Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente AlmereHoofdstuk1.Algemene bepalingen marktreglement Almere 2012 behorende bij marktVERORDENING almere 2012 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere; gelet op artikel 160, eerste lid sub h, Gemeentewet, artikel 4 van de Marktverordening Almere 2012, de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de marktverordening en een ordelijk verloop van de markt(en); B E S L U I T: vast te stellen de volgende Nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Almere. Artikel1Begripsomschrijving De in artikel 1 van de Marktverordening Almere 2012 gegeven begripsomschrijvingen zijn van overeenkomstige toepassing op deze nadere regels. Deze worden als volgt aangevuld: Marktverordening Marktverordening Almere 2012; Branchevreemd artikelen die niet op grond van verleende vergunningen voor een markt worden aangeboden op de desbetreffende markt; Marktcoördinator de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; Artikel2Inrichting van de markt 1.Het college bepaalt ten aanzien van de markt op woensdag (Almere Stad): openingstijden van 9.00 tot 16.00 uur; locatie: Stadhuisplein en Stadhuispromenade. 2.Het college bepaalt ten aanzien van de markt op donderdag (Almere Buiten): openingstijden van 9.00 – tot 14.00 uur; locatie: Globeplein, Rio de Janeiroplein en parkeerterrein Brasiliaplaats. 3.Het college bepaalt ten aanzien van de markt op vrijdag (Almere Haven): openingstijden van 9.00 tot 14.00 uur; locatie: Markt en Brink. 4.Het college bepaalt ten aanzien van de markt op zaterdag (Almere Stad): openingstijden van 9.00 tot 16.00 uur; locatie: Stadhuisplein en Stadhuispromenade. 5.De begrenzing van de onder lid 1 tot en met 4 aangewezen marktterreinen staat aangegeven in de bij dit marktreglement behorende kaartbijlagen. 6.Het aantal standplaatsen voor de weekmarkt op woensdag in Almere Stad bedraagt: 215 vaste standplaatsen (860 meter); 8 dagplaatsen (32 meter) ten behoeve van meelopers; 2 standwerkerplaatsen (2 x 5 meter). 7.Het aantal standplaatsen voor de weekmarkt op zaterdag in Almere Stad bedraagt: 219 vaste standplaatsen (886 meter); 4 dagplaatsen (32 meter) t.b.v. meelopers; 2 standwerkerplaatsen (2 x 5 meter). 8.Het aantal standplaatsen voor de weekmarkt op donderdag in Almere Buiten bedraagt: 105 vaste standplaatsen (423 meter); 1 standwerkerplaatsen (2 x 5 meter). 9.Het aantal standplaatsen voor de weekmarkt op vrijdag in Almere Haven bedraagt: 86 vaste standplaatsen (340 meter); 1 standwerkerplaats (1 x 5 meter). 10.De indeling van de in lid 6 tot en met lid 9 vastgestelde standplaatsen staat aangegeven in de bij dit marktreglement behorende kaartbijlagen. 11.Het college draagt zorg voor goed werkende elektra- en watervoorzieningen. 12.Het college draagt zorg, dat de aangewezen marktterreinen sneeuw en ijsvrij worden gehouden voor zover calamiteiten dit mogelijk maken. Artikel3Branches, subbranches en maximum aantal vergunninghouders Voor de markt op woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag gelden de in de volgende tabel opgenomen (sub)branche indeling en maximum aantal vergunninghouders. BRANCHE SUBBRANCHE MAXIMUM AANTAL VERGUNNINGHOUDERS Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag textiel bovenkleding volwassenen (heren) 2 1 1 2 bovenkleding volwassenen (dames) 4 2 2 4 onder- en nachtkleding (volwassenen en kinderen) 2 1 1 2 baby en kleuterkleding kinderkleding 2 1 1 2 werkkleding Outdoor 1 1 1 1 stoffen t.b.v. het vervaardigen van kleding 2 1 1 2 buitenlandse kleding 2 1 1 2 beenbekleding 2 1 1 2 interieur ( bekleding ) /textiel 1 1 1 1 interieur 2 1 1 2 huishoudtextiel 2 1 1 2 overige textiel kleinvakartikelen 1 1 1 1 naaiatelier 1 1 1 1 levensmiddelen aardappelen, groenten en fruit 3 1 2 3 groenten Surinaams, enz. 2 1 1 2 aardappelen 1 1 1 1 geringe eet- en drinkwaren, bestemd om ter plaatse te consumeren 7 2 2 7 poelierswaren 2 1 1 2 vis en viswaren 2 1 2 2 brood, koek en banket 2 1 1 2 chocolade, drop en suikerwerken 1 1 1 1 stroopwafels en/of Luikse wafels 1 1 1 1 zuivelproducten 2 1 1 2 eieren 1 1 1 1 traiteur 1 1 1 1 vleeswaren bewerkt en als broodbeleg 1 1 1 1 buitenlandse specialiteiten 2 1 1 2 worstsoorten 1 1 1 1 noten en verduurzaamde zuidvruchten 1 1 1 1 reformartikelen 1 1 1 1 kruiden en specerijen, 1 1 1 1 thee en koffiesoorten 1 1 1 1 rijsttafelartikelen 1 1 1 1 biologische artikelen (met eko-keurmerk) 2 1 1 2 diepvriesproducten 1 1 1 1 schoeisel, lederwaren en reisartikelen schoeisel 3 1 1 3 tassen, koffers, portefeuilles en portemonnees incl. riemen 2 1 1 2 lederwaren en lederen kleding 1 1 1 1 horloges en sierraden uurwerken 2 1 1 2 bijouterieën, edelstenen en modesjaals 3 1 1 2 bezigheidsartikelen speelgoed 2 1 1 2 lectuur en posters 2 1 1 2 wenskaarten en papierwaren 1 1 1 1 hobbyartikelen 1 1 1 1 verzamelobjecten kado 3 1 1 2 geluid en beelddragers 1 1 1 1 telefoon en accessoires 2 1 1 2 computer / benodigdheden 1 1 1 1 rijwielen en onderdelen 1 1 1 1 gereedschappen en motortechnische onderdelen 1 1 1 1 Wol / handwerk 1 1 1 1 verlichting 1 1 1 1 huishoudartikelen glas, porselein en aardewerk koper werk tin e.d. 1 1 1 2 Tapijt en karpetten 2 1 1 2 stofzuiger benodigdheden 1 1 1 1 reinigingsartikelen en borstelwerk 1 1 1 1 meubelen en kleinmeubelen 1 1 1 1 huishoudelijke artikelen 2 1 1 2 flora / tuin en plantartikelen, bloemen bomen, heesters, perkplanten, moestuinplanten 1 1 1 1 snijbloemen 2 1 1 2 kamer- en tuinplanten 1 1 1 1 overige artikelen diervoer en benodigdheden 1 1 1 1 drogisterijartikelen 2 1 1 3 rookartikelen 1 1 1 1 sportartikelen 1 1 1 1 verf behang en/of tegels 1 1 1 1 disposables 1 1 1 1 huisdeco binnen / buiten 1 1 1 1 haarmode 1 1 1 1 sleutelmaker 1 1 1 1 fotograaf 1 1 1 1 consumptie-ijs 1 1 1 1 schapen wollen artikelen 1 1 1 1 taart garnituur 1 1 1 1 elektronica 1 1 1 1 Artikel4Strafrechtelijke sancties Het opleggen van strafrechtelijke sancties, als bedoeld in artikel 13, van de Marktverordening, is voorbehouden aan het Openbaar Ministerie en de strafrechter. Artikel5Bestuurlijke sancties 1.Bij het opleggen van sancties als bedoeld in artikel 10 van de Marktverordening wordt de volgende sanctietabel gehanteerd. Overtreding 1e actie 1e sanctie 2e sanctie (bij herhaling na 1e sanctie) 3e sanctie 1 Te vroeg innemen standplaats (art. 25) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 markdagen schorsen 4 markdagen schorsen 2 Te laat standplaats verlaten (art. 25) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 markdagen schorsen 3 Niet innemen standplaats tot sluitingstijd (art. 25) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 4 Niet uitstallen van goederen tot sluitingstijd (art.25) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 5 Niet voldoen aan legitimatieplicht (art. 24) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 markdagen schorsen 4 marktdagen schorsen Niet aanwezig zijn van bedrijfsnaamaanduiding (art. 24) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 markdagen schorsen 4 markdagen schorsen 7 Niet persoonlijk aanwezig zijn van de vergunninghouder (art. 21) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 markdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 8 Niet afmelden wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden (art. 23) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 9 Uitstallen van goederen buiten de aangewezen standplaats (art. 26) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 10 Verkoop van artikelen in strijd met de vergunning (art. 36) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 11 Niet zorgdragen voor de inzameling en afvoer van het afval (art. 28) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 12 Niet zorgdragen voor het schoon opleveren van de standplaats (art. 28) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 13 Niet voldoen van het marktgeld op de daarvoor vastgestelde termijnen Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen Intrekken vergunning 14 Wangedrag jegens de marktmeester - 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen Intrekken vergunning 15 Wangedrag jegens derden - 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen Intrekken vergunning 16 Bedrog - 4 marktdagen schorsen Intrekken vergunning 17 Niet opvolgen van aanwijzingen van de markmeester (art. 37) Schriftelijke waarschuwing 1 marktdag schorsen 2 marktdagen schorsen 4 marktdagen schorsen 2.Bij het opleggen van sancties als bedoeld in artikel 11 van de Marktverordening wordt de volgende sanctietabel gehanteerd. Overtreding 1e actie 1e sanctie 2e sanctie (bij herhaling na 1e sanctie) 3e sanctie 1 Te laat standplaats verlaten (art. 25) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 2 Niet innemen standplaats tot sluitingstijd (art. 25) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 