Voorschriften grafbedekking op begraafplaats Voorst en begraafplaats WindesheimVOORSCHRIFTEN GRAFBEDEKKING OP BEGRAAFPLAATS VOORST EN BEGRAAFPLAATS WINDESHEIM HOOFDSTUKIINLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1 a.Grafbedekking in de vorm van vaste beplanting wordt van gemeentewege aangebracht en onderhouden. b.Te allen tijde wordt bij de beplanting van het graf aansluiting gezocht bij het ecologisch beplantingsbeleid van de betreffende begraafplaats, de spontane vegetatie en het landschap. c.De rechthebbende kan in overleg met de beheerder een aandeel leveren in de beplanting. d.Bij een graf met een staand gedenkteken wordt het graf tot 50 cm voor het gedenkteken beplant. Het resterende gedeelte van het graf wordt met gras bedekt. Artikel2 a.Voor het plaatsen van bloemen op een graf worden op centrale plaatsen steekvazen beschikbaar gesteld. b.Het is toegestaan losse bloemen op een graf te leggen. Artikel3 a.Naast beplanting is alleen een gedenkteken als grafbedekking toegestaan. b.Het plaatsen van een gedenkteken is niet verplicht. c.Losse voorwerpen op het graf of het gedenkteken zijn niet toegestaan HOOFDSTUKIIBEPALINGEN VOOR HET HEBBEN VAN EEN GEDENKTEKEN Artikel4 De vergunning voor het plaatsen of vervangen van een gedenkteken, sluitplaat of sierurn moet schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders worden aangevraagd. Deze aanvraag bevat minimaal de volgende gegevens: naam van der begraafplaats en het graf- of nisnummer; naam en adres van degene die als rechthebbende op het betreffende graf of nis in de begraafplaatsadministratie staat ingeschreven of indien het een algemeen graf betreft, naam en adres van de belanghebbende; dagtekening; handtekening van de rechthebbende of indien het een algemeen graf betreft, de handtekening van de belanghebbende; naam en adres van degene die het gedenkteken, de sluitplaat of sierurn ontwerpt, vervaardigt en plaatst. Artikel5 Bij het aanvraagformulier moet een tekening in tweevoud worden overgelegd. Deze tekening op A4-formaat bevat minimaal de volgende gegevens: de juiste lengte-, breedte-, hoogte- en diktematen van het gedenkteken, sluitplaat of sierurn; een vooraanzicht van het gedenkteken; een verticale en horizontale doorsnede van het gedenkteken, sluitplaat of sierurn indien deze uit meer dan één deel bestaat; de plaats waar het grafnummer op het gedenkteken wordt aangebracht; de afmetingen van de fundering; hetsoort fundering; indien in het gedenkteken een dook wordt gebruikt, de plaats van de dook; de schaal waarop de tekening is gemaakt, deze moet minimaal schaal 1:10 zijn; de naam van het gebruikte materiaal, waarbij het overleggen van een monster kan worden geëist; de toegepaste bewerkingen van het gedenkteken, sluitplaat of sierurn rondom; de volledige tekst van het opschrift of de inscriptie, inclusief de te gebruiken symbolen; de vermelding van de kleur van het opschrift, de inscriptie en de symbolen; de wijze van aanbrengen van het opschrift of de inscriptie en de symbolen; de toegepaste bewerkingen van het gedenkteken, sluitplaat of sierurn. Artikel6 De uitbreiding van een opschrift of inscriptie van een bestaand gedenkteken, bestaande sluitplaat of sierurn moet bij het college van burgemeester en wethouders worden gemeld. Deze melding omvat minimaal de volgende gegevens: de tekst van de uitbreiding van het opschrift of de inscriptie; naam van de begraafplaats en het graf- of nisnummer; naam en adres van degene die als rechthebbende op het betreffende graf of nis in de begraafplaatsadministratie staat ingeschreven; dagtekening; handtekening rechthebbende of indien het een algemeen graf betreft, de handtekening van de belanghebbende; naam en adres van degene die het opschrift of de inscriptie vervaardigt. Artikel7 a.Tenminste 24 uur voor het plaatsen of herplaatsen van het gedenkteken, de sluitplaat of sierurn neemt de leverancier contact op met de beheerder. Bij het (her)plaatsen moeten de aanwijzingen van de beheerder worden opgevolgd. b.Binnen één jaar na de datum van verlening van de vergunning dient het gedenkteken te zijn geplaatst. HOOFDSTUKIIIBEPALINGEN VOOR GEDENKTEKENS Artikel8 a.In de linkerzijkant van het gedenkteken moet op 50 cm hoogte, gerekend vanaf het maaiveld, het grafnummer worden ingebeiteld, tenzij anders wordt overeengekomen. b.Het plaatsen van een firmanaam of enige andere reclame op het gedenkteken, de sierurn of sluitplaat is verboden. Het signeren van een als kunstwerk aan te merken gedenkteken of sierurn geschiedt aan de achterzijde. c.Alleen met toestemming van het personeel mogen werkzaamheden aan het gedenkteken worden verricht, behoudens het ter plaatse van de begraafplaats schoonmaken van het gedenkteken, de sierurn of sluitplaat met behulp van water en een borstel. Artikel9 a.Het gedenkteken moet een gewapende voorgestorte betonfundering of keepstuk met voldoende draagvermogen hebben. b.Het gedenkteken is bij voorkeur uit één stuk vervaardigd en bestaat in