tot 24.
14.00 tot 22.
Gemeenschapshuizen Zondag tot en met donderdag Vrijdag en zaterdag 10.
tot 24.
10.
tot 01.
Verpleeg- en verzorgingshuizen Zondag tot en met donderdag Vrijdag en zaterdag 10.
tot 24.
10.
tot 01.
AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIËLE INRICHTINGEN Artikel 7 Schenktijden paracommerciële inrichtingen Het is verboden in paracommerciële inrichtingen alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen schenktijden: Dag Tijd Maandag tot en met vrijdag 19.
tot 24.
Zaterdag, zondag en feestdagen 14.
tot 22.
Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen In afwijking van het bepaalde in artikel 7 hanteren de in onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële inrichtingen de hierna opgenomen schenktijden: Type inrichting Dag Schenktijd Gemeenschapshuizen Zondag-donderdag Vrijdag en zaterdag 10.
tot 24.
10.
tot 01.
Verpleeg- en verzorgingshuizen Zondag-donderdag Vrijdag en zaterdag 10.
tot 24.
10.
tot 01.
Paracommerciële inrichtingen waar door gedeelde accommodatie en kantine niet binnen de tijden van art 7 geschonken kan worden. Dit ter beoordeling aan de burgemeester Maandag-vrijdag Zaterdag, zondag en feestdagen 19.
tot 24.
14.
tot 24.
Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken: tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, of tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op gemeenschapshuizen die (mede) met middelen van de overheid zijn opgericht om de in lid 1 bedoelde bijeenkomsten te faciliteren. Artikel 10 Gereserveerd Artikel 11 Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen Een paracommerciële rechtspersoon geeft bij de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf nadere informatie over de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon en de doelgroep waarop de rechtspersoon zich richt. Hiertoe wordt het in de bijlage van deze verordening opgenomen door de gemeenteraad vastgestelde formulier met aanvullende vragen ingevuld en verstrekt de paracommerciële rechtspersoon een afschrift van de statuten en het bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet. § 5 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL Artikel 12 Gereserveerd Artikel 13 Voorschriften slijterijen De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijtersbedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld: ter bescherming van de volksgezondheid, of in het belang van de openbare orde, of ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet. § 6 GERESERVEERD ARTIKELEN 14, 15 en 16 § 7 ONTHEFFINGEN Artikel 17 Gereserveerd Artikel 18 Facultatieve ontheffingen De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van de in artikelen 6, 7 en 8 gestelde verboden. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. De burgemeester kan, conform het bepaalde in artikel 4, vierde lid, van de wet, met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 7, 8 en 9 gestelde verboden en beperkingen. Paragraaf 4.1.3.
tot 24.
. Een schenkduur van 5 uur is het resultaat. Voor het weekend zijn de schenktijden vastgesteld op 14.
tot 22.
. Een schenkduur van 8 uur.Voor het weekend is voor een vroeger regime gekozen omdat bij veel clubs het verenigingsleven in het weekend eerder begint en ook afloopt dan doordeweeks. De tijdstippen voor het weekend gelden ook voor de in artikel 1 genoemde feestdagen, omdat dan vaak overdag toernooien en wedstrijden plaatsvinden. In artikel 18 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester een verzoek om ontheffing van de standaardschenktijden kan honoreren voor maximaal 12 dagen bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (tweede lid) of permanent dan wel tijdelijk (eerste lid) Daarnaast kan de burgemeester een facultatieve ontheffing verlenen wanneer een paracommerciële inrichting niet binnen de gestelde tijden kan schenken. De totale schenkduur per dag van 5 uur op maandag tot en met vrijdag en 8 uur op zaterdag, zon- en feestdagen wordt ook hierbij aangehouden. Achtergrond De wijziging van de Drank- en Horecawet legt gemeenten de plicht op om in een verordening de schenktijden van de paracommerciële inrichtingen te reguleren. Door invoering van deze maatregel vervalt de in november 2000 in de Drank- en Horecawet opgenomen eis dat paracommerciële rechtspersonen in een