← Nederland

Ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied 2014 (Apeldoorn)

Ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied 2014.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn: gelet op artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; gelet op artikel 150 van de Wegenverkeerswet 1994; B E S L U I T: vast te stellen de volgende Ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied

  1. Artikel1Begripsbepalingen In deze ontheffingsregeling wordt verstaan onder: Beekparkgebied: de Roggestraat ten noorden van de ingang parkeergarage Museum Centrum en het Beekpark vanaf de Roggestraat tot aan de grens tussen de percelen Beekpark 17 en 19, aangegeven met borden C1 van bijlage I van het RVV1990; bewoner: een natuurlijk persoon die volgens de Basisregistratie Personen op een adres in het Beekparkgebied is ingeschreven; college: het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn; eigen parkeerplaats: een parkeerplaats die aan de aanvrager van de ontheffing ter beschikking staat krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; hulpdiensten: ambulancezorg, huisartsenpost, politie en brandweer; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; onderneming: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die volgens het Handelsregister een vestiging heeft op een adres in het Beekparkgebied; ontheffing: een in de zin van artikel 87 van het RVV 1990 door het college verleende ontheffing, krachtens welke het is toegestaan om met een motorvoertuig het Beekparkgebied of een gedeelte daarvan te berijden; ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie ontheffing is verleend; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen; RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; toegangspas: de elektronische toegangskaart waarmee toegang tot het gebied kan worden verkregen. Artikel2Aanvraag ontheffing Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een ontheffing verlenen voor het berijden van het Beekparkgebied. Artikel3Beslissingstermijn 1.Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag voor een ontheffing. 2.Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier wekenverlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. Artikel4Voorschriften verbonden aan de ontheffing 1.De ontheffing bevat in ieder geval de volgende gegevens: de periode waarvoor de ontheffing geldt; het gebied waarvoor de ontheffing geldt; de naam van de ontheffinghouder; een omschrijving van de verboden waarvan ontheffing is verleend. 2.Gedurende de tijden waarop het berijden van het gebied slechts aan ontheffinghouders is toegestaan, is het verboden het gebied te berijden: zonder geldige ontheffing; zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de afgegeven ontheffing (de zijde met het gemeentelogo moet duidelijk leesbaar zijn); in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel. 4.Als de ontheffing wordt verleend, ontvangt de ontheffinghouder een toegangspas waarmee de toegang tot het Beekparkgebied wordt verkregen. 5.De ontheffing is niet overdraagbaar. 6.De ontheffinghouder meldt wijzigingen in de bij de aanvraag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk aan de gemeente Apeldoorn. 7.Een ontheffing wordt verleend voor de duur van een kalenderjaar. Artikel5Intrekkings- en wijzigingsgronden Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen: op verzoek van de ontheffinghouder; wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen komt te vervallen; wanneer de ontheffinghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn ontheffing heeft voldaan; wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt. Artikel6Diefstal, verlies of vermissing In geval van diefstal, verlies of vermissing van de ontheffing en/of de toegangspas kan een duplicaat worden verkregen. Artikel7Ontheffing voor