dienst zullen treden. Artikel 4.2.8 Subsidiabele kosten. De loonkosten voor de arbeidsplaats van de werkzoekenden zonder baan voor 26 weken zijn subsidiabel. Artikel 4.2.9 Subsidiehoogte 1 De hoogte van de subsidie bedraagt €3.000 per werkzoekende zonder baan. 2 Indien bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat het aantal geplaatste werkzoekenden zonder baan minder is dan het aantal waarvoor subsidie is verleend, of indien het dienstverband eerder wordt beëindigd, wordt de subsidie vastgesteld naar rato van het geplaatste aantal werkzoekenden zonder baan die het traject hebben afgerond als bedoeld in artikel 4.2.7, onderdeel c. 3 Indien het aantal werkzoekenden zonder baan die, na de periode van 26 aaneengesloten weken als bedoeld in artikel 4.2.7, onderdeel c, een vervolgcontract aangeboden krijgt als bedoeld in artikel 4.2.11 tweede lid, minder is dan 60% van het aantal waarvoor subsidie is verleend, wordt de subsidie lager vastgesteld. 4 De hoogte van de subsidie in de situatie als bedoeld in het voorgaande lid wordt als volgt bepaald: Indien 50% tot 60% van het aantal werkzoekenden zonder baan een vervolgcontract krijgt aangeboden, wordt 10% van het verleende subsidiebedrag in mindering gebracht bij de vaststelling; Indien 40% tot 50% van het aantal werkzoekenden zonder baan een vervolgcontract krijgt aangeboden, wordt 20% van het verleende subsidiebedrag in mindering gebracht bij de vaststelling; Indien minder dan 40% van het aantal werkzoekenden zonder baan een vervolgcontract krijgt aangeboden, wordt 30% van het verleende subsidiebedrag in mindering gebracht bij de vaststelling. Artikel 4.2.10 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 4.2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1 Aan de subsidie-ontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: De werkzoekenden zonder baan waarvoor subsidie is verleend, treden in dienst bij de werkgever onder de voorwaarden als genoemd in artikel 4.2.7, onderdeel c en starten met hun werkzaamheden uiterlijk 15 weken na subsidieverlening. De subsidie-ontvanger stuurt binnen vier weken nadat de werkzoekende zonder baan in dienst is getreden en is gestart met zijn werkzaamheden, de volgende bescheiden aan Gedeputeerde Staten: Een bewijsmiddel waaruit blijkt dat de werkzoekende zonder baan geregistreerd is als werkzoekende voorafgaand aan de indiensttreding bij de werkgever; Een schriftelijke verklaring waaruit volgt dat de werkzoekende zonder baan een grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt, als bedoeld in artikel 4.2.7, onderdeel b. Een afschrift van de arbeidsovereenkomst tussen de werkzoekende zonder baan en de werkgever; De vacaturetekst met datum van plaatsing waaruit volgt dat de vacature die wordt vervuld door de werkzoekende zonder baan ten minste twee maanden niet is vervuld; 2 Aan ten minste 60% van de werkzoekenden zonder baan die in dienst worden genomen als bedoeld in artikel 4.2.7 onderdeel c, wordt na die periode een vervolgcontract aangeboden van minimaal 26 aaneengesloten weken, voor minimaal 32 uur per week. 3 Het voorgaande lid is niet van toepassing indien de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4.2.7 onderdeel c betrekking heeft op een dienstverband van 52 aaneengesloten weken voor minimaal 32 uur per week. Artikel 4.2.12 Prestatieverantwoording 1 Bij een subsidie van minder dan € 25.000 toont de subsidie-ontvanger desgevraagd aan dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht, door middel van een activiteitenverslag, 2 Bij een subsidie van meer dan € 25.000toont de subsidie-ontvanger aan dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag, arbeidsovereenkomsten en loonstroken waaruit blijkt dat deelnemers aan het traject als bedoeld in artikel 4.2.7, onderdeel c zijn betaald gedurende het traject. Tevens toont de subsidie-ontvanger op dezelfde wijze aan dat deelnemers een vervolgcontract is aangeboden en deelnemers zijn betaald, zoals bedoeld in artikel 4.2.11, tweede lid. 3 Een subsidie onder de €25.000 wordt uiterlijk 18 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking ambtshalve vastgesteld. 4 Een subsidie van meer dan € 25.000, wordt vastgesteld na het indienen van een verzoek om vaststelling na einde van de subsidiabele activiteiten. Artikel 4.2.13 Staatssteun Subsidie wordt verstrekt met toepassing van Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Artikel 4.2.14 Bevoorschotting en betaling De subsidie-ontvanger ontvangt bij subsidieverlening een voorschot van 100% van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 4.2.
- HOOFDSTUK 5 VERGROTEN ORGANISEREND VERMOGEN HOOFDSTUK 6 VERGROTEN AANTREKKELIJKHEID LEEFOMGEVING Paragraaf 6.1 Participatieregeling bijzondere huurprojecten Artikel 6.1.1 Doel De subsidie heeft tot doel het versnellen van de realisatie van rendabele bouwprojecten in de geliberaliseerde huursector en voor bijzondere doelgroepen. Artikel 6.1.2 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken in de vorm van een lening of een garantie voor de realisatie van huurprojecten in de geliberaliseerde huursector of voor huurprojecten ten behoeve van bijzondere doelgroepen. Artikel 6.1.3 Doelgroep 1 Subsidie in de vorm van een lening of garantie wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen, natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden hiervan. 2 Indien de subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband dient de penvoerder de subsidieaanvraag namens het samenwerkingsverband in. De penvoerder is bij toekenning van de subsidie aanspreekpunt voor de uitvoering en eindverantwoordelijke voor het nakomen van alle opgelegde verplichtingen. De penvoerder ontvangt de termijnbetalingen en dient het verzoek tot vaststelling in. Artikel 6.1.4 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening of garantie kan worden ingediend vanaf 15 september 2014 tot en met 30 september
- Artikel 6.1.5 Aanvraagvereisten Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 6.1.6 Weigeringsgronden 1 In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 2.7ASV wordt geweigerd indien: het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt; de aanvrager of een aan de aanvrager gelieerde partij op grond van deze regeling reeds voor € 2.500.000 subsidie in het kader van deze regeling heeft ontvangen. 2 Als gelieerde partij als bedoeld in het eerste lid onder b wordt in dit verband beschouwd een partij die direct of indirect een belang heeft van meer dan 25% in de betreffende projecten. Verplichtingen in dit kader tellen volledig mee bij een hoger belang. Artikel 6.1.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het huurproject betreft minimaal 10 wooneenheden per project of het project heeft een omvang van meer dan €1.000.000 aan subsidiabele kosten; met de projectinformatie en de bijbehorende begrotingen van het gehele project wordt aangetoond dat het project rendabel is, een dekkend financieringsplan heeft en dat de aanvrager kan voldoen aan de financieringsverplichtingen welke samenhangen met het ingediende project; het huurproject is geografisch en organisatorisch locatiegebonden; het huurproject betreft de realisatie van wooneenheden in de geliberaliseerde huursector of voor bijzondere doelgroepen in de provincie Fryslân. Artikel 6.1.8 Niet subsidiabele kosten De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: leges, vergunningen etc.; verwervingskosten, grondkosten; advieskosten welke niet direct betrekking hebben op de bouw van het huurproject; kosten die gemaakt zijn voor de indiening van de aanvraag. Artikel 6.1.9 Subsidiehoogte 1 een lening bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 2.500.
- 2 een garantie bedraagt maximaal 80% van de gegarandeerde lening tot een maximum van € 2.500.