bestuursreglement (huisreglement) schenktijden opnemen. Ook vervalt de eis dat dagen en tijdstippen waarop geschonken wordt duidelijk zichtbaar zijn. Met het reguleren van de schenktijden van de paracommerciële horeca kan worden bewerkstelligd dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een nevenactiviteit van de vereniging blijft naast de primaire activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Deze maatregel past binnen het uitgangspunt van de wijziging van de Drank- en Horecawet om de verantwoordelijkheid voor het lokale alcoholbeleid, en dus ook de schenktijden van paracommerciële inrichtingen, meer een zaak van de gemeenteraad te laten worden dan tot op heden het geval was. Het waren tot nu toe in de praktijk toch veelal de paracommerciële rechtspersonen zelf die hun schenktijden bepaalden (en vastlegden in het bestuursreglement). Het gevolg was dat veel inrichtingen een enorm ruime schenktijd hanteerden die regelmatig overeenkwam met de commerciële horeca. Het bestuursreglement blijft overigens wel verplicht. In het reglement dient in elk geval vastgelegd te worden welke normen het bestuur stelt aan de voorlichtingsinstructie die de barvrijwilligers krijgen. Ook moet in het bestuursreglement opgenomen worden hoe wordt toegezien op de naleving van het reglement. Artikel 8: Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële inrichtingen De Drank- en Horecawet staat het gemeenten toe onderscheid te maken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt door in artikel 8 van deze verordening de paracommerciële inrichtingen te benoemen waarvoor andere dan de standaard schenktijden gelden. Achtergrond Het maken van een onderscheid tussen de verschillende soorten paracommerciële rechtspersonen moet transparant en controleerbaar zijn. De indruk mag niet gewekt worden dat er sprake is van willekeur en rechtsongelijkheid. In alle gevallen zullen de uitzonderingen daarom gemotiveerd moeten worden. In artikel 8 zijn afwijkende schenktijden opgenomen voor de gemeenschapshuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en paracommerciële inrichtingen waar door gedeelde accommodatie en kantine niet binnen de tijden van artikel 7 geschonken kan worden. Deze laatste mogelijkheid kan alleen gebruikt worden wanneer de burgemeester dit beoordeeld heeft, zodat dit argument niet te gemakkelijk of te langdurig gebruikt wordt. In artikel 18 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester een verzoek om ontheffing van de afwijkende schenktijden kan honoreren voor maximaal 12 dagen bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (tweede lid) danwel permanent of tijdelijk (eerste lid). Daarnaast kan de burgemeester een facultatieve ontheffing verlenen wanneer een paracommerciële inrichting niet binnen de gestelde tijden kan schenken. De totale schenkduur per dag van 5 uur op maandag tot en met vrijdag en 8 uur op zaterdag, zon- en feestdagen wordt ook hierbij aangehouden. Artikel 9: Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden Artikel 9 van deze verordening heeft betrekking op de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen tijdens gelegenheden die niet direct verbonden zijn aan de hoofdactiviteit van de paracommerciële rechtspersoon zelf, zoals bruiloften en partijen, maar ook vergaderingen van bijvoorbeeld politieke partijen of goede doelen organisaties. Achtergrond Artikel 4 van de Drank- en Horecawet bevat onder meer de verplichting ter voorkoming van oneerlijke mededinging bij gemeentelijke verordening regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Deze regels moeten onder meer betrekking hebben op in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard (artikel 4, derde lid onder b, van de wet) en op in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn (artikel 4, derde lid onder c, van de wet). Met dit artikel in deze verordening wordt aan de verplichting om dit bij gemeentelijke verordening te regelen voldaan. In artikel 18, tweede lid, van deze verordening is een ontheffingsmogelijkheid voor artikel 9 opgenomen. Deze wordt daar toegelicht. In het kort komt het erop neer dat de burgemeester een ontheffingsverzoek kan honoreren voor een aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard. Deze laatste ontheffingsmogelijkheid is overgenomen van