Handhavingsverordening WWB, Bbz, IOAW, IOAZ 2014 gemeente Son en BreugelHoofdstuk1Algemene bepalingen De raad van de gemeente Son en Breugel, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 januari 2014, bijlage nr.: 04 – 2014; gelet op artikel 8a van de Wet werk en bijstand (WWB) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz); artikel 35, eerste lid, onderdeel c van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35, eerste lid, onderdeel c van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); overwegende dat het verplicht is bij verordening regels te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van uitkering, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet b e s l u i t : Vast te stellen de volgende: Artikel1.Algemene bepalingen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. Artikel2.Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders. uitkering: algemene bijstand dan wel bijzondere bijstand op grond van de WWB en Bbz alsmede een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ. Artikel3.Opdracht aan het college Het college zorgt voor de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wetten waaronder de bestrijding van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik daarvan. Hoofdstuk2.Hoogwaardig handhaven Artikel4.Preventie 1.Om misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen te voorkomen en tegen te gaan verstrekt het college vroegtijdig informatie over de aan het recht op uitkering verbonden rechten en plichten alsmede over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering. 2.Het college draagt zorg voor een optimale dienstverlening met het doel de nalevingsbereidheid van regels onder uitkeringsgerechtigden te vergroten. Artikel5.Repressie 1.Het college zet in op vroegtijdige detectie en afhandeling van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering. 2.Het recht op uitkering en de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering kan onder meer gecontroleerd worden door middel van signaalcontroles en themacontroles. 3.Het college draagt zorg voor het op efficiënte wijze verkrijgen en onderzoeken van relevante informatie van de belanghebbende en derden met betrekking tot de uitkeringsaanvraag of voortzetting van de uitkering. 4.Indien de belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel uit de wet voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van de inlichtingenplicht als bedoeld in lid 5, niet of onvoldoende nakomt, vindt afstemming van de uitkering plaats overeenkomstig de Maatregelenverordening. 5.Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de uitkering, legt het college een boete op zoals is voorgeschreven in de wet. 6.De ten onrechte verstrekte uitkering wordt teruggevorderd en ingevorderd zoals is voorgeschreven in de wetgeving en het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk3.Slotbepalingen Artikel6.Hardheidsclausule In bijzondere gevallen, wanneer onverkorte toepassing van deze verordening zou leiden tot onbillijke situaties, kan het college gemotiveerd beslissen om hiervan af te wijken. Artikel7.Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.