Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 5, eerste lid Maatregelen treffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Br + + - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 5, tweede lid Preventiebeleid zware ongevallen (PBZO) Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 5, derde lid Veiligheidsbeheerssysteem (VBS) invoeren Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 5, vierde lid Herzien van het PBZO en VBS Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 6, eerste lid Significante wijziging melden Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 7, derde lid Uitwisselen van gegevens tussen inrichtingen met domino-effecten Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 9 Actueel veiligheidsrapport (VR) moet aanwezig zijn Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 10, eerste lid VR moet aangegeven inhoud hebben Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 11, eerste lid Werkgever moet VR openbaar maken Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 13, eerste lid Bij vergunningaanvraag VR met gegevens nodig voor voorbereiding rampenbestrijding Artikel 48 en 63 Wvr Br - - + Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Sr - - + 13, tweede lid VR completeren voordat (onderdeel) van inrichting in werking wordt gebracht Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 13, derde lid VR herzien bij veranderingen inrichting Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 14, eerste lid VR elke 5 jaar evalueren Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 14, tweede lid Nieuw VR indienen bij nieuwe inzichten of ontwikkelingen en op verzoek bevoegd gezag Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 16, vijfde lid Voldoen aan verzoek om aanvullende inlichtingen als VR onvolledig is Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 17 VR in zevenvoud indienen; meer exemplaren op verzoek bevoegd gezag Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 21, eerste lid Stoffenlijst bijhouden van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Artikel 48 en 64, zesde lid Wvr, art. 1a, onder 1 Wed en art. 25, eerste lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + + 22, eerste lid Intern noodplan moet aanwezig zijn met inhoud die in bijlage IV is opgesomd Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 22, tweede lid Intern noodplan eens per drie jaar evalueren en zonodig herzien Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 22, derde lid Overleg met werknemers over noodplan Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 22, vierde lid Intern noodplan moet door werkgever openbaar worden gemaakt Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 23, eerste lid Inrichting niet in werking bij onvoldoende maatregelen ter bescherming van werknemers Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 23 en 25, vierde lid Brzo Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - 26 – 28 Kennisgeving doen, stoffenlijst opstellen en VR indienen (artikelen niet meer relevant) Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet, en art. 25,
artikel 5.2 van de Wabo Artikel 48 en 63 Wvr Br + + + Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Art. 8.40 Wm en art. 1a, onder 1 Wed Sr + + - 29 Bij regeling Minister SZW regels stellen over gegevens verstrekken na zwaar ongeval bepaalde artikelen uit de Rrzo op bais hiervan Br + - - Art. 6 Arbeidsomstandighedenwet en art. 25, tweede lid Brzo Sr + - - * Het bestuur van de veiligheidsregio is alleen bevoegd om de verplichtingen die gelden voor VR-plichtige inrichtingen te handhaven. Bijlage2Voorbeelden van ernstige en niet-ernstige overtredingen Voorbeelden m.b.t. bedrijfsbrandweer Eisen bedrijfsbrandweer Voorbeelden van bevindingen Ernstige overtreding Bluswatervoorziening De pompen voor de bluswatervoorziening leveren onvoldoende druk om voldoende bluswater te kunnen genereren. Ja I.v.m een “dead-end “ in de ringleiding zijn 2 van de 40 hydranten niet in staat om op ieder punt de vereiste/vergunde/benodigde capaciteit te leveren. Ja Incidentbestrijdings- en -beheersmiddelen 10Het geheel aan