← Nederland

Erfgoedverordening 2014 gemeente Eemsmond (Eemsmond)

Erfgoedverordening 2014 Gemeente Eemsmond Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8 mei 2014; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; aangenomen het amendement waarin wordt voorgesteld om aan artikel 3, lid 1, de tekst: "na verkregen instemming van de eigenaar" toe te voegen. b e s l u i t vast te stellen de volgende ERFGOEDVERORDENING 2014 gemeente Eemsmond Hoofdstuk

  1. Algemeen Artikel
  2. Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, be-tekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder
  3. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a. beschermd monument: beschermd monument zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. monumentencommissie: de op basis van artikel15, lid 1, van de Mo-numentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsmond vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hoofdstuk
  4. Aanwijzing gemeentelijke monumenten Artikel
  5. Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel
  6. De aanwijzing tot gemeentelijk monument
  7. Al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, kan het college, na verkregen instemming van de eigenaar, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.
  8. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie.
  9. Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar.
  10. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet
  11. Artikel
  12. Voorbescherming Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 12 van overeenkomstige toepassing. Artikel
  13. Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
  14. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college.
  15. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twaalf weken na de adviesaanvraag. Artikel
  16. Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan. Artikel
  17. Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst
  18. Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst.
  19. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel
  20. Wijzigen van de aanwijzing
  21. Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen.
  22. Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.
  23. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege.
  24. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel
  25. Intrekken van de aanwijzing
  26. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikelen 4 en 5 van overeenkomstige toepassing.
  27. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet
  28. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd. Hoofdstuk
  29. Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken Artikel
  30. Instandhoudingbepaling
  31. Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.
  32. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
  33. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.
  34. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. Artikel
  35. De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.
  36. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in drievoud ingediend. Artikel
  37. Termijnen advies
  38. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor advies.
  39. Binnen zes weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college. Artikel
  40. Weigeringsgronden De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. Artikel
  41. Intrekken van de vergunning De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 10 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. Hoofdstuk
  42. Beschermde monumenten Artikel
  43. Vergunning voor beschermd monument
  44. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan de monumentencommissie.
  45. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. Hoofdstuk 5 Overige bepalingen Artikel
  46. Schadevergoeding
  47. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen; de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, derde lid;
  48. Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing Artikel
  49. Strafbepaling Degene, die handelt in strijd met de artikelen 10 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel
  50. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Hoofdstuk
  51. Slotbepalingen Artikel
  52. Intrekken oude regeling De Monumentenverordening van de gemeente Hefshuizen (Eemsmond), d.d. 27 juni 1991 wordt ingetrokken. Artikel
  53. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel
  54. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening 2014 Gemeente Eemsmond. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Eemsmond, gehouden op 21 mei
  55. De raad voornoemd, De voorzitter, De griffier,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.