Subsidieregeling Natuurbeheer OverijsselAlgemene toelichting Toelichting Programma Beheer Via het onderhavige besluit worden de Subsidieregeling Natuurbeheer Overijssel en de Subsidieregeling Agrarisc
Artikel 20Beheerssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak.
Artikel 21
- Per terrein kan voor één of meerdere basis- of pluspakketten opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 41 beheerssubsidie worden verleend, met dien verstande dat in het terrein niet meerdere basis- of pluspakketten op dezelfde oppervlakte kunnen worden in stand gehouden.
- Onverminderd het eerste lid, kunnen de landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 43, 46, 48 tot en met 50 en 56 op dezelfde oppervlakte worden in stand gehouden als de basis- of pluspakketten opgenomen in de bijlagen 12 tot en met
- Artikel 22 Beheerssubsidie ten behoeve van een terrein wordt verstrekt met het oog op de instandhouding van een of meerdere basis- of pluspakketten die op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor beheerssubsidie op het terrein zijn ontwikkeld. Artikel 23 Beheerssubsidie wordt niet verstrekt: a. voor de instandhouding van een basis- of pluspakket op een beheerseenheid waarvan de oppervlakte niet ten minste overeenkomt met het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld; b. aan Staatsbosbeheer; c. ten behoeve van terreinen waarop verplichtingen van toepassing zijn op grond van: de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Overijssel de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister de Beschikking beheersovereenkomsten 1983; de Regeling beheersovereenkomsten 1988; de Regeling beheersovereenkomsten 1993; de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling; de regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; de Regeling functiebeloning bos en natuurterreinen, de Beschikking ter zake het uit productie nemen van bouwland, of de Beschikking bijdragen probleemgebieden. Artikel 24 In afwijking van artikel 23, onderdeel a, kan beheerssubsidie worden verstrekt voor de instandhouding van een basis- of pluspakket op een beheerseenheid waarvan de oppervlakte kleiner is dan het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld, ingeval sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel
- Artikel 25 Beheerssubsidie wordt niet verstrekt indien voor de desbetreffende beheerseenheid voor de instandhouding van een basis- of pluspakket bijdragen worden genoten door tussenkomst van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel
- Artikel 26
- Indien op het terrein een basis- of pluspakket in stand wordt gehouden, bedraagt de beheerssubsidie per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van de beheersbijdrage opgenomen in de bijlage van het desbetreffende basis- of pluspakket met het getal zes en het aantal hectares waarvoor beheerssubsidie wordt verleend.
- Indien op het terrein meerdere basis- of pluspakketten in stand worden gehouden, bedraagt de beheerssubsidie de som van de beheersbijdragen die worden gevormd door de vermenigvuldiging van de beheersbijdragen opgenomen in de bijlagen van elk van de onderscheiden basis- of pluspakketten met het getal zes en het aantal hectares per basis- of pluspakket waarvoor beheerssubsidie wordt verleend. Paragraaf
- De subsidieverlening Artikel 27 Indien beheerssubsidie wordt verleend voor de instandhouding van een of meerdere basis-of pluspakketten op een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval: a. de ligging en grootte van het terrein; b. het doel, onderscheidenlijk de doelen, van de beheerssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak in stand houden van het natuurresultaat beschreven in onderdeel 1 van het desbetreffende basis- of pluspakket, onderscheidenlijk de desbetreffende basis-of pluspakketten; c. de mate waarin het terrein dient te worden opengesteld voor publiek; d. de datum waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend, aanvangt, en e. de beheersbijdrage, onderscheidenlijk de beheersbijdragen, en de berekening op basis waarvan het bedrag van de beheerssubsidie zal worden vastgesteld. Artikel 28 De datum, bedoeld in artikel 27, onderdeel d, waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend aanvangt, kan uitsluitend de eerste dag van de onderscheiden maanden zijn. Paragraaf
- Voorwaarden en verplichtingen Artikel 29
- De subsidieontvanger is verplicht: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel onderscheidenlijk doelen, bedoeld in artikel 27, onderdeel b, te realiseren; de in het betreffende basis- of pluspakket, onderscheidenlijk betreffende basis- of pluspakketten,opgenomen beheersvoorschriften te treffen of na te leven die zijn vermeld in de bijlage waarin dat basis- of pluspakket is, onderscheidenlijk die basis- of pluspakketten zijn opgenomen; het terrein ten minste 358 dagen per jaar kosteloos van zonsopgang tot zonsondergang open te stellen, toegankelijk te houden en de openstelling kenbaar te maken door middel van borden; het terrein niet te bemesten tenzij voor het beheer als bedoeld in de bijlagen 15, 19, 28 of 29 toepassing van ruige mest of kalk noodzakelijk is; de bestaande waterhuishouding van het terrein te handhaven; het reliëf van het terrein te handhaven; geen chemische onkruidbestrijding toe te passen, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is; in geval van beweiding of begrazing geen hogere veebezetting toe te passen dan 1,5 GVE op enig moment per hectare; in het terrein aanwezige paden, wegen, vaarwegen en waterlopen niet te verwijderen of te wijzigen en deze voldoende toegankelijk te houden; van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in de onderdelen a of b binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen; uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen, en ingeval aan hem subsidie is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 17 zich te houden aan het protocol, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c van dat artikel.
- De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met i, gelden voor de periode waarover beheerssubsidie is verleend, met dien verstande dat zij niet gelden voorzover dit in de beschikking tot verlening van beheerssubsidie, dan wel in het basis- of pluspakket anders is bepaald. Paragraaf
- Voorschotten Artikel 30
- Gedeputeerde Staten verstrekken binnen acht weken na afloop van het eerste jaar van het tijdvak een voorschot en vervolgens telkens ten minste een jaar later. De hoogte van de voorschot komt overeen met de jaarlijkse beheersbijdrage van elk van de basis- of pluspakketten waarvoor ten behoeve van het desbetreffende terrein voor dat tijdvak subsidie wordt verleend.
- In afwijking van het eerste lid wordt in een jaar het voorschot verminderd met 100% als de beheerder in de twee jaar voorafgaande aan de verstrekking van het voorschot op enig moment niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, onderdelen b tot en met l, of enig ander voorschrift in de beschikking tot subsidieverlening niet heeft nageleefd, tenzij de aard en de ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichtingen aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage.
- Per terrein kunnen per tijdvak ten hoogste vijf voorschotten worden verstrekt. Paragraaf
- Subsidievaststelling Artikel 31
- Telkens binnen 8 weken na afloop van een tijdvak dient de ontvanger van beheerssubsidie voor het desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.
- Een subsidieontvanger aan wie subsidie is verleend op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 17, verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, een verklaring, overeenkomstig een door de directeur van de Dienst Regelingen te verstrekken model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt ten behoeve van welke beheerder of beheerders de subsidie is ontvangen.
- De ontvanger van beheerssubsidie geeft in de aanvraag aan in hoeverre het doel, bedoeld in artikel 27, onderdeel b, is gerealiseerd. Artikel 32
- Gedeputeerde Staten stellen na ontvangst van de in artikel 31 bedoelde aanvraag de beheerssubsidie telkens vast binnen 13 weken. Deze beslissing kan eenmaal met ten hoogste 13 weken worden verdaagd.
- De beheerssubsidie wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat bij de beschikking tot subsidieverlening is bepaald. Artikel 33
- De subsidie per basis- of pluspakket wordt vastgesteld op het bedrag dat uit de subsidieverlening voor het desbetreffende terrein voortvloeit, verminderd met: 100%, indien niet is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen a of b, tenzij de aard en de ernst van de het niet-nakomen van de genoemde verplichting aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage; 100% indien, voorzover van toepassing, niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen c tot en met i en l, tenzij de aard en de ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichtingen aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage, en 5%, indien niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel j, onderscheidenlijk onderdeel k.
