Verordening Wet Inburgering 2010RAADSBESLUIT Nummer: 2010-057 De raad van de gemeente Nijkerk; gelezen het collegevoorstel van 25 mei 2010; gelet op artikel 8, artikel 19 lid 5, artikel 23 lid 3, artikel 24a, artikel 24f en artikel 35 van de Wet inburgering; gelet op artikel 4.27 van het Besluit inburgering; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: Verordening Wet inburgering Nijkerk 2010 Hoofdstuk1.Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking Artikel1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: WI: de Wet inburgering; het college: het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk; voorziening: een (al dan niet duale) inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. 2.De begripsomschrijvingen in de WI en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen, die in deze verordening worden gebruikt. Artikel2De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars 1.Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun rechten en verplichtingen op grond van de wet en over het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen. 2.Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder geval gebruik van de volgende middelen: een inburgeringsloket gesitueerd in de Publiekswinkel; informatiemateriaal; de website van de gemeente Nijkerk, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM); een intakegesprek; de lokale media. Hoofdstuk2Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigen Artikel3Aanwijzen van de doelgroepen Het college wijst naast de groepen asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en de geestelijke bedienaren als doelgroep aan: de inburgeringsplichtigen met een gemeentelijke uitkering/ inkomensvoorziening voor levensonderhoud (WWB, WIJ, IOAW, IOAZ, IOW, Bbz). Artikel4De samenstelling van de voorziening 1.Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau, de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. 2.Een voorziening kan naast datgene dat in de wet is geregeld onderdelen bevatten, die specifiek gericht zijn op de behoefte van de desbetreffende inburgeringsplichtige zoals: maatschappelijke begeleiding. maatschappelijke participatie. Artikel5De procedure van het doen van een aanbod 1.Het college nodigt de inburgeringsplichtige uit voor een intakegesprek, dat meerdere contactmomenten kan hebben. Tijdens de intake wordt een trajectplan opgesteld en overeengekomen. 2.Het trajectplan omvat in ieder geval de volgende onderwerpen: een omschrijving van de aangeboden voorziening; de rechten en verplichtingen, die aan de inburgeringsvoorziening zijn verbonden; de wijze van betaling van de eigen bijdrage 3.Als de inburgeringsplichtige instemt met het trajectplan en dit heeft ondertekend, legt het college de inhoud van het definitieve trajectplan zijnde het aanbod van de inburgeringsvoorziening vast in een vaststellingsbeschikking. Artikel6De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget Het college stelt geen voorziening vast in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB). Artikel7De inning van de eigen bijdrage De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23 lid 2 WI, wordt in ten hoogste 10 termijnen betaald. Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de eigen bijdrage verrekent met de gemeentelijke uitkering/inkomensvoorziening voor levensonderhoud, wordt dat in de beschikking vastgelegd. Artikel8Opleggen van verplichtingen Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer van de volgende verplichtingen opleggen: het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening; het deelnemen aan de gesprekken met de trajectbegeleider; het deelnemen aan voortgangsgesprekken; het voor de eerste keer deelnemen aan het inburgeringsexamen op een tijdstip dat door het college wordt bepaald; het melden, als door ziekte dan wel door andere relevante bijzondere omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan; het meewerken aan een medisch onderzoek door een door de gemeente aangewezen arts om een eventuele medische beperking vast te stellen, die zou kunnen leiden tot een ontheffing van de inburgeringsverplichting. Artikel9De inhoud van de beschikking Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder geval: een beschrijving van de inburgeringsvoorziening; een opgave van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige; de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald; de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage; ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van de wet, aanvangt. Hoofdstuk3De bestuurlijke boete Artikel10De hoogte van de bestuurlijk boete voor de verschillende overtredingen 1.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 100,-, als de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is verwijtbaar geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25 lid 4 WI. 2.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200,- als de inburgeringsplichtige verwijtbaar geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in artikel 23 lid 1 WI of niet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 8 van deze verordening. 3.