LANDSVERORDENING van de 28ste mei 2010 houdende regels inzake de opneming en verpleging van psychiatrische patiënten (Landverordening verpleging psychiatrische patiënten) §1.Begripsbepalingen Artikel1 In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: psychiatrisch ziekenhuis: een krachtens artikel 1, onderdeel l, van de Landsverordening zorginstellingen als zodanig aangewezen zorginstelling, gericht op behandeling, verpleging en verblijf van tenminste 10 personen met een psychische ziekte; psychische ziekte : een gebrekkige ontwikkeling of stoornis van de geestvermogens; instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging of stichting, welke zich blijkens haar statuten of reglementen toelegt op het bevorderen van de psycho-sociale of de sociaal-psychische zorg ten behoeve van personen die lijden aan een psychische ziekte; Inspectie: de Inspectie voor de Volksgezondheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Landsverordening Inspectie voor de Volksgezondheid. bestuur of de bestuurder, onderscheidenlijk de eerste geneeskundige van een psychiatrisch ziekenhuis: het orgaan of lid van het orgaan van de instelling dat, onderscheidenlijk de aan het ziekenhuis verbonden geneeskundige die, ingevolge de op het ziekenhuis toepasselijke bepalingen met de desbetreffende bestuurlijke of geneeskundige aangelegenheid is belast of tot de behartiging daarvan het meest is aangewezen. §2.Instellingen tot medische en verpleegkundige verzorging en tot voorlopige opneming van psychiatrische patiënten Artikel2 1.Er bestaat in de Nederlandse Antillen ten minste één instelling die uitsluitend is ingericht als psychiatrisch ziekenhuis, bestemd voor de medische en verpleegkundige verzorging van psychiatrische patiënten. 2.Zodra noch door een eilandgebied, noch van particuliere zijde een op de medische en verpleegkundige verzorging van psychiatrische patiënten uit de gehele Nederlandse Antillen gerichte instelling in stand wordt gehouden, wordt bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ten laste van het Land voorzien in de oprichting en het beheer van een psychiatrisch ziekenhuis, dat tenminste toegankelijk is voor die categorie of categorieën van patiënten waaraan geen van de bestaande instellingen toegang verschaft. 3.Het bijzonder toezicht en de voorwaarden voor opneming en verpleging worden, naar beginselen bij deze landsverordening te stellen, nader geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen. Artikel3 1.Het is verboden een psychiatrisch ziekenhuis op te richten of te drijven dan krachtens een bij landsbesluit te verlenen vergunning. Een vergunning kan slechts worden verleend indien wordt voldaan aan de kwaliteitseisen gesteld bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Landsverordening zorginstellingen. Aan een vergunning worden zodanige voorwaarden verbonden, als in het belang van de behandeling en verpleging van de patiënten nodig worden geacht. 2.Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de door een psychiatrisch ziekenhuis maximaal in rekening te brengen tarieven vastgesteld. 3.Een psychiatrisch ziekenhuis is uitsluitend bestemd tot behandeling en verpleging van psychiatrische patiënten. 4.Aan een psychiatrisch ziekenhuis moet tenminste één bevoegd geneeskundige verbonden zijn. Artikel4 1.Een psychiatrisch ziekenhuis dat zonder vergunning is opgericht of wordt gedreven, wordt gesloten. 2.Indien een psychiatrisch ziekenhuis niet voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze landsverordening gesteld, anders dan het eerste lid, en aan de voorwaarden, aan de vergunning tot oprichting verbonden, wordt de vergunning bij landsbesluit ingetrokken en het psychiatrische ziekenhuis gesloten, indien niet alsnog binnen een nader vast te stellen termijn naar behoren aan de voorschriften van deze landsverordening en de voorwaarden van de vergunning wordt voldaan. 3.Het besluit tot sluiting van een psychiatrisch ziekenhuis wordt met redenen omkleed en bekend gemaakt in het blad waarin van landswege officiële berichten worden geplaatst, en, indien zulks wenselijk wordt geacht, tevens in een of meer dag- of andere bladen die in het eilandgebied waarin het ziekenhuis gevestigd is van algemene verspreiding zijn. 4.Bij sluiting van een psychiatrisch ziekenhuis worden betrokkenen op kosten van hen voor wier rekening zij verpleegd worden binnen een bij dat landsbesluit te stellen termijn onder toezicht en zo nodig door de zorg van de Inspectie overgebracht naar andere psychiatrische ziekenhuizen. Artikel5 Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de plaatsen tot voorlopige opneming van psychiatrische patiënten aangewezen en worden voorschriften vastgesteld waaraan in die plaatsen betreffende de patiënten moet worden voldaan. §3.Het toezicht op de verzorging en verpleging van psychiatrische patiënten en op de psychiatrische ziekenhuizen Artikel6 1.Degene die een psychiatrische patiënt verpleegt, is gehouden daarvan binnen tweemaal vierentwintig uur na aanvang van de verpleging aangifte te doen aan de gezaghebber van het eilandgebied waarin de verpleging plaatsvindt. 