- Artikel 6.1.10 Verdeelsystematiek 1 Indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van het volgende criterium: Het aandeel provinciale financiering/garantie op grond van deze regeling in de totale subsidiabele projectkosten; 2 Bij rangschikking gaat een project met een lager aandeel provinciale financiering/garantie voor op een project met een hoger aandeel. 3 Als twee of meer aanvragen een gelijk aandeel provinciale financiering/garantie hebben en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor het project met het hoogste absolute aangevraagde bedrag aan provinciale financiering. Artikel 6.1.11 Condities voor een lening 1 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de rente voor een lening aan de hand van: de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02); de zekerheidsstelling en creditrating van de aanvrager. 2 De door Gedeputeerde Staten te hanteren rentepercentage zijn nooit lager dan door de hoofdfinancier te hanteren rente bij een vergelijkbare looptijd. 3 Gedeputeerde Staten bepalen de looptijd van de lening aan de hand van de te overleggen businesscase met een minimum looptijd van 5 jaar en een maximum looptijd van 15 jaar. 4 De subsidie-ontvanger verschaft zekerheid voor de lening door middel van: hypotheekstelling borgstelling verpanding of overige zekerheidsstelling 5 De aanvrager overlegt taxatierapporten voor de zekerheidstelling als bedoeld in het vierde lid. 6 Aflossing van de provinciale lening dient plaats te vinden in maximaal 15 jaar. 7 Vervroegde aflossing is te allen tijde mogelijk zonder dat daar een boete over verschuldigd is. Artikel 6.1.12 Condities voor een garantiestelling 1 Gedeputeerde staten kunnen een garantie afgeven aan een externe financier voor betaling van rente en aflossing. Deze garantie kan door de betreffende financier worden ingeroepen indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de contractuele betalingsverplichting jegens de externe financier. 2 Voor het afgeven van een garantie is de subsidie-ontvanger een garantieprovisie verschuldigd. 3 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de garantiestelling aan de hand van: Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van garanties (2008/C/155/02) de zekerheidsstelling en creditrating van de aanvrager 4 De garantiestelling loopt evenredig terug met de aflossing op de lening waarvoor de garantie is afgegeven. Artikel 6.1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidie-ontvanger sluit een subsidieovereenkomst met de provincie; de subsidie-ontvanger biedt met het huurproject minimaal 1 opleidingsplaatsen aan per van de provincie ontvangen €500.000 of gedeelte daarvan gedurende de realisatieperiode van het project. Een volledige opleidingsplaats wordt hier opgevat als 1.200 opleidingsuren; de subsidieontvanger start uiterlijk binnen 1 jaar na subsidieverlening met het project; de subsidie-ontvanger levert het project op uiterlijk 2 jaar na start bouw; de subsidie-ontvanger overlegt tenminste jaarlijks een voortgangsrapportage die bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag; de subsidie-ontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de planologische haalbaarheid van het project en de kredietwaardigheid van de subsidie-ontvanger kunnen worden afgeleid; indien zich in de periode tussen de subsidieverlening en de oplevering van het project wijzigingen voordoen, is de subsidieontvanger verplicht hiervoor toestemming te vragen aan de subsidieverlener. wijzigingen kunnen nimmer leiden tot een hogere provinciale financiering noch in absolute, noch in relatieve zin; de subsidie-ontvanger wordt verzocht in communicatieuitingen melding te maken van ontvangen steun in het kader van Wurkje Foar Fryslân. Bij gebruik van bouwborden dient daar een plank met de logo van de provincie en opdruk van Wurkje foar Fryslan gebruikt te worden. Artikel 6.1.14 Staatssteun 1 De aanvrager die een onderneming drijft vult een de-minimisverklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt. 2 Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.
- 5 De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de-minimisverordening. Paragraaf 6.2 Herbestemmingsregeling bestaande panden Artikel 6.2.1 Doel De subsidie heeft tot doel het versnellen van de herbestemming, functiewijziging en verbouwing van bestaande ruimten naar een woonfunctie in de geliberaliseerde huur of voor huurprojecten ten behoeve van bijzondere doelgroepen. Artikel 6.2.2 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor het verbouwen van bestaande ruimten tot een woonfunctie in de geliberaliseerde huursector of voor huurprojecten ten behoeve van bijzondere doelgroepen. Artikel 6.2.3 Doelgroep 1 Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen, natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden hiervan. 2 Indien de subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband dient de penvoerder de subsidieaanvraag namens het samenwerkingsverband in. De penvoerder is bij toekenning van de subsidie aanspreekpunt voor de uitvoering en eindverantwoordelijke voor het nakomen van alle opgelegde verplichtingen. De penvoerder ontvangt de voorschotten en dient het verzoek tot vaststelling in. Artikel 6.2.4 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 15 september 2014 tot en met 31 december
- Artikel 6.2.5 Aanvraagvereisten Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 6.2.6 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 2.7 ASV wordt geweigerd indien: de subsidiabele activiteiten in aanmerking komen voor subsidie op grond van de stimuleringsregeling monumenten 2014 van de Provincie Fryslân; de ruimte waar de aanvraag zich op richt reeds voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten een woonfunctie heeft; het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt; de aanvrager of een aan de aanvrager gelieerde partij op grond van deze regeling reeds voor €200.000 subsidie heeft ontvangen; als gelieerde partij als bedoeld onder d wordt in dit verband beschouwd een partij die direct of indirect een belang heeft van 25% of meer in de betreffende projecten. Verplichtingen in dit kader tellen volledig mee bij een hoger belang. Artikel 6.2.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het huurproject betreft de verbouw en herbestemming van een bestaande ruimte zonder woonfunctie tot tenminste 3 wooneenheden binnen het geliberaliseerde huursegment of voor bijzondere doelgroepen; indien bij een herbestemming van deze bestaande ruimte naar een woonbestemming sprake is van een combinatie met andere functies, bedraagt de minimale oppervlakte voor de woonbestemming 70% van de totale bruto vloeroppervlak van de ruimte, op grond van de Nederlandse Norm voor oppervlakte van terreinen en gebouwen met bouwbestemming NEN2580; het huurproject is geografisch en organisatorisch locatie gebonden. het huurproject betreft de realisatie van wooneenheden in de geliberaliseerde huursector of voor bijzondere doelgroepen in de provincie Fryslân. Artikel 6.2.8 Opschortende voorwaarde Subsidie wordt slechts verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat de benodigde omgevingsvergunning binnen 52 weken na het indienen van de subsidieaanvraag wordt verleend aan de aanvrager. Artikel 6.2.9 Niet subsidiabele kosten De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: leges, vergunningen etc; verwervingskosten van grond en gebouwen; advieskosten welke niet direct betrekking hebben op de verbouwing van de ruimte; kosten die gemaakt zijn voor de indiening van de subsidieaanvraag; Artikel 6.2.10 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 20% van de subsidiabele kosten met een maximum € 200.000 per project en een minimum van € 25.000 per project. Artikel 6.2.11 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2 Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst. 3 Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting. Artikel 6.2.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidieontvanger biedt met het huurproject minimaal 0,2 opleidingsplaats aan per van de provincie ontvangen € 100.000,- of gedeelte daarvan gedurende de realisatieperiode van het project. Een volledige opleidingsplaats wordt hier opgevat als 1.200 opleidingsuren; de subsidieontvanger start uiterlijk binnen 1 jaar na subsidieverlening met het project; de subsidieontvanger levert het project uiterlijk 2 jaar na start bouw op; de subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag; bij een subsidie van € 125.000 of meer gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een controleverklaring; de subsidieontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de haalbaarheid van het project, de planologische haalbaarheid, de marktconformiteit van de begroting en de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger kunnen worden afgeleid; indien zich in de periode tussen de subsidieverlening en de oplevering van het project wijzigingen voordoen, is de ontvanger verplicht hiervoor toestemming te vragen aan de subsidieverlener. Wijzigingen kunnen nimmer leiden tot een hogere provinciale financiering noch in absolute, noch in relatieve zin; de subsidieontvanger wordt verzocht in communicatieuitingen melding te maken van ontvangen steun in het kader van WurkjeFoar Fryslân. Bij gebruik van bouwborden dient daar een plank met de logo van de provincie en opdruk van Wurkje foar Fryslan gebruikt te worden Artikel 6.2.13 Staatssteun 1 De aanvrager die een onderneming drijft vult een de-minimis verklaring in om te bepalen of de subsidie met toepassing van de-minimissteun kan worden verstrekt. 2 Het voordeel met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.
- 3 De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de-minimisverordening. Artikel 6.2.14 Bevoorschotting en betaling 1 De subsidieontvanger ontvangt bij subsidieverlening een voorschot van 80% van het subsidiebedrag 2 De resterende 20% wordt uitgekeerd na oplevering van het project. Paragraaf 6.3 Renovatiesubsidie Artikel 6.3.1 Doel De subsidie heeft tot doel het stimuleren van de doorstroming op de woningmarkt en de kwaliteitsverbetering van bestaande woningen. Artikel 6.3.2 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het renoveren of moderniseren van koopwoningen door middel van: bouwkundige aanpassingen aan de (gebouw)schil of dragende constructie van de woning, of bouwkundige aanpassingen aan de (gebouw)schil of dragende constructie van de woning en aanpassingen aan de woning die betrekking hebben op sanitaire voorzieningen en de keuken. Artikel 6.3.3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen. Artikel 6.3.4 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 15 september 2014 tot en met 15 september
- Artikel 6.3.5 Aanvraagvereisten Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 6.3.6 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit past binnen de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen op grond van paragraaf 7.1 van deze regeling ‘De Friese Energiepremie”. Artikel 6.3.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het betreft de renovatie of modernisering van een bestaande koopwoning waarbij de renovatie betrekking heeft op bouwkundige aanpassingen aan de (gebouw)schil of dragende constructie; de WOZ-waarde van koopwoningen op peildatum 1 januari 2012 bedraagt voor de Waddeneilanden niet meer dan € 265.000 en voor koopwoningen op overige locaties niet meer dan €150.000; de eigendom van de woning is verkregen door levering op grond van een (voorlopige) koopovereenkomst die tot stand is gekomen in de periode van 15 september 2014 tot en met 15 december 2014; de woning is gelegen in de provincie Fryslân; de woning is bedoeld voor zelfstandige permanente bewoning door de aanvrager. Artikel 6.3.8 Subsidiabele kosten Uitsluitend de volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking: fundering, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden; vloer begane grond, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden; gevel, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden, metsel- en voegwerk, gevelbekleding en schilderwerk; ramen- en buitenkozijnen, waaronder wordt verstaan houtrotherstel of gedeeltelijke vervanging kozijnen, nieuwe gevelopening en schilderwerk; dak, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden, herstel dakkapellen en dakramen, plaatsen nieuwe dakkappellen en dakramen, gootherstel en vervanging dak; wanden, waaronder wordt verstaan plaatsen dragende wanden, nieuwe binnenwanden en deurkozijnen of deur in geval van nieuwe binnenwand of nieuwe opening; verdiepingsvloeren, waaronder wordt verstaan plaatsen balklaag, vloerlaag en plafond; uit- en aanbouwen; installatiewerk elektra, water, gas en CV; binnentrap; sanitair en keuken, waaronder wordt verstaan het uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden, installatiewerk, tegelwerk en aanschaf; sloopwerkzaamheden samenhangend met bovenvermelde activiteiten. Artikel 6.3.9 Subsidiehoogte 1 De hoogte van de subsidie voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 6.3.2 aanhef en onder a, bedraagt 25% van de totale subsidiabele kosten met een maximum van € 5.