middelen die de bedrijfsbrandweer ten dienste staan bij de uitoefening van haar taak. De logistieke en infrastructurele voorzieningen, passieve middelen/voorzieningen die een rol spelen in de incidentscenario(’s) en koel– en blusvoorzieningen (brandbeveiligingssystemen) vormen hier een onderdeel van. Het betreft zowel mobiele, als stationaire voorzieningen. De incidentbestrijdings- en -beheersmiddelen vertonen gebreken en zijn daardoor niet bedrijfszeker en voor onmiddellijk gebruik gereed of deze middelen zijn niet goed bereikbaar. Ja Voor deze middelen is geen onderhouds- en inspectiesysteem ingevoerd Ja Actuele info voor overheidsbrandweer ter voorbereiding op incident De bedrijfseigen aanvalsplannen/inzetplannen worden niet aan de overheid toegestuurd of de aangeboden informatie is niet volledig. Nee Actuele info voor overheidsbrandweer tijdens incident Tijdens een incident is geen of onvoldoende informatie verstrekt, bijvoorbeeld m.b.t. -de aanwezige gebouwen, procesinstallaties, opslageenheden en leidingrekken en -straten; -Actuele gegevens van binnen de installaties en opslageenheden (insluitsystemen) aanwezige gevaarlijke stoffen -de aanrijroute; -de incidentbestrijdings –en beheersmiddelen in en op de installaties; -een actueel intern noodplan. Ja Beschermende middelen De beschermende middelen zoals gaspakken, chemicaliënpakken, filterbussen, ademluchtflessen zijn niet tijdig gekeurd. Nee Tijdig (binnen 6 minuten) basissterkte aanwezig Tijdens een oefening is gebleken dat de basissterkte niet tijdig aanwezig was op de incidentlocatie. Ja Uit controle blijkt dat één van de leden van de basissterkte niet: -tijdig medisch is (her)keurd; -onvoldoende opgeleid, of -niet alle oefeningen heeft gevolgd. Ja Door verloop in de organisatie is de bezetting van de ploegen mogelijk, maar is de organisatie zeer kwetsbaar in geval van ziekte, bezetting nacht periode, weekeinde en vakantieperiode. Nee Doormelding naar RAC voor registratie incidenten Alarmering naar RAC is niet geborgd met noodplan, procedure of protocol. Nee Oefenprogramma Er is geen oefenprogramma opgesteld of het opgestelde oefenprogramma voldoet niet aan de eisen. Nee Het oefenprogramma is niet tijdig ingediend. Nee Gids Er is niet voorzien in de gids functie. Ja Incident binnen 1 minuut melden aan bemande meldpost en onmiddellijk melden aan (bedrijfs)brandweer Een incident is eerst bestreden door de BHV-organisatie, toen dit niet succesvol was is na een kwartier de bedrijfsbrandweer en de overheidsbrandweer gealarmeerd. Ja Alarmering is niet in procedure of protocol geborgd. Ja Kennis/vaardigheid personeel voor bediening middelen Gebleken is dat een bedrijfsbrandweermedewerker onvoldoende kennis van en inzicht heeft in de werking van de aanwezige incidentbestrijdings– en –beheersmiddelen of onvoldoende vaardig is in de bediening van deze middelen Nee Kennisoverdracht naar aannemer die basissterkte verzorgt Door onderbezetting zijn diverse personen ingehuurd om in de basissterkte te worden opgenomen. De ingehuurde personen zijn echter niet voldoende geoefend en op de hoogte van de bedrijfsspecifieke situatie. Nee Leidinggevenden hebben kennis over structuur overheidsbrandweer De leidinggevenden van het bedrijf (welke een taak hebben in het COPI) hebben geen inzicht in de structuur van de overheidsbrandweer. Nee Melden beperkte inzetbaarheid Melden van uitval technische middelen of van beperkte inzetbaarheid van de ploeg vindt niet plaats. Ja Mobiele middelen doelmatig opgeslagen Brandweerauto kan niet uit de garage worden gereden omdat het voorterrein als parkeerplaats wordt gebruikt. Ja Netwerk 2x per jaar spoelen Het spoelprogramma is niet uitgevoerd. Nee Het spoelprogramma is niet doelmatig, zo is de spoelsnelheid en spoeltijd niet benoemd. Eveneens wordt de koppelleiding met het buurbedrijf niet gespoeld. Nee Registratie onderhoud, oefeningen en evaluaties in journaal Het journaal van de bedrijfsbrandweer is over veel verschillende systemen verdeeld. Hoewel de informatie aanwezig is kon niet alle informatie worden getoond tijdens de inspectie. Nee Oefenprogramma indienen voor 1 februari Het programma is