de Drank- en Horecawet. Van belang is nog om op te merken dat paracommerciële horeca-inrichtingen in de regel niet zijn gevestigd op percelen met een zelfstandige/volwaardige horecabestemming. Het bestemmingsplan verzet zich er in de regel dus tegen dat in deze inrichtingen een ‘zelfstandige bezoekersstroom’ wordt getrokken voor de horeca-activiteiten. Eerste lid, onder a Dit onderdeel heeft betrekking op het verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen, ook indien het personen betreft die direct betrokken zijn bij de betreffende paracommerciële rechtspersoon. In deze verordening wordt voorgesteld de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard in het geheel te verbieden. Gezien de lichtere eisen die de Drank- en Horecawet en andere wetten aan paracommerciële rechtspersonen stellen, is het niet wenselijk dat deze rechtspersonen dit als concurrentievoordeel jegens de reguliere horeca kunnen gebruiken. Door dit artikel wordt voorkomen dat (veelal gesubsidieerde) paracommerciële instellingen op onaanvaardbare wijze concurreren met de reguliere horeca. De Drank- en Horecawet biedt in artikel 4 onvoldoende ruimte om bijeenkomsten van derden geheel te verbieden. Daarvoor is dan ook niet gekozen. In deze verordening wordt uitsluitend de alcoholverstrekking tijdens dit soort bijeenkomsten verboden. Bij bijeenkomsten waarbij de paracommerciële rechtspersonen geen alcohol verstrekken speelt het concurrentievoordeel dat ontstaat als gevolg van de lichtere eisen die de wet aan deze rechtspersonen stelt immers veel minder een rol. Vanzelfsprekend zal de paracommerciële rechtspersoon bij het houden van dergelijke bijeenkomsten wel aan de overige regelgeving, zoals het bestemmingsplan, moeten voldoen. Eerste lid onder b Dit onderdeel heeft betrekking op het verstrekken tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Het gaat hier bijvoorbeeld over vergaderingen van een politieke partij of een goede doelen organisatie of over een bijeenkomst van een projectontwikkelaar die informatie verschaft over geplande bouwactiviteiten in de nabijheid. In deze verordening wordt voorgesteld de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen tijdens dergelijke bijeenkomsten ook geheel te verbieden. Evenals bij de bijeenkomsten als bedoeld in onderdeel a is het ook bij dit soort bijeenkomsten niet wenselijk dat paracommerciële rechtspersonen het feit dat hun exploitatiekosten lager zijn als concurrentievoordeel jegens de reguliere horeca kunnen gebruiken. Door dit artikel wordt voorkomen dat (veelal gesubsidieerde) paracommerciële instellingen op onaanvaardbare wijze concurreren met de reguliere horeca. Aan de hand van de wettekst is, evenals bij onderdeel a van dit artikel, bewust niet het houden van dergelijke bijeenkomsten verboden, maar de alcoholverstrekking tijdens dit soort bijeenkomsten. Hiervoor gelden dezelfde argumenten als bij de eerder genoemde bijeenkomsten (zie toelichting bij onderdeel a). Tweede lid: uitzonderingsbepaling voor gemeenschapshuizen In gemeenten op het platteland vervullen gemeenschapshuizen vaak de rol van verlengde huiskamer. In onze gemeenten zijn er gemeenschapshuizen gerealiseerd, die ondermeer tot doel hebben voor de burgers de in dit artikel bedoelde bijeenkomsten te faciliteren. Daarbij is ondermeer in verband met het gebruik van publieke middelen al een lokale en soms ook provinciale, landelijke of Europese democratische afweging gemaakt over het nut en de noodzaak van een dergelijke paracommerciële voorziening, ook in relatie tot bestaande horecavoorzieningen. Hoewel een commerciële vergunning in de meeste gevallen een duidelijkere situatie schept (het dorpshuis valt dan in de categorie “commerciële kantine” van deze verordening), is het gerechtvaardigd om dit artikel niet van toepassing te verklaren op de bedoelde dorpshuizen met een paracommerciële vergunning. Artikel 4 lid 2 van de DHW biedt daarvoor de grondslag. Daarom is dit artikel opgenomen, waarbij ook wordt aangesloten bij de reeds vele jaren bestaande plaatselijke praktijk. Bij de toepassing van lid 2 gelden de schenktijden zoals deze gemeenschapshuizen zijn vastgesteld in artikel 6 en 8. Artikel 10: Verstrekken van sterke drank (gereserveerd) Artikel 11: Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in 1995 de