3 Niet uitstallen van goederen tot sluitingstijd (art. 25) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 4 Niet voldoen aan legitimatieplicht (art. 24) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 5 Niet persoonlijk aanwezig zijn van de dagplaatshouder (art. 21 ) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 6 Uitstallen van goederen buiten de aangewezen standplaats (art.26) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 7 Verkoop van artikelen in strijd met de verloting (art. 13) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 8 Niet zorgdragen voor de inzameling en afvoer van het afval (art. 28) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 9 Niet zorgdragen voor het schoon opleveren van de standplaats (art. 28) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 1 marktdag Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 10 Wangedrag jegens de marktmeester Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 11 Wangedrag jegens derden Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 12 Bedrog Schriftelijke waarschuwing Uitsluiten voor verloting standplaats voor 4 marktdagen 13 Niet opvolgen van aanwijzingen van de marktmeester (art. 37) Schriftelijke waarschuwing Uitsluiting voor verloting voor 1 marktdag Uitsluiting voor verloting voor standplaats voor 2 marktdagen Uitsluiting voor verloting voor standplaats voor 4 marktdagen Wanneer drie schriftelijke waarschuwingen zijn uitgebracht, zal in het geval van een nieuwe overtreding geen vierde schriftelijke waarschuwing worden opgelegd, maar zal direct de volgens de tabel geldende sanctie worden opgelegd. Ingeval niet reeds op basis van de voornoemde sanctietabellen is voorzien in de intrekking van een vergunning, zal de vergunning van een vergunninghouder die voor 4 marktdagen geschorst is geweest bij een eerstvolgende overtreding worden ingetrokken. Indien een meeloper of een standwerker voor 4 marktdagen uitgesloten is geweest wordt deze bij een eerstvolgende overtreding voor 5 jaar uitgesloten. Voor toepassing van de 1e , 2e of 3e sanctie uit de bij de leden 1 en 2 behorende tabellen dan wel bij toepassing van lid 3, 4 of 5 tellen de overtredingen die meer dan 1 jaar daarvoor zijn begaan, niet mee. Artikel6De Marktadviescommissie 1.Het college stelt een commissie van advies in, die tot taak heeft het college te adviseren inzake beleidsmarktaangelegenheden, waaronder in elk geval advisering over het wijzigen van dit marktreglement. 2.Met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie gelden de volgende regels: In beginsel worden 1 maal per vier jaar verkiezingen gehouden, gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen; De marktcommissie bestaat uit 14 personen en is als volgt samengesteld: 1.de afdelingsmanager Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente; 2.2 ambtenaren, van de gemeente waaronder in ieder geval de marktcoördinator; 3.2 vertegenwoordigers namens de woensdagmarkt; 4.2. vertegenwoordigers namens de zaterdagmarkt; 5.2 vertegenwoordiger namens de donderdagmarkt; 6.2 vertegenwoordiger namens de vrijdagmarkt; 7.1 vertegenwoordiger namens de brancheorganisatie CVAH, afdeling Flevoland; 8.1 vertegenwoordiger namens de brancheorganisatie CVAH, afdeling Standwerkers. Op ad hoc basis kan de kramenzetter worden uitgenodigd om deel te nemen aan een vergadering van de marktcommissie; Op ad hoc basis kan een vertegenwoordiger van het bestuur van de Brancheorganisatie (CVAH) namens dat bestuur worden uitgenodigd om deel te nemen aan een vergadering; De marktcommissie komt in beginsel 4 keer per jaar bijeen; Elke maand vindt afzonderlijk een operationeel overleg plaats tussen de marktmeester en de vertegenwoordigers van desbetreffende weekmarkt. 3.De persoon genoemd in het vorige lid, onder b en 1, treedt op als voorzitter van de marktcommissie. 