- 2 De hoogte van de subsidie voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 6.3.2 aanhef en onder b, bedraagt 25% van de totale subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000, waarvan maximaal 50% van de subsidiabele kosten zien op aanpassingen aan de woning die betrekking hebben op sanitaire voorzieningen en de keuken. Artikel 6.3.10 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst. 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 6.3.11 Prestatieverantwoording en vaststelling 1 De renovatie- of moderniseringswerkzaamheden zijn uiterlijk een jaar na de subsidieverlening uitgevoerd en gereed conform de aanvraag. De subsidieontvanger toont dit desgevraagd aan door middel van een activiteitenverslag en facturen. 2 De subsidie wordt uiterlijk 18 maanden na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking ambtshalve vastgesteld. Artikel 6.3.12 Bevoorschotting De subsidie-ontvanger ontvangt bij subsidieverlening een voorschot van 100% van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 6.3.
- Paragraaf 6.4 Financieringsregeling sociale huurprojecten Artikel 6.4.1 Doel De subsidie heeft tot doel het versnellen van de realisatie van rendabele projecten in de sociale huursector. Artikel 6.4.2 Subsidiabele activiteiten 1 Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken in de vorm van een lening voor de realisatie van huurprojecten in de sociale huursector. 2 De subsidie wordt verstrekt voor projecten die betrekking hebben op: tien of meer wooneenheden, of drie tot en met negen wooneenheden. Artikel 6.4.3 Doelgroep 1 Subsidie in de vorm van een lening wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen, natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden hiervan. 2 Indien de subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband, dient de penvoerder de subsidieaanvraag namens het samenwerkingsverband in. De penvoerder is bij toekenning van de subsidie aanspreekpunt voor de uitvoering en eindverantwoordelijke voor het nakomen van alle opgelegde verplichtingen. De penvoerder ontvangt de termijnbetalingen en dient het verzoek tot vaststelling in. Artikel 6.4.4 Aanvraagperiode 1 Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 6.4.2, tweede lid, aanhef en onderdeel a kan worden ingediend vanaf 1 december 2014 tot en met 15 december
- 2 Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 6.4.2, tweede lid, aanhef en onderdeel b kan worden ingediend vanaf 16 maart 2015 tot en met 31 maart
- Artikel 6.4.5 Aanvraagvereisten Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 6.4.6 Weigeringsgronden 1 In aanvulling op de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb en artikel 6.4 van de ASV 2013 wordt subsidie geweigerd indien: het project op minder dan drie wooneenheden betrekking heeft; het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt; aan de aanvrager of een aan de aanvrager gelieerde partij op grond van deze paragraaf danwel op grond van paragraaf 6.1 Participatieregeling bijzondere huurprojecten, paragraaf 6.2 Herbestemmingsregeling bestaande panden van de Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân ofwel onder de noemer ‘projectfinanciering urgente projecten’ vanuit het Aanvalsplan Woningmarkt tezamen reeds voor € 2.500.000, subsidie is verstrekt. 2 Als gelieerde partij als bedoeld in het eerste lid onder c wordt in dit verband beschouwd een partij die direct of indirect financieel deelneemt in de betreffende projecten. Verplichtingen in dit kader tellen naar rato mee bij de bepaling van het aan de betreffende partij reeds toegekende bedrag Artikel 6.4.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten: het huurproject betreft de realisatie van wooneenheden in de sociale huursector in de provincie Fryslân; met de projectinformatie en de bijbehorende begrotingen van het gehele project wordt aangetoond dat het project rendabel is, een dekkend financieringsplan heeft, planologisch haalbaar is en dat de aanvrager kan voldoen aan de financieringsverplichtingen welke samenhangen met het ingediende project, en het huurproject is geografisch en organisatorisch verbonden. Artikel 6.4.8 Niet subsidiabele kosten 1 De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking: leges, vergunningen, verzekeringen advieskosten welke niet direct betrekking hebben op de bouw, overname of verbouwing van het huurproject; kosten die gemaakt zijn voor de indiening van de aanvraag. 2 Onverminderd het eerste lid komen voor projecten als bedoeld in artikel 6.4.2, tweede lid, aanhef en onderdeel a de kosten voor de verwerving van het pand of grond niet voor subsidie in aanmerking. 3 Op de subsidiabele projectkosten wordt een verleende subsidie op grond van paragraaf 6.2 Herbestemmingsregeling bestaande panden en Subsidieregeling monumenten Fryslân in mindering gebracht. Artikel 6.4.9 Subsidiehoogte 1 Voor projecten als bedoeld in artikel 6.4.2, tweede lid, aanhef en onderdeel b bedraagt een lening: maximaal 25% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 1.000.000, of maximaal 50% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 1.000.000, indien sprake is van hypothecaire zekerheid in de vorm van een eerste hypotheekrecht ter hoogte van tenminste de provinciale lening. 2 Voor projecten als bedoeld in artikel 6.4.2, tweede lid, aanhef en onderdeel a bedraagt een lening maximaal 25% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 2.500.
- Artikel 6.4.10 Verdeelsystematiek 1 Indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van het aandeel van de provinciale financiering op grond van deze regeling in de totale subsidiabele projectkosten. 2 Bij rangschikking als bedoeld in het eerste lid gaat een project met een lager aandeel provinciale financiering voor op een project met een hoger aandeel. 3 Als twee of meer aanvragen een gelijk aandeel provinciale financiering hebben en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie verleend voor het project met het hoogste absolute aangevraagde bedrag aan provinciale financiering. Artikel 6.4.11 Condities voor een lening 1 Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de rente voor een lening aan de hand van: de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02); de zekerheidsstelling en creditrating van de aanvrager. 2 Indien sprake is van een hoofdfinancier, anders dan de Provincie Fryslân, zal het door Gedeputeerde Staten te hanteren rentepercentage niet lager zijn dan de door de hoofdfinancier te hanteren rente bij een vergelijkbare looptijd. 3 Gedeputeerde Staten bepalen de looptijd van de lening aan de hand van de te overleggen businesscase met een minimum looptijd van 5 jaar en een maximum looptijd van 20 jaar. 4 De subsidie-ontvanger verschaft zekerheid voor de lening door middel van: hypotheekstelling; borgstelling; verpanding, of overige zekerheidsstelling. 5 De aanvrager overlegt taxatierapporten voor de zekerheidstelling als bedoeld in het vierde lid. 6 Aflossing van de provinciale lening dient plaats te vinden in maximaal 20 jaar. 7 Vervroegde aflossing is te allen tijde mogelijk zonder dat daar een boete over verschuldigd is. Artikel 6.4.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1 Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidie-ontvanger sluit een uitvoeringsovereenkomst met de provincie; de subsidie-ontvanger biedt met het huurproject minimaal 1 opleidingsplaatsen aan per van de provincie ontvangen €500.000 of gedeelte daarvan gedurende de realisatieperiode van het project. Een volledige opleidingsplaats wordt hier opgevat als 1.200 opleidingsuren; de subsidieontvanger start uiterlijk binnen 1 jaar na subsidieverlening met de realisatie van het project; de subsidie-ontvanger levert het project op uiterlijk 2 jaar na start realisatie; de subsidie-ontvanger overlegt tenminste jaarlijks een voortgangsrapportage die bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag; de subsidie-ontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de planologische en economische haalbaarheid van het project en de kredietwaardigheid van de subsidie-ontvanger kunnen worden afgeleid; indien zich in de periode tussen de subsidieverlening en de oplevering van het project wijzigingen voordoen, is de subsidieontvanger verplicht hiervoor toestemming te vragen aan de subsidieverlener. Wijzigingen kunnen nimmer leiden tot een hogere provinciale financiering noch in absolute, noch in relatieve zin; de subsidie-ontvanger wordt verzocht in communicatieuitingen melding te maken van ontvangen steun in het kader van Wurkje Foar Fryslân. 2 Voor projecten als bedoeld in artikel 6.4.2, tweede lid, aanhef en onderdeel b geldt ten aanzien van de verplichting als bedoeld in het eerste lid onder b dat eventuele verwervings- en grondkosten in mindering mogen worden gebracht voor het bepalen van het aantal opleidingsplaatsen. Artikel 6.4.13 Staatssteun 1 Voor zover de subsidie leidt tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. 2 Het voordeel met toepassing van de de-minimisverordening is niet hoger dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.