niet volledig. Nee Het programma is in het geheel niet aanwezig Er is niet voldaan aan het oefenprogramma in het voorgaande jaar. Ja Opleidingen Een bedrijfsbrandweermedewerker heeft niet aantoonbaar de voor zijn/haar specifieke functie en taak van toepassing zijnde opleidingen gevolgd en voltooid. Nee Passieve beschermingsmiddelen die als LOD zijn opgevoerd De doorvoeringen van de Opvangbak/tankput zijn niet afgedicht. Ja Fireproofing is niet onderhouden: stukken fireproofing zijn van de kolom gehaald vanwege een uitbreiding van de installatie. Ja Stationaire middelen functioneel testen De jaarlijkse functionele test is niet uitgevoerd. Ja Schuimvormend middel SVM tank staat in de buitenlucht, in tegenstelling tot de specificaties behorende bij de schuimsoort. Ja Geen of te weinig SVM aanwezig Ja Testen motorisch aangedreven middelen De Bluswaterpompen worden maandelijks getest i.p.v. wekelijks Nee Toelaten bevoegd gezag bij oefeningen Het bedrijf wil geen oefeningen uitvoeren onder toezicht van de inspecteur van de brandweer? Ja Verbindingsmiddelen beschikbaar voor bedrijfsbrandweer Portofoons zijn niet opgeladen of werken niet, portofoonbediening is niet bekend, portofoon in combinatie met gaspak werkt niet. Nee Verplaatsen SVM Aanhanger met schuim aanwezig maar geen trekker/haak-armvoertuig. Nee Voor 1 februari overzicht sterkte bedrijfsbrandweer doorgeven Er wordt geen overzicht van de bedrijfsbrandweer doorgegeven. Nee Tijdelijke wijziging van bedrijfsbrandweervoorzieningen Vanwege uitval of reparatie kan tijdelijk niet aan de verplichting worden voldaan om de aanwezige bedrijfsbrandweervoorzieningen voor direct gebruik gereed te hebben. Dit is niet direct door het bedrijf gemeld (wijziging tijdelijke bedrijfsbrandweervoorzieningen). Ja De wijziging is direct door het bedrijf gemeld waarbij is aangegeven welke noodmaatregelen (zoals vervangend materiaal) zijn genomen om het brandveiligheidniveau te waarborgen. Nee Voorbeelden m.b.t. Brzo Eisen Brzo Voorbeelden van bevindingen Ernstige overtreding Veiligheidsbeheerssysteem Geen VBS aanwezig of er ontbreken elementen die uit oogpunt van risicobeheersing van groot belang zijn. Ja VBS niet herzien na een doorgevoerde verandering binnen de inrichting. Nee Het in bedrijf hebben van apparatuur en processen met gevaarlijke stoffen, waarvan de risico’s niet zijn geïdentificeerd. Ja Het in bedrijf hebben van gevaarlijke apparatuur, waaraan wijzigingen zijn uitgevoerd, die niet in overeenstemming zijn met het ontwerp van de apparatuur, en die de veiligheid in gevaar brengen. Ja Het in afwezigheid van een adequaat beheerssysteem overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen. Ja Het in bedrijf hebben van apparatuur en processen met gevaarlijke stoffen, zonder adequate borging: een (minimaal) redelijk functionerend VBS met het ontbreken of onvolledig zijn van de VBS elementen b, c, d, e, of f. Ja Het in bedrijf hebben van apparatuur en processen met gevaarlijke stoffen, zonder adequate borging: een redelijk functionerend VBS met het ontbreken of onvolledig zijn van de VBS elementen g, of h. Nee Ontbreken van risico-identificatie en evaluatie. Ja Documentatie m.b.t. veiligheidskritische installaties en processen niet op orde. Ja Ondeskundig personeel waardoor de veiligheid van bedrijfsprocessen in het geding is. Ja Achterstallig onderhoud veiligheidskritische installaties. Ja De PDCA cyclus in het VBS als geheel of in essentiële elementen werkt niet. Ja Ontbreken (uitvoering) onderhoudsbeleid veiligheidskritische (technische) maatregelen. Ja Onvoldoende borging onderhoudsbeleid. Nee Veiligheidsrapport Veiligheidsrapport niet actueel. Tijdens inspectie blijkt de feitelijke situatie anders te zijn dan beschreven in het VR. Nee Stoffenlijst Geen stoffenlijst aanwezig of niet direct toegankelijk (ook ’s nachts, in het weekend en bij computerstoring). Ja De aanwezige stoffenlijst voldoet niet aan artikel 14 Rrzo of is niet helemaal compleet. Nee Er is niet geborgd en procedureel vastgelegd wie de lijst aan de hulpdiensten overhandigt. Nee Noodplan Noodplan niet actueel of niet volledig (bijlage IV). Nee Geen noodplan