Beleidsregels uitwegen gemeente Bunnik 2013 Beleidsregels uitwegen gemeente Bunnik 2013 Wettelijke grondslag Artikel 2:12 APV gemeente Bunnik 2012 (hierna: APV) Artikel2:12Maken, veranderen van een uitweg Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken, te hebben, te ve r anderen of het gebruik daarvan te verand e ren. De vergunning kan worden geweigerd: indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt g e bracht; indien de bruikbaarheid of het meest doelmatige gebruik van de weg daardoor wordt aang e tast; indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openb a re parkeerplaats; indien het uiterlijk aanzien van de omgeving daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aang e tast; indien het open b aar groen daardoor op onaanvaardbare wi j ze wordt aangetast; indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt on t sloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of ope n baar lichaam publieke taken worden verricht. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenr e glement Provincie. Definitie Uitwegen zijn verbindingen tussen particuliere percelen en de openbare weg. In principe geldt artikel 2:12 APV voor uitwegen die berijdbaar zijn per motorvoertuig, want doorgaans zal alleen in die gevallen strijdigheid kunnen optreden met belangen die de APV beschermt. Behoefte aan beleidsregels Waar een wettelijk vergunningstelsel ruimte biedt voor interpretatie en/of belangenafweging moeten voor elke individuele vergunningaanvraag keuzes worden gemaakt. Artikel 2:12 APV is een zogenaamde kan bepaling. Dat wil zeggen dat het college een afweging maakt om al of niet van de bevoegdheid om een vergunning te weigeren gebruik te maken. In het belang van transparantie en rechtsgelijkheid is het wenselijk om daarvoor tevoren al beleidsmatige keuzes te maken en deze vast te leggen in regels. Daardoor hoeft het college niet in elk individueel geval een belangenafweging te maken, maar kan het verwijzen naar de beleidsregels. Met deze beleidsregels wordt daaraan uitvoering gegeven. Reikwijdte Deze beleidsregels gelden voor uitwegen op openbare wegen die bij de gemeente Bunnik in beheer zijn. Belangenafweging Ingevolge artikel 3:4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. In artikel 2:12 APV is sprake van een dergelijke beperking: de uitwegvergunning kan alleen maar worden geweigerd in de in lid 2 sub a t/m f genoemde gevallen. Als het college van deze bevoegdheid gebruik wil maken, mogen ingevolge het tweede lid van artikel 3:4 Awb de nadelige gevolgen voor belanghebbenden niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Zo moeten dus de privébelangen van de aanvrager op evenwichtige wijze worden afgewogen tegen de algemene belangen, zoals verwoord in artikel 2:12 lid 2 sub a t/m f APV. Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag voor een uitweg moet altijd een belangenafweging tussen voor- en nadelen van uitwegen worden gemaakt. Daarbij zijn zowel privé- als algemene belangen aan de orde. De voordelen van een uitweg zijn Een uitweg verhoogt de gebruikswaarde van een perceel en het biedt de betrokken gebruiker voordelen. Naast dit privébelang is er ook een algemeen belang bij een uitweg. Een uitweg biedt de mogelijkheid één of meerdere auto’s, caravans of aanhangers op eigen erf te parkeren/stallen, waardoor de openbare ruimte ontlast wordt. De nadelen van een uitweg zijn De verkeersveiligheid kan nadelig beïnvloed worden, bijvoorbeeld als een uitweg wordt aangelegd op een onoverzichtelijke locatie, nabij een druk kruispunt waar het berijden van de uitwegen het normale verkeersbeeld verstoort, e.d. De openbare parkeergelegenheid zal in veel gevallen beperkt worden, want voor een uitrit mag niet geparkeerd worden (art. 24 lid 1, sub b van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De groenvoorzieningen in de gemeente kunnen aangetast worden, bijvoorbeeld doordat een groene berm of plantsoen wordt doorsneden of doordat een uitweg direct ten koste gaat van een boom, dan wel indirect als de uitweg (te) dicht naast een boom uitkomt en wortelschade veroorzaakt. Dit geldt zowel het uiterlijk aanzien als de mogelijkheid van praktisch beheer. De wegbeheerder kan erdoor in zijn mogelijkheden beperkt worden om de lichtpunten van de openbare verlichting op regelmatige afstanden te plaatsen c.q. te handhaven (regelmatige afstanden zijn vereist om aan eisen voor goede openbare verlichting voor wat betreft de gelijkmatigheid van de verlichting te voldoen). Veel van deze nadelen kunnen ondervangen worden door het stellen van voorschriften, waarbij bijvoorbeeld de exacte locatie en de maatvoering van de uitweg nader worden geregeld. Deze beleidsregels zijn daar mede voor bedoeld. Aantal uitwegen per perceel In veel gevallen kan een eerste uitweg worden geaccepteerd, dat wil zeggen, wanneer sprake is van het samenvallen van privé- en algemeen belang èn er geen weigeringsgronden zijn zoals bedoeld in artikel 2:12 APV. De belangenafweging voor een tweede of derde uitweg zal veelal anders uitvallen. De privébelangen zijn doorgaans gelijk aan die bij een eerste uitweg, maar de nadelen wegen dan sterker omdat het privébelang veelal door de eerste uitweg al redelijk zal zijn bediend en een tweede uitweg relatief meer nadelen heeft voor het algemeen belang. Bij een tweede of derde uitweg zal dus minder vaak het algemeen belang samenvallen met het privébelang. Het privébelang zal bij een tweede uitweg relatief minder zwaar wegen dan bij een eerste uitweg. Artikel 2:12, tweede lid onder f bepaalt dat een tweede uitweg kan worden geweigerd indien sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. Een tweede uitweg kan daarnaast ook geweigerd worden indien de verkeersveiligheid (artikel 2:12 lid 2 onder a), bruikbaarheid van de weg (2:12 lid onder b) of het uiterlijk aanzien van de weg (2:12 lid 2 onder d) worden aangetast. In al deze gevallen kan de vergunning worden geweigerd. Er zijn echter omstandigheden waarin het college van deze bevoegdheid geen gebruik maakt en de vergunning toch kan verlenen. Daarvoor is aanleiding bij percelen van bedrijven of grote wooncomplexen, in het geval: de verkeersdruk op het betrokken perceel beduidend hoger is dan op een perceel met een enkele woning (indicatief: enkele tientallen auto’s per dag); meer dan één uitweg noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid en de verkeersafwikkeling op het terrein ter voorkoming van ernstige nadelen voor de bedrijfsvoering, welke niet op andere wijze zijn te ondervangen. Indien de verkeersveiligheid in het geding is (artikel 2:12 lid onder a), zal de vergunning echter altijd worden geweigerd. Uitwegen en de functie van een weg Het is in principe ongewenst uitwegen te maken op wegen met een verkeersfunctie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.