4.De personen genoemd in lid 2, onder b, nummers 3 tot en met 8, ontvangen na het bijwonen van een vergadering een uitrijkaart voor de parkeergarage. Hoofdstuk2.BEPALINGEN OVER STANDPLAATSEN Artikel7Toewijzing vaste standplaatsen Toewijzing van een vaste standplaats vindt plaats door de verlening van een daartoe strekkende vergunning door het college op aanvraag. Bij de toewijzing van vaste standplaatsen gelden de volgende regels: Vaste standplaatshouders binnen één (sub)branche worden evenredig verdeeld over de in dit marktreglement behorende kaartbijlagen aangegeven clusters. Indien alle clusters gevuld zijn met een standplaatshouder uit dezelfde (sub)branche, moet de volgende op basis van loting kiezen voor een cluster met het minste aantal standplaatshouders in dezelfde (sub)branche. Voor de (sub)branches waar het maximale aantal vergunninghouders is bereikt geldt een branchestop. De (sub)branches waar het maximum aantal vergunninghouders niet is bereikt kunnen worden aangevuld met gegadigden voor een vaste standplaats. Indien deze (sub)branches zijn aangevuld tot het maximum aantal dan geldt ook hiervoor een branchestop. Voor de (sub)branches waar het maximaal aantal vergunninghouders hoger is dan aangegeven in de indelingen zoals weergegeven in artikel 2, lid 6 tot en met lid 9, worden geen vergunningen voor de betreffende (sub)branches verleend totdat het aantal vergunninghouders niet meer wordt overschreden. Per vergunninghouder is slechts één branche/subbranche toegestaan. Bij toewijzen van lege vaste standplaatsen wordt de volgende volgorde gehanteerd: Branchevreemde producten; Aanvulling tot het maximaal aantal toegestane vergunninghouders van de (sub)branche; Standplaatsverbetering op grond van anciënniteit: Aan het begin van elk jaar (januari) worden vaste vergunninghouders in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk aan te melden om in aanmerking te komen voor standplaatsverbetering. Toewijzing zal geschieden op basis van anciënniteit. In geval van gelijke anciënniteit vindt tussen deze gegadigden een loting plaats. Alleen de geregistreerde kandidaten kunnen deelnemen aan de standplaatsverbetering. Voor de bepaling van de anciënniteit wordt het eerste jaar van vergunningverlening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, meegedeeld; d.Standplaatsuitbreiding: Aan het begin van elk jaar (januari) worden vaste vergunninghouders in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk aan te melden om in aanmerking te komen voor standplaatsuitbreiding. Toewijzing zal geschieden op basis van anciënniteit. In geval gelijke anciënniteit vindt tussen deze gegadigden een loting plaats. Voor de bepaling van de anciënniteit wordt het eerste jaar van vergunningverlening als bedoeld in artikel 9, eerste lid, meegedeeld. 4.Bij het toewijzen van nieuwe kooplieden, op grond van het derde lid, onder a of onder b, worden de onderstaande criteria toegepast: Het assortiment; aanvulling op bestaande / toevoeging: 1 punt; Algemene uitstraling en uitstalling: 1 punt; Verlichting: 1 punt; Informatieaanduiding: 1 punt; Meters: 1 punt; Pinfaciliteiten: 2 punten; Referenties, betalingsgedrag, sanctiehistorie: 1 punt; Omgang met klanten en collega’s. 2 punten. Bij de toewijzing volgens bovenstaande criteria krijgt degene met een hoger aantal punten voorrang boven degene met een lager aantal punten. Bij een gelijk aantal punten vindt loting plaats. 5.Bij de beoordeling van de criteria als bedoeld in lid vier wordt de marktcommissie om advies gevraagd. Artikel8Inhoud vergunning vaste standplaats 1.Een vaste standplaatsvergunning vermeldt in ieder geval: a.de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder, en in geval artikel 8 lid 2 van de Marktverordening van toepassing is, tevens de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel; b.een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste standplaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; c.de kraam of andere verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de standplaats mag gebruiken; d.het soort artikelen dat de vergunninghouder mag verhandelen of de (sub-)branche waartoe de vergunninghouder behoort; e.de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend; f.dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor de inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; g.de wijze waarop de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; h.welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan; i.de periode waarvoor de vergunning is verstrekt. 2.Aan de vergunning wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel9Duur van de vergunning vaste standplaats 1.De vaste standplaatsvergunning wordt verleend voor één jaar. Als in dat jaar de in lid 3 genoemde weigeringsgronden niet zijn overtreden, wordt een vergunning verleend voor onbepaalde tijd. 2.In afwijking van artikel 7, lid 1, vindt het verlenen van de vaste standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd ambtshalve plaats. 