Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2015De raad van de gemeente Doetinchem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 22 oktober 2014; overwegende dat het juridisch toetsingskader voor de subsidieverstrekking verbetering behoeft qua juridische houdbaarheid, helderheid en praktische toepasbaarheid; de nieuwe Algemene subsidieverordening eveneens uitgaat van de overdracht van bevoegdheden aan burgemeester en wethouders, met name voor het vaststellen van subsidieplafonds en subsidieregelingen; de bevoegdheid om subsidieplafonds vast te stellen het budgetrecht van de raad volledig intact laat, omdat een begrotingsvoorbehoud als bedoeld in artikel 4:34, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht verplicht is bij subsidieregelingen en beschikkingen (artikel 5, lid 4 Asv 2015); de nieuwe Algemene subsidieverordening op grond van de Europese wet- en regelgeving ‘staatssteunproof’’ moet zijn; de rechtszekerheid voor de subsidieontvangers versterkt wordt door besluiten te baseren op algemeen verbindende voorschriften (verordening en subsidieregelingen); gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2015 Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L 214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellings-verordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Artikel2.Reikwijdte 1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2.Voor subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. De toepassing van dit lid wordt in de beschikking tot subsidieverstrekking vermeld. Artikel3.Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin ook bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel4.Europees steunkader 1.Voor zover dat voor het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader. 3.Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5.Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen voor subsidies in aanmerking die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Artikel5.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen: als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3.Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging. 4.Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel6.Aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. 2.Burgemeester en wethouders kunnen formulieren vaststellen voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens als bedoeld in deze verordening. 3.Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; als de aanvrager een onderneming is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring); de stand van de eventuele egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 4.Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsook van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. 5.Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel7.Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Andere aanvragen om subsidie worden minimaal 13 weken voordat de aanvrager het voornemen heeft te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. Artikel8.Beslistermijn 1.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid binnen 13 weken nadat de aanvraag is ingediend. 3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel9.Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1.Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat volgens een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2.Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; als de activiteiten niet bijdragen aan de realisering van gemeentelijk beleid; in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4.Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel10.Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel11.Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1.Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat meteen aan burgemeester en wethouders. 2.Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen schriftelijk over: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. Artikel12.Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1.Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden over het beheer en gebruik van wat met de subsidie tot stand is gebracht. 2.Bij subsidies vanaf € 100.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd om tussentijds rekening en verantwoording af te leggen over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. Artikel13.Eindverantwoording subsidies tot en met € 20.000 1.Subsidies tot en met € 20.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en - tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid - binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 3.In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 20.000 wordt gelijk een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. Artikel14.Eindverantwoording subsidies tussen € 20.000 en € 100.000 1.Bij subsidies tussen € 20.000 en € 100.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2.De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 3