- In afwijking van het eerste lid wordt de subsidie vastgesteld op: de beheersbijdrage, verminderd met 15% indien niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, maar wel is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel b, ingeval voor een terrein bij aanvang van een tijdvak subsidie is verleend voor een basispakket; de beheersbijdrage van het corresponderende basispakket, verminderd met 10%, indien niet is voldaan aan de voorwaarden van het desbetreffende pluspakket, maar wel is voldaan aan de voorwaarden van het corresponderende basispakket, ingeval voor een terrein bij aanvang van een tijdvak subsidie is verleend voor een pluspakket; of de beheersbijdrage van het in bijlage 34 opgenomen pluspakket soortenrijk weidevogelgrasland, verminderd met 10%, indien niet is voldaan aan de voorwaarden van het in bijlage 35 opgenomen pluspakket zeer soortenrijk weidevogelgrasland, maar wel is voldaan aan de voorwaarden van het in bijlage 34 opgenomen pluspakket soortenrijk weidevogelgrasland, ingeval bij aanvang van een tijdvak subsidie is verleend voor het pluspakket, opgenomen in bijlage
- De verminderingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdelen a tot en met c, worden niet toegepast voorzover niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen a en b, ten gevolge van overmacht.
- De verminderingen bedoeld in het eerste en tweede lid, worden voorts niet toegepast ten aanzien van dat deel van die verminderingen dat het bedrag van de beheerssubsidie te boven gaat.
- Indien niet wordt voldaan aan de verplichting, opgenomen in artikel 31, eerste lid, wordt behoudens overmacht, de subsidie per basis- of pluspakket 15% lager vastgesteld, tenzij de aard en ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichting aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage. Artikel 34 Indien de subsidieontvanger overeenkomstig deze regeling verplicht is fysieke en administratieve controles door aangewezen toezichthouders of bevoegde controleurs toe te laten en door toedoen van de subsidieontvanger of zijn vertegenwoordiger kunnen een of meer controles niet plaatsvinden, wordt, behoudens overmacht, de subsidieverlening of -vaststelling ingetrokken. Hoofdstuk
- Subsidie functieverandering Artikel 35
- Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van de omvorming van landbouwgronden in bos en natuurterrein.
- Subsidie functieverandering wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 36
- Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van terreinen die zijn gelegen in natuurgebieden voor de ontwikkeling van één of meerdere basis- of pluspakketten die zijn opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het desbetreffende natuurgebied is opgenomen.
- Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van terreinen die niet zijn gelegen in natuurgebieden ten behoeve van de ontwikkeling van een basis- of pluspakket opgenomen in de bijlagen 20 en
- Artikel 37 Subsidie functieverandering wordt niet verstrekt: a. aan beheerders aan wie ten behoeve van de verwerving van het desbetreffende terrein subsidie is verstrekt, of b. voor terreinen waarvoor reeds eerder subsidie voor functieverandering werd verstrekt, of c. aan instellingen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, voorzover de aanvraag betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid. Artikel 38
- De subsidie voor functieverandering wordt bepaald aan de hand van het bedrag waarmee het desbetreffende terrein in waarde daalt als gevolg van de omvorming van landbouwgrond in bos of natuurterrein.
- Gedeputeerde Staten bepalen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van een door de Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit uitgevoerde taxatie. Artikel 39 Indien subsidie functieverandering wordt verstrekt, vermeldt de beschikking tot subsidieverstrekking in ieder geval: a. de ligging en de grootte van het terrein; b. het doel van de subsidie, bestaande uit de verplichting, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel i; c. de datum waarop het tijdvak waarover subsidie functieverandering wordt verstrekt, aanvangt, en d. het bedrag, bedoeld in artikel 38, eerste lid, en de berekening op basis waarvan de subsidie functieverandering wordt vastgesteld. Artikel 40
- Subsidie functieverandering ten behoeve van de ontwikkeling van één of meerdere natuurdoelpakketten op landbouwgrond wordt verstrekt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na de datum van verzending of uitreiking van de beschikking tot subsidieverstrekking: een overeenkomst tussen degene aan wie de grond toebehoort en de provincie, tot stand komt waarin is opgenomen: de verplichting van degene aan wie de grond toebehoort de desbetreffende landbouwgrond niet te gebruiken of te doen gebruiken met het oog op de uitoefening van de landbouw, en overigens datgene na te laten wat de ontwikkeling of instandhouding van het betrokken basis- of pluspakket op de desbetreffende grond in gevaar brengt of verstoort; dat die verplichting zal overgaan op degenen die de grond onder bijzondere titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degene die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen, en dat de overeenkomst zal worden ingeschreven in de openbare registers, en een overeenkomst tot voorfinanciering tussen degene aan wie de grond toebehoort en het Nationaal Groenfonds tot stand komt waarin is opgenomen: de verplichting van degene aan wie de grond toebehoort het bedrag, bedoeld in artikel 38, eerste lid, in zijn geheel te laten voorfinancieren door het Nationaal Groenfonds, en de verplichting van het Nationaal Groenfonds het bedrag, bedoeld in artikel 38, eerste lid, in zijn geheel te betalen binnen 8 weken nadat zowel de desbetreffende overeenkomst is ondertekend als de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, is ingeschreven in de openbare registers.
- De kosten voor de inschrijving in de openbare registers van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alsmede de kosten die voortvloeien uit de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komen voor rekening van de provincie. Gedeputeerde Staten kunnen een model voor een overeenkomst als bedoeld in het eerste of tweede lid vaststellen. Hoofdstuk
- Inrichtingssubsidie Paragraaf 1.
Artikel 41Inrichtingssubsidie wordt verstrekt voor de duur van ten hoogste een tijdvak.
Artikel 42
- Inrichtingssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in natuurgebieden voor zover: deze betrekking heeft op het, door middel van eenmalige maatregelen, rechtstreeks wijzigen van de fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende terrein, gericht op behoud, omvorming of ontwikkeling van een of meerdere basis- of pluspakketten of landschapspakketten ten behoeve van behoud of realisering van een basis- of pluspakket of een landschapspakket voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende natuurgebiedsplan of deze betrekking heeft op beheersmaatregelen die gericht zijn op de omvorming of ontwikkeling van een of meerdere basis- of pluspakketten of landschapspakketten ten behoeve van het realiseren van een basis- of pluspakket of een landschapspakket voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende natuurgebiedsplan.
- Inrichtingssubsidie wordt verstrekt met het oog op de ontwikkeling van een basis- of pluspakket opgenomen in de bijlagen 20 en 38 ten behoeve van terreinen die niet zijn gelegen in natuur-gebieden. Artikel 43
- Inrichtingssubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van een terrein dat is gelegen in een natuurgebied aan andere beheerders dan instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties voorzover dit in het desbetreffende natuurgebiedsplan op grond van artikel 13, tweede lid, is aangegeven.
