← Nederland

Verordening maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012 (Roerdalen)

Verordening maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012Verordening maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012 De raad van de gemeente Roerdalen; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 februari 2012; gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning; BESLUIT De Verordening Wet maatschappelijk ondersteuning gemeente Roerdalen 2011 in te trekken en de Verordening maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 april

  1. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier, De voorzitter, R.J.J. Notermans drs. C.A.M. Hanselaar – van Loevezijn Verordening maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012 Inhoud Hoofdstuk
  2. Begripsomschrijvingen ..........................................4 Artikel
  3. Begripsomschrijvingen .......................................................4 Hoofdstuk
  4. Resultaatgerichte compensatie............................6 Artikel
  5. De te bereiken resultaten .................................................. 6 Hoofdstuk
  6. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten.........7 Artikel
  7. Scheiding aanmelding en aanvraag .....................................7 Artikel
  8. Aanmelding voor een gesprek ............................................7 Artikel
  9. Het gesprek ......................................................................7 Artikel
  10. Het verslag .......................................................................7 Hoofdstuk
  11. De aanvraag van een individuele voorziening.....8 Artikel
  12. De aanvraag ....................................................................8 Hoofdstuk
  13. Beoordeling van de te bereiken resultaten..........8 Paragraaf
  14. Algemene regels ..........................................................8 Artikel
  15. Het maken van een afweging .............................................8 Paragraaf
  16. De te bereiken resultaten ..............................................8 Artikel
  17. Een schoon en leefbaar huis ...............................................8 Artikel
  18. Wonen in een geschikt huis ..............................................9 Artikel
  19. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften ..9 Artikel
  20. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding .10 Artikel
  21. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren .........................................................................................11 Artikel
  22. Zich verplaatsen in en om de woning ................................11 Artikel
  23. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel ........................11 Artikel
  24. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten .....................................................................................12 Hoofdstuk
  25. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel........................................................................................13 Paragraaf
  26. Verstrekking van voorzieningen .....................................13 Artikel
  27. Mogelijke verstrekkingwijzen ............................................13 Paragraaf
  28. Verstrekking in natura ..................................................13 Artikel
  29. Inhoud beschikking .........................................................13 Paragraaf
  30. Verstrekking als persoonsgebonden budget ....................13 Artikel
  31. Overwegende bezwaren ..................................................13 Artikel
  32. Inhoud beschikking .........................................................13 Paragraaf
  33. Verstrekking als financiële tegemoetkoming ...................13 Artikel
  34. Inhoud beschikking .........................................................13 Paragraaf
  35. Eigen bijdrage .............................................................14 Artikel
  36. Eigen bijdragen ..............................................................14 Hoofdstuk
  37. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering..........................15 Artikel
  38. Beslistermijn ..................................................................15 Artikel
  39. Beperkingen ...................................................................15 Artikel
  40. Advisering ......................................................................15 Artikel
  41. Wijziging situatie .............................................................16 Artikel
  42. Intrekking ......................................................................16 Artikel
  43. Terugvordering ...............................................................16 Hoofdstuk
  44. Slotbepalingen.......................................................18 Artikel
  45. Hardheidsclausule ...........................................................18 Artikel
  46. Indexering .....................................................................18 Artikel
  47. Evaluatie ........................................................................18 Artikel
  48. Inwerkingtreding .............................................................18 Artikel
  49. Citeertitel .......................................................................18 Hoofdstuk1.Begripsomschrijvingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning. College: College van burgemeester en wethouders. Compensatieplicht: De plicht van het College aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is. Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het College dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen. Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening. Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen. Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt, in casu het collectief vraagafhankelijk vervoer. Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 van de wet wordt verstrekt. Gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat. Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt. Hoofdverblijf: de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt. Hoofdstuk2.Resultaatgerichte compensatie Artikel2.De te bereiken resultaten De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen te bereiken resultaten zijn: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in en om de woning; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Hoofdstuk3.Hoe te komen tot de te bereiken resultaten Artikel3.Scheiding aanmelding en aanvraag Lid
  50. Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf indien: De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan; De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten; Belanghebbende of het college daarom verzoekt. Lid
  51. Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen vervalt het gestelde in het eerste lid. Artikel4.Aanmelding voor een gesprek Een aanmelding voor een gesprek kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch worden gedaan bij het Servicepunt Roerdalen door of namens een belanghebbende met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren. Artikel5.Het gesprek Lid 1 Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of Functions, Disabilities and Health (internationale richtlijn voor functies, beperkingen en gezondheid) als basis voor het begrippenkader worden gehanteerd. Lid
  52. Als de belanghebbende een mantelzorger is wordt met de mantelzorger en zo mogelijk met de verzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de belanghebbende ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg. Artikel6.Het verslag Lid
  53. Het gesprek kan worden afgesloten met een verslag. Opmerkingen van belanghebbende over dit verslag kunnen als bijlage aan het verslag worden toegevoegd. Uitsluitend een door belanghebbende ondertekend verslag kan als onderdeel van het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 7 lid 3 worden gebruikt. Lid
  54. Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend van het ondertekende verslag van het gesprek, een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet. Lid
  55. Indien de vraag niet onder de werking van de wet valt wordt deze doorgeleid naar de bevoegde instantie. Hoofdstuk
  56. De aanvraag van een individuele voorziening Artikel
  57. De aanvraag Lid
  58. De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of elektronisch plaatsvinden. Lid
  59. Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier) plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden. Lid
  60. Bij de aanvraag wordt, als er een ondertekend verslag van het gesprek aanwezig is, dit ondertekende verslag als onderdeel van het aanvraagformulier beschouwd. Lid 4 De definitieve aanvraag dient te worden ingediend bij de gemeente. Hoofdstuk
  61. Beoordeling van de te bereiken resultaten Paragraaf1.Algemene regels Artikel8.Het maken van een afweging Lid
  62. Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk, rekening houdend met de individuele situatie van belanghebbende, ten aanzien van het te bereiken resultaat. Lid
  63. Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld. Paragraaf2.De te bereiken resultaten Artikel9.Een schoon en leefbaar huis Lid
  64. Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Lid
  65. Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk. Lid
  66. Indien er naast de belanghebbende een of meer meerderjarige leden van de leefeenheid beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  67. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel10.Wonen in een geschikt huis Lid