3.Het verlenen van een standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd vindt niet plaats wanneer de navolgende overtredingen hebben plaatsgevonden: a.wangedrag jegens de marktmeester; b.wangedrag jegens derden; c.bedrog; d.twee keer in een kalenderjaar het marktgeld niet voor de vervaldatum is betaald; e.meerdere overtredingen als genoemd in de punten 1 t/m 12 van de sanctietabel. Artikel10Overschrijving vergunning vaste standplaats 1.In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfs- of partiële bedrijfsbeëindiging kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, zoon dochter of de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde. 2.Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan de vergunning voor een vaste standplaats worden overgeschreven op een medewerk(st)er van de vergunninghouder indien hij/zij ten minste twee jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 3.Een vaste standplaatsvergunning kan op verzoek van de vergunninghouder worden overgeschreven op degene die op basis van een ontheffing als bedoeld in artikel 11 van deze regeling een standplaats heeft waargenomen voor minimaal twee jaar. 4.In geval van lid 1of lid 2 dient een verzoek tot overschrijving te worden ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. Artikel11Waarneming van een vaste standplaats 1.Een vergunninghouder van een vaste standplaats kan het college ontheffing vragen om zijn vaste standplaats te laten waarnemen door een handelsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, een legale verblijfsstatus heeft en gerechtigd is om te werken. 2.De waarnemer moet een handelsbekwaam natuurlijke persoon zijn die voldoet aan de vereisten genoemd in artikel 8 van de Marktverordening. 3.Ontheffing wordt verleend aan de vergunninghouder van een vaste standplaats. 4.Een vergunninghouder die zijn vaste standplaats laat waarnemen, is hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inrichting van de standplaats en voor de naleving van de Marktverordening en de nadere regels door de waarnemer. 5.Overtredingen van de Marktverordening en de nadere regels door de waarnemer worden aan de vergunninghouder toegerekend. Eventuele sancties worden aan de vergunninghouder opgelegd, en treffen tevens de waarnemer. Artikel12Intrekking ontheffing waarneming Een verleende ontheffing wordt ingetrokken indien de daaraan ten grondslag liggende vergunning wordt ingetrokken op basis van de in artikel 9 van de Marktverordening genoemde situaties. Artikel13Toewijzing dagplaats 1.Een dagplaats kan worden toegewezen door loting aan houders van een meeloperspas als bedoeld in artikel 14 van het Marktreglement die zich daarvoor op de dag zelf voor 8:00 uur aanmelden bij de markmeester. 2.Met betrekking tot de donderdag- en vrijdagmarkt geldt dat voor een branche waarvan de branchering volledig is gevuld met houders van een vergunning voor een vaste standplaats, slechts eens per vier weken loting voor een dagplaats plaatsvindt. 3.Met betrekking tot de woensdag- en zaterdagmarkt geldt dat voor een branche waarvan de branchering volledig is gevuld met houders van een vergunning voor een vaste standplaats, slechts eens per drie weken loting voor een dagplaats plaatsvindt. 4.Voor (sub)branches waarvan het aantal vaste standplaatshouders het aantal in de branchering overschrijdt vindt, in afwijking van het bepaalde in lid 2 en lid 3, in het geheel geen loting voor een dagplaats plaats. 5.Een dagplaats wordt eerst aangeboden aan de vaste standplaatshouder ter uitbreiding van zijn plaats met ten hoogste 1 kraam, onder de voorwaarde dat het in artikel 2 voor de betreffende markt aangegeven minimum aantal dagplaatsen beschikbaar blijft. 6.Aan de eerste ronde van de loting voor het in artikel 2 voor de betreffende markt opgenomen aantal dagplaatsen nemen ondernemers met branchevreemde producten deel of ondernemers die een product verkopen waarvan een vergunninghouder niet is verschenen. In de tweede ronde loten zij mee met de (sub)branche die al is toegewezen aan vaste standplaatshouders per branche, zoals vermeld in artikel 3 voor de betreffende markt. Bij die tweede loting wordt per dag ten hoogste 1 dagplaats toegewezen. 