2.De gezaghebber geeft van een aangifte als bedoeld in het eerste lid onverwijld kennis aan de officier van justitie en aan de Inspectie. 3.Verpleging vangt aan, zodra een geneeskundige als bedoeld in artikel 3, vierde lid, het verzorgend personeel kennis geeft van de opname-indicatie van betrokkene. 4.De geneeskundige, bedoeld in het derde lid, stelt de gezaghebber van het eilandgebied waarin de verpleging plaatsvindt onverwijld van de opname-indicatie in kennis. Artikel7 1.Een psychiatrisch ziekenhuis houdt een register bij van elke opname in en elk ontslag uit het ziekenhuis. 2.Van elke toepassing van een dwangmiddel op een psychiatrische patiënt wordt dagelijks aantekening gehouden in het register. 3.Dit register wordt, behalve aan de Inspectie, op verzoek voorgelegd aan de officier van justitie en de gezaghebber van het desbetreffende eilandgebied. Artikel8 1.Wanneer de Inspectie constateert dat een persoon die aan een psychische ziekte lijdt buiten een psychiatrisch ziekenhuis wordt verwaarloosd of in een woning wordt verzorgd en verpleegd die daartoe niet doelmatig ingericht is, geeft hij van dit feit onmiddellijk kennis aan de officier van justitie. 2.Een gelijke verplichting hebben de gezaghebber van een eilandgebied en het hoofd van de Gezondheidsdienst van een eilandgebied binnen hun ambtsgebied. Artikel9 1.Bij hun op onbepaalde tijden, doch althans eenmaal in de drie maanden, aan de psychiatrische ziekenhuizen te brengen bezoeken, verzekeren de officier van justitie, de Inspectie of de betrokken gezaghebber zich dat niemand wederrechtelijk daarin geplaatst of teruggehouden wordt en dat betrokkenen behoorlijk worden behandeld. 2.Het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis zendt aan de gezaghebber binnen tweemaal vierentwintig uren een schriftelijke kennisgeving van elke opneming, verplaatsing, verlof, ontslag of overlijden van betrokkene, met vermelding van de redenen van de verplaatsing, het verlof of het ontslag en met opgave van de persoon die de aanvraag mocht hebben gedaan. §4.Plaatsing en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis Artikel10 1.Iedere meerderjarige bloedverwant of aangehuwde in de rechte linie onbepaald en in de zijlinie tot de derde graad ingesloten, alsmede de echtgenoot of andere levensgezel, voogd, curator of mentor van een persoon die aan een psychische ziekte lijdt, is bevoegd om aan de gezaghebber van het eilandgebied waarin die persoon woont machtiging te verzoeken om hem voorlopig in een psychiatrisch ziekenhuis te doen plaatsen. 2.Een machtiging kan slechts worden verleend indien: de psychische ziekte de betrokkene gevaar doet veroorzaken voor een of meer personen - degene die het gevaar veroorzaakt daaronder begrepen - of voor de algemene veiligheid van personen of goederen; het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. 3.Een machtiging is vereist indien: betrokkene blijk geeft van verzet tegen opneming of voortzetting van verblijf en twaalf jaren of ouder is; de ouders die gezamenlijk of de ouder die alleen het gezag over betrokkene uitoefenen, de voogd, curator of mentor van oordeel zijn dat opneming of voortzetting van verblijf niet moet plaatsvinden; de ouders die gezamenlijk het gezag over betrokkene uitoefenen van mening verschillen. 4.Weigert de gezaghebber, dan kunnen de verzoekers zich wenden tot de rechter in eerste aanleg. Artikel11 1.De gezaghebber, of krachtens opdracht van de gezaghebber, de commissaris van politie of degene die als diens plaatsvervanger is aangewezen, kan ambtshalve, bij bevelschrift, bij ontstentenis van de in artikel 10, eerste lid, vermelde personen, de voorlopige plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis gelasten. 2.Hij is, indien de in artikel 10, eerste lid, vermelde personen van hun bevoegdheid geen gebruik maken, daartoe verplicht, wanneer hij de plaatsing van degene die aan de psychische ziekte lijdt onder verzekerd toezicht in het belang van de openbare orde of ter voorkoming van ongelukken noodzakelijk acht, of wanneer het hem gebleken is dat iemand die aan een dergelijke ziekte lijdt verwaarloosd wordt. Artikel12 1.In spoedeisende gevallen kan de gezaghebber een persoon, die aan een psychische ziekte lijdt en die zich binnen het desbetreffende eilandgebied bevindt, in bewaring doen stellen. 2.De gezaghebber geeft hiervan zo spoedig mogelijk kennis aan de officier van justitie, met bijvoeging van de bescheiden, waaruit het feit blijkt dat de betrokkene aan een psychische ziekte lijdt. 