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- als de inburgeringsplichtige verwijtbaar niet binnen de in artikel 7 lid 1 WI bedoelde termijn of niet binnen de door het college op grond van artikel 31 lid 2 sub a WI verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Artikel11Verhoging van de bestuurlijke boete 1.De bestuurlijke boete voor overtredingen bedoeld in artikel 10 lid 1 van deze verordening bedraagt ten hoogste € 150,- als de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10 lid 2 van deze verordening bedraagt ten hoogste € 300,- als de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 3.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 300,- als de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 WI vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4.De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogst € 450,- als de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 WI vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Hoofdstuk4Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars Artikel12Aanwijzen van de doelgroepen vrijwillige inburgeraars Het college biedt vrijwillige inburgeraars geen voorziening aan en wijst dan ook geen doelgroepen aan. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel13Hardheidsclausule Het college kan afwijken van het in de verordening gestelde als toepassing leidt tot onbillijkheid van zwaarwegende aard gelet op het belang van de inburgering. Artikel14Intrekking De “Verordening op de inburgering”, vastgesteld door de raad op 15 maart 2007 (inwerkingtreding 21 juni 2007), wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel15Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na da datum van bekendmaking. Artikel16Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als de: Verordening WI 2010. Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan de raad van de gemeente Nijkerk d.d.24 juni 2010,de griffier, de voorzitter,de heer mr. F.E. CONTANT de heer mr. drs. G. D. RENKEMAToelichtingAlgemene toelichtingDe WI regelt de inburgeringsplicht voor alle onderdanen die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. De eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige, ook in financiële zin, staat centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is voldaan als het inburgeringsexamen is behaald. Er geldt dus een resultaatsverplichting. De WI regelt ook de vrijwillige inburgering. De bepalingen over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk geformuleerd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de inburgeringsplichtigen. Gemeenten hebben in de WI een aantal taken: Het goed informeren van de inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars in de gemeente over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars, die daarvoor in aanmerking komen op grond van de wet of het gemeentelijke beleid. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar een inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten ook aan inburgeringsplichtingen en vrijwillige inburgeraars, die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. Met het begrip ‘voorziening’ in de verordening wordt zowel een inburgeringsvoorziening als een taalkennisvoorziening bedoeld. Het handhaven van de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de voor hem geldende verplichtingen. Het ligt voor de hand dat het college ook toezicht houdt of de overeenkomst door de vrijwillige inburgeraar wordt nagekomen en als dat niet het geval is zo nodig maatregelen neemt. Voortvloeiend uit bovengenoemde taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen: De informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars (artikel 8 en artikel 24f WI). Het aanbieden van een voorziening en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld (artikel 19 lid 5 en artikel 23 lid 3 WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete, die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI). Facultatief: bepalen dat het college een voorziening kan vaststellen zonder dat eerst een aanbod wordt gedaan (artikel 19a lid 1 WI). Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars (artikel 24a tot en met 24f WI). Het persoonlijk inburgeringsbudget (artikel 19 lid 2 en artikel 24a lid 2 WI). De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraarsDe gemeenteraad moet regels stellen over de informatieverstrekking over het aanbod en de toegang tot de voorzieningen alsook over de rechten en plichten. Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigenUitgangspunt van de WI is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. Gemeenten kunnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door het aanbieden van een voorziening. Alle inburgeringsplichtigen kunnen in principe in aanmerking komen voor een voorziening. De gemeenteraad bepaalt welke groepen inburgeringsplichtigen in aanmerking komen voor een voorziening en welke groepen op eigen kracht moeten inburgeren. Deze keuze moet in de verordening worden vastgelegd. Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. Een inburgeringsvoorziening kan ook een duale inburgeringsvoorziening zijn. Dit is een inburgeringsvoorziening die met het oog op actieve deelname van de inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19 lid 3 WI). De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270,- te betalen voor de voorziening. Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een voorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19 lid 6 WI). De WI draagt de gemeenteraad op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het aanbieden van een voorziening. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld: De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19 lid 5 sub a WI). De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19 lid 5 sub a WI). De vaststelling door het college van een passende voorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van de voorziening (artikel 19 lid 5 sub b WI). De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23 lid 3 WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boeteArtikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 WI bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de verordening is gekozen voor een boetebedrag voor de verschillende overtredingen, die onder de in de WI gestelde maxima liggen, gelet op de uitvoerbaarheid en de samenstelling van de doelgroep. Deze bedragen zijn al vastgesteld in 2007. Het aanbodstelsel ten behoeve van inburgeringsplichtigenIn deze verordening is het aanbodstelsel gehandhaafd. Dit houdt in dat het college de inburgeringsplichtige een aanbod doet en de voorziening vaststelt overeenkomstig het aanbod zoals dat door de inburgeringsplichtige is aanvaard. In het vaststellingsstelsel heeft het college de bevoegdheid de voorziening vast te stellen zonder dat eerst een aanbod aan de inburgeringsplichtige wordt gedaan. Het handhaven van het aanbodstelsel is gebaseerd op de verwachting dat dit de motivatie en de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige bevordert. Het aanbieden van voorzieningen aan vrijwillige inburgeraarsDe bepalingen in de WI (artikel 24a tot en met 24e WI) over vrijwillige inburgering zijn zoveel mogelijk geformuleerd overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de inburgeringsplichtige. Artikel 24f WI draagt gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de informatieverstrekking over rechten en verplichtingen, de inning van de eigen bijdrage, de mogelijkheid van betaling in termijnen, de gevolgen van niet-nakoming van de overeenkomst alsmede het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige inburgeraar. De algemene toelichting over het aanbieden van voorzieningen voor vrijwillige inburgeraars is beknopt weergegeven in verband met de invulling van artikel 12 van de verordening. Het persoonlijk inburgeringsbudgetOp grond van artikel 19 lid 2 en artikel 24a lid 2 WI kan het college een voorziening aanbieden in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB) als de inburgeringsplichtige respectievelijk de vrijwillige inburgeraar daarom verzoekt. In de Nota inburgering van 2007 is ervoor gekozen aan te sluiten bij bestaand beleid. Het niet aanbieden van een voorziening in de vorm van een PIB is conform het niet toekennen van een persoonlijk re-integratiebudget in het kader van de WWB. Gezien de invulling van artikel 6 van de verordening, namelijk geen vaststelling van een voorziening in de vorm van een PIB, volgt geen algemene toelichting hierover. OvergangsrechtGezien het handhaven van een aanbodstelsel en voorzetting van het huidige beleid is overgangsrecht niet van toepassing. Artikelsgewijze toelichtingArtikel 1 BegripsomschrijvingenLid 1 spreekt voor zich. Lid 2 geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen in de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening. Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraarsDit artikel geeft uitwerking aan de taak van de gemeente om inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars in haar gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de wet en om inburgeringsplichtigen te informeren over het aanbod en de toegang tot de voorzieningen. De gemeente mag zelf bepalen op welke wijze zij invulling geeft aan de informatievoorziening. De raad stelt de regels vast en het college is belast met de organisatie van de informatieverstrekking. In ieder geval zijn de volgende informatiemogelijkheden van toepassing: in de Publiekswinkel loket Burgerzaken is een inburgeringsloket gesitueerd. Nieuwe inburgeringsplichtige inwoners van de gemeente ontvangen hier informatie over de inburgering. informatiemateriaal, dat kan worden toegezonden of meegegeven. Hierbij gaat het met name om folders van het ministerie van VROM en van de DUO. de website van de gemeente Nijkerk, de DUO en VROM verstrekt informatie over inburgering. een intakegesprek vindt plaats bij vestiging van nieuwe inwoners. Afhankelijk van de persoonlijke situatie voert de Publiekswinkel dit gesprek of Team WIZ van de afdeling Samenlevingszaken. de lokale media bieden de mogelijkheid nieuwe ontwikkelingen onder de aandacht te brengen. Artikel 3 Aanwijzen van de doelgroepen inburgeringsplichtigenHet college kan aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen voor een voorziening (artikel 19 lid 1 WI). Het college moet een aanbod doen aan alle asielgerechtigden en geestelijke bedienaren. Dit heet ook wel de moet-doelgroep van de WI. Dit artikel regelt welke groep(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.