aanwezig of niet direct toegankelijk. Ja Bijlage3Afwegingskader voor keuze bestuursdwang of dwangsom Last onder bestuursdwang Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Bestuursdwang is bij uitstek een herstelsanctie waarmee de gevolgen van een begane overtreding ongedaan worden gemaakt. Indien een verplichting om iets te doen niet is nagekomen, dan kan de veiligheidsregio met bestuursdwang de handeling alsnog verrichten (op kosten van de overtreder). Bestuursdwang kan echter ook worden gebruikt om een herhaling van een overtreding te voorkomen of het voortduren van de overtreding tegen te gaan. Bij dat laatste kan worden gedacht aan het sluiten en verzegelen van een installatie die niet voldoet aan de veiligheidsvoorschriften. Last onder dwangsom Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Een last onder dwangsom is vooral geschikt om een herhaling van een overtreding te voorkomen en om een einde te doen maken aan het voortduren van een overtreding. Daarbij functioneert de dwangsom als financiële prikkel om het verboden gedrag niet te herhalen of om deze te beëindigen. De dwangsom kan echter ook worden gebruikt om de gevolgen van een overtreding ongedaan te maken. De financiële prikkel zal de overtreder ertoe moeten brengen om iets te doen. Samenloop Bestuursdwang en dwangsom mogen niet tegelijkertijd worden toegepast voor dezelfde overtreding (art. 5:6 Awb). Wel mogen ze na elkaar worden toegepast. Wanneer in eerste instantie een dwangsom is opgelegd en later blijkt dat dit geen effect sorteert, kan de last onder dwangsom worden ingetrokken en een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Uiteraard is het ook niet toegestaan om voor dezelfde overtreding tegelijkertijd meerdere lasten onder dwangsom of lasten onder bestuursdwang van kracht te laten zijn. Welk middel? In principe is het bestuursorgaan (bestuur veiligheidsregio) vrij in de keuze tussen een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Wel hangt het van de situatie af welk middel het meest geschikt is. Zo heeft het toepassen van bestuursdwang als kenmerk dat onmiddellijk de illegale situatie wordt hersteld. Nadeel van bestuursdwang is dat de veiligheidsregio dit zelf moet uitvoeren en daarmee ook primair de kosten daarvan draagt (behoudens de mogelijkheid om de kosten te verhalen op draagkrachtige overtreders). Het karakter van een dwangsom is meer indirect; de overtreder verbeurt een bedrag wanneer hij niet voldoet aan de voorwaarden. Hierbij moet de financiële prikkel het werk doen. De wet schrijft wel voor dat voor het opleggen van een last onder dwangsom niet wordt gekozen indien het belang dat het betrokken voorschrift beoogt te beschermen zich daartegen verzet (art. 5:32 lid 2Awb). Hiermee wordt bijvoorbeeld gedoeld op een situatie waar de veiligheidsbelangen ernstig worden geschaad en op korte termijn herstel plaats dient te vinden. Dan is bestuursdwang een beter instrument om toe te passen. De veiligheidsregio’s maken in beginsel (de meeste situaties) gebruik van het opleggen van een last onder dwangsom. Alleen wanneer het belang van de veiligheid of de rampenbestrijding meer gebaat is bij het toepassen van bestuursdwang is dat anders. De ervaring leert dat het inzetten van een dwangsom een zeer effectief middel is om overtredingen ongedaan te maken. Tot innen van een dwangsom komt het maar zelden, meestal is voor die tijd de overtreding ongedaan gemaakt. Spoedeisende bestuursdwang Bij een calamiteit of een directe (ernstige) bedreiging van de belangen van de veiligheid of rampenbestrijding kan de veiligheidsregio direct optreden. Op het moment dat ernstige overtredingen worden geconstateerd door een toezichthouder moet een afweging worden gemaakt. Wanneer er sprake is van een zodanige gevaarlijke of bedreigende situatie waarbij de belangen van de veiligheid of rampenbestrijding ernstig in het gedrang komen, zullen de werkzaamheden of een installatie direct worden stilgelegd. Dit is ter beoordeling van de toezichthouder ter plaatse en hangt geheel af van de omstandigheden. Het stilleggen van werkzaamheden of een installatie is in feite het uitvoeren van