andere gevallen uit meerdere delen die middels een deugdelijke constructie aan elkaar zijn verbonden. c.Indien het gedenkteken een voetstuk of sokkel bevat, is het plaatsen van één of meerdere doken verplicht. d.Voor een gedenkteken, sierurn of sluitplaat mogen alleen duurzame materialen die een levensduur genieten van minimaal 15 jaar, worden gebruikt. e.Het opschrift of de inscriptie of de symbolen op het gedenkteken mogen niet aanstootgevend zijn. f.Bij het vervangen van het gedenkteken is het herstellen in de oude situatie toegestaan. Deze bepaling geldt niet bij heruitgifte van het betreffende graf of de betreffende nis. g.Het gedenkteken moet op de het verst van het pad van de rij verwijderde zijde van het graf worden geplaatst, in de rooilijn met de andere staande gedenktekens in de rij. Deze bepaling geldt niet voor het plaatsen van een gedenkteken op een urnengraf. Artikel10 a.Binnen de grenzen van de maatvoering, het materiaalgebruik en de bewerking van het gedenkteken is er vrijheid tot modelleren van het gedenkteken. b.Er is een keuze mogelijk tussen een staand of liggend gedenkteken. Een combinatie van een staand gedenkteken en een liggend gedenkteken of dekplaat is toegestaan. Tevens is een combinatie van een staand gedenkteken met banden toegestaan. c.Op één graf mogen maximaal twee liggende gedenktekens worden geplaatst. d.Onbewerkte gedenktekens zijn toegestaan, mits aan de gestelde afmetingen wordt voldaan. e.Het geheel polijsten van het gedenkteken is toegestaan. f.Het is niet toegestaan een omheining rond het graf te plaatsen. Artikel11Algemene graven a.Op een algemeen graf mogen maximaal drie liggende gedenktekens worden geplaatst. b.Voor elk gedenkteken geldt de volgende maatvoering: lengte 55 cm x breedte 65 cm x dikte 10 cm. Artikel12Open urnennis a.Het gebruik van een sierurn bij een open nis is verplicht. b.In een open nis is maximaal één sierurn toegestaan. Aan deze sierurn worden geen eisen gesteld ten aanzien van het type en vorm. c.In of bij de urnennis mogen behoudens (kunst)bloemen geen losse voorwerpen worden geplaatst. d.De sierurn moet deugdelijk in de nis worden bevestigd. e.Op de sierurn mag een plaatje met opschrift of inscriptie worden aangebracht. Artikel13Dichte urnennis a.Een dichte urnennis moet worden afgedekt met een plaat die de hele nis afsluit. b.De sluitplaat mag geheel zijn gepolijst. c.De sluitplaat mag worden voorzien van een tekst of symbolen bestaande uit opliggende of ingegraveerde letters. Artikel14Urnengraven a.Op een urnengraf mag één liggend of staand gedenkteken worden geplaatst. b.Hiervoor geldt de volgende maatvoering. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld. Liggend gedenkteken: lengte maximaal 55 cm x breedte maximaal 65 cm x 10-15 cm dik. De minimale lengte is 25 cm en de minimale breedte 10 cm. Staand gedenkteken: hoogte maximaal 90 cm en minimaal 25 cm x breedte maximaal 25 cm x 25 cm dik. c.Voor een onbewerkt gedenkteken geldt de maatvoering als genoemd onder b. Artikel15Eigen graven Voor een gedenkteken op een eigen graf, niet zijnde een urnengraf, geldt de volgende maatvoering. De hoogte wordt gerekend vanaf het maaiveld. Staand gedenkteken: hoogte maximaal 90 cm x breedte maximaal 90 cm en minimaal 65 cm x 10-15 cm dik. Liggend gedenkteken: lengte maximaal 55 cm x breedte maximaal 65 cm x 10-15 cm dik Dekplaat: lengte maximaal 190 cm en minimaal 100 cm x breedte 90 cm x dikte maximaal 10 cm. Omranding: elke band maximaal 10 cm breed x maximaal 10 cm dik waarbij de strekkende lengte maximaal 190 cm en minimaal 55 cm x strekkende breedte maximaal 90 cm mag zijn. Voor een gedenkteken op een dubbel graf geldt dezelfde maatvoering als bedoeld in de voorgaande leden waarbij de breedte van het gedenkteken tweemaal de breedte als bedoeld in de voorgaande leden mag zijn. HOOFDSTUKIVSLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN Artikel16 Gedenktekens die reeds bestonden ten tijde van de inwerkingtreding van deze voorschriften, dan wel gedenktekens waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding reeds een vergunning was verleend, en die afwijken van het in deze voorschriften bepaalde, mogen geplaatst blijven, respectievelijk geplaatst worden, maar hieraan kunnen geen rechten worden ontleend voor nog aan te vragen vergunningen tot het plaatsen van een gedenkteken. Artikel17 Conform het gestelde in artikel 27 van de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen kan een gedenkteken direct door de beheerder worden verwijderd. Artikel18 Voor het plaatse van een gedenkteken dat niet voldoet aan de gestelde afmetingen en/of materiaalgebruik en dat als kunstwerk moet worden aangemerkt, kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen op basis van artikel 27, lid 8 van de Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen, na advies van een in te stellen werkgroep. Artikel19 1.Deze voorschriften treden in werking op 1 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.