- 3 De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de-minimisverordening. Paragraaf 6.5 Renovatiesubsidie 3e Tranche Artikel 6.5.1 Doel De subsidie heeft tot doel het stimuleren van de doorstroming op de woningmarkt en de kwaliteitsverbetering van bestaande woningen. Artikel 6.5.2 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het renoveren of moderniseren van koopwoningen door middel van: bouwkundige aanpassingen aan de (gebouw)schil of dragende constructie van de woning, of bouwkundige aanpassingen aan de (gebouw)schil of dragende constructie van de woning en aanpassingen aan de woning die betrekking hebben op sanitaire voorzieningen en de keuken. Artikel 6.5.3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen. Artikel 6.5.4 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend vanaf 28 maart 2015 tot en met 30 maart
- Artikel 6.5.5 Aanvraagvereisten Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 6.5.6 Weigeringsgronden 1 Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit past binnen de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen op grond van paragraaf 7.1 van deze regeling ‘De Friese Energiepremie”. 2 Subsidie wordt geweigerd indien aan de aanvrager eerder subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling, of paragraaf 6.3 van de subsidieregeling Wurkje foar Fryslân of op grond van de uitvoeringsregeling Wurkje foar Fryslân tijdelijke renovatiesubsidie. Artikel 6.5.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het betreft de renovatie of modernisering van een bestaande koopwoning waarbij de renovatie betrekking heeft op bouwkundige aanpassingen aan de (gebouw)schil of dragende constructie; de aankoopwaarde van de woning bedraagt voor de Waddeneilanden niet meer dan € 265.000 en voor koopwoningen op overige locaties niet meer dan € 180.000; de eigendom van de woning is verkregen door levering op grond van een (voorlopige) koopovereenkomst die tot stand is gekomen in de periode van 28 maart 2015 tot en met 30 juni 2015; de woning is gelegen in de provincie Fryslân; de woning is bedoeld voor zelfstandige permanente bewoning door de aanvrager. Artikel 6.5.8 Subsidiabele kosten Uitsluitend de volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking: fundering, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden; vloer begane grond, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden; gevel, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden, metsel- en voegwerk, gevelbekleding en schilderwerk; ramen- en buitenkozijnen, waaronder wordt verstaan houtrotherstel of gedeeltelijke vervanging kozijnen, nieuwe gevelopening en schilderwerk; dak, waaronder wordt verstaan uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden, herstel dakkapellen en dakramen, plaatsen nieuwe dakkappellen en dakramen, gootherstel en vervanging dak; wanden, waaronder wordt verstaan plaatsen dragende wanden, nieuwe binnenwanden en deurkozijnen of deur in geval van nieuwe binnenwand of nieuwe opening; verdiepingsvloeren, waaronder wordt verstaan plaatsen balklaag, vloerlaag en plafond; uit- en aanbouwen; installatiewerk elektra, water, gas en CV; binnentrap; sanitair en keuken, waaronder wordt verstaan het uitvoeren van bouwkundige werkzaamheden, installatiewerk, tegelwerk en aanschaf; sloopwerkzaamheden samenhangend met bovenvermelde activiteiten. Artikel 6.5.9 Subsidiehoogte 1 De hoogte van de subsidie voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 6.5.2 aanhef en onder a, bedraagt 25% van de totale subsidiabele kosten met een maximum van € 5.
- 2 De hoogte van de subsidie voor subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 6.5.2 aanhef en onder b, bedraagt 25% van de totale subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000, waarvan maximaal 50% van de subsidiabele kosten zien op aanpassingen aan de woning die betrekking hebben op sanitaire voorzieningen en de keuken. Artikel 6.5.10 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst. 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 6.5.11 Prestatieverantwoording en vaststelling 1 De renovatie- of moderniseringswerkzaamheden zijn uiterlijk een jaar na de subsidieverlening uitgevoerd en gereed conform de aanvraag. De subsidieontvanger toont dit desgevraagd aan door middel van een activiteitenverslag en facturen. 2 De subsidie wordt uiterlijk 18 maanden na dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking ambtshalve vastgesteld. Artikel 6.5.12 Bevoorschotting De subsidie-ontvanger ontvangt bij subsidieverlening een voorschot van 100% van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 6.5.
- Paragraaf 6.7 Financieringsregeling huurprojecten Artikel 6.7.1 Doel De subsidie in de vorm van een lening heeft tot doel het versnellen van de realisatie van rendabele projecten in de huursector. Artikel 6.7.2 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken in de vorm van een lening voor de realisatie van projecten in de huursector. De subsidie in de vorm van een lening wordt verstrekt voor projecten die betrekking hebben op: kleinschalige projecten voor de realisatie van zelfstandige wooneenheden met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens en grootschalige projecten voor de realisatie van zelfstandige wooneenheden met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens en grootschalige projecten voor de realisatie van zelfstandige wooneenheden met een aanvangshuur boven de liberalisatiegrens of ten behoeve van bijzondere doelgroepen. grootschalige projecten met onzelfstandige wooneenheden. Artikel 6.7.3 Doelgroep Subsidie in de vorm van een lening wordt uitsluitend verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen, natuurlijke personen of samenwerkingsverbanden hiervan. Indien de subsidie in de vorm van een lening wordt verleend aan een samenwerkingsverband dient de penvoerder de subsidieaanvraag namens het samenwerkingsverband in. De penvoerder is bij verlening van de subsidie in de vorm van een lening aanspreekpunt voor de uitvoering en eindverantwoordelijke voor het nakomen van alle opgelegde verplichtingen. De penvoerder ontvangt de termijnbetalingen en dient het verzoek tot vaststelling in. Artikel 6.7.4 Aanvraagperiode 1 Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 6.7.2, eerste lid onderdeel b en c en d, kan worden ingediend vanaf 15 november 2015 tot en met 30 november
- 2 Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 6.7.2, eerste lid onderdeel a, kan worden ingediend vanaf 15 maart 2016 tot en met 31 maart
- Artikel 6.7.5 Aanvraagvereisten Een aanvraag voor subsidie in de vorm van een lening wordt ingediend met behulp van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 6.7.6 Weigeringsgronden 1 In aanvulling op artikel 4:25 en 4:35 Awb en artikel 6.7 ASV wordt subsidie in de vorm van een lening geweigerd indien: het aangevraagde subsidiebedrag in de vorm van een lening minder dan € 125.000 bedraagt; aan de aanvrager of aan de aanvrager gelieerde partij voor het project of voor een project op dezelfde locatie reeds subsidie in de vorm van een lening is verstrekt op grond van dit paragraaf anders dan het realiseren van wooneenheden zowel boven als onder de liberalisatiegrens. het subsidiabele project het realiseren van minder dan 3 wooneenheden betreft. aan de aanvrager of een aan de aanvrager gelieerde partij op grond van deze paragraaf reeds voor € 2.500.000, dan wel op grond van paragraaf 6.1, 6.2, 6.4 of 6.6 van de Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân ofwel onder de noemer ‘projectfinanciering urgente projecten’ vanuit het Aanvalsplan Woningmarkt subsidie is verstrekt . 2 In het eerste lid, onderdeel b wordt onder locatie verstaan een groep van aaneengesloten kadastrale percelen. 3 Als gelieerde partij als bedoeld in het eerste lid onder d wordt in dit verband beschouwd een partij die direct of indirect deelneemt in de betreffende projecten. Verplichtingen in dit kader tellen naar rato mee bij de bepaling van de aan de betreffende partij reeds toegekende bedrag. Artikel 6.7.7 Toetsingscriteria 1 Om voor subsidie in de vorm van een lening in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het huurproject betreft de realisatie van wooneenheden in de huursector in de provincie Fryslân. met de projectinformatie en de bijbehorende begrotingen van het gehele project wordt aangetoond dat het project rendabel is, een dekkend financieringsplan heeft, planologisch haalbaar is en dat de aanvrager kan voldoen aan de financieringsverplichtingen welke samenhangen met het ingediende project; het huurproject is geografisch en organisatorisch verbonden; 2 Onverminderd het eerste lid, betreffen de subsidiabele activiteiten voor kleinschalige projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, aanhef en onderdeel a, 3 tot 9 zelfstandige wooneenheden met eigen sanitaire voorzieningen en een eigen entree met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens. 3 Onverminderd het eerste lid, betreffen de subsidiabele activiteiten voor grootschalige projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, aanhef en onderdeel b, 10 of meer zelfstandige wooneenheden met eigen sanitaire voorzieningen en een eigen entree met een aanvangshuur onder de liberalisatiegrens. 4 Onverminderd het eerste lid, betreffen de subsidiabele activiteiten voor grootschalige projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, aanhef en onderdeel c, 10 of meer zelfstandige wooneenheden met eigen sanitaire voorzieningen en een eigen entree met een aanvangshuur boven de liberalisatiegrens of bedoeld voor bijzondere doelgroepen. 5 Onverminderd het eerste lid, betreffen de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 6.7.2, aanhef en onderdeel d, 50 of meer onzelfstandige wooneenheden. Artikel 6.7.8 Niet subsidiabele kosten 1 De volgende kosten komen niet voor subsidie in de vorm van een lening in aanmerking: leges, vergunningen verzekeringen, (bouw)rente, provisies, courtage advieskosten welke niet direct betrekking hebben op de bouw, overname of verbouwing van het huurproject; kosten die gemaakt zijn voor de indiening van de aanvraag. 2 Onverminderd het eerste lid, komen voor projecten als bedoeld in artikel 6.7.2 aanhef en onderdelen b, c en d, de kosten voor de verwerving of grond niet voor subsidie in aanmerking. 3 Kosten waarover eerder provinciale subsidie of subsidie in de vorm van een lening is verleend zijn niet subsidiabel en worden op de subsidiabele kosten in mindering gebracht. Artikel 6.7.9 Subsidiehoogte 1 Voor projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, eerste lid onderdeel a bedraagt een lening maximaal 25% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 500.000 2 Voor projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, eerste lid onderdeel b, c en d bedraagt een lening maximaal 25% van de subsidiabele projectkosten tot een maximum van € 2.500.