7.De loting voor dagplaatsen vindt plaats om 8.00 uur. 8.De loting geschiedt aan de hand van een willekeurig gekozen getal. Uitgifte van de plaatsen vindt vervolgens in volgorde van de loting plaats. De marktmeester wijst vervolgens de opengevallen plaatsen toe aan diegenen die zijn ingeloot, met een maximum van acht strekkende meter, afhankelijk van de beschikbare ruimte. De deelnemers aan de loting worden in volgorde van aanmelding door de marktmeester op een lijst genoteerd. Artikel14Meeloper 1.Een meeloper dient te voldoen aan de eisen van artikel 8 van de Marktverordening. 2.Een meeloper wordt op zijn verzoek een meeloperpas verstrekt, met dien verstande dat indien een meeloper zijn bedrijfsactiviteiten heeft georganiseerd in een rechtspersoon, er maximaal 1 meeloperpas op naam gesteld van deze persoon of een andere bij deze rechtspersoon betrokken persoon wordt verstrekt. 3.Een meeloperpas wordt voor 3 jaar verstrekt, en kan worden verlengd door het indienen van een verzoek. Artikel15Inhoud meeloperpas Een meeloperpas bevat in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de meeloper; het soort artikel dat de meeloper mag verhandelen of de (sub)branche waartoe de meeloper behoort; de dag waarop deze zijn geldigheid verliest; het nummer van de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeval artikel 8 lid 2 van de Marktverordening van toepassing is; aan de meeloperpas wordt een middel ter identificatie gehecht. Artikel15aStandwerker 1.Een standwerker dient te voldoen aan de eisen van artikel 8 van de Marktverordening. 2.Een standwerker wordt op zijn verzoek een standwerkerpas verstrekt, met dien verstande dat indien een standwerker zijn bedrijfsactiviteiten heeft georganiseerd in een rechtspersoon, er maximaal 1 standwerkerpas op naam gesteld van deze persoon of een andere bij deze rechtspersoon betrokken persoon wordt verstrekt. 3.Een standwerkerpas wordt voor 3 jaar verstrekt, en kan worden verlengd door het indienen van een verzoek. Artikel15bInhoud standwerkerpas Een standwerkerpas bevat in ieder geval: de naam en voornamen, de geboortedatum en –plaats, het adres en de woonplaats van de standwerker; de dag waarop deze zijn geldigheid verliest; het nummer van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeval artikel 8, lid 2, van de Marktverordening van toepassing is; een middel ter identificatie. Artikel16Toewijzing standwerkerplaats 1.De marktmeester wijst een standwerkerplaats toe door middel van loting. 2.Met het te verhandelen artikel, dat reeds op de betreffende markt is vertegenwoordigd, kan slecht een maal per vier weken worden ingeloot. Artikel17Eisen 1.De standwerker kan zich laten bijstaan door maximaal één persoon. Hij meldt dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. Beide standwerkers zijn aansprakelijk voor een juiste invulling van de standwerkerplaats. Beiden dienen ook de gehele dag daadwerkelijk als standwerker aanwezig te zijn. 2.De gegadigde mag maximaal één soort artikel verkopen. Het betreffende artikel kent maximaal 2 varianten, soorten en groepen. 3.Een standwerker met een artikel, dat binnen een straal van 100 meter van een vaste standplaatshouder met hetzelfde artikel dient te worden geplaatst, wordt uitgesloten van de loting. 4.Standwerken met artikelen die onderhevig zijn aan maatvoering is niet toegestaan. 5.De werkwijze van de standwerker en degene die hem bijstaat dient er op gericht te zijn publiek rond zich te verzamelen en het verzamelde publiek d.m.v. een demonstratie aan te zetten tot aankoop van het artikel. 6.Het gebruik van meet en weegwerktuigen evenals het gebruik van prijskaarten is verboden; 7.Gedurende minimaal de helft van de tijd dat de markt geopend is moet daadwerkelijk demonstratie- of uiteenzetting gegeven worden. 8.Een standwerker mag iemand uit het publiek geen keuze uit het demonstratie artikel laten doen. Artikel18Afmetingen 1.Een standwerkerplaats heeft een oppervlakte van maximaal 10 m2 en een maximale frontbreedte van 5 m1, waarvan maximaal 3 m1 gebruikt mag worden als verkoopruimte c.q. uitstalling. 2.Buiten de toegestane verkoopbreedte mogen geen goederen aan of onder de overkapping geplaatst of gehangen worden. Artikel19Loting 1.Tot de loting wordt slechts toegelaten hij die in het bezit is van een standwerkerpas van de gemeente Almere. 2.Om aan genoemde loting mee te doen meldt een standwerker zich vóór 8:00 uur bij de marktmeester. 