3.Deze bewaring vindt plaats in een bij een landsbesluit als bedoeld in artikel 5 aangewezen plaats tot voorlopige opneming. 4.De duur van het in bewaring stellen mag nooit langer zijn dan strikt noodzakelijk. 5.Zo spoedig mogelijk worden de nodige maatregelen genomen voor de voorlopige plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Artikel13 1.Een meerderjarige die het op grond van zijn toestand wenselijk acht zich te doen verplegen in een psychiatrisch ziekenhuis, kan schriftelijk verzoeken daarin opgenomen te worden. 2.Degene die op eigen verzoek in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen zal uiterlijk vierentwintig uren na een daartoe strekkend verzoek zijnerzijds daaruit worden ontslagen. 3.De artikelen 10, 11 en 12 zijn niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde persoon. Artikel14 1.De gezaghebber verleent geen machtiging of geeft ambtshalve geen bevel tot voorlopige plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis dan na ontvangst van een uiterlijk drie dagen vóór het verzoek opgemaakte, ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring, waaruit blijkt dat de persoon voor wie plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis verlangd wordt in een toestand verkeert die de plaatsing noodzakelijk maakt. 2.De geneeskundige verklaring moet zijn ondertekend door een psychiater of, zo dat niet mogelijk is, door een arts, niet zijnde psychiater, die de betrokkene met het oog op de verklaring kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was. 3.De geneeskundige, bedoeld in het tweede lid, pleegt zo mogelijk overleg met de huisarts en de behandelende psychiater van de betrokkene. Indien dit overleg niet heeft plaatsgevonden, vermeldt de geneeskundige de reden daarvan in de verklaring. 4.Bij het in artikel 10 bedoelde verzoek kunnen bovendien omstandigheden vermeld en bescheiden overgelegd worden waaruit de in het eerste lid bedoelde toestand nader blijkt. 5.De gezaghebber kan zich nader doen voorlichten en nader onderzoek door deskundigen bevelen. 6.Indien binnen 24 uur na het tijdstip waarop een beslissing van de gezaghebber, of krachtens opdracht van de gezaghebber, de commissaris van politie of degene die tot diens plaatsvervanger is aangewezen, op grond van de artikelen 10, 11 en 12 is gegeven, door het daarvoor in aanmerking komende psychiatrisch ziekenhuis nog niet tot opneming is overgegaan, kan de gezaghebber bevelen dat de betrokkene in een ander ziekenhuis wordt opgenomen. Het desbetreffende ziekenhuis is verplicht de betrokkene op te nemen. Artikel 15 1.De gezaghebber is verplicht, tenzij zulks redelijkerwijs niet gevergd kan worden, alvorens op het verzoek of het bevel bedoeld in artikel 10, respectievelijk artikel 11, te beschikken, de persoon wiens plaatsing verzocht is, zijn meest directe bloedverwanten of aangehuwden, zijn echtgenoot of andere levensgezel, voogd, curator of mentor daarover te horen of te doen horen, wat eerstgenoemde betreft zo nodig in tegenwoordigheid van een geneeskundige, door de gezaghebber zelf aan te wijzen. 2.Wanneer de te horen persoon niet ter plaatse aanwezig is, kan de betrokken gezaghebber het verhoor of het doen verhoren, aan de gezaghebber van het eilandgebied waarin de woon- of verblijfplaats van de persoon gelegen is, overgeven. 3.De machtiging of het bevel van de gezaghebber bedoeld in artikel 10, respectievelijk 11, kan na een daarin te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden niet meer ten uitvoer gelegd worden. Artikel16 1.De opneming van een persoon in een psychiatrisch ziekenhuis geschiedt tegen overlegging van een gewaarmerkt afschrift van de in artikel 10 bedoelde machtiging of het in artikel 11 bedoelde bevelschrift. 2.Ingeval de rechter, oordelende in strafzaken, met toepassing van artikel 39, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen heeft bevolen dat iemand in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst, geschiedt de opneming van zodanige persoon tegen overlegging van een uittreksel uit de onherroepelijk geworden uitspraak die de plaatsing beveelt. 3.Het uitreksel, bedoeld in het tweede lid, en de expeditie van rechterlijke beschikkingen krachtens de artikelen 20, negende lid, 21, derde lid, 22, eerste lid, en 28, vierde lid, worden aan het bestuur van het psychiatrisch ziekenhuis overgelegd. Zij worden vermeld in en bewaard bij het in artikel 7, eerste lid, bedoelde register. Artikel17 1.Telkens wanneer iemand in een psychiatrisch ziekenhuis is geplaatst, geeft de betrokken gezaghebber daarvan onverwijld kennis aan diegene van de in artikel 10, eerste lid, bedoelde personen die betrokkene het meest na staat of voor de kennisgeving naar zijn oordeel het meest in aanmerking komt, doch in elk geval aan een of meer van die personen, mits in de Nederlandse Antillen woonachtig of bereikbaar op een hem bekend adres in het buitenland. 