- Artikel 6.7.10 Verdeelsystematiek 1 Indien de binnen de aanvraagperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de volgorde van behandeling een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van het aandeel van de provinciale financiering op grond van deze regeling in de totale subsidiabele projectkosten; 2 Bij rangschikking gaat een project met een lager aandeel provinciale financiering voor op een project met een hoger aandeel. 3 Als twee of meer aanvragen een gelijk aandeel provinciale financiering hebben en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, wordt met inachtneming van het subsidieplafond subsidie in de vorm van een lening verleend voor het project met het hoogste absolute aangevraagde bedrag aan provinciale financiering. Artikel 6.7.11 Condities voor een lening 1Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de rente voor een lening aan de hand van: de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02); de zekerheidsstelling en creditrating van de aanvrager. 2 Indien sprake is van een hoofdfinancier, anders dan de Provincie Fryslân, zal het door Gedeputeerde Staten te hanteren rentepercentage nooit lager zijn dan de door de hoofdfinancier te hanteren rente bij een vergelijkbare looptijd. 3 Gedeputeerde Staten bepalen de looptijd van de lening aan de hand van de te overleggen businesscase met een minimum looptijd van 5 jaar en een maximum looptijd van: Voor projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, eerste lid onderdeel a en b: 20 jaar. Voor projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, eerste lid onderdeel c en d: 15 jaar 4 De subsidie-ontvanger verschaft zekerheid voor de lening door middel van: hypotheekstelling borgstelling verpanding of overige zekerheidsstelling 5 De aanvrager overlegt een door de Nederlands Woning Waarde Instituut gevalideerd taxatierapport waaruit de waarde van het object na realisatie is bepaald ten behoeve van de zekerheidstelling als bedoeld in het vierde lid. 6 Aflossing van de provinciale lening dient plaats te vinden in maximaal 15 respectievelijk 20 jaar. 7 Aflossing van de provinciale lening dient plaats te vinden met ingang van de datum van oplevering van het project en geschiedt op basis van een lineaire aflossing. 8 Achterstelling van de provinciale lening jegens andere financiers is uitgesloten. 9 Vervroegde aflossing is te allen tijde mogelijk zonder dat daar een boete over verschuldigd is. Artikel 6.7.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1 Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidie-ontvanger sluit een subsidieovereenkomst met de provincie; de subsidie-ontvanger biedt met het huurproject minimaal 1 opleidingsplaats aan per van de provincie ontvangen €500.000 of gedeelte daarvan gedurende de realisatieperiode van het project. Een volledige opleidingsplaats wordt hier opgevat als 1.200 opleidingsuren; de subsidieontvanger start uiterlijk binnen 1 jaar na subsidieverlening met de realisatie van het project; de subsidie-ontvanger levert het project op uiterlijk 2 jaar na start realisatie; de subsidie-ontvanger overlegt tenminste jaarlijks een voortgangsrapportage die bestaat uit een activiteitenverslag en een financieel verslag; de subsidie-ontvanger verschaft desgevraagd inzicht in de stukken waaruit de planologische en economische haalbaarheid van het project en de kredietwaardigheid van de subsidie-ontvanger kunnen worden afgeleid; indien zich in de periode tussen de indiening van de aanvraag en de oplevering van het project wijzigingen voordoen, is de subsidieontvanger verplicht hiervoor toestemming te vragen aan de subsidieverlener. Wijzigingen kunnen nimmer leiden tot een hogere provinciale financiering noch in absolute, noch in relatieve zin; de subsidie-ontvanger wordt verzocht in communicatie uitingen melding te maken van ontvangen steun van de provincie Fryslân. 2 Voor projecten als bedoeld in artikel 6.7.2, eerste lid onderdeel a geldt de verplichting als bedoeld in het eerste lid onder b dat het deel van de provinciale lening ten behoeve van eventuele verwervings- en grondkosten in mindering mag worden gebracht voor het bepalen van het aantal opleidingsplaatsen. Artikel 6.7.13 Staatssteun 1 Voor zover de subsidie in de vorm van een lening leidt tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. 2 Het voordeel met toepassing van de de-minimisverordening mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.000 . 3 De in dit artikel genoemde de-minimissteun betreft het bruto subsidie-equivalent zoals omschreven in de-minimisverordening. HOOFDSTUK 7 REALISEREN TIJDELIJKE WERKGELEGENHEID Paragraaf 7.1 Friese Energiepremie 2013-2015 Artikel 7.1.1 Doel De subsidieregeling heeft als doel het stimuleren van energiebesparende of energieproducerende maatregelen in de bestaande woningvoorraad in de provincie Fryslân. Artikel 7.1.2 Doelgroep 1 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen, collectieven van natuurlijke personen en Verenigingen van Eigenaars of Eigenaren als bedoeld in afdeling 2, titel 9, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan uitsluitend natuurlijke personen lid zijn en die zijn ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; 2 Een aanvraag van een collectief als bedoeld in het eerste lid omvat een individuele aanvraag van een particuliere woningbezitter voor drie of meer dezelfde energiebesparende maatregelen, die in samenwerking met ten minste twee andere particuliere woningbezitters kan worden uitgevoerd door dezelfde installateur of aannemer, waarbij één particuliere woningbezitter de hoofdaanvrager is en ten minste twee particuliere woningbezitters uit hetzelfde postcodegebied, geografisch deel van een gemeente dat hetzelfde postcodenummer van vier cijfers heeft, als de hoofdaanvrager in hun aanvraag naar de aanvraag van de hoofdaanvrager verwijzen en waarbij tussen de datum van ontvangst van de eerste aanvraag en de laatste aanvraag niet meer dan twee weken zit. Artikel 7.1.3 Aanvraagperiode Een aanvraag kan het gehele jaar worden ingediend. Artikel 7.1.4 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 7.1.5 Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor aanschaf en installatie van de navolgende energiebesparende of energieproducerende maatregelen: gevelisolatie met een hoge isolatiewaarde (R≥3,5) of isolerende gevelplaten (U≥ 0,7) ; dakisolatie met een hoge isolatiewaarde- (R≥3,5); vloerisolatie met een hoge isolatiewaarde (R ≥ 2.5); spouwmuurisolatie met een hoge isolatiewaarde (R ≥ 1.3); HR++ glas inclusief kozijnen (U ≤ 1,2 of een spouw ≥ 15 mm.); zonneboiler met collector; warmtepompboiler voor het verwarmen van tapwater, bestaande uit een warmtepomp en warmteopslagvat; elektrische warmtepomp voor ruimteverwarming, in combinatie met onderdeel i.; lage temperatuur centraal verwarmingssysteem (LTV-systeem) waarvan de ontwerp aanvoertemperatuur maximaal 55 oC bedraagt. Artikel 7.1.6 Weigeringsgrond Een subsidie wordt geweigerd indien voor het aanschaffen en installeren van de maatregelen als bedoeld in artikel 7.1.5, subsidie is verleend op grond van artikel 65, eerste lid, onder d van de Uitvoeringsregeling projectsubsidies ruimte. Artikel 7.1.7 Toetsingscriteria Om voor subsidie als bedoeld in artikel 7.1.5 in aanmerking te komen, moet een aanvraag voldoen aan de volgende criteria: de woning waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is eigendom van de aanvrager en moet als hoofdverblijf van de aanvrager dienen, tenzij de aanvrager een Vereniging van Eigenaars of Eigenaren is; de aanvraag heeft betrekking op een bestaande woning, in de provincie Fryslân die op het moment van aanvraag van de subsidie minimaal één jaar daarvoor is opgeleverd; de maatregelen als bedoeld in artikel 7.1.5, onderdeel a tot en met h voldoen aan de kwantiteitseisen als gesteld in tabel A behorende bij deze paragraaf; een zonneboiler als bedoeld in artikel 7.1.5, onderdeel f is voorzien van een Solar Keymark certificaat; een warmtepomp als bedoeld in artikel 7.1.5, onderdeel g en h is voorzien van het keurmerk Warmtepompkeur; een aanvraag ingediend door een Vereniging van Eigenaars of Eigenaren bevat een positief besluit van de vergadering van eigenaren en moet betrekking hebben op de uitvoering van minimaal drie dezelfde energiebesparende maatregelen voor ten minste drie woningen. Artikel 7.1.8 Subsidiabele kosten 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de in redelijkheid te maken kosten voor het aanschaffen en installeren van de maatregelen genoemd in artikel 7.1.5; 2 Niet subsidiabel zijn in elk geval kosten waartoe verplichtingen zijn aangegaan vóór de ontvangst van de aanvraag. Artikel 7.1.9 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie voor maatregelen als bedoeld in artikel 7.1.5 bedraagt per maatregel € 350,- ; 2 Bij aanschaf en installatie van 2 maatregelen als bedoeld in artikel 7.1.5 bedraagt de totale subsidie € 800,-; 3 Bij aanschaf en installatie van 3 maatregelen als bedoeld in artikel 7.1.5 bedraagt de totale subsidie € 2.000,-; 4 Bij aanschaf en installatie van 4 of meer maatregelen als bedoeld in artikel 7.1.5 bedraagt de totale subsidie € 2.800,-; 5 De aanvullende subsidie voor een aanvraag van een collectief bedraagt € 250,-; 6 De aanvullende subsidie voor een aanvraag van een Vereniging van Eigenaars of Eigenaren bedraagt € 250,- per appartement; 7 De maximale subsidie per woning bedraagt € 3.050,-; 8 De maximale subsidie per Vereniging van Eigenaars of Eigenaren bedraagt € 9.050,-. Artikel 7.1.10 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst.
- Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 7.1.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger De subsidieontvanger is verplicht om de activiteit binnen zes maanden na het besluit tot subsidieverlening te realiseren. Artikel 7.1.12 Voorschotten Gedeputeerde Staten verstrekken geen voorschot. Artikel 7.1.13 Prestatieverantwoording De subsidieontvanger verantwoord de subsidie door middel van een verklaring inzake werkelijke kosten ex artikel 3.6 van de ASV. Tabel A Kwantiteitseisen (t.a.v. oppervlakte / gasverbruik) per maatregel per type woning Vrijstaand Twee onder één kap Rijwoning-hoek Rijwoning-tussen Appartement Gevelisolatie opp. ≥ 60 m2 opp. ≥ 50 m2 opp. ≥ 30 m2 opp. ≥ 15 m2 opp. ≥ 15 m2 Dakisolatie opp. ≥ 35 m2 opp. ≥ 30 m2 opp. ≥ 30 m2 opp. ≥ 25 m2 opp. ≥ 25 m2 *) Vloerisolatie opp. ≥ 35 m2 opp. ≥ 28 m2 opp. ≥ 25 m2 opp. ≥ 25 m2 opp. ≥ 25 m2 *) LTV opp. ≥ 35 m2 opp. ≥ 28 m2 opp. ≥ 25 m2 opp. ≥ 25 m2 opp. ≥ 25 m2 HR++glas opp. ≥ 12 m2 opp. ≥ 12 m2 opp. ≥ 10 m2 opp. ≥ 8 m2 opp. ≥ 8 m2 Spouwmuurisolatie opp. ≥ 60 m2 opp. ≥ 50 m2 opp. ≥ 30 m2 opp. ≥ 15 m2 opp. ≥ 15 m2 *) bij aanvraag door VVE: dak- of vloeroppervlak van volledig appartementencomplex Paragraaf 7.2 Vuilwaterinnamevoorzieningen Artikel 7.2.1 Doel De subsidie heeft tot doel de kwaliteit van het zwemwater in Fryslân te verbeteren. Artikel 7.2.2 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor het aanleggen van een vuilwaterinnamevoorziening in jacht- en passantenhavens. Artikel 7.2.3 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan gemeenten en privaatrechtelijke rechtspersonen. Artikel 7.2.4 Aanvraagperiode Een aanvraag voor subsidies kan worden ingediend vanaf 1 juli
- Artikel 7.2.5 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 7.2.6 Weigeringsgronden Een subsidie wordt geweigerd indien: het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 5.000 bedraagt; Vervallen; de subsidie-ontvanger op grond van artikel 3.26i van het Activiteitenbesluit milieubeheer, verplicht is een dergelijk vuilwaterinnamevoorziening in het bezit te hebben en deze nog niet heeft. Artikel 7.6.1 Toetsingscriteria 1 Om voor subsidie in aanmerking te komen, voldoet het vuilwaterinnamevoorziening aan de volgende criteria: de vuilwaterinnamevoorziening bestaat uit een aan- en uitschakelbaar innamepunt voor vloeibare afvalstoffen uit de recreatie- of beroepsvaart, met een registratie van het aantal keren dat het systeem wordt gebruikt; de vuilwaterinnamevoorziening is direct toegankelijk vanaf het vaarwater in de provincie Fryslân; de vuilwaterinnamevoorziening is voorzien van de in de watersport gebruikelijke standaard aansluitingen en voldoet aan de geldende technische specificaties en veiligheidsvoorschriften; indien het aanleggen of het in gebruik hebben van de vuilwaterinnamevoorziening vergunningplichtig is, dient deze vergunning verleend te zijn; zowel de boordkoppeling als het afvoersysteem van de vuilwaterinnamevoorziening is lekvrij uitgevoerd; elke vertakking naar een individuele lig- of passantenplaats is af te sluiten van de centrale afvoerleiding. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid voldoet een individuele vuilwaterinnamevoorziening aan de volgende criteria: de vuilwaterinnamevoorziening staat constant stand-by onder lichte onderdruk; de vuilwaterinnamevoorziening kan op elk moment op meerdere plaatsen in de haven gelijktijdig op lig- en passantenplaatsen worden gebruikt; de vuilwaterinnamevoorziening bestaat uit een stelsel van afvoerleidingen onder de steiger of langs de oever met een aansluitpunt bij de individuele lig- of passantenplaatsen; het aansluitpunt van de vuilwaterinnamevoorziening bestaat uit een passende koppeling, een flexibele slang en een luikje waaronder de slang en de koppeling kan worden opgeborgen; het afvalwater wordt via een centraal geplaatste afzuigunit afgevoerd naar de riolering, met een registratie van het aantal keren dat het systeem wordt gebruikt. 3 De vuilwaterinnamevoorziening wordt minimaal voor een periode van drie jaar zodanig onderhouden dat deze functioneert. 4 De haven of kade waarin de subsidiabele activiteit plaatsvindt ligt gelegen in Fryslân aan een vaarwegennetwerk met de classificering A tot en met E zoals vastgelegd in het Provinciaal verkeer en vervoerplan (2008, herzien in 2011). Artikel 7.2.8 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten ten behoeve van de aanschaf van de vuilwaterinnamevoorziening en de installatie daarvan; kosten ten behoeve van de promotie van de aanwezigheid van een vuilwaterinnamevoorziening tot een maximum van 5% van de subsidiabele kosten ten behoeve van de aanschaf en onderhoudskosten van de vuilwaterinnamevoorziening en de installatie daarvan; onderhoudskosten van het systeem voor de duur van drie jaren; kosten voor het aanvragen van de blauwe vlag. Artikel 7.2.9 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 per vuilwaterinnamevoorziening. Artikel 7.2.10 Verdeelsystematiek 1 Subsidie wordt verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst. 2 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel 7.2.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1 Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd: de subsidie-ontvanger voert de subsidiabele activiteit uiterlijk 18 maanden na datum van de beschikking tot subsidieverlening uit conform het ingediende projectplan; de subsidie-ontvanger biedt aan een ieder de mogelijkheid om gebruik te maken van de vuilwaterinnamevoorziening en brengt hiervoor geen kosten in rekening; de subsidie-ontvanger is verplicht om ten behoeve van de promotie voor het gebruik van de vuilwaterinnamevoorziening zowel een mondelinge als schriftelijk instructie te geven aan zijn gasten in de vorm van een folder en een goed zichtbaar informatiebord. Tevens maakt de subsidie-ontvanger melding van de voorziening op zijn website. 2 Gedeputeerde Staten kunnen op schriftelijke aanvraag, ontheffing verlenen van het in het eerste lid, onder a bedoelde tijdstip. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Artikel 7.2.12 Staatssteun Subsidie wordt slechts verstrekt met toepassing van Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun indien subsidie is aangevraagd voor: een jachthaven die voor het merendeel bestaat uit vaste ligplaatsen; een jachthaven met meer dan 250 vaste ligplaatsen, en; een jachthaven waarbij het aandeel van vaste ligplaatsen van buitenlandse gebruikers meer dan 10% bedraagt. Artikel 7.2.13 Bevoorschotting en betaling 3 Het voorschot voor subsidies van € 25.000 en hoger bedraagt maximaal 90% van het verleende bedrag. 4 Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald. Artikel 7.2.14 Prestatieverantwoording 1 Bij een subsidie van minder dan € 25.000,00 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag. 2 Bij een subsidie vanaf € 25.000,00 maar minder dan € 125.000,00 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een activiteitenverslag en facturen aan de hand waarvan kan worden bepaald dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht. HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN Artikel 8.1 Intrekking en overgangsrecht 1 De Uitvoeringsregeling Wurkje foar Fryslân wordt ingetrokken. 2 De Uitvoeringsregeling projectsubsidies Wurkje foar Fryslân zoals die luidde op dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van deze regeling, blijft van kracht voor subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. Artikel 8.2 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening
- Artikel 8.3 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Wurkje foar Fryslân. Leeuwarden, 24 juni 2014 Voorzitter J.A. Jorritsma Secretaris drs. A.J. van den Berg TOELICHTING Paragraaf 4.1 Talint foar Fryslân II Algemeen Door middel van deze subsidieregeling wil de provincie Fryslân pas afgestudeerde MBO’ers (niveau 3 of 4), AD’ers, HBO’ers en WO’ers, voor één jaar werkervaringsplaatsen aanbieden bij werkgevers in Fryslân. De provincie Fryslân bekostigt een vast bedrag van de loonkosten, op basis van 32 uur per week, voor een periode van 52 aaneengesloten weken. Bovendien biedt de werkgever de trainee minimaal 100 uur aan opleiding aan op eigen kosten. De subsidie heeft tot doel om recent afgestudeerden een jaar werkervaring aan te bieden bij werkgevers in Fryslân zodat zij een betere kans op de arbeidsmarkt hebben en houden. ArtikelsgewijsArtikel 4.1.1 DoelDe subsidie heeft tot doel om recent afgestudeerden een jaar werkervaring aan te bieden bij werkgevers in Fryslân zodat zij een betere kans op de arbeidsmarkt hebben en houden. Artikel 4.1.2 Subsidiabele activiteitenDit artikel bepaalt dat het in dienst nemen of inhuren en houden van een trainee wordt gezien als de subsidiabele activiteit. Artikel 4.1.3 DoelgroepUit dit artikel volgt dat de regeling openstaat voor alle soorten werkgevers: overheden, instellingen en bedrijfsleven. Artikel 4.1.4 AanvraagperiodeDe regeling wordt opengesteld voor de periode van 10 november 2014 tot en met 28 februari