3.De marktmeester registreert de standwerkers in volgorde van aanmelding en neemt van de ingelote standwerkers gedurende de duur van de markt de standwerkerpassen in. 4.De loting geschiedt om 8:15 uur aan de hand van een willekeurig gekozen getal, waarna uitgifte van de plaatsen in volgorde van de lotingslijst plaats vindt. 5.De marktmeester wijst vervolgens de standwerkerplaats toe aan diegenen die zijn ingeloot. Artikel20Beoordeling van het standwerken 1.Beoordeling van het standwerken geschiedt door de marktmeester. 2.Het standwerken wordt beoordeeld op de volgende criteria: a.Verkoopkunde van de standwerker, niet zijnde de behaalde omzet; b.presentatie; c.werklust; d.welsprekendheid; e.humor tot vermaak van het publiek. 3.Het standwerken zal gedurende een marktdag minimaal drie keer worden beoordeeld. 4.Een beoordeling vindt als volgt plaats: a.voor elk onderdeel, als bedoeld in het tweede lid, wordt gemotiveerd aangegeven of de standwerker hiervoor voldoende of onvoldoende scoort; b.indien voor drie of meer van de onderdelen als bedoeld in het tweede lid, voldoende wordt gescoord wordt de beoordeling als voldoende bestempeld. Is dit niet het geval dan wordt de beoordeling als onvoldoende aangemerkt. 5.Indien ten minste twee van de drie beoordelingen als voldoende zijn aangemerkt, krijgt de standwerker voor die dag een positieve beoordeling. Is dit niet het geval dan krijgt hij een negatieve beoordeling. 6.Een standwerker die een negatieve beoordeling heeft gekregen wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld en wordt voor de periode van één jaar uitgesloten van deelname aan de loting. 7.In het geval een standwerker bij een beoordeling voor alle onderdelen, als bedoeld in het tweede lid, onvoldoende scoort, wordt dit direct als een negatieve beoordeling bestempeld en wordt de standwerker onmiddellijk van de markt verwijderd. Ook wordt hij voor een periode van één jaar uitgesloten van deelname aan de loting overeenkomstig het vorige lid. 8.Indien bij een gezamenlijk optreden van twee standwerkers als bedoeld in artikel 17, lid 1, op een van beiden het hiervoor bepaalde in het zesde of zevende lid van toepassing is, worden beide standwerkers voor een periode van één jaar uitgesloten voor deelname aan de loting voor een standwerkerplaats. Hoofdstuk3.Bepalingen over het gebruik van de standplaats Artikel21Persoonlijk innemen standplaats; bijstand 1.De houder van een standplaats is te allen tijde verantwoordelijk voor zijn standplaats en neemt deze persoonlijk in of hij mag zich op de standplaats door een nader te bepalen persoon uit zijn bedrijf laten waarnemen.. 2.De houder van een standplaats mag zich op de standplaats doen bijstaan. Artikel22Het aantal keren innemen van een vaste standplaats 1.De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt ten minste 46 weken per jaar zijn plaats in, dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 23. Vakantie als bedoeld in lid 4, van artikel 23 wordt geacht deel uit te maken van de maximaal toegestane verzuimdagen. 2.In geval van ziekte of bijzondere omstandigheden kan het college op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder hem ontheffing verlenen van de verplichting als bedoeld in het vorige lid. 3.Indien een vergunninghouder ontheffing is verleend als bedoeld in het vorige lid, dan heeft hij de mogelijkheid zich te laten vervangen. Artikel23Afwezigheid van de vergunninghouder van een vaste standplaats 1.De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit minimaal 12 uur, voor aanvang van de desbetreffende markt mee aan de marktmeester ( behoudens bijzondere omstandigheden en ziekte). 2.Bij afwezigheid van de vergunninghouder wegens ziekte langer dan 1 week deelt de vergunninghouder dit schriftelijk mee aan de marktmeester. 3.Bij vakantie geeft de vergunninghouder vooraf aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. Het is geoorloofd om in verband met vakantie voor een periode van maximaal vier aaneengesloten weken per kalenderjaar afwezig te zijn. Artikel24Legitimatie en identiteit houder van een standplaats 1.Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is. 2.De houder van een standplaats dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam, branche en kraamnummers aan te geven. Hiervoor zal door de gemeente een publicatiebord worden verstrekt. Artikel25Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen 1.Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 3 uur voor aanvang en meer dan 2 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren. 2.De houder van een standplaats is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. 3.Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk om 8:00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt. 4.De houder van een standplaats is bij aanvang van de markt om 9:00 uur uitgestald en verkoopklaar, ter beoordeling van de marktmeester. Op- en afrijden met voertuigen is gedurende de openingstijden, genoemd in artikel 2, niet meer toegestaan. De standplaats dient gedurende de openingstijden, genoemd in artikel 2, uitgestald en verkoopklaar te blijven. Eerst na de openingstijden als bedoeld in artikel 2 is het toegestaan om in te pakken. Artikel26Verzorging van de standplaats 1.Het is de vergunninghouder verboden meer ruimte in te nemen dan is toegewezen. Extra kramen kunnen slechts op de toegewezen standplaats worden geplaatst na toestemming van de marktmeester. 2.Het is de vergunninghouder verboden zonder toestemming van de marktmeester wijzigingen aan de standaard kraam aan te brengen. Eigen materiaal dient te allen tijde technisch inpasbaar te zijn. 3.Een standaard kraam bestaat uit 2 staanders, 1 bok, 2 houten balken, afdekzeil en standaard rokzeil (model Almere). Kooplieden welke een eigen bedrijfsrokzeil hebben kunnen ontheffing krijgen van de verplichting gebruik te maken van een standaard rokzeil (model Almere). 4.Het gebruik van parasols en afscheidingen welke niet bij de kraam of standplaats behoren is niet toegestaan. In bijzondere omstandigheden – waarbij de veiligheid of uiterlijk aanzien niet in het geding komt – kan de marktmeester toestemming verlenen voor het gebruik van deze zaken. Hiervoor dient wel een ontheffing te worden aangevraagd. Artikel27Doorgang 1.Het is de standplaatshouder verboden de doorgang tussen de kramen en de loopruimte voor de standplaatsen op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren. 2.Als er geen gegarandeerd looppad is van 3 meter breed en 2,05 meter hoog mag men niet voor de staander uitpakken, ongeacht of gebruik wordt gemaakt van eigen materiaal. Artikel28Verzorging van de standplaats 1.De houder van een standplaats dient: a.ervoor te zorgen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd en schoon aanzien biedt, zulks ter beoordeling van de marktmeester; b.tijdens de markt zelf zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in te zamelen en na afloop van de markt af te voeren; c.voordat deze het marktterrein verlaat, de ondergrond (standplaats) en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon, reukvrij en vetvrij achter te laten. 2.De houder van een standplaats aan wie toestemming is verleend voor geringe eet- en drinkwaren voor consumptie gereed te maken en te verkopen, dient aan de voorzijde van zijn standplaats voldoende afvalbakken te plaatsen, zulks ter goedkeuring van de marktmeester. 3.De houder van een standplaats die handel drijft in artikelen van een branche waaruit zou kunnen voortvloeien dat de ondergrond en omgeving van zijn standplaats vervuild raken, dient maatregelen te treffen om dit te voorkomen, zulks ter goedkeuring van de marktmeester. Artikel29Algemene Brandveiligheidsnormen In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels: elektrische verlichting dient zo te worden gemonteerd dat deze niet in aanraking kan komen met gemakkelijk brandbare stoffen; losse kabels, die in de looppaden op de grond liggen, moeten afgedekt worden met afdekmatten, zulks ter goedkeuring van de marktmeester; bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt moet een doelmatig blusapparaat, alsmede een deksel voor afsluiting van de pan(nen) aanwezig zijn (bijvoorbeeld een schuimblusser met een vulling van ten minste 4 kg of een poederblusser met een vulling van ten minste 6 kg); de aanwezige brandblussers dienen goedgekeurd te zijn door een erkend keuringsbedrijf en voorzien te zijn van een geldige keuringssticker; een gaskomfoor of een elektrisch komfoor moet zijn opgesteld op een plaats van onbrandbaar materiaal dat de warmte slecht geleidt; een gaskomfoor moet door middel van een speciaal daarvoor bestemde rubberslang met metalen klemmen of koppelingen aan de gasfles(sen) zijn verbonden; gasflessen moeten voorzien zijn van een door de Dienst Stoomwezen erkend geldig keurmerk. De verbinding tussen de gasfles(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.