2.De gezaghebber zendt ten spoedigste de officier van justitie en de opgenomene een afschrift van zijn bevel of machtiging alsmede van de geneeskundige verklaring op grond waarvan het bevel of de machtiging is gegeven. De toezending van de geneeskundige verklaring aan de opgenomene vindt niet plaats indien daartegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel18 1.Gedurende de eerste vier weken na iemands opneming houdt de geneeskundige van het psychiatrisch ziekenhuis die de betrokkene behandelt, in het in artikel 7, eerste lid, bedoelde register, dagelijks aantekening van zijn bevindingen. 2.Na de afloop van de eerste vier weken geschiedt gelijke aantekening, gedurende een half jaar, ten minste wekelijks en daarna tenminste maandelijks. Artikel19 1.Binnen vijf weken na iemands opneming wordt door de officier van justitie een afschrift van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde aantekeningen, met een verzoek om machtiging om betrokkene gedurende een bepaalde tijd, die van één jaar na de dagtekening van de opneming niet te boven gaande, in een psychiatrisch ziekenhuis te doen verblijven, ingediend bij de rechter in eerste aanleg. 2.Het verzoek gaat vergezeld van een met redenen omklede verklaring van de geneesheer van het psychiatrisch ziekenhuis of, indien er meer zijn, van de eerste geneeskundige omtrent de noodzaak van verdere verpleging in een psychiatrisch ziekenhuis. De verklaring berust op een onderzoek van betrokkene dat met het oog op die verklaring kort tevoren is verricht. Artikel20 1.Alvorens op het verzoek te beschikken, hoort de rechter in eerste aanleg degene ten aanzien van wie de machtiging is gevorderd, tenzij de rechter vaststelt dat deze niet bereid of in staat is zich te doen horen. 2.Betrokkene is, ook indien hij minderjarig of onder curatele gesteld is, bekwaam in deze procedure in rechte op te treden. 3.Het verhoor van betrokkene geschiedt in het psychiatrisch ziekenhuis al dan niet in tegenwoordigheid van een van de daaraan verbonden geneeskundigen. 4.Bij gelegenheid van het verhoor van betrokkene kunnen tevens de geneeskundigen en andere personen die zich in het psychiatrisch ziekenhuis bevinden als getuigen worden gehoord, zonder voorafgaande oproeping. De rechter kan nader onderzoek door deskundigen bevelen en is bevoegd deze deskundigen alsmede getuigen op te roepen. 5.Betrokkene of zijn gemachtigde wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken naar aanleiding van een in het kader van de procedure gedane mededeling of afgelegde verklaring. 6.Hangende het onderzoek blijft betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis. 7.De rechter kan een machtiging slechts verlenen indien: de psychische ziekte nog steeds aanwezig is en deze betrokkene nog steeds gevaar doet veroorzaken; het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. 8.Bij een afwijzende beschikking op het verzoek van de officier van justitie gelast de rechter tevens dat de persoon, wiens verder verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis is verzocht, onmiddellijk uit het ziekenhuis wordt ontslagen. 9.De rechter beslist ten spoedigste. De beschikking wordt ten spoedigste gezonden aan betrokkene, aan de officier van justitie en aan het psychiatrisch ziekenhuis waarin betrokkene is opgenomen. 10.Artikel 14, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel21 1.Ten hoogste één maand en ten minste veertien dagen vóór het verstrijken van de tijd waarvoor de rechter in eerste aanleg iemands verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis heeft bepaald, wordt door de geneesheer van het psychiatrisch ziekenhuis of, indien er meer zijn, door de eerste geneeskundige aan de officier van justitie een afschrift gezonden van de in artikel 18 bedoelde aantekeningen, vergezeld van zijn met redenen omklede verklaring omtrent de noodzaak van verdere verpleging in een psychiatrisch ziekenhuis. De verklaring berust op een onderzoek van betrokkene dat met het oog op die verklaring kort tevoren is verricht. 2.De officier van justitie dient hierop, zo daartoe termen zijn, uiterlijk acht dagen na de ontvangst van de in het eerste lid genoemde bescheiden en onder overlegging daarvan aan de rechter een verzoek in tot het verlenen van een nieuwe machtiging voor een termijn van ten hoogste één jaar direct aansluitend aan het verstrijken van de termijn waarvoor de daaraan voorafgaande machtiging was verleend. 3.Op dit verzoek wordt beschikt overeenkomstig de voorschriften van artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.