← Nederland

Algemeen Plaatselijke Verordening Veendam 2014 (Veendam)

Algemene Plaatselijke Verordening Veendam 2014De raad van de gemeente Veendam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 juni 2014: overwegende dat het aanbeveling verdient regels te s

Artikel5

:26Aanwijzingen ligplaats [gereserveerd]

Artikel5

:27Verbod innemen ligplaats [gereserveerd]

Artikel5

:28Beschadigen van waterstaatswerken 1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Artikel5:29Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel5:30Veiligheid op het water 1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Artikel5:31Overlast aan vaartuigen 1.Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Afdeling7.Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel5:31aBegripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: motorvoertuig; het geen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel5:32Crossterreinen 1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: in het belang van het voorkomen of beperken van overlast. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidsproductie sportmotoren. Artikel5:33Beperking verkeer in natuurgebieden 1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2.Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: in het belang van het voorkomen van overlast; in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden; in het belang van de veiligheid van het publiek. 3.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: ten diensten van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten; die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5.Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling8.Verbod vuur te stoken Artikel5:34Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2.Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; vuur voor koken, bakken en braden. 3.Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. Afdeling9.Verstrooiing van as Artikel5:35Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(

  1. n)gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel5:36Verboden plaatsen 1.Incidentele asverstrooiing is verboden op: verharde delen van de weg; gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; openbaar water. 2.Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3.Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel5:37Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Hoofdstuk6.Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel6:1Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, zoals bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Artikel6:2Toezichthouders 1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’
  2. s)en/ of de handhavers in dienst bij de Stichting Veiligheidszorg Groningen; 2.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel6:3Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel6:4Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening gemeente Veendam 2010 wordt ingetrokken. Artikel6:5Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel6:6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt Artikel6:7Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Veendam 2014. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Veendam van 30 juni 2014.De griffier, R.BrekveldDe voorzitter,S. SwierstraInhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen. Artikel 1:2 Beslistermijn. Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag. Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing. Artikel 1:7 Termijnen. Artikel 1:8 Weigeringsgronden. Artikel 1:9 (vervallen) Artikel 1:10 (vervallen) Hoofdstuk 2 Openbare Orde Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden. Artikel 2:1. Samenscholing en ongeregeldheden. Artikel 2:1.1 Verblijfsontzeggingen. Afdeling 2 Betogingen. Artikel 2:2 Optochten. Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen. Artikel 2:4 Afwijking termijn. Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens. Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken. Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte . Stukken of afbeeldingen. Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg. Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. Artikel 2:8 Dienstverlening. Artikel 2:9 Straatartiest e.d. Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg. Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg. Artikel 2:10.1 Opheffing vergunningsplicht. Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg. Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg. Afdeling 6 Veiligheid op de weg. Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid. Artikel 2:14 Winkelwagentjes. Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp. Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp. Artikel 2:20 Vallende voorwerpen. Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs. Afdeling 7 Toezicht op evenementen. Artikel 2:24 Begripsomschrijving. Artikel 2:25 Evenement. Artikel 2:26 Ordeverstoring. Artikel 2:26.1 (vervallen) Artikel 2.26.2 (vervallen) Artikel 2:26.3 (vervallen) Artikel 2:26.4 (vervallen) Afdeling 8 Toezicht op horecabedrijven. Artikel 2:27 Begripsomschrijvingen. Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf. Artikel 2:29 Sluitingstijden. Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting. Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf. Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven. Artikel 2:33 Ordeverstoring. Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan. Afdeling 8A Bijzondere bepalingen voer horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet. Artikel 2:34a Begripsbepaling . Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen. Artikel 2:34c Bijeenkomsten van paracommerciële rechtspersonen. Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf. Artikel 2:35 Begripsomschrijvingen. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie. Artikel 2:37 Nachtregister. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister. Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden. Artikel 2:39 Speelgelegenheden. Artikel 2:40 Kansspelautomaten. Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid. Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal. Artikel 2:42 Plakken, kladden en bespuiten. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen. Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen. Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten. Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. Artikel 2:52 Overlast van (brom)fietsen e.d. Artikel 2:53 Bespieden van personen. Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur. Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren. Artikel 2:56 Alarminstallaties. Artikel 2:57 Loslopende honden. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden. Artikel 2:59 Gevaarlijke honden. Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren. Artikel 2:60.1 Hinderlijke dieren. Artikel 2:61 Wilde dieren. Artikel 2:62 Loslopend vee. Artikel 2:63 Duiven. Artikel 2:63.1 Voederverbod (stads)duiven. Artikel 2:64 Bijen. Artikel 2:65 Bedelarij. Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen. Artikel 2:66 Begripsbepaling. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister. Artikel 2:68 Voorschriften, als bedoeld in artikel 437, ter eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen. Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven. Afdeling 13 Vuurwerk. Artikel 2:71 Begripsbepalingen. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk. tijdens de verkoopdagen. Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. Artikel 2:73.1 Carbidschieten. Afdeling 14 Drugsoverlast. Artikel 2:74 Drugshandel op straat. Artikel 2:74.1 Verblijfsontzeggingen. Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen. Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding. Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden. Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen. Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, Sekswinkels, Straatprostitutie e.d. Afdeling 1 Begripsbepalingen. Artikel 3:1 Begripsbepalingen. Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan. Artikel 3:3 Nadere regels. Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3:4 Seksinrichtingen. Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder. Artikel 3:6 Sluitingstijden. Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting. Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder. Artikel 3:9 Straatprostitutie. Artikel 3:10 Sekswinkels. Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d. Afdeling 3. Beslissingstermijn; weigeringsgronden. Artikel 3:12 Beslissingstermijn. Artikel 3:13 Weigeringsgronden. Afdeling 4. Beëindigingexploitatie; wijziging beheer. Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie. Ar

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.