- In de periode tussen de vaststelling van een landinrichtingsplan en de vaststelling van een plan van toedeling wordt aan instellingen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties met betrekking tot een terrein dat is gelegen binnen een blok, zoals dat in het landinrichtingsplan is begrensd, geen inrichtingssubsidie verstrekt. Artikel 44 Inrichtingssubsidie wordt niet verstrekt voor de ontwikkeling of omvorming: a. van een basis- of pluspakket op een terrein waarvan de oppervlakte niet ten minste overeenkomt met het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld, tenzij het terrein grenst aan een ander terrein waar hetzelfde basis- of pluspakket in stand wordt gehouden en beide terreinen tezamen voldoen aan de eisen ten aanzien van de minimumoppervlakte, of b. van een landschapspakket voor een landschapselement waarvan de oppervlakte, de lengte of het aantal niet voldoet aan de eisen die met betrekking tot de oppervlakte, de lengte of het aantal zijn gesteld in de bijlage waarin het desbetreffende landschapspakket is vermeld. Artikel 45 Onverminderd artikel 41 wordt inrichtingssubsidie verstrekt overeenkomstig een inrichtingsplan waarin in ieder geval zijn opgenomen: a. de te treffen inrichtingsmaatregelen; b. een beschrijving van de uitgangssituatie; c. de oppervlakte waarop die maatregelen zullen worden uitgevoerd; d. de motivering voor het treffen van de maatregelen; e. de met die maatregelen beoogde situatie van het terrein; f. een gedetailleerde beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden; g. voorzover van toepassing, een tijdplanning voor het tijdvak waarvoor subsidie wordt verleend; h. de benodigde beheersmaatregelen; i. een gespecificeerde begroting; j. een opgave van de financieringswijze van de kosten, inclusief de financiële planning van de uitvoering, en k. een topografische kaart met een schaal van 1 : 10.000 waarop zo nodig is aangegeven waar de onderscheiden maatregelen zullen worden getroffen. Artikel 46 Tot de subsidiabele kosten behoren de kosten, inclusief BTW, voor zover verrekening niet mogelijk is, verband houdende met: a. het opstellen door derden van een inrichtingsplan; b. bebossing van een terrein, voor zover dit betrekking heeft op de ontwikkeling en daaropvolgende instandhouding van een basis- of pluspakket dat is vermeld in een van de bijlagen 20 en 38; c. maatregelen, gericht op wijziging van de waterhuishouding; d. grondverzet; e. maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid van een terrein, waaronder in ieder geval is begrepen de aanleg of het herstel van wegen en paden; f. de verwijdering van opstallen; g. de verwijdering van begroeiing en beplanting, of h. overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met de desbetreffende inrichting. Artikel 47 Tot de subsidiabele beheersmaatregelen behoren in ieder geval: a. waterhuishoudkundig beheer; b. begrazingsbeheer; c. maaien, of d. kappen of verwijderen van gewas of begroeiing. Artikel 48 Niet tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval de kosten, verband houdende met: a. de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; b. de bouw van opstallen; c. de aanschaf van machines; d. de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 46; e. de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; f. de aanleg van parkeergelegenheid, of g. achterstallig onderhoud, tenzij subsidie functieverandering is verleend. Artikel 49
- Geen inrichtingssubsidie wordt verstrekt: voor kosten die zijn gemaakt, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen, behoudens de kosten, bedoeld in artikel 46, onderdeel a, of ten behoeve van maatregelen waarmee een aanvang is gemaakt, onderscheidenlijk die reeds zijn uitgevoerd, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen.
- Ten behoeve van de inrichting van een terrein in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon anders dan een gemeente wordt geen inrichtingssubsidie verstrekt met geldmiddelen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 50 Inrichtingssubsidie bedraagt 95% van de werkelijk gemaakte noodzakelijke subsidiabele kosten, met dien verstande dat geen vergoeding wordt verstrekt voor zover deze kosten meer bedragen dan een door Gedeputeerde Staten bij de subsidieverlening te bepalen maximumbedrag. Artikel 51 Gedeputeerde Staten kunnen beleidsregels vaststellen met het oog op de toepassing van artikelen 45, 46, 47 en
- Paragraaf
- Subsidieverlening Artikel 52 De subsidieverlening vermeldt: a. in hoeverre het inrichtingsplan in uitvoering kan worden genomen; b. het bedrag waarop de inrichtingssubsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, en c. de datum waarop de periode waarover inrichtingssubsidie wordt verleend aanvangt en eindigt. Paragraaf
- Verplichtingen Artikel 53 De subsidieontvanger is verplicht de maatregelen overeenkomstig het inrichtingsplan als bepaald bij de subsidieverlening uit te voeren en overeenkomstig de tijdsplanning, bedoeld in artikel 45, onderdeel g. Paragraaf
- Voorschotten Artikel 54
- Op de inrichtingssubsidie kunnen Gedeputeerde Staten ten hoogste viermaal per jaar op aanvraag tot ten hoogste 95% voorschotten verlenen, met een minimum van € 2.500,--.
- De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de werkelijk gemaakte kosten.
- De aanvraag tot voorschotverlening wordt ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.
- Het voorschot wordt binnen acht weken na de voorschotverlening betaald. Paragraaf
- Subsidievaststelling Artikel 55
- De ontvanger van inrichtingssubsidie dient binnen 8 weken na afloop van het tijdvak voor het desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen.
- De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van: een verklaring dat de maatregelen en, voorzover van toepassing, het beheer overeenkomstig de subsidieverlening zijn uitgevoerd, en een financiële verantwoording met betrekking tot de getroffen maatregelen, bestaande uit een rekening alsmede, indien de subsidieverlening een bedrag van € 25.000,-- te boven gaat, een verklaring, overeenkomstig een door de directeur van de Dienst Regelingen te verstrekken model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat de maatregelen zijn uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot verlening van inrichtingssubsidie. Artikel 56 Gedeputeerde Staten stellen na ontvangst van de in artikel 55 bedoelde bescheiden de inrichtingssubsidie binnen 26 weken vast op grond van de werkelijk gemaakte kosten, zoals bepaald bij de subsidieverlening. Deze beslissing kan eenmaal met ten hoogste 13 weken worden verdaagd. Hoofdstuk
- Recreatiesubsidie Paragraaf 1.
Artikel 57
Recreatiesubsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de instandhouding van een recreatiepakket ten aanzien van terreinen waarvoor tevens beheerssubsidie wordt verstrekt. Artikel 58 Recreatiesubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 59 Recreatiesubsidie bedraagt per hectare per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van de recreatiebijdrage opgenomen in de bijlage van het desbetreffende recreatiepakket met het getal zes. Artikel 60 Recreatiesubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak dat begint op hetzelfde tijdstip als het tijdvak waarvoor beheerssubsidie wordt verstrekt. Paragraaf
- De subsidieverlening Artikel 61 De beschikking tot verlening van recreatiesubsidie vermeldt in ieder geval: a. de ligging en grootte van het terrein; b. het doel van de recreatiesubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein in stand houden van een recreatiepakket; c. de recreatiebijdrage op basis waarvan de recreatiesubsidie zal worden vastgesteld, en d. de datum waarop het tijdvak waarover recreatiesubsidie wordt verleend, aanvangt. Paragraaf
- Verplichtingen Artikel 62 De subsidieontvanger is verplicht: a. het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel, bedoeld in artikel 61, onderdeel b, te realiseren, en b. van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen. Artikel 63 De artikelen 21, 25, 28 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk
- Landschapssubsidie Artikel 64
- Landschapssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in natuurgebieden voor de instandhouding van een landschapspakket dat is opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het desbetreffende natuurgebied is opgenomen.
- Onverminderd het eerste lid, wordt landschapssubsidie verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in bestaande bossen en natuurterreinen.
- Landschapssubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 65 Landschapssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak. Artikel 66
- Indien op het terrein een landschapspakket in stand wordt gehouden, bedraagt de landschapssubsidie het bedrag per tijdvak dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdrage opgenomen in de bijlagen van het desbetreffende landschapspakket en het aantal hectares, onderscheidelijk meters, onderscheidelijk stuks waarvoor landschapssubsidie wordt verleend.