  68. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. Lid
  69. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid
  70. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker en/of goedkoper geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling vindt plaats indien de kosten van de aanpassing van de woning tussen de € 5.000,- en € 10.000,- bedragen. Lid
  71. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen woningaanpassingen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden. Lid 5 Bij woningaanpassingen waarvan de kosten meer dan € 10.000,- bedragen, geldt altijd het primaat van verhuizen. Lid 6 Geen individuele voorziening wordt verstrekt wanneer de kosten van het aanpassen van de woning meer bedragen dan € 20.240,-. lid 7 De aanvraag voor een woonvoorziening wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was; de belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen; de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; De belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruime die niet bestemd en/of geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn ondervonden; de noodzaak tot het treffen van een voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud aan de woning; de voorziening slechts strekt ter renovatie of ter aanpassing aan de eisen van de tijd. de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; de aangevraagde voorzieningen het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw, zoals omschreven in het Bouwbesluit, te boven gaan of betrekking hebben op een grotere oppervlakte dan krachtens de beleidsregels als adequaat geldt. Artikel11.Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid
  72. Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen. Lid
  73. Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen alsmede het bereiden en aanreiken van maaltijden. Lid
  74. Indien de belanghebbende beschikt over een of meer meerderjarige leden van de leefeenheid die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen en/of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice en/of maaltijdvoorziening, die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Lid
  75. Voor zover de in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel12.Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Lid
  76. Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en zo nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat. Lid
  77. Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was. Lid
  78. Indien de belanghebbende een of meer meerderjarige leden van de leefeenheid beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  79. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel13.Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Lid
  80. Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige kinderen. Lid
  81. Met het oog op het kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen van de ouder die in principe voor de kinderen zorgt. Lid
  82. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  83. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel14.Zich verplaatsen in en om de woning Lid
  84. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, sanitaire ruimten, de berging, de tuin of het balkon kunnen bereiken en er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is. Lid
  85. Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. Lid
  86. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  87. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel15.Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Lid
  88. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Lid
  89. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en leefomgeving. Lid
  90. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootmobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  91. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel16.De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Lid
  92. Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Lid
  93. Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen. Lid
  94. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  95. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Hoofdstuk6.Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming. Eigen bijdragen en eigen aandeel Paragraaf1.Verstrekking van voorzieningen Artikel17.Mogelijke verstrekkingwijzen De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Paragraaf2.Verstrekking in natura Artikel18.Inhoud beschikking Lid
  96. Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: welke de te treffen voorziening is; wat de duur is van de verstrekking is; hoe de voorziening in natura verstrekt wordt en of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld. Lid
  97. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf3.Verstrekking als persoonsgebonden budget Artikel19.Overwegende bezwaren Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012 vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren zodat er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. Artikel20.Inhoud beschikking Lid
  98. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: Voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden. Wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen. Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is en welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget. Lid
  99. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf4.Verstrekking als financiële tegemoetkoming Artikel21.Inhoud beschikking Lid
  100. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd: voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is; wat de duur van de verstrekking is; of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld en wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is. Lid
  101. Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen. Paragraaf5.Eigen bijdrage Artikel22.Eigen bijdragen Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen rolstoel betreft; Hoofdstuk7.Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering Artikel23.Beslistermijn De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt voor: Een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het wonen in een geschikt huis: als het gaat om een voorziening waarvoor geen bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden: maximaal 8 weken; als het gaat om voorzieningen waar wel bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden: maximaal 12 weken. Een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: maximaal 8 weken. Een voorziening voor het ontmoeten van medemensen het op basis daarvan sociale verbanden aangaan: maximaal 8 weken. Artikel24.Beperkingen Lid
  102. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat. De te verstrekken voorziening als de goedkoopst- compenserende voorziening aan te merken is. Lid
  103. Geen voorziening wordt toegekend: Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is. Indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente (gemeentenaam). Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopst- compenserend aan te merken valt. Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. Artikel25.Advisering Lid
  104. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de (her)beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. lid 2 Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies indien: Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 3 is gevoerd. Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden. Het college dat overigens gewenst vindt. Artikel26.Wijziging situatie Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel27.Intrekking Lid 1 Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: Niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. Beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. De belanghebbende niet dan wel onvoldoende eigen verantwoordelijkheid heeft genomen ten aanzien van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren. Lid 2 Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel28.Terugvordering Lid
  105. Indien een besluit inzake het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Lid
  106. Ingeval een besluit inzake het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van onjuiste gegevens. Lid
  107. Ingeval een besluit inzake het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van onjuiste gegevens. Hoofdstuk8.Slotbepalingen Artikel29.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel30.Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende gemeentelijk besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Roerdalen geldende bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450). Artikel31.Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per 2 jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt het beleid vervolgens aangepast. Het college zendt hiertoe telkens 2 jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. Artikel32.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei
  108. Artikel33.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen Wmo Roerdalen 2012”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 april
  109. De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier, De voorzitter, R.J.J. Notermans drs. C.A.M. Hanselaar – van Loevezijn Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning Roerdalen 2012

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.