Verordening op de heffing en invordering van een Baatbelasting herinrichting Bovenstestraat De raad der gemeente Echt Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt; Gelet op het bepaalde in de artikelen 269, 272 letter b en 273 a van de Gemeentewet; Besluit Vast te stellen de navolgende: “Verordening op de heffing en invordering van een Baatbelasting herinrichting Bovenstestraat”. Artikel 1Begripsbepaling Deze verordening verstaat onder: Een onroerend goed danwel het onroerende goed: gebouwde en ongebouwde eigendommen met inbegrip van de bij die eigendommen behorende aanhorigheden; Tekening: De bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende gewaarmerkte tekening; Artikel 2Aard der belasting 1.Onder de naam baatbelasting herinrichting Bovenstestraat, wordt ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente komende kosten van herinrichting van de Bovenstestraat, Plats en Jodenstraat en de aansluitingen op Wijnstraat, Diepstraat, Vrijthof, Peijerstraat, Parkeerstraat, de Steeg, Gasthuissteeg, en Hofakker-Steeg een belasting geheven terzake van de onroerende goederen zoals op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening binnen de rode omlijning is aangegeven. 2.De in het eerste lid bedoelde kosten van herinrichting houden verband met de navolgende voorzieningen. het aanbrengen van sierbestrating en plaatsen van straatmeubilair; het planten van bomen en andere groenvoorzieningen; het plaatsen van een aangepaste verlichting; overige kosten: extra directie kosten, extra toezicht, verkeersmaatregelen. Artikel 3Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die van het onroerend goed als bedoeld in artikel 1 het genot heeft krachtens zakelijk recht; 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens zakelijk recht aangemerkt hij die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat., tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens zakelijk recht was. Artikel 4Grondslag 1.De grondslag voor de belasting is op de oppervlakte van het in artikel 2 bedoeld onroerend goed. 2.Voorzover een onroerend goed gedeeltelijk is gelegen binnen het gebied, het welk op de bij deze verordening behorende tekening in rode omlijning is aangegeven, wordt voor de berekening naar de in het vorige lid bedoelde grondslag, de oppervlakte van het onroerend goed, die gelegen is buiten het gebied het welk op de bij deze verordening behorende tekening in rode omlijning is aangegeven, buiten beschouwing gelaten. 3.Voor de berekening naar de in lid 1 bedoelde grondslag, wordt de oppervlakte, gelegen op een afstand van meer dan 50 meter van de wet (gemeten vanaf de grens van de weg; tot de weg wordt ook gerekend het aangrenzend trottoir) eveneens buiten beschouwing gelaten. Artikel 5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6Tarief De belasting bedraagt per jaar per m² oppervlakte fl. 1,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.