Subsidieverordening gemeentelijke monumenten en molens Doetinchem 2014HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: monument: een zaak of terrein dat op grond van de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013 is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst; bijgebouwen, interieurelementen en andere aanhorigheden bij en in een monument worden als onderdeel van het monument aangemerkt indien deze als waardevol worden vermeld in de redengevende beschrijving van het monument; historische molen: een molen die door het rijk is aangewezen als rijksmonument. Awb: Algemene wet bestuursrecht. het college: het college van burgemeester en wethouders provincie: provincie Gelderland Artikel2Reikwijdte van de verordening Deze verordening is van toepassing op subsidieaanvragen voor restauratie- en onderhoudswerkzaamheden aan gemeentelijke monumenten en molens. Artikel3Bevoegdheid 1.Het college is bevoegd tot het verlenen, vaststellen en uitbetalen van subsidie als bedoeld in deze verordening. 2.Het college is eveneens bevoegd tot het intrekken of wijzigen van subsidieverlenings- of subsidievaststellingsbesluiten, alsmede tot het geheel of gedeeltelijk terugvorderen van subsidiegelden. Artikel4Subsidieplafond De gemeenteraad stelt ieder jaar, in de begroting, voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond vast als bedoeld in artikel 4:25 e.v. van de Awb voor de subsidie voor instandhouding van gemeentelijke monumenten. HOOFDSTUK2DE AANVRAAGPROCEDURE Artikel5De aanvraag De aanvraag om subsidie als bedoeld in deze verordening dient schriftelijk bij het college te worden ingediend op een door hen vastgesteld formulier. Artikel6In te dienen bescheiden De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens: Een technische omschrijving van de te verrichten werkzaamheden of een bestek, met een daaraan gerelateerde gespecificeerde begroting, in welke begroting uitdrukkelijk staat aangegeven voor welke kosten zoals vermeld in artikel 7 van deze verordening aanvrager subsidie aanvraagt. Tekeningen van zowel de bestaande als de nieuwe toestand (schaal 1 : 100) conform de eisen van de in Doetinchem geldende Bouwverordening voorzien van een duidelijke toelichting, dit voor zover van toepassing. Een recent (dat wil zeggen niet ouder dan één jaar) inspectierapport van een naar de mening van het college ten aanzien van de monumentenzorg deskundige of deskundige instelling. Indien de uit te voeren werkzaamheden vergunningsplichtig zijn, een kopie van de verleende omgevingsvergunning. HOOFDSTUK3SUBSIDIEVERLENING Artikel7Subsidiabele kosten 1.Het college kan subsidie verlenen voor de volgende instandhoudingswerkzaamheden: herstel van het casco. Onder casco wordt verstaan: de hoofdstructuur van het monument bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap- en gebintconstructie, vloeren, balklagen, dragende muren, fundering, kelder en gewelven; herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen (in- en exterieur) al dan niet in combinatie met het herstel van het casco, bijvoorbeeld schouwen, vloeren, trappartijen, plafonds, schilderingen, pleister- en schilderwerk, bijzonder behang, raam- en deurpartijen met omlijsting en gevelonderdelen; reconstructies van verdwenen of gewijzigde onderdelen indien en voor zover deze verdwijning en wijziging afbreuk doen aan de monumentale waarde van het object; herstel van specifieke technische installaties ten behoeve van bedrijf en techniek, bijvoorbeeld dieselmotoren, raamzagen en persen; het aanbrengen van technische installaties ten behoeve van bescherming van zeer waardevolle interieurelementen, bijvoorbeeld verwarmings- of luchtbevochtigings-installaties; het opstellen van een restauratieplan; het verrichten van bouwhistorisch onderzoek of een haalbaarheidsonderzoek; buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voorzover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren; herstel en vernieuwen van rieten daken (met daklatten en herstel van sporen); herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van het dakbeschot en sporen; herstel van goten, in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op riolering en open water; herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling, lijstwerk en luiken; herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; herstel van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkte maatregelen tegen duivenoverlast; inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels; op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen; behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, danwel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; herstel van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, en spantbenen); herstel van glas-in-loodbeglazing en het aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas; vervangen en herstellen van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote historische waarde; het plaatsen van achterzetbeglazing in samenhang met herstel van historisch waardevolle ramen; het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en machines; het niet-jaarlijks onderhoud aan bomen die op de monumentenlijst staan; het opstellen van een onderhoudsplan. 2.Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten verbonden aan de uitvoering van de subsidiabel geachte restauratie- of onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel voorzover het betreft: de directiekosten, bestaande uit kosten voor honorarium, uitvoeringstekeningen, toezicht en kosten van verschotten; de directe kosten, dat wil zeggen: de loonkosten en de materiaalkosten; de indirecte kosten; dat wil zeggen: de algemene bouwplaatskosten, de algemene bedrijfskosten en de winst; de BTW; de over de directe kosten te berekenen onvoorziene kosten; de constructeurskosten; de kosten van de CAR-verzekering. 3.Ten behoeve van de berekening van de subsidiabele kosten stellen burgemeester en wethouders criteria, maxima en normbedragen vast. 4.Burgemeester en wethouders kunnen eveneens subsidie verlenen voor het lidmaatschap van de Monumentenwacht. 5.Indien de aanvrager de voorzieningen in zelfwerkzaamheid verricht, kunnen alleen de materiaalkosten als subsidiabel worden opgevoerd. 6.Subsidiabele kosten worden niet vergoed indien de kosten op grond van verzekerings-overeenkomsten gedekt zijn. 7.Subsidiabele kosten worden niet vergoed indien de kosten op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in mindering kunnen worden gebracht. Artikel8Eigenaar Subsidie kan uitsluitend worden verleend aan de natuurlijke of rechtspersoon die krachtens zakelijk recht gerechtigd is over het monument of de molen te beschikken of dit recht aantoonbaar in de naaste toekomst verkrijgt. Artikel9Subsidiepercentage en –maximum gemeentelijke monumenten 1.De subsidie in de kosten van instandhouding van gemeentelijke monumenten bedraagt 20% van het totaal van de door het college subsidiabel geachte kosten, als genoemd in artikel 7, tot een bedrag van maximaal € 12.000,-- per aanvraag. 2.Voor aanvragen ingediend tussen 1 maart 2014 en 31 december 2016 wordt het subsidiebedrag in lid 1op grond van de bijdrage die de gemeente ontvangt op basis van de Subsidieverordening Vitaal Gelderland 2011vermeerderd met een bedrag van 20% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5000,- 3.Het in lid 2 bepaalde geldt niet indien het door de provincie vastgestelde subsidieplafond wordt overschreden of indien gemeente, Staat of provincie de aanvrager is. 4.Subsidie op grond van deze verordening wordt slechts eenmaal per vier kalenderjaren voor hetzelfde monument verstrekt. 5.Subsidie op grond van deze verordening voor subsidiabele kosten die uitgevoerd worden in één jaar, wordt alleen toegekend indien de kosten een bedrag van € 500,-- te boven gaan. 6.In uitzonderlijke situaties, op grond van een door aanvrager aangetoonde urgentie en onvermijdelijkheid van de te verrichten werkzaamheden en noodzaak van subsidiëring door de gemeente, in geval van een gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de zorg van een monument of in het kader van een belang dat de aandacht verdient van de gemeente, kan, na het inwinnen van het advies van de beleidsmedewerker cultuurhistorie hierover, afgeweken worden van de maximaal ter beschikking te stellen bedragen op grond van lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.