bestuursdwang, een sanctie dus. Dit kan alleen in zeer spoedeisende situaties waarin de bedreiging voor de veiligheidsbelangen of rampenbestrijding dermate ernstig is dat direct opgetreden moet worden. De mogelijkheid om direct op te treden is vastgelegd in artikel 5:31, lid 2 Awb. De bedoeling van de wetgever is dat deze bevoegdheid met gepaste terughoudendheid wordt gebruikt. Het artikel schept de mogelijkheid direct op te treden, zonder dit besluit van te voren op schrift te stellen en zonder een termijn te gunnen. Hierbij geldt dat alleen díe maatregelen worden uitgevoerd die echt urgent nodig zijn. Wat kan wachten, kan via de normale procedure worden gerealiseerd. Ook wordt aan de overtreder de mogelijkheid geboden de maatregelen zelf uit te voeren, met daarbij de mededeling dat wanneer de overtreder niet direct maatregelen treft, de veiligheidsregio de overtreding zal herstellen en de kosten daarvan zal verhalen op de overtreder. In een stappenplan: Geef aan dat het bedrijf in overtreding is en dat onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen om de belangen van de veiligheid of rampbestrijding veilig te stellen. Omschrijf duidelijk welke maatregelen moeten worden genomen. Dit kan zijn het stilleggen van bepaalde werkzaamheden of een installatie, daarnaast kunnen nog andere maatregelen urgent nodig zijn. Stel het bedrijf voor de keuze om die maatregelen meteen zelf uit te (laten) voeren, anders doet de veiligheidsregio dit. Geef daarbij aan dat de kosten van de maatregelen zullen worden verhaald op het bedrijf (de overtreder). Meld dat na het toepassen van de bestuursdwang daarvan achteraf zo spoedig mogelijk het bestuursdwangbesluit op schrift wordt gesteld en wordt toegestuurd. Tegen dit besluit kan bezwaar en beroep worden ingediend. Niet moet worden vergeten dat alleen in zeer spoedeisende gevallen deze bevoegdheden bestaan. In veel redelijk spoedeisende gevallen kan namelijk nog de normale procedure worden gevolgd, zonder of met een zeer korte begunstigingstermijn. Ook is van belang dat de toezichthouder, voordat hij spoedeisende bestuursdwang toepast, ruggenspraak heeft gehad met zijn manager. Ook kan het verstandig zijn af te stemmen met (een lid van) het bestuur. In de landelijke sanctiestrategie Brzo worden de volgende voorbeelden genoemd van overtredingen die een onmiddellijk gevaar opleveren en met bestuursdwang zullen worden aangepakt: Ontbreken van veiligheidskritische (technische) maatregelen, of het onvoldoende functioneren van veiligheidskritische (technische) maatregelen. Bewust gevaarzettend gedrag. Het bedrijven van processen terwijl de voor de beveiliging daarvan noodzakelijke apparatuur (strippers, fakkelsystemen, gasdetectoren, brandalarm- en -blussystemen) niet bedrijfsvaardig is. Het in bedrijf hebben van apparatuur & processen met gevaarlijke stoffen , waarvan de risico’s niet zijn geïdentificeerd. Het in bedrijf hebben van gevaarlijke apparatuur, waaraan wijzigingen zijn uitgevoerd, die niet in overeenstemming zijn met het ontwerp van de apparatuur, en die de veiligheid in gevaar brengen. Het in afwezigheid van een adequaat beheerssysteem overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen. Het werken met brandgevaarlijke stoffen, dampen en gassen, die met de omgevingslucht brandgevaarlijke mengsels kunnen vormen, waarbij niet wordt voldaan aan de ATEX regelgeving. Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Wettelijk kader industriële veiligheid 2.1 Wettelijke grondslag 2.2 Reikwijdte 2.3 Te handhaven verplichtingen 2.4 Advisering en signaleringstoezicht 3 Toezichtstrategie 3.1 Toezicht op eisen bedrijfsbrandweeraanwijzing 3.1.1. Opleveringscontrole 3.1.2 Reguliere controle 3.1.3 Toezicht op de geoefendheid bedrijfsbrandweer 3.2 Toezicht op eisen Brzo 3.3 Signaaltoezicht 3.4 Incidenten, klachten en meldingen 4 Sanctiestrategie 4.1 Ernstige overtredingen en niet-ernstige overtredingen 4.2 In te zetten handhavingsmiddelen 4.3 Strafrechtelijke aanpak 5 Organisatie 5.1 Organisatorische aspecten 5.2 Monitoring en rapportage 5.3 Samenwerking met andere organisaties
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.