- Echter, zodra de subsidieplafonds zijn bereikt, kunnen geen subsidies meer worden verstrekt. Artikel 4.1.5 Aanvraag Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend door middel van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier. Alleen aanvragen die via de post binnenkomen of afgeleverd worden bij het Provincie Huis worden in behandeling genomen. Aanvragen kunnen dan ook niet elektronisch of via email worden ingediend. Artikel 4.1.6 WeigeringsgrondenDe weigeringsgrond onder a bepaalt dat een aanvrager maximaal 3 aanvragen gehonoreerd kan krijgen op grond van deze regeling. Een aanvrager kan voor meerdere trainees een aanvraag indienen. Aanvragen na de derde verlening worden geweigerd. Talint foar Fryslân II is een uitvoeringsregeling die los staat van de eerdere subsidieregeling in het kader van Talint foar Fryslân, daarom kunnen werkgevers die subsidie hebben ontvangen in het kader van deze regeling ook een aanvraag doen, mits ze niet aan hun de-minimis plafond zitten. De weigeringsgrond onder b bepaalt dat een trainee in de zes maanden voorafgaand aan de indiensttreding geen betaald werk heeft verricht ten behoeve van de werkgever. Het maakt hierbij niet uit of sprake is van een dienstverband op grond van een arbeidsovereenkomst of inhuur (uitzendovereenkomst). Stagiaires kunnen wel in aanmerking komen aangezien zij geen betaald werk verrichten. Het maakt niet uit of zij eventueel stagevergoeding hebben ontvangen. De ratio achter deze bepaling is om te voorkomen dat iemand die reeds werknemer is geweest (en mogelijk al gedeeltelijk is ingewerkt), direct terugkeert bij de werkgever waarbij gebruik gemaakt kan worden van deze subsidie. Artikel 4.1.7 ToetsingscriteriaMet de bepaling onder a wordt beoogd stimulerend effect te bereiken om een trainee die nog geen baan heeft aan een baan te helpen. De regeling is niet bedoeld om arbeidsovereenkomsten of uitzendconstructies te verlengen en om zodoende bestaande arbeidsrelaties gesubsidieerd voort te zetten. De bepaling onder b maakt duidelijk dat de regeling is bedoeld voor trainees die recent zijn afgestudeerd. De opleidingseisen hebben betrekking op algemeen aanvaarde en erkende opleidingen op het gebied van MBO (niveau 3 of 4), HBO (associate degree of bachelor) of WO (bachelor of master). De bepaling onder c heeft betrekking op het tegengaan van het gebruik van de regeling voor seizoensarbeid. Daarnaast biedt het de trainee voldoende zekerheid op een substantiële start van de arbeidscarrière. Met de bepaling onder d is beoogd te bewerkstelligen dat de werkgever zelf zorgt voor het verschaffen van werk van de trainee. Het is niet de bedoeling dat de trainee elders wordt gedetacheerd of als uitzendkracht wordt ingezet door de subsidieontvanger. Met de criteria onder e is beoogd om de trainee niet in te zetten voor werkzaamheden onder zijn opleidingsniveau. Dit mede in verband met de verdringing die dat met zich meebrengt. Denk bijvoorbeeld aan het laten doen van werkzaamheden voor ongeschoolden door MBO-ers etc. Tevens biedt het voor de trainee de mogelijkheid zich te ontplooien en te ontwikkelen op zijn eigen niveau. De bepaling onder f zorgt er voor dat de trainee in voldoende mate in de gelegenheid wordt gesteld zich te ontwikkelen en te bekwamen op zijn vakgebied. Met de bepaling onder g is beoogd om het Friese belang bij het creëren van de werkplek voldoende te waarborgen. Dit kan enerzijds doordat de werkplek zich daadwerkelijk bevindt in Fryslân of doordat de organisatie van de werkgever is gevestigd in Fryslân. Artikel 4.1.8 Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie is een vast bedrag voor de subsidiabele activiteit. Indien op grond van de de-minimisverklaring volgt dat er geen ruimte is voor de volledige bekostiging van een trainee, wordt het subsidiebedrag uitgekeerd tot het toegestane maximum. Indien de arbeids- of uitzendovereenkomst onverhoopt tussentijds wordt beëindigd, wordt de subsidie naar rato van het aantal gewerkte dagen vastgesteld. De trainee heeft dan geen recht op een vervangende traineeplek. Tevens heeft de werkgever geen recht op een andere trainee. Artikel 4.1.9 Verdeelsystematiek Als het subsidieplafond van een categorie is bereikt op een bepaalde datum en er zijn op die datum meer volledige aanvragen ontvangen dan er subsidie beschikbaar is, wordt er geloot tussen alle volledige aanvragen van die datum. Door de loting wordt bepaald welke van deze aanvragers subsidie ontvangen en welke niet. Artikel 4.1.10 Verplichtingen van de subsidieontvanger De verplichtingen uit dit artikel bieden Gedeputeerde Staten de mogelijkheid te controleren en te waarborgen dat er wordt voldaan aan de doelstellingen die voortvloeien uit de regeling. De verplichting onder e beoogt begeleiding van de trainee mogelijk te maken door een door de provincie gekozen jobcoach. De begeleiding tijdens het traineeship heeft als doel de trainee steviger in de arbeidsmarkt te plaatsen. De begeleiding is deels gericht op reflectie van eigen functioneren van de trainee, deels gericht op de te maken vervolgstappen en beslissingen ten behoeve van hun verdere loopbaan, na het traineeship. De begeleiding bestaat uit maximaal 15 uur, waarvan drie bijeenkomsten van een uur: start- voortgangs- en eindgesprek waarbij ook de werkgever kan worden uitgenodigd. Artikel 4.1.12 Staatssteun Een subsidie met toepassing van de de-minimissteun mag nooit hoger zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Voor de sector transport geldt een drempelbedrag van € 100.
- Een subsidie met toepassing van de de-minimissteun in de landbouwproductiesector mag nooit hoger zijn dan € 7.500 (na 1 januari 2014 € 10.000) over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. Een subsidie met toepassing van de de-minimissteun in de visserijsector mag nooit hoger zijn dan € 30.000 over een periode van drie belastingjaren per zelfstandige onderneming en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun. De bedragen die in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel zijn genoemd komen overeen met de drempelbedragen die de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de-minimissteun. Het bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel hoeft niet te worden aangemeld. In deze regeling is er voor gekozen om bij de subsidieverlening dit bedrag niet te overschrijden. Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een door ons begunstigde onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of een andere vorm van steun van een overheidsorgaan heeft ontvangen. Dit moet blijken uit de Verklaring de-minimissteun. Indien de te verlenen subsidie tezamen met de reeds ontvangen steun het drempelbedrag overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige subsidie niet verleend worden. Subsidieverlening onder de voorgaande subsidieregeling in het kader van Talint foar Fryslân vormt ook de-minimissteun. Artikel 4.1.13 BevoorschottingHet gehele subsidiebedrag wordt in één betaling als voorschot verstrekt. Paragraaf 6.1 Participatieregeling Algemeen Op 6 november 2013 is door Provinciale Staten het aanvalsplan woningmarkt vastgesteld in het kader van het programma Wurkje foar Fryslan. Onderdeel van de maatregelen uit het Aanvalsplan Woningmarkt is de “ participatieregeling bijzondere huurprojecten“, waarvoor een bedrag van € 20 miljoen is gereserveerd. ArtikelsgewijsArtikel 6.1.1 Doel van de regeling De participatieregeling heeft als doel het stimuleren van woningbouwprojecten in de huursector die als gevolg van de moeizame toegang tot de kapitaalmarkt niet van de grond komen door het ontbreken van het laatste deel van de financiering. Het gaat dan om op zichzelf rendabele projecten buiten de reguliere sociale huur. Voor deze laatste categorie is een specifieke regeling in de maak. Artikel 6.1.2 Subsidiabele activiteitenDe subsidiabele activiteiten betreffen het realiseren van projecten in de huursector voor de genoemde marktsegmenten. Binnen de participatieregeling wordt steun verleend door het verstrekken van een lening of door het stellen van een garantie voor financiering van derden ten behoeve van de realisatie van de betreffende huurprojecten. Daarbij gaat het om een lening of garantie tot een hoogte van maximaal 25% van de subsidiabele activiteiten. De overige financiering dient te worden vertrekt door derden danwel te worden voldaan uit eigen vermogen. Artikel 6.1.