Regeling aanvraaggegevens en formulieren Drank- en Horecawet gepubliceerd. Deze regeling is in 2000 aangepast. Bij deze regeling horen (als bijlagen) formulieren waarmee de verschillende Drank- en Horecawetvergunningen moeten worden aangevraagd. De verplicht te gebruiken Drank- en Horecawetformulieren worden/zijn in het kader van de nieuwe wijziging van de Drank- en Horecawet aangepast. Er zijn ook digitale aanvraagformulieren ontwikkeld. Het tweede lid van artikel 26 van de Drank- en Horecawet geeft sinds de meest recente wijziging duidelijker dan voorheen aan dat gemeenten voor het stellen van extra vragen, nodig voor de uitvoering van artikel 4 van de Drank- en Horecawet, bij verordening zelf een formulier kunnen vaststellen. Door te verlangen dat dit bij verordening geschiedt, heeft de wetgever aan willen geven dat de gemeenteraad een uitspraak moet doen over de aard en omvang van de aanvullende vragen die aan paracommerciële rechtspersonen gesteld kunnen worden. Dit artikel verwijst naar het formulier dat door de gemeenteraad is vastgesteld. § 5 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL Artikel 12: Prijsacties detailhandel (gereserveerd) Artikel 13: Voorschriften slijterijen In artikel 13 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd wordt bij het verlenen van vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf voorschriften aan de vergunning te verbinden. Bepaald wordt wel dat de voorschriften die de burgemeester stelt zijn: ter bescherming van de volksgezondheid en/of in het belang van de openbare orde en/of ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken). Achtergrond In de toelichting bij artikel 2 van deze verordening werd al aangegeven dat artikel 25a van de Drank- en Horecawet gemeenten de mogelijkheid biedt bij verordening te bepalen dat de burgemeester vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning - voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor horeca-vergunningen en voor slijterij-vergunningen. In artikel 13 van deze verordening wordt de burgemeester bevoegd voorschriften aan slijterijverguningen te verbinden. Hij krijgt niet de mogelijkheid de slijterijvergunning te beperken tot zwak-alcoholhoudende drank. Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een slijtersbedrijf zijn: - Ter bescherming van de volksgezondheid: Eisen stellen ten aanzien van de uitstalling van drank buiten de inrichting. Bijvoorbeeld het verbieden van de uitstalling van drank buiten de inrichting als die slijterij ligt binnen een straal van 200 meter van een school met veel leerlingen onder de 18 jaar. - In het belang van de openbare orde: Eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal klanten. Voor de veiligheid kan het aantal klanten dat tegelijkertijd in de inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. - Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet: Eisen dat er toegangscontrole is op bepaalde tijdstippen. Bijvoorbeeld zaterdag aan het einde van de middag moet bij de deur op leeftijd worden gecontroleerd. Eisen dat effectieve leeftijdscontrole wordt toegepast. Bijvoorbeeld verlangen dat controlesystemen worden ingezet die bewezen vrijwel sluitend zijn, zoals het systeem met leeftijdscontrole op afstand. § 6 TIJDELIJKE VERSTREKKINGSVERBODEN Artikel 25a van de Drank- en Horecawet geeft de gemeenteraad de verordende bevoegdheid om de verstrekking van alcohol in inrichtingen waarin het horecabedrijf of slijtersbedrijf wordt uitgeoefend bij verordening (tijdelijk) te verbieden of te beperken. Artikel 25c van de wet geeft de gemeenteraad de verordenende bevoegdheid om de verstrekking van alcohol op andere plaatsen dan in de horeca en slijterij bij verordening tijdelijk te verbieden of te beperken. De artikelen 14 tot en met 16 van de gebruikte modelverordening zijn gebaseerd op deze bevoegdheid. Artikel 14 bevat een tijdelijk algeheel verbod om alcohol te verstrekken, artikel 15 bevat een verbod voor het verstrekken van alcohol in een deel van de gemeente en artikel 16 voor bepaalde uren. De gemeente Barneveld heeft ervoor gekozen deze bevoegdheden in de APV op te nemen omdat de grondslag dan openbare orde is en niet (alleen) volksgezondheid. Ook kan de burgemeester dan bepalen wanneer dit artikel wordt gebruikt en hoeft niet de gemeenteraad