- Indien op het terrein meerdere landschapspakketten in stand worden gehouden bedraagt de landschapssubsidie de som van de beheersbijdragen die worden gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdragen opgenomen in de bijlagen van de desbetreffende landschapspakketten en het aantal hectares, onderscheidelijk meters, onderscheidelijk stuks per landschapspakket waarvoor landschapssubsidie wordt verleend. Artikel 67 Indien landschapssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding van een of meerdere landschapspakketten binnen een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval: a. de ligging en grootte van het terrein; b. het doel van de landschapssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein ontwikkelen of in stand houden van een of meerdere landschapspakketten; c. het bedrag, onderscheidenlijk de bedragen, op basis waarvan de landschapssubsidie zal worden vastgesteld, en d. de datum waarop het tijdvak waarover landschapssubsidie wordt verleend, aanvangt. Artikel 68 De subsidieontvanger is verplicht: a. het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel, bedoeld in artikel 67, onderdeel b, te realiseren; b. van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen, en c. uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen. Artikel 69
- De artikelen 21, eerste lid, 23, 25, 28, 30, 31, eerste lid, 32, 33, eerste en vijfde lid, en 34 zijn van overeenkomstige toepassing.
- Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing voor zover subsidie wordt verstrekt voor een landschapspakket opgenomen in de bijlagen 42, 43, 46, 47, 48, 51, 54 en
- Hoofdstuk
- Wijziging en intrekking Artikel 70
- Een verzoek tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening kan worden gedaan met het oog op het vergroten van het areaal waarvoor subsidie is verleend.
- Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, kan slechts eenmaal per jaar worden gedaan te rekenen vanaf het jaar waarvoor de subsidie is verleend.
- Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in behandeling genomen indien: op de toe te voegen terreinen hetzelfde basis-, plus- of landschapspakket wordt ontwikkeld, omgevormd of instandgehouden als dat waarvoor reeds subsidie is verleend of de terreinen waarvoor subsidie wordt verzocht, voldoen aan de voorwaarden die voor de verlening van subsidies als bedoeld in deze regeling gelden.
- In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn bepalingen omtrent minimumoppervlakte of minimumlengten, opgenomen in de basis-, plus-of landschapspakketten, niet van toepassing, voorzover de vergroting van het areaal een beheerseenheid vormt met de beheerseenheid waarvoor subsidie wordt verleend.
- De artikelen 1 tot en met 10, eerste lid, 12 en 15 tot en met 19 zijn ten aanzien van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
- De subsidie met betrekking tot het vergroten van het areaal, bedoeld in het eerste lid, wordt naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het resterende gedeelte van het tijdvak, bedoeld in artikel 20, waarvoor reeds subsidie was verleend.
- Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen indien de subsidie door toewijzing van dat verzoek met minder dan EUR 50,- per jaar zou toenemen. Artikel 71
- Een verzoek tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening kan worden gedaan met het oog op het verkleinen van het areaal waarvoor subsidie is verleend.
- Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, kan slechts eenmaal per jaar worden gedaan te rekenen vanaf het jaar waarvoor de subsidie is verleend.
- Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in behandeling genomen indien het verkleinen van het areaal een gevolg is van de uitvoering van een werk ten algemene nutte.
- Bepalingen omtrent minimumoppervlakte of minimumlengten opgenomen in de beheerspakketten of landschapspakketten blijven van toepassing.
- De subsidie met betrekking tot het verkleinen van het areaal, bedoeld in het eerste lid, wordt naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het resterende gedeelte van het tijdvak, bedoeld in artikel 20, waarvoor reeds subsidie was verleend. Artikel 72 In geval subsidie is verleend met betrekking tot een terrein waarvan de oppervlakte waarop de subsidieverlening betrekking heeft groter is dan de daadwerkelijke oppervlakte wordt de subsidieverlening als volgt gewijzigd: a. de subsidieverlening wordt gebaseerd op de daadwerkelijke oppervlakte als de afwijking ten hoogste 3% is; b. de subsidieverlening wordt gebaseerd op de daadwerkelijke oppervlakte, verminderd met tweemaal het vastgestelde verschil tussen de oppervlakte waarop de subsidieverlening betrekking heeft en de daadwerkelijke oppervlakte wanneer dit verschil groter is dan 3% of 2 hectare maar niet groter dan 20%; c. de subsidieverlening wordt ingetrokken, wanneer het verschil tussen de oppervlakte waarop de subsidieverlening betrekking heeft en de daadwerkelijke oppervlakte groter is dan 20%. Artikel 73 In geval subsidie is verleend ten behoeve van een terrein, waarvan het recht tot gebruik en beheer berust bij de subsidieontvanger, en dat recht gaat over op een derde gedurende de periode waarover de desbetreffende subsidie is verleend, kan de desbetreffende subsidieverlening worden gewijzigd in een subsidieverlening aan die derde indien deze, uiterlijk drie maanden na de datum waarop het recht tot gebruik en beheer is overgegaan, bij wege van een aan de directeur van de Dienst Regelingen gericht schriftelijk stuk, verklaart te treden in de aan de subsidieverlening verbonden rechten en plichten, vanaf de datum met ingang waarvan de wijziging uit hoofde van dit lid van kracht zal zijn. Artikel 74
- In geval subsidie is verleend op grond van hoofdstuk 4, 6, 7 of 8 met betrekking tot een terrein waarvan het gebruiksrecht berust bij een natuurlijk persoon die overlijdt tijdens de periode waarover subsidie is verleend, wordt de desbetreffende subsidieverlening voor dat terrein ingetrokken met ingang van de dag, volgend op de dag van overlijden, op voorwaarde dat de erfgenamen uiterlijk drie maanden na het overlijden om deze intrekking verzoeken bij wege van een aan de directeur van de Dienst Regelingen gericht schriftelijk verzoek.
- In geval van intrekking uit hoofde van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin het overlijden plaatsvond ambtshalve vastgesteld op het bedrag naar evenredigheid ten opzichte van de subsidie zoals die op grond van de subsidieverlening ten hoogste zou kunnen worden vastgesteld. Artikel 75
- Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 die wordt ingediend tezamen met een verzoek van een beheerder of een ander dan een beheerder als bedoeld in artikel 5 tot intrekking van een aan hem verleende subsidie voor het terrein waarop die aanvraag betrekking heeft, wordt niet gehonoreerd indien die aanvraag ertoe zou leiden dat minder dan vijf jaren subsidie voor het desbetreffende terrein kan worden verleend.
- Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 76
- In geval subsidie is verleend op grond van de onderhavige regeling met betrekking tot een terrein dat deel uitmaakt van een gebied waar landinrichting uit kracht van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, of uit kracht van de Wet inrichting landelijk gebied geschiedt en het voldoen aan de aan desbetreffende subsidieverlening verbonden verplichtingen na vaststelling van het landinrichtingsplan niet meer mogelijk is, wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag, waarop in zodanig gebied de kavelovergang plaatsvindt ingevolge de in het plan van toedeling opgenomen bepalingen omtrent de inbezitneming, bedoeld in artikel 196, tweede lid, onderdeel e van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, of als bedoeld in artikel 51, eerste lid, onderdeel f van de Wet inrichting landelijk gebied.
- Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 77
- Indien subsidie is verleend met betrekking tot een terrein dat is verworven door Staatsbosbeheer, het bureau beheer landbouwgronden, een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties of de provincie en het de subsidieontvanger als gevolg van de overdracht aan een van de bedoelde organisaties onderscheidelijk bestuursorgaan niet meer mogelijk is te voldoen aan de verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening, wordt de subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag, waarop de overdracht van het terrein heeft plaatsgevonden.
- In geval van intrekking op grond van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin de verwerving plaatsvond ambtshalve vastgesteld op een bedrag evenredig met het deel van het tijdvak dat voor de overdracht is verstreken. Artikel 78
- In geval subsidie is verleend op grond van de onderhavige regeling met betrekking tot grond die wordt onteigend tijdens de periode waarover subsidie is verleend, wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag waarop het besluit tot onteigening van de betrokken grond onherroepelijk vaststaat.
- Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 79 Onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten worden teruggevorderd, vermeerderd met wettelijke rente. De wettelijke rente wordt berekend over de periode die verstrijkt tussen de kennisgeving van de terugbetalingsverplichting en het moment van terugbetaling of verrekening. Artikel 80 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze regeling bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Dienst landelijk gebied en de Algemene inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Artikel 81 Natuurgebiedsplannen die zijn vastgesteld in het kader van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister blijven van kracht tot zij zijn ingetrokken of vervangen door een natuurgebiedsplan als bedoeld in artikel 13 van deze regeling. Artikel 82
- Subsidies of voorschotten daarop worden verleend onder het voorbehoud van goedkeuring van Commissie van de Europese Gemeenschappen.
- De beslissing tot verlening van een subsidie of een voorschot daarop kan worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling, of wegens het uitblijven daarvan. Artikel 83 Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 november
- Artikel 84 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Natuurbeheer Overijssel. Bijlagen behorende bij de Subsidieregeling Natuurbeheer Overijssel BIJLAGE 1 [vervallen] BIJLAGE 2 [vervallen] BIJLAGE 3 [vervallen] BIJLAGE 4 [vervallen] BIJLAGE 5 [vervallen] BIJLAGE 6 [vervallen] BIJLAGE 7 [vervallen] BIJLAGE 8 [vervallen] BIJLAGE 9 [vervallen] BIJLAGE 10 [vervallen] BIJLAGE 11.a [vervallen] BIJLAGE 11.b [vervallen] BIJLAGE 11.c [vervallen] BIJLAGE 12 Basispakket: Plas en ven
- Ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 40% van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt bedekt door Kroossoorten of Kroosvaren; En de beheerseenheid maakt ten hoogste 90 % deel uit van een terrein, waarvan de overige delen voldoen aan één of meer van de andere basis- of pluspakketten in de bijlagen van deze regeling, met uitzondering van bijlage
- Beheersvoorschriften: regulier onderhoud ten behoeve van de instandhouding van de plas. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Plas en ven: 0,5 hectare. BIJLAGE 13 Basispakket: Moeras
- Ten minste 70 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit moeras; En ten hoogste 40 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of struweel; En ten hoogste 20 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water.
- Beheersvoorschriften: Ten minste 60% van de oppervlakte van de beheerseenheid vrijhouden van bos en struweel; Hetzelfde deel van de beheerseenheid wordt nooit in twee opeenvolgende jaren gemaaid. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Moeras: 0,5 hectare BIJLAGE 14 Basispakket: Rietcultuur
- Ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met riet; En tenminste 75% van het riet is ten hoogste 1 jaar oud.
- Beheersvoorschriften: Vorming van bos en struweel wordt tegengegaan op de oppervlakte van de beheerseenheid die met riet is bedekt; Maaiwerkzaamheden vinden plaats in de periode tussen 1 september en 15 april; Het maaisel wordt in dezelfde periode afgevoerd. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Rietcultuur: 0.5 hectare. BIJLAGE 15 Basispakket: (Half)natuurlijk grasland
- Ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland of kwelder; En in geval van grasland zijn in het zesde jaar van het eerste tijdvak, alsmede in alle volgende tijdvakken waarvoor subsidie wordt verleend, op de beheerseenheid ten minste 15 inheemse plantensoorten inclusief mossen aanwezig per 25m2; En ten hoogste 10% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met Pijpestrootje of Bochtige smele.
- Beheersvoorschriften: In geval van grasland ten minste 90% van het gewas jaarlijks afvoeren via maaien of beweiden; In de periode van 1 juli tot 1 april is een veebezetting van ten hoogste 3 GVE per hectare op enig moment toegestaan. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket (Half)natuurlijk grasland: 0,5 hectare BIJLAGE 16 Basispakket: Heide
- De beheerseenheid bestaat uit bos- of natuurterrein; En tenminste 30% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met een of meer van de volgende struiksoorten: Struikhei, Dophei, Kraaihei, Vossebes, Rode bosbes of blauwe bosbes; En de resterende oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met grassen, kruiden, mossen, korstmossen, stuifzand, struweel, bos of water; En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 25% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of uit ander struweel dan Jeneverbes of Gagel.
- Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van heide. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Heide: 0,5 hectare. BIJLAGE 17 Basispakket: Struweel
- De beheerseenheid bestaat uit bos- of natuurterrein; En ten minste 75% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met bomen, struiken of kruidachtige planten; En ten minste 50% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met inheemse houtachtige gewassen (zie bijlage 57) met een lengte van ten minste 1 meter en ten hoogste 5 meter; Ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit struweel.
- Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van struweel. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Struweel: 0,5 hectare. BIJLAGE 18 Basispakket: Hoogveen
- Op ten minste 5% van de oppervlakte van de beheerseenheid komen Veenmossoorten voor, niet gedomineerd door Waterveenmos [bedekkingsgraad kleiner dan 50%]; En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 10% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of struweel; En de overige oppervlakte bestaat uit Pijpestrootje of natte heide; En de beheerseenheid ligt in de Fysisch-Geografische Regio Heuvelland of Hogere zandgronden.
- Beheersvoorschriften: Regulier onderhoud ten behoeve van de instandhouding van hoogveen. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Hoogveen: 0,5 hectare. BIJLAGE 19 Basispakket: Akker
- Op de gehele beheerseenheid wordt ten minste vijf van de zes jaren graan, met uitzondering van maïs, verbouwd;
- Beheersvoorschriften: Bemesting met mest van rundvee, schapen of paarden is in ten hoogste 2 jaren van het tijdvak toegestaan; Mechanische onkruidbestrijding is niet toegestaan tussen het zaaien en de oogst. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Akker: 0,5 hectare BIJLAGE 20 Basispakket: Bos
- De beheerseenheid bestaat uit bos- of natuurterrein; en ten minste 75% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit houtopstand waarvoor een herplantplicht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Boswet geldt; En de verjongingsvlakten zijn ten hoogste 2 hectare groot.
- Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van het bos. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Bos: 0,5 hectare. BIJLAGE 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: A: zonder begrazing B: met begrazing
- De beheerseenheid bestaat uit aaneengesloten natuurgebied (land en/of water).
- Beheersvoorschriften: variant A: Op tenminste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid vindt ongecompartimenteerd waterbeheer plaats; variant B: Op tenminste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid vindt begrazingsbeheer plaats. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij basispakket Natuurlijke Eenheid: 0,5 hectare. BIJLAGE 22 Pluspakket: Soortenrijke plas
- In de beheerseenheid komen ten minste 7 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 3 uit de lijst B; of ten minste 10 uit de lijsten A en C; of ten minste 6 uit de lijsten B en C. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [flora/zoet]: Brede waterpest, Holpijp, Waterviolier, Waterdrieblad, Kransvederkruid, Groot nimf-kruid, Spits fonteinkruid, Rossig fonteinkruid, Plat fonteinkruid, Stomp fonteinkruid, Langstengelig fonteinkruid, Fijne waterranonkel, Grote boterbloem, Grote waterranonkel, Kleine egelskop, Krab-benscheer, Groot blaasjeskruid, Stekelharig kransblad, Sterkranswier, Bronmos, Watergentiaan, Glanzig fonteinkruid, Lidsteng, Ruw kransblad, Paarbladig fonteinkruid, Blauwe waterereprijs, Smalle waterweegbree, Slanke waterweegbree, Slangenwortel, Padderus, Gebogen kransblad; [flora/brak]: Lidsteng, Zilte waterranonkel, Spiraalruppia, Snavelruppia, Gesteelde zannichellia, Groot nimfkruid, Ruwe bies, Stekelharig kransblad, Sterkranswier, Gebogen kransblad; [fauna]: Zomertaling, Slobeend, Krooneend, Tafeleend, Visdief, Zwarte stern, Dodaars, Bruine korenbout, Plasrombout, Grote keizerlibel, Glassnijder, Vroege glazenmaker, Groene glazenmaker, Rugstreeppad, Poelkikker, Kamsalamander, Knoflookpad, Boomkikker, Ringslang, Waterspitsmuis, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water.
- Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van een soortenrijke plas.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Soortenrijke plas: 0,5 hectare. BIJLAGE 23 Pluspakket: Soortenrijk ven
- In de beheerseenheid komen ten minste 4 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 8 uit de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [flora]: Ondergedoken moerasscherm, Stijve moerasweegbree, Kruipende moerasweegbree, Gesteeld glaskroos, Moerashertshooi, Kleine biesvaren, Grote biesvaren, Oeverkruid, Waterlobelia, Waterlepeltje, Waterpostelein, Pilvaren, Ongelijkbladig fonteinkruid, Weegbreefonteinkruid, Witte waterranonkel, Vlottende bies, Drijvende egelskop, Kleinste egelskop, Doorschijnend glanswier, Moerassmele, Duizendknoopfonteinkruid, Drijvende waterweegbree, Naaldwaterbies, Draadzegge; [fauna]: Dodaars, Geoorde fuut, Wintertaling, Zwarte stern, Speerwaterjuffer, Tengere pantserjuffer, Venwitsnuitlibel, Gevlekte witsnuitlibel, Koraaljuffer, Bruine winterjuffer, Venglazenmaker, Kamsalamander, Vinpootsalamander, Poelkikker, Heikikker, Boomkikker, Ringslang, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water.
- Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van een soortenrijke ven.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Soortenrijk ven: 0,1 hectare. BIJLAGE 24 Pluspakket: Beek en duinrel
- In de beheerseenheid komen ten minste 2 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of 5 uit de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [flora]: Bittere veldkers, Verspreidbladig goudveil, Paarbladig goudveil, Drijvende waterweegbree, Groot bronkruid, Vlottende waterranonkel, Klimopwaterranonkel, Grote waterranonkel, Haaksterrenkroos, Teer vederkruid, Beekpunge, Bronmos, Doorgroeid fonteinkruid, Rivierfonteinkruid; [fauna]: IJsvogel, Grote gele kwikstaart, Waterspreeuw, Bosbeekjuffer, Beekoeverlibel, Gewone bronlibel, Weidebeekjuffer, Beekrombout, Blauwe breedscheenjuffer, Vuursalamander, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis., Waterspitsmuis; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit ongekanaliseerde stromende beek of duinrel met een breedte van ten hoogste 25 meter.
- Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van een beek en duinrel.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Beek en duinrel: 0,1 hectare. BIJLAGE 25 Pluspakket: Trilveen
- Op de beheerseenheid komen ten minste 7 van de volgende meetsoorten voor: [flora] Knotszegge, Ronde zegge, Draadzegge, Vleeskleurige orchis, Slank wollegras, Veenmosorchis, Geelhartje, Groenknolorchis, Rietorchis, Waterdrieblad, Parnassia, Moeraskartelblad, Sierlijke vetmuur, Plat blaasjeskruid, Klein blaasjeskruid, Kleine valeriaan, Rood schorpioenmos, Groot veenvedermos, Echt vetmos. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. En ten minste 70 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit moeras; En ten hoogste 20 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 5% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of struweel;
- Beheersvoorschriften: Jaarlijks wordt in de periode van 15 juni tot en met 15 september gemaaid; Het maaisel wordt in dezelfde periode afgevoerd. Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Trilveen: 0,05 hectare. BIJLAGE 26 Pluspakket: Overjarig rietland
- Op de beheerseenheid komen ten minste 6 van de volgende meetsoorten voor: [fauna] Roerdomp, Woudaapje, Purperreiger, Lepelaar, Bruine kiekendief, Waterral, Porseleinhoen, Blauwborst, Snor, Sprinkhaanzanger, Grote Karekiet, Baardmannetje, Rietzanger, Vroege glazenmaker, Bruine korenbout, Ringslang, Noordse woelmuis, Waterspitsmuis, Ruige dwergvleermuis. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. En ten minste 80% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met riet, Rietgras, Mattenbies, Ruwe bies, Kleine lisdodde, Grote lisdodde of zeggen; En ten hoogste 10% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of struweel.
- Beheersvoorschriften: Jaarlijks ten hoogste een derde van de beheerseenheid maaien, in afwijking hiervan is het toegestaan ten hoogste de helft van de beheerseenheid te maaien als dit noodzakelijk is om verbossing tegen te gaan of als de beheerseenheid kleiner is dan 0,75 hectare; Het maaisel afvoeren; Geen werkzaamheden uitvoeren in de beheerseenheid in de periode tussen 1 april en 1 oktober; Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Overjarig riet: 0,5 hectare. BIJLAGE 27 Pluspakket: Veenmosrietland en moerasheide
- Op de beheerseenheid komen ten minste 5 van de meetsoorten voor uit de lijst A of ten minste 10 uit de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [flora]: Lavendelhei, Struikhei, Kraaihei, Gewone dophei, Grote veenbes, Kleine veenbes, Rode bosbes, Knotszegge, Ronde zegge, Sterzegge, Draadzegge, Vleeskleurige orchis, Brede en Rietorchis, Slank wollegras, Veenmosorchis, Geelhartje, Groenknolorchis, Waterdrieblad, Addertong, Parnassia, Moeraskartelblad, Welriekende nachtorchis, Sierlijke vetmuur, Plat blaasjeskruid, Klein blaasjeskruid, Blauwe knoop, Ronde zonnedauw, Kamvaren, Moerasviooltje, Tormentil, Ruwe bies, Welriekende nachtorchis, Gevleugeld hertshooi, Grote ratelaar, Moeraszoutgras, Echte koekoeksbloem; [fauna] Bruine kiekendief, Porseleinhoen, Kwartelkoning, Waterral, Wulp, St. Jansvlinder, Grote vuurvlinder, Zilveren maan, Groentje, Noordse winterjuffer, Groene glazenmaker, Glassnijder, Gevlekte witsnuitlibel, Poelkikker, Heikikker, Levendbarende hagedis, Ringslang, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis, Noorse woelmuis, Waterspitsmuis; En ten minste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met veenmossoorten; En ten minste 70 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit moeras; En ten hoogste 20 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 5% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of struweel.