- DoelgroepDe regeling richt zich op investeerders/beleggers in huurwoningen buiten het reguliere aanbod van de woningcorporaties. Het kan dan gaan om woningen in het geliberaliseerde segment (huur > € 699,- per maand) of om bijzondere doelgroepen zoals combinaties met zorg, studentenhuisvesting etc. Voor deze laatste categorie is geen sprake van een huurgrens, maar gaat het vooral om de combinatie met aanvullende diensten en voorzieningen. Indien sprake is van een samenwerkingsverband tussen meerdere partijen anders dan in de vorm van een juridische entiteit dient een penvoerder door de aanvragers te worden benoemd als contactpersoon. Dat staat los van het feit dat alle samenwerkingspartners altijd hoofdelijk aansprakelijk blijven voor de met de provincie aan te gane verplichtingen. Artikel 6.1.4 Aanvraagperiode Aanvragen voor ondersteuning n het kader van de participatieregeling kunnen worden ingediend in de periode tussen 15 en 30 september
- Eerder ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. Na 30 september 2014 vindt beoordeling van de aanvragen plaats en zonodig de afweging tussen de afzonderlijke aanvragen in het geval van mogelijke overschrijding van het subsidieplafond. Artikel 6.1.6 Weigeringsgronden In verband met de efficiëntie van de regeling worden alleen aanvragen voor een bijdrage meer dan € 125.000 in behandeling genomen. Dat betekent dat er sus sprake dient te zijn van tenminste € 500.000 aan subsidiabele kosten. Het is mogelijk om voor meerdere projecten in het kader van de participatieregeling een financiering aan te vragen. Het totaal aan ontvangen financiering of garantie op grond van de participatieregeling mag echter niet meer dan € 2.500.000 bedragen per aanvrager. Daarbij wordt ook rekening gehouden met aan de aanvrager gelieerde partijen voor zover sprake is van een belang van meer dan 25%. Dit kan het beste worden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld. Partij A neemt voor 30% deel in een samenwerking welke een aanvraag voor een lening heeft ingediend voor project X ter hoogte van € 2,5 miljoen. Partij A dient ook een aanvraag in voor een eigen project Y en vraagt daarvoor een financiering van € 1 miljoen. Met project Y komt A nog niet aan het maximum, dus kan deze aanvraag in behandeling worden genomen. Aangezien A voor meer dan 25% deelneemt in project X, telt het bedrag van project Y volledig mee en zou het maximum van € 2,5 miljoen worden overschreden. Voor project X kan derhalve maximaal een financiering van € 1,5 miljoen worden aangevraagd. Zou A voor minder dan 25% deelnemen in project X, telt de aanvraag voor Y niet mee in het bereiken van het maximum. Het bovenstaande laat onverlet dat de aanvrager die een onderneming drijft, ongeacht het percentage van deelname aan het project, nimmer meer subsidie kan ontvangen dan het maximum dat op grond van de- minimissteun is toegestaan Artikel 6.1.7 Toetsingscriteria Naast de eisen ten aanzien van de doelgroep en de aard van de projecten, zijn een aantal voorwaarden aan de steunverlening verbonden: • Het moet gaan om tenminste 10 wooneenheden, danwel een minimum investeringsbedrag van € 1.0 miljoen (excl. verwerving). Wooneenheden zijn in dit verband fysiek zelfstandige woningen met eigen voorzieningen als sanitair en keuken en een eigen entree. Kamerverhuur met gemeenschappelijk sanitair en/of keuken voldoet hier dus niet aan. • Ten aanzien van de mimimumomvang van projecten worden projecten afzonderlijk beoordeeld. Het bij elkaar voegen van (kleinere) projecten op verschillende locaties om aan de minimumomvang te voldoen is niet toegestaan. In de praktijk betekent dat sprake dient te zijn van een aaneengesloten projectlokatie ten hoogste gescheiden door bijvoorbeeld een openbare weg o.i.d. Daarbij is eveneens van belang dat er een functionele en/of organisatorische samenhang bestaat tussen de verschillende projectonderdelen om als een project te worden beschouwd. • Er dienst sprake te zijn van een haalbaar project met voldoende ruimte voor het kunnen voldoen aan de verplichtingen ten aanzien van het voldoen van rente en aflossing. Dit dient te worden onderbouwd door het overleggen van een onderbouwde business-case met onderliggende exploitatie en balansprognoses, waaruit deze ruimte blijkt. Artikel 6.1.8 Niet subsidiabele kosten Voor het bepalen van de subsidiabele kosten als grondslag voor de provinciale financiering of garantie geldt as uitgangspunt dat dit alleen de projectkosten betreft die leiden tot directe werkzaamheden in de realisatie en de bijbehorende voorbereiding. Verwerving van gronden en/of opstalen behoren daar niet toe. Ook kosten welke zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag worden niet meegenomen. De wel toe te rekenen posten zijn onder meer voorbereidingskosten, bouw- en verkoopkosten en bouwbegeleiding, allen voor zover de verplichtingen zijn aangegaan na indiening van de aanvraag. Het onderscheid ligt daarbij in het feit dat de subsidiabele kosten allen leiden tot directe werkgelegenheid in de bouwsector. Artikel 6.1.9 Subsidiehoogte Er geldt een maximum leningsbedrag van € 2,5 miljoen per aanvrager. In het geval van een garantie gaat het eveneens om een maximum van € 2.5 miljoen. Aangezien een garantie maximaal 80% mag bedragen van de gegarandeerde lening betekent dit dat de maximale leninghoogte waarvoor sprake kan zijn van een garantie € 3.125 miljoen bedraagt, waarvoor de maximale garantie van € 2.5 miljoen kan worden afgegeven. Artikel 6.1.10 VerdeelsystematiekVoor het geval dat het totaal aan ingediende aanvragen meer is dan het plafond van € 20 miljoen, zal een keuze worden gemaakt voor de volgorde van de te honoreren projecten. Daarvoor worden twee criteria gehanteerd, te weten de relatieve hoogte van de gevraagde financiering of garantie en de door de aanvrager te stellen zekerheid voor de ontvangen ondersteuning. Ten aanzien van hoogte van de financiering volgt de regeling de doelstelling van Wurkje foar Fryslan om zoveel mogelijk investeringen in de provincie los te trekken. Dit betekent dat naarmate het aandeel van de provinciale financiering in het project lager is, het project hoger zal scoren. Artikel 6.1.11 en Artikel 6.1.12 Lening- en garantieconditiesVoor de vaststelling van leningcondities wordt aangesloten bij de mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C/14/02) ter voorkoming van staatssteun. Daarbij wordt op basis van de door de aanvrager te stellen zekerheid en de kredietwaardigheid een marktconforme rente bepaald overeenkomstig de regels van de mededeling. Opslagen voor leningen in basispunten Ratingcategorie Zekerheidstelling Hoog Normaal Laag Zeer goed (AAA-A) 60 75 100 Goed (BBB) 75 100 220 Bevredigend (BB) 100 220 400 Zwak (B) 220 400 650 Slecht/Financiele moeilijkheden (CCC en lager)* 400 650 1000 Zekerheden * Hoog: 70% of meer * Normaal: tussen 69% en 41% * Laag: 40% of minder De te hanteren rente zal echter nooit onder de door de hoofdfinancier te hanteren rente liggen. Eventuele afwijkingen worden getoetst op de regels ten aanzien van de-minimissteun. Als zekerheid worden in dit kader opgevat hypotheekstellingen en borgstellingen. Voor de aflossing geldt een looptijd van maximaal 15 jaar en wordt uitgegaan van een lineaire aflossing. Ook bestaat de mogelijkheid dat door de provincie een garantie wordt afgegeven aan een externe financier voor het betalen van de verschuldigde aflossing. In de regel zal dit leiden tot gunstiger leningcondities van de betreffende financier in verband met de zekerheid voor betaling van aflossing. In het geval van een garantie is door de subsidieontvanger een garantieprovisie over het gegarandeerde bedrag aan de provincie verschuldigd. Deze wordt op basis van kredietwaardigheid bepaald en dient jaarlijks te worden voldaan. Deze komt dus boven de door de betreffende financier te hanteren rentecondities. De hoogte van de verschuldigde provisie is gerelateerd aan de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger. kredietkwaliteit Standard & Poor's Fitch Moody's Jaarlijkse safe harbour premie Hoogste kwaliteit AAA AAA Aaa 0,4% Zeer sterke betalingskwaliteit AA + AA AA – AA + AA AA – Aa 1 Aa 2 Aa 3 0,4% Sterke betalingscapaciteit A+ A A– A+ A A– A1 A2 A3 0,55% Toereikende betalingskwaliteit BBB + BBB BBB – BBB + BBB BBB – Baa 1 Baa 2 Baa 3 0,8% Betalingscapaciteit gevoelig voor ongunstige omstandigheden BB + BB BB – BB + BB BB – Ba 1 Ba 2 Ba 3 2,0% Betalingscapaciteit dreigt in het gedrang te komen door ongunstige omstandigheden B+ B B– B+ B B– B1 B2 B3 3,8%-6,3% Betalingscapaciteit dreigt in het gedrang te komen door ongunstige omstandigheden CCC + CCC CCC – CC CCC + CCC CCC – CC C Caa 1 Caa 2 Caa 3 Niet mogelijk In of bijna in een situatie van wanbetaling SD D DDD DD D Ca C Niet mogelijk De hoogte van de garantie daalt jaarlijks gedurende de overeengekomen garantieperiode. Dit betekent dat indien bijvoorbeeld een garantieperiode van 10 jaar overeen is gekomen de garantie jaarlijks met 1/10 daalt. Artikel 6.1.13 Verplichtingen • Op het moment dat gedeputeerde Staten besluit tot het beschikbaar stellen van een lening of garantie zullen de definitieve afspraken rond de leningcondities en zekerheden worde