hulpdiensten Een ontheffing voor het berijden van het Beekparkgebied kan worden verleend aan hulpdiensten voor de noodzakelijke ritten, voor de periode van maandag tot en met zondag van 0.00 uur tot 0.00 uur. Artikel8Ontheffing voor ondernemingen in het Beekparkgebied Een ontheffing voor het berijden van het Beekparkgebied kan worden verleend aan een onderneming met een of meerdere eigen parkeerplaatsen, die uitsluitend via het Beekparkgebied bereikbaar zijn, voor de periode van maandag tot en met zondag van 0.00 uur tot 0.00 uur. Per eigen parkeerplaats kan één ontheffing verstrekt worden. Artikel9Ontheffing voor bewoners in het Beekparkgebied Een ontheffing voor het berijden van het Beekparkgebied kan worden verleend aan een bewoner met een of meerdere eigen parkeerplaatsen, die uitsluitend via het Beekparkgebied bereikbaar zijn, voor de periode van maandag tot en met zondag vanaf 0.00 uur tot 0.00 uur. Per eigen parkeerplaats kan één ontheffing verstrekt worden. Artikel10Ontheffing voor expeditieverkeer Een ontheffing voor het berijden van het Beekparkgebied kan worden verleend aan expeditieverkeer voor de branches vis en viswaren, geneesmiddelen, maaltijdverstrekkende bedrijven met bezorgdienst, voor de periode van maandag tot en met zondag vanaf 0.00 uur tot 0.00 uur. Artikel11Incidentele ontheffing voor maximaal drie maanden Een incidentele ontheffing voor het berijden van het Beekparkgebied kan voor maximaal drie maanden worden verleend ten behoeve van onder andere evenementen. Artikel12Parkeren Het college kan een incidentele ontheffing voor het berijden van het Beekparkgebied uitbreiden met een ontheffing voor het parkeren in het Beekparkgebied, indien de aanvrager aantoont dat de nabijheid van het motorvoertuig (in verband met de daarin of daarop geplaatste apparatuur) noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden. De plaats waarvoor de ontheffing van het parkeerverbod geldt wordt op de ontheffing vermeld. Artikel13Toezicht op naleving 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze ontheffingsregeling zijn belast de ambtenaren die krachtens het Wetboek van strafvordering zijn belast met de opsporing van strafbare feiten. 2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze ontheffingsregeling belast de door het college aangewezen personen. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze ontheffingsregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.Bij inwerkingtreding van deze ontheffingsregeling vervalt de Ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied 2006 . 3.Ontheffingen die zijn verleend krachtens de Ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied 2006 worden geacht te zijn verleend krachtens deze ontheffingsregeling. 4.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze ontheffingsregeling een aanvraag om een ontheffing op grond van de vervallen Ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied 2006 is ingediend en vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze ontheffingsregeling nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige ontheffingsregeling toegepast. Artikel15Hardheidsclausule Voor zover strikte toepassing van deze regeling naar oordeel van het college leidt tot een niet voorzienbare en onbillijke situatie, kan het college afwijken van de bepalingen in deze regeling. Artikel16Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied
  2. BIJLAGE 2: DE RODE LIJST VAN EINDHOVEN Ter illustratie is hier de Rode Lijst weergegeven zoals die door de gemeente Eindhoven gehanteerd wordt. Het betreft branches die: niet handelen in bederfelijke waren; in het algemeen niet vaker dan één keer/dag vracht ontvangen. De branches komen in principe niet voor een ontheffing in aanmerking; individuele gevallen op bedrijfseconomische en/of organisatorische argumenten uitgezonderd. Het betreft de volgende winkelbranches: detailhandel in alcohol en alcoholhoudende dranken detailhandel in tabakswaren detailhandel in medische en orthopedische artikelen (*) detailhandel in parfumerie, toilet- en cosmetische artikelen detailhandel in drogisterijartikelen detailhandel in boven- en onderkleding (alle subbranches) detailhandel in kledingstoffen detailhandel in breiwol, handwerken en fournituren detailhandel in huishoudlinnen detailhandel in textielgoederen detailhandel in schoeisel en schoenfournituren detailhandel in lederwaren en reisartikelen detailhandel in woningtextiel en vloerbedekking detailhandel in woningrinrichtingsartikelen detailhandel in meubelen e.d. detailhandel in antiek (**) detailhandel in schilderijen, kunst e.d. (**) detailhandel in verlichting detailhandel in glas-, porselein en aardewerk detailhandel in elektrische en kleine huishoudelijke apparaten detailhandel in muziek detailhandel in naai- en breimachines detailhandel in grote huishoudelijke apparaten detailhandel in ijzerwaren en gereedschappen detailhandel in souvenirs e.d. detailhandel in verf en verfwaren detailhandel in behang detailhandel in (brom)fietsen detailhandel in boeken en kantoorartikelen detailhandel in postzegels vervolg Rode Lijst: detailhandel in tuinartikelen en zaden detailhandel in fotografische artikelen videotheek detailhandel in speelgoederen detailhandel in sport- en kampeerartikelen detailhandel in zonweringsartikelen reparatiebedrijven bibliotheek bioscoop kappers en schoonheidsinstituten culturele instanties en musea (**) * Attentie: indien medicijnen toch een ontheffing verstrekken ** Attentie: indien (incidenteel) waardetranport toch een ontheffing (eenmalig) verstrekken Toelichting bij ontheffingsregeling berijden Beekparkgebied 2014 Algemene toelichtingHet college heeft in het verleden besloten een aantal straten rond het Beekpark en het Caterplein gesloten te verklaren voor alle verkeer, uitgezonderd (brom)fietsers, op donderdag tot en met zondag vanaf 22.00 uur tot 05.00 uur van de daaropvolgende dag. Het betreft de Roggestraat ten noorden van de ingang parkeergarage Museum Centrum, het Beekpark tussen de Roggestraat en Caterplein en de Nieuwstraat tussen het Beekpark en de Vosselmanstraat. Het betreffende gebied wordt in de ontheffingsregeling aangeduid als Beekparkgebied. Op grond van het verkeersbesluit (nr. 27271) dat het college op 2 oktober 2013 heeft genomen is een deel van dit Beekparkgebied onder het voetgangersdomein komen te vallen (VGD). Daardoor wordt in deze ontheffingsregeling het Beekparkgebied opnieuw gedefinieerd tot het gebied: Roggestraat ten noorden van de ingang parkeergarage Museum Centrum, het Beekpark tussen de Roggestraat en de grens tussen de percelen Beekpark 17 en
  3. Hieronder volgt de toelichting die reeds bij het voorgaande ontheffingsregeling van toepassing was. Het doel is enerzijds het uitgaansgebied rond het Beekpark en het Caterplein vrij te houden van autoverkeer en anderzijds het gebied voldoende bereikbaar te houden voor autoverkeer van bewoners en bedrijven. Hiervoor heeft het college een verkeersbesluit genomen en zijn borden model C1 (geslotenverklaring) volgens bijlage 1 van het RVV 1990 aan de randen van het gebied geplaatst. Onderborden zoals bedoeld in artikel 67 van het RVV 1990 geven de periode aan waarvoor de geslotenverklaring geldig is. Met onderborden met de tekst “uitgezonderd (brom)fietsers” wordt aangeduid dat dit bord niet voor (brom)fietsers geldt. Laden en lossen kan buiten de tijden plaatsvinden, dat de geslotenverklaring van kracht is. Als gevolg van dit verkeersbesluit is binnen de tijden die op het onderbord vermeld staan – het Beekparkgebied gesloten in beide richtingen voor voertuigen (met uitzondering van (brom)fietsers)), ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee . Artikel 87 van het RVV 1990 geeft echter het bevoegd gezag (het college van burgemeester en wethouders) de mogelijkheid ontheffing te verlenen van artikel 62 (RVV1990), voor zover het verkeersteken C1 betreft. Dit betekent dat het bevoegd gezag ontheffing kan verlenen van de algemene bepaling: “Weggebruikers zijn verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden.”