bij verordening plaats en locatie vast te stellen. Artikel 14: Algeheel tijdelijk verstrekkingsverbod (gereserveerd) Artikel 15: Tijdelijk verstrekkingsverbod in een deel van de gemeente (gereserveerd) Artikel 16: Tijdelijk verstrekkingsverbod gedurende bepaalde uren. (gereserveerd) § 7 ONTHEFFINGEN Artikel 17: Mandatoire ontheffingen (Gereserveerd) Artikel 18: Facultatieve ontheffingen In artikel 18 van deze verordening worden de facultatieve ontheffingen van de burgemeester opgesomd. Eerste lid In het eerste lid gaat het om ontheffingen van de verboden in artikel 6, 7 en 8 van deze verordening. Het betreft het verbod om op bepaalde tijden alcoholhoudende drank te schenken in ‘commerciële kantines’ (zie voor dat begrip de toelichting bij artikel 6 van deze verordening) en in paracommerciële kantines. De burgemeester kan een tijdelijke ontheffing verlenen, maar ook een ontheffing die in principe permanent is. Aan al deze ontheffingen kan de burgemeester voorschriften en beperkingen verbinden. Overwegingen die hierbij bijvoorbeeld een rol kunnen spelen zijn de aard van de rechtspersoon, de doelgroep waar die rechtspersoon zich op richt en – bij paracommerciële rechtspersonen - de vraag of er sprake is van concurrentie met reguliere commerciële horecabedrijven. Tweede lid Conform artikel 4, lid 4, van de Drank- en Horecawet is een ontheffing voor het schenken van zwak-alcoholhoudende dranken buiten de vastgestelde schenktijden mogelijk, als er sprake is van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Te denken valt aan Koninginnedag, de plaatselijke braderie, een zomerfestival of jubileumactiviteit. De Drank- en Horecawet verplicht paracommerciële rechtspersonen de ontheffing of een afschrift daarvan in de inrichting aanwezig te hebben. Derde lid In het derde is bepaald dat de lex silencio positivo ook bij deze facultatieve ontheffingen niet van toepassing is. Artikel 19: Intrekkingsgronden ontheffing Alle ontheffingen, kunnen door de burgemeester worden ingetrokken of gewijzigd. De situaties waarin dat mogelijk is staan in artikel 19 van deze verordening opgesomd. § 8 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 20: Overgangsrecht Eerste lid De voorgestelde overgangsbepaling voor paracommerciële rechtspersonen is in lijn met het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in art III van de wet die de Drank- en Horecawet wijzigt. Daarin is bepaald dat op het moment van inwerkingtreding van de plaatselijke verordening voor paracommerciële rechtspersonen de voor die categorie inrichtingen nieuwe gemeentelijke bepalingen van kracht zijn. Op verzoek zendt de burgemeester een paracommerciële rechtspersoon een gewijzigde vergunning met daarin de aangepaste voorschriften en beperkingen. Alle paracommerciele rechtspersonen krijgen eenmalig de mogelijkheid om zonder kosten een nieuwe Drank- en horecavergunning aan te vragen. Tweede en derde lid Op aanvragen om vergunning en ontheffing en bezwaarschriften wordt beslist met toepassing van de nieuwe verordening. Artikel 21: Inwerkingtreding Gekozen is voor inwerkingtreding van deze verordening op 1 januari 2014, zodat deze verordening gelijktijdig met de verhoging van de schenkleeftijd naar 18 jaar kan worden ingevoerd. Dit voorkomt meerdere wijzigingsmomenten binnen enkele maanden. Bijlage als bedoeld in artikel 11 lid 2 Formulier aanvullende vragen met betrekking tot paracommerciële rechtspersonen Deze vragen zijn verwerkt in het officiële aanvraagformulier drank- en horecavergunning en exploitatievergunning voor een paracommercieel horecabedrijf Hoofdactiviteiten/doelstelling en doelgroep Vermeld hier de doelstelling van uw rechtspersoon (vereniging en/of stichting) ........................................................................................................ Vermeld hier de hoofd- en nevenactiviteiten van uw rechtspersoon ........................................................................................................ Doelgroep ........................................................................................................ Voetnoot [1] Tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren de volgende landen:alle landen van de Europese Unie, Liechtenstein; Noorwegen en IJsland.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.