Organisatiestatuut gemeente Kampen, waarin is opgenomen de instructie voor de gemeentesecretarisHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen; gelezen het voorstel van 13 mei 2014, kenmerk 14ADV00239; gelet op de artikelen 103, tweede lid en 160, eerste lid, onder c van de Gemeentewet en hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen het Organisatiestatuut gemeente Kampen, waarin is opgenomen de instructievoor de gemeentesecretaris Hoofdstuk1Inleiding Artikel1Begripsomschrijvingen In dit statuut wordt verstaan onder: de organisatie: het totale ambtelijke apparaat dat ten dienste staat van het gemeentebestuur, met uitzondering van de griffie en Quintus; integraal management: een managementconcept dat is gebaseerd op het uitgangspunt dat de manager, binnen vastgestelde kaders, verantwoordelijk is voor het realiseren van de door het bestuur gestelde doelen met de ter beschikking gestelde middelen; middelen: hieronder worden zowel personeel, informatisering, juridische zaken, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting verstaan (PIJOFACH); planning en control: het geheel van activiteiten dat uitgevoerd moet worden om duidelijk te maken wat er in een bepaalde periode moet gebeuren als uitkomst van een bestuurlijk proces (planning), de (voortgangs)rapportage(s) daarover, de benodigde bijsturing en uiteindelijk de verantwoording over de behaalde resultaten aan het bestuur (control); brede control: de control van zowel de middelen als het beleid. Artikel2Reikwijdte Dit statuut heeft onder meer een relatie met de volgende gemeentelijke regelingen en besluiten: de mandaatregeling gemeente Kampen; de financiële verordening gemeente Kampen (art. 212 Gemeentewet); de controleverordening gemeente Kampen (art. 213 Gemeentewet); de verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Kampen (art. 213a Gemeentewet); de regeling Budgetbeheer Kampen. Hoofdstuk2Hoofdkenmerken en werkwijze ambtelijke organisatie Artikel3Hoofdkenmerken van de organisatie 1.De organisatie werkt onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college. 2.De organisatie staat onder leiding van de directie, waarvan de gemeentesecretaris als algemeen directeur de voorzitter is. 3.De organisatie bestaat uit een staf en vijf eenheden, die verder onderverdeeld kunnen zijn in teams: Concernstaf; eenheid Ruimtelijke Ontwikkeling; eenheid Maatschappelijke Ontwikkeling; eenheid Publieksdienstverlening; eenheid Beheer Openbare Ruimte; eenheid Interne Dienstverlening. 4.De concernstaf staat onder leiding van een directielid. 5.Een eenheid staat onder leiding van een eenheidsmanager. 6.De algemeen directeur stelt op voorstel van de eenheidsmanager de onderverdeling van de eenheid in teams vast. 7.Een team staat onder leiding van een teammanager; bij afwezigheid daarvan wijst de eenheidsmanager een vervanger aan of fungeert zelf als zodanig. Artikel4Algemene bepalingen voor de sturing van de organisatie 1.De organisatie functioneert binnen al haar geledingen als eenheid. 2.De organisatie kenmerkt zich door de volgende principes: centrale sturing; een strategische oriëntatie; eenheid in beleid en bedrijfsvoering; een transparante wijze van werken; resultaatgerichtheid; omgevingsbewustzijn; toekomstgericht; samenwerkingsgerichtheid; een integraal begrotings- en verantwoordingsproces; integrale advisering aan directie en bestuur. 3.De staf, eenheden en de teams worden geleid volgens de principes van integraal management, binnen de kaders van dit statuut. Hoofdstuk3De gemeentesecretaris Artikel5Benoeming en ontslag 1.De gemeentesecretaris wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het college. 2.Het college stelt de benoemingsprocedure vast. Bij de selectie wordt een vertegenwoordiging van het college, van de directie, van de eenheidmanagers en van de Ondernemingsraad betrokken. Artikel6Hoofdtaken 1.De hoofdtaken van de gemeentesecretaris1 zijn: algemeen adviseur van het college en de burgemeester; algemeen directeur; bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. 2.De gemeentesecretaris wordt bij afwezigheid vervangen door een door het college aangewezen loco-secretaris. 3.Bij langdurige afwezigheid treft het college een voorziening. -1 Eventuele wijzigingen in de wettelijk vastgelegde taken voor de gemeentesecretaris, werken door en treden zo nodig in plaats van hetgeen is opgenomen in dit statuut. Artikel7Verantwoordelijkheden als gemeentesecretaris en algemeen adviseur van het college 1.De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een doelmatige en effectieve ondersteuning van en informatievoorziening en advisering aan het college en de burgemeester teneinde een goede vervulling van hun taken mogelijk te maken. 2.Onverminderd de verantwoordelijkheden van de burgemeester is de gemeentesecretaris verantwoordelijk voor een goede voorbereiding en orde van de vergadering van het college. 3.De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor de administratie en verslaglegging van collegevergaderingen en bevordert een goed functioneren van het college. 4.De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor het vastleggen van collegebesluiten in een besluitenlijst en ziet er op toe dat collegebesluiten voortvarend en correct worden uitgevoerd. 5.De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor de procedurele afstemming met de griffie. 6.De gemeentesecretaris verleent op verzoek ambtelijke bijstand op grond van de ‘Verordening ambtelijke bijstand 2002’. Artikel8Verantwoordelijkheden als algemeen directeur 1.De algemeen directeur is eindverantwoordelijke voor de organisatie. 2.De algemeen directeur is verantwoordelijk voor een goede voorbereiding van beleidsvoorstellen voor het college of de burgemeester en, na besluitvorming, een goede uitvoering van de genomen besluiten op basis van een gemeentebrede eenheid van beleid en middelen. 3.De algemeen directeur doet dit door: het geven van sturing aan de organisatie; het erop toezien en bevorderen dat gewerkt wordt overeenkomstig de in artikel 4 lid 2 genoemde principes. 4.De algemeen directeur voert deze taak uit in nauwe samenwerking met de directeur bedrijfsvoering. Hoofdstuk4De directie Artikel9Samenstelling en vervanging 1.De directie bestaat uit twee leden, de algemeen directeur en de directeur bedrijfsvoering. 2.De leden van de directie vervangen elkaar bij afwezigheid. 3.Bij langdurige afwezigheid treft het college op voorstel van de één van de directieleden een voorziening. Artikel10Benoeming en ontslag directeur bedrijfsvoering 1.De directeur bedrijfsvoering wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het college. 2.Het college stelt de benoemingsprocedure vast. Bij de selectie wordt een vertegenwoordiging van het college, van de directie, van de eenheidmanagers en van de Ondernemingsraad betrokken. Artikel11Verantwoordelijkheden van de directie 1.De directie heeft gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de gehele organisatie, met de algemeen directeur als eindverantwoordelijke. 2.De directie stelt, met inachtneming van de bevoegdheden van het college, gemeentebrede kaders en richtlijnen vast. 3.De directie is verantwoordelijk voor het uitdragen, bevorderen en ontwikkelen van de sturingsprincipes als bedoeld in artikel 4 lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.