. Op grond van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 150 lid 1, kan de ontheffing onder beperkingen worden verleend en kunnen volgens artikel 150 lid 2 aan de ontheffing voorschriften worden verbonden. Dit heeft geresulteerd in een ontheffingsregeling die op 6 maart 2006 door het college is vastgesteld. De ontheffing geeft alleen toestemming het Beekparkgebied te berijden, maar geeft - op enkele uitzonderingen na - geen toestemming in het gebied te parkeren. Om de naleving van het verkeersbesluit en de ontheffingsregeling af te dwingen, heeft de gemeenteraad besloten op een aantal locaties beweegbare fysieke afsluitingen aan te brengen. Ontheffinghouders hebben de beschikking over een elektronische toegangkaart (toegangspas) waarmee de beweegbare afsluitingen bediend kunnen worden. toelichting op specifieke artikelenArtikel 4 lid 7Een ontheffing die in de loop van een jaar wordt verleend is geldig tot en met 31 december van dat jaar. Artikel 10De drie branches vis en viswaren, geneesmiddelen, maaltijd-verstrekkende bedrijven met bezorgdienst, zijn in de ontheffingsregeling opgenomen conform de advisering door het Instituut voor het Midden en Kleinbedrijf (I.M.K.) in
  4. De tekst van dit advies is bij deze toelichting opgenomen. Artikel 11De incidentele ontheffingen zijn bedoeld voor o.a. service- en reparatiebedrijven, die, tijdens de uren dat de geslotenverklaring van kracht is, spoedeisende herstelwerkzaamheden moeten uitvoeren. Tekst van hoofdstuk 3 (pagina’s 7 t/m 9) en tekst van bijlage 2 van het advies van IMK Nederland (Ruimtelijk-Economische Advisering) van augustus 19973 REGELINGEN VOOR ONTHEFFINGEN3.1 AlgemeenBij het opstellen van de Eindhovense regeling, die een voorbeeld-functie voor Apeldoorn heeft, is het IMK uitgegaan van een ontheffing in twee stappen. Allereerst is een koppeling gelegd met de locatie en vervolgens met de economische activiteit. Bij de koppeling naar locatie is gekeken welke panden niet via buiten-expeditieterreinen bereikbaar zijn. Uit de inventarisatie bleek dat in Eindhoven twee bouwblokken met winkelpanden (en een aantal individuele panden) alleen maar via het voetgangersgebied bereikbaar waren. Alle andere panden hadden weliswaar een voordeur in het voetgangersdomein, maar bleken via de achterzijde bevoorraad te kunnen worden, zonder dat het expeditie-verkeer door het voetgangersgebied hoefde te rijden. Daarop is in Eindhoven besloten dat alle panden met een bereikbare achterdeur NIET voor een ontheffing in aanmerking komen. Voor Apeldoorn is een vergelijkbare en voorlopige inventarisatie gemaakt. Zie 3.
  5. Voor de panden die overbleven is een stelsel van richtlijnen opgesteld waarlangs de procedure wel of geen ontheffing loopt. Belangrijk daarin is de branche. Er is een koppeling gelegd met bedrijfseconomische en logistieke karakteristieken van desbetreffend winkelbedrijf. Op basis daarvan is aangegeven wie wel of niet voor een ontheffing in aanmerking kan komen. In 3.3 wordt hier nader aandacht aan besteed. 3.2 Ontheffing naar locatiesOok voor de Apeldoornse situatie geldt dat op voorhand al bedrijfspanden uitgesloten kunnen worden. Gezien hun ligging aan een achterterrein komen zij niet voor ontheffing in aanmerking. Zij zijn immers via een andere weg dan het voetgangersgebied bereikbaar. De panden die niet via een “een achterdeur” bereikbaar zijn komen voor een ontheffing in aanmerking mits zij aan een aantal andere voorwaarden voldoen. Zie tevens 3.