- Beheersvoorschriften: Op 80% van de oppervlakte het gewas jaarlijks maaien en afvoeren. Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 13 Basispakket: Moeras. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Veenmosrietland en moerasheide: 0,05 hectare. BIJLAGE 28 Pluspakket: Nat soortenrijk grasland
- Op de beheerseenheid komen ten minste 5 van de volgende meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 4 uit de lijst B; of ten minste 5 uit de lijst C; Of ten minste 3 uit de lijst D; of ten minste 7 uit de lijst E; Of ten minste 8 uit de lijsten A en F; Of ten minste 8 uit de lijsten B en F; Of ten minste 8 uit de lijsten C en F; Of ten minste 7 uit de lijsten D en F; Of ten minste 10 uit de lijsten E en F. Ook kan van de genoemde aantallen bij de lijsten A t/m C en E ten hoogste 1 soort uit 1 van de andere lijsten A t/m E meetellen voor het resultaat. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [Flora/Dotterbloemhooiland]: Trosdravik, Moesdistel, Wilde herfsttijloos, Moerasstreepzaad, Vleeskleurige orchis, Brede en Rietorchis, Addertong, Harlekijn, Adderwortel, Slanke sleutelbloem, Knolsteenbreek, Echte koekoeksbloem, Gewone dotterbloem, Grote ratelaar, Gevleugeld hertshooi, Waterkruiskruid, Kleine valeriaan, Moeraskartelblad, Welriekende nachtorchis, Bevertjes; [Flora/Nat schraalland]: Tweehuizige zegge, Blonde zegge, Vlozegge, Spaanse ruiter, Gevlekte orchis, Moeraswespenorchis, Breed wollegras, Klokjesgentiaan, Draadrus, Parnassia, Vetblad, Welriekende nachtorchis, Klein glidkruid, Zaagblad, Kleine valeriaan, Melkviooltje, Schildereprijs, Sterzegge, Brede en Rietorchis, Vleeskleurige orchis, Blauwe knoop; [Flora/Natte duinvallei]: Dwergbloem, Teer guichelheil, Zomer- en Herfstbitterling, Platte bies, Vleeskleurige orchis, Armbloemige waterbies, Moeraswespenorchis, Bonte paardenstaart, Grote muggenorchis, Slanke gentiaan, Honingorchis, Groenknolorchis, Parnassia, Knopbies, Moerasgamander, Drienervige zegge, Geelgroene en Dwergzegge, Gevlekte orchis, Sierlijke vetmuur, Geelhartje; [Flora/Nat uiterwaardhooiland]: Trosdravik, Wilde kievitsbloem, Genadekruid, Engelse alant, Polei, Rode ogentroost, Gulden boterbloem, Weidekervel, Grote pimpernel, Noords walstro, Echte koekoeksbloem, Gewone dotterbloem, Draadrus; [Flora/Brak grasland]: Aardbeiklaver, Moeraszoutgras, Schorrenzoutgras, Selderij, Kruipend moerasscherm, Zulte, Zilte zegge, Zilte rus, Melkkruid, Rode ogentroost, Fraai duizendguldenkruid, Zeeweegbree, Behaarde boterbloem, Knolvossenstaart, Zilt torkruid, Zilte schijnspurrie, Gerande schijnspurrie, Kwelderzegge, Veldgerst, Zeekraal; [Fauna] Zomertaling, Slobeend, Kwartelkoning, Kemphaan, Watersnip, Grutto, Tureluur, Gele kwikstaart, Grauwe klauwier, Zilveren maan, Aardbeivlinder, Bruine vuurvlinder, Groot dikkopje, Bruin zandoogje, Rugstreeppad, Ringslang, Kamsalamander, Poelkikker, Noordse woelmuis, Ondergrondse woelmuis, Veldspitsmuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland; En het grasland bevindt zich binnendijks ten opzichte van zeewerende dijken;
- Beheersvoorschriften: Op ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt het gewas jaarlijks vóór 1 november afgevoerd via maaien of beweiden. In de periode van 1 juli tot 1 april is een veebezetting van ten hoogste 3 GVE per hectare op enig moment toegestaan; Meetsoorten monitoren;Voor instandhoudingsbemesting is toestemming van de Dienst Regelingen vereist.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 15 Basispakket: (Half)natuurlijk grasland. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Nat soortenrijk grasland: 0,5 hectare. BIJLAGE 29 Pluspakket: Droog soortenrijk grasland
- Op de beheerseenheid komen ten minste 4 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 5 uit de lijst B; of ten minste 5 uit de lijst C; Of ten minste 5 uit de lijst D; Of ten minste 8 uit de lijsten A en E; Of ten minste 9 uit de lijsten B en E; Of ten minste 9 uit de lijsten C en E; Of ten minste 9 uit de lijsten D en E. Ook kan van de genoemde aantallen bij de lijsten A t/m D ten hoogste één soort uit één der andere lijsten A t/m D meetellen voor het resultaat. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [Heischraal grasland]: Rozenkransje, Valkruid, Gelobde maanvaren, Stijve ogentroost, Klokjesgentiaan, Addertong, Heidekartelblad, Liggende vleugeltjesbloem, Blauwe knoop, Harlekijn, Hondsviooltje, Betonie, Herfstschroeforchis, Groene nachtorchis, Welriekende nachtorchis, Veldgentiaan; [Kalkgrasland]: Poppenorchis, Hondskruid, Aarddistel, Kalkwalstro, Franjegentiaan, Duitse gentiaan, Grote muggenorchis, Geel zonneroosje, Beemdhaver, Honingorchis, Tengere veldmuur, Bijenorchis, Vliegenorchis, Soldaatje, Aapjesorchis, Bergnachtorchis, Kuifvleugeltjesbloem, Gulden sleutelbloem, Harige ratelaar, Grote centaurie, Trosgamander, Echte gamander, Berggamander, Driedistel, Duifkruid, Ruige scheefkelk, Breed fakkelgras; [Stroomdalgrasland]: Wilde averuit, Voorjaarszegge, Vroege zegge, Kleine steentijm, Steenanjer, Zandwolfsmelk, Sikkelklaver, Walstrobremraap, Rode bremraap, Voorjaarsganzerik, Veldsalie, Tripmadam, Zacht vetkruid, Kleine ruit, Grote tijm, Gestreepte klaver, Brede ereprijs, Liggende ereprijs, Smal fakkelgras, Duifkruid, Overblijvende hardbloem; [Bloemdijk]: Gewone agrimonie, Moeslook, Kluwenklokje, Rapunzelklokje, Grote centaurie, Wollige distel, Ruige anjer, Beemdkroon, Aardaker, Glad parelzaad, Klavervreter, Wilde peterselie, Karwijvarkenskervel, Grote bevernel, Ruige weegbree, Kleine ratelaar, Veldsalie, Knopig doornzaad, Groot streepzaad, Kattendoorn, Wilde marjolein, Echte kruisdistel, Grote leeuwenklauw, Bevertjes, Zeegroene zegge, Gewone bermzegge, Knoopkruid, Geel walstro, Blauw walstro, Fijne ooievaarsbek, Veldgerst, Donderkruid, Glad parelzaad, Mantelanjer, Kleinbloemige salie, Akkerdoornzaad, Goudhaver, IJzerhard. [Fauna]: Kwartel, Patrijs, Grauwe klauwier, Geelgors, Roodborsttapuit, Steenuil, Oranje zandoogje, Bruin dikkopje, Icarusblauwtje, Hooibeestje, Kleine vuurvlinder, Argusvlinder, Bruin blauwtje, Grashommel, Boomkikker, Kamsalamander, Levendbarende hagedis, Ondergrondse woelmuis, Veldspitsmuis; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland; En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit struweel.
- Beheersvoorschriften: Ten minste 90% van het gewas jaarlijks afvoeren via maaien of beweiden; In de periode van 1 juli tot 1 april is een veebezetting van ten hoogste 3 GVE per hectare op enig moment toegestaan; Bij beheer met een gescheperde schaapskudde is een hogere veebezetting dan 3 GVE op enig moment toegestaan; Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 15 Basispakket: (Half)natuurlijk grasland. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Droog soortenrijk grasland: 0,5 hectare. BIJLAGE 30 Pluspakket: Soortenrijk stuifzand
- Op de beheerseenheid komen ten minste 4 van de volgende meetsoorten voor: [Fauna] Nachtzwaluw, Draaihals, Boomleeuwerik, Duinpieper, Gekraagde roodstaart, Tapuit, Klapekster, Geelgors, Kleine heivlinder, Kommavlinder, Heivlinder. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten genoemd in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen; En ten minste 50 % van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit levend stuifzand; En ten minste 10% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met Buntgras of Korstmos; En ten hoogste 30% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit heide; En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit struweel of bos.