  6. 3.3 Ontheffing naar economische activiteitNa deze eerste locationele selectie blijft een aantal panden over dat via de voordeur en/of het voetgangersgebied bevoorraad moet worden. De mate waarin leveranties na 11.00 uur worden toegestaan is afhankelijk van de aard van de economische activiteit. DetailhandelWinkelbranches die niet frequent bevoorraad hoeven te worden, geen bederfelijke waren in het assortiment hebben of een bezorgdienst exploiteren komen in principe niet voor een ontheffing in aanmerking. Het betreft vrijwel de gehele non-foodsector, inclusief tabakswaren en alcohol. Deze branches staan in Eindhoven op een zogenaamde “rode lijst”. Deze lijst is ter illustratie als bijlage 2 bijgevoegd. Goed gemotiveerde individuele uitzonderingen op basis van bedrijfseconomische of organisatorische argumenten moeten worden toegestaan. Deernemer zal daartoe een verzoek om ontheffing gemotiveerd moeten indienen, bijvoorbeeld op basis van een accountantsverklaring of een organisatie-advies. Uiteraard zijn de kosten van een dergelijke ondersteuning voor rekening van de ondernemer. In aanmerking voor een ontheffing komen in principe alleen de volgende branches c.q. artikelgroepen: vis en viswaren geneesmiddelen maaltijdverstrekkende bedrijven met bezorgdienst. Dan resteert een groot aantal ander branches: de levensmiddelensector en de “verse” non-foodartikelen (bloemen, planten, kranten en tijdschriften en dieren(-benodigdheden)). In principe moet het mogelijk zijn om winkels met deze assortimenten voor 11.00 uur bevoorraad te hebben, zodat geen beroep gedaan hoeft te worden op een ontheffingsregeling. Echter, de expediteurs kunnen wegens onvoorziene omstandigheden of grote drukte in de logistiek (rond feestdagen) later dan gepland aankomen. Met name voor de levensmiddelen zal dan een (eenmalige) ontheffing verleend moeten worden. Volgens de Warenwet mag namelijk niet met verswaren over straat gelopen worden, dus de expediteurs MOETEN dan wel het winkelgebied in. Voor meer structurele vragen naar ontheffingen verwijzen wij naar de aanpak zoals bij de “rode lijst”is beschreven. Men zal een individuele toetsing op organisatorische en bedrijfseconomische argumenten moeten overleggen. Het geheel overziend kan gesteld worden dat momenteel, gegeven het Apeldoorns winkelaanbod, geen structurele behoefte aan een ontheffing bestaat. Uitzonderingen vormen maaltijdverstrekkende bedrijven met bezorgdienst en de apotheek. In een aantal nader te bepalen individuele gevallen kan ook behoefte bestaan aan een ontheffing. Op dit moment valt niet te voorzien of – en in welke mate- dit zich zal voordoen.HorecaDe horeca komt in beginsel niet voor een ontheffing in aanmerking. Voor de daghoreca (brasserie, lunchroom e.d.) is een ontheffing al helemaal niet nodig; men zal in de regel al voor 11.00 uur bevoorraad zijn. Immers, hun verkoop start tussen 09.00 en 10.00 uur. Uitgezonderd zijn uiteraard bedrijven die een bezorgdienst hebben. Uit oogpunt van de Warenwet mogen zij niet met levensmiddelen over straat lopen. Zij krijgen ontheffing. De avondhoreca (cafés, restaurants, discotheek e.d.), voor zover niet aanwezig in de twee “enclaves” het Caterplein en de van Kinsbergenstraat, zal zich moeten conformeren aan het algemene regiem. WaardetransportenUit veiligheidsoverwegingen krijgen waardetransporten een ontheffing. De leveranties en transporten vinden immers op wisselende tijdstippen plaats onder ander wegens het minimaliseren van het overval-gevaar. Dit betekent dat leveranciers aan juweliers ook een ontheffing moeten krijgen. Individuele gevallenZoals gezegd, momenteel zijn op basis van de veldwerkzaamheden bij ons op voorhand in Apeldoorn GEEN individuele gevallen bekend die om een ontheffing zullen vragen. Deze kunnen zich echter wel voordoen. Ook hier geldt weer dat een toetsing op bedrijfseconomische en organisatorische aspecten noodzakelijk is. EvaluatieIn het vorengaande is een aantal malen een evaluatie van de maatregelen ter sprake gekomen. Als na ongeveer een jaar een dergelijke evaluatie plaatsvindt is het van belang dat daar een breed scala aan belanghebbenden bij betrokken wordt. In feite kan in zo’n evaluatie alles besproken worden wat belangrijk gevonden wordt. Men moet derhalve niet te beperkt zijn in de opzet van de evaluatie. Op voorhand kunnen wij wel vast aangeven dat onderwerp van discussie kunnen zijn: het tijdstip van aanvang: 06.00 uur of 07.00 uur, de maatregel in de van Kinsbergenstraat, eventuele aanpassingen in de ruimtelijk-economische structuur van de noordwestelijke hoek van het centrum.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.