- Beheersvoorschriften: Regulier beheer ten behoeve van de instandhouding van soortenrijk stuifzand; Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing. Minimum oppervlakte van de beheerseenheid behorende bij pluspakket Soortenrijk stuifzand: 0,5 hectare. BIJLAGE 31 Pluspakket: Soortenrijke heide
- Op de beheerseenheid komen ten minste 5 van de meetsoorten voor uit lijst A; Of ten minste 11 uit de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [Flora] Heidezegge, Stekelbrem, Duitse brem, Kruipbrem, Dennenwolfsklauw, Grondster, Grote wolfsklauw, Kleine schorseneer, Klein warkruid, Rode dophei, Kleine wolfsklauw, Verfbrem, Draadgentiaan, Gevlekte orchis, Kleine zonnedauw, Ronde zonnedauw, Klokjesgentiaan, Moeraswolfsklauw, Beenbreek, Heidekartelblad, Witte snavelbies, Bruine snavelbies, Gewone en Noordse veenbies, Wijdbloeiende rus, Koprus, Dwergrus, Borstelgras, Buntgras, Pilzegge, Tormentil, Rond wintergroen, Bronsmos, Rode en Dove heidelucifer, Rood bekermos, Rendiermossen; [Fauna] Watersnip, Grutto, Tureluur, Wulp, Korhoen, Patrijs, Nachtzwaluw, Draaihals, Boomleeuwerik, Blauwborst, Paapje, Roodborsttapuit, Tapuit, Grauwe klauwier, Klapekster, Geelgors, Heidegentiaanblauwtje, Heideblauwtje, Groentje, Heivlinder, Kommavlinder, Bruine vuurvlinder, Kleine vuurvlinder, Hooibeestje, Zandhagedis, Levendbarende hagedis, Gladde slang, Adder, Ringslang, Heikikker, Venwitsnuitlibel, Noordse witsnuitlibel, Tengere pantserjuffer, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis; En ten minste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met een of meer van de volgende heidesoorten: Struikhei, Dophei, Kraaihei; En de resterende oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met grassen, kruiden, mossen, korstmossen, stuifzand, struweel, bos, water; En ten hoogste 60% is bedekt met grassen; En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos of uit ander struweel dan Jeneverbes of Gagel.
- Beheersvoorschriften: Op ten minste 50% van de oppervlakte van de beheerseenheid wordt vergrassing bestreden door middel van begrazen; Bij beheer met een gescheperde schaapskudde is een hogere veebezetting dan 1,5 GVE op enig moment toegestaan; Of in het tijdvak wordt op ten minste 10% van de oppervlakte van de beheerseenheid waar vergrassing optreedt, vergrassing bestreden door middel van plaggen, chopperen, maaien en afvoeren; Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 16 Basispakket: Heide. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Soortenrijke heide: 0,5 hectare. BIJLAGE 32 [vervallen] BIJLAGE 33 Pluspakket: Levend hoogveen
- Op de beheerseenheid komen ten minste 4 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of ten minste 11 uit de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. [Flora]: Lavendelhei, Eenarig wollegras, Kleine veenbes, Witte snavelbies, Veenbloembies, Lange zonnedauw, Ronde zonnedauw, Geoord veenmos, Rood veenmos, Wrattig veenmos, Hoogveen-veenmos, Slijkzegge, Beenbreek. [Fauna]: Dodaars, Geoorde fuut, Wintertaling, Blauwe kiekendief, Korhoen, Kemphaan, Watersnip, Grutto, Wulp, Tureluur, Zwarte stern, Nachtzwaluw, Gele kwikstaart, Blauwborst, Paapje, Roodborsttapuit, Grauwe Klauwier, Klapekster, Kraanvogel, Veenhooibeestje, Veenbesparelmoervlinder, Veenbesblauwtje, Groot dikkopje, Hoogveenglanslibel, Noordse glazenmaker, Tengere pantserjuffer, Koraaljuffer, Noordse witsnuitlibel, Heikikker, Levendbarende hagedis, Adder, Gladde slang, Ringslang, Ruige dwergvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis. En ten minste 5% van de oppervlakte van de beheerseenheid is bedekt met Veenmos, waaronder ten minste 1 van de volgende soorten: Wrattig veenmos, Hoogveen-veenmos, Rood veenmos. En ten hoogste 30% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit water; En ten hoogste 20% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit bos; En de overige oppervlakte bestaat uit Pijpestrootje of natte heide; En de beheerseenheid ligt in de Fysisch-Geografische Regio Heuvelland of Hogere zandgronden.
- Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van levend hoogveen.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 16 Basispakket: Hoogveen. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Levend hoogveen: 0,5 hectare. BIJLAGE 34 Pluspakket: Soortenrijk weidevogelgrasland
- Op de beheerseenheid komen ten minste 75 broedparen per 100 hectare voor van een of meer van de volgende meetsoorten: Grutto, Kievit, Scholekster, Tureluur, Watersnip, Kemphaan, Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend, Kuifeend, Wintertaling, Graspieper,Gele kwikstaart, waarvan ten minste 35 broedparen van de soorten Grutto, Tureluur, Watersnip, Kemphaan, Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend, Kuifeend, Wintertaling, Graspieper, Gele kwikstaart; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland; En de beheerseenheid ligt binnen een gebied met een oppervlakte van ten minste 25 hectare waar in een Natuurgebiedsplan het pluspakket Soortenrijk weidevogelgrasland of het pluspakket Zeer soortenrijk weidevogelgrasland is opengesteld.
- Beheersvoorschriften: Ten minste 3% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit vluchtstroken [verspreid liggende gronden met een oppervlakte van ten minste 1000 m2 die niet eerder dan 22 mei worden gemaaid of beweid en in ieder geval steeds ten minste twee weken later dan de datum waarop omliggende gronden zijn gemaaid of voor het eerst worden beweid] of slootranden met een breedte van ten minste 2 meter en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 200 meter die niet worden bemest; En ten minste 25% van de oppervlakte van de beheerseenheid in de periode van 1 april tot 8 juni vrijwaren van beweiding, maaien, rollen, slepen, inzaaien, doorzaaien en bemesting; Met inachtneming van voornoemde beheersvoorschriften is bemesting toegestaan en is een hogere veebezetting dan 1,5 GVE per hectare toegestaan; Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing of Variant B: met begrazing. De beheerseenheden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 5 hectare binnen een gebied dat met een verdunningsfactor van ten hoogste 3 bij de beschikking tot subsidieverlening in aanmerking wordt genomen. BIJLAGE 35 Pluspakket: Zeer soortenrijk weidevogelgrasland
- Op de beheerseenheid komen ten minste 100 broedparen per 100 hectare voor van een of meer van de volgende meetsoorten: Grutto, Kievit, Scholekster, Tureluur, Watersnip, Kemphaan, Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend, Kuifeend, Wintertaling, Graspieper, Gele kwikstaart, waarvan ten minste 50 broedparen van de soorten Grutto, Tureluur, Watersnip, Kemphaan, Slobeend, Zomertaling, Veldleeuwerik, Wulp, Kluut, Krakeend, Kuifeend, Wintertaling, Graspieper, Gele kwikstaart; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit grasland; En de beheerseenheid ligt binnen een gebied met een oppervlakte van ten minste 25 hectare waarvoor een Natuurgebiedsplan het pluspakket Soortenrijk weidevogelgrasland of het pluspakket Zeer soortenrijk weidevogelgrasland toestaat.
- Beheersvoorschriften: Ten minste 4% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit vluchtstroken [verspreid liggende gronden met een oppervlakte van ten minste 1000 m2 die niet eerder dan 22 mei worden gemaaid of beweid en in ieder geval steeds ten minste twee weken later dan de datum waarop omliggende gronden zijn gemaaid of voor het eerst worden beweid], of slootranden met een breedte van ten minste 2 meter en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 200 meter die niet worden bemest; En ten minste 30% van de oppervlakte van de beheerseenheid in de periode van 1 april tot 8 juni vrijwaren van beweiding, maaien, rollen, slepen, inzaaien, doorzaaien en bemesting; Met inachtneming van voornoemde beheersvoorschriften is bemesting toegestaan en is een hogere veebezetting dan 1,5 GVE per hectare toegestaan; Meetsoorten monitoren.
- Corresponderend Basispakket: Bijlage 21 Basispakket: Natuurlijke Eenheid: Variant A: zonder begrazing of Variant B: met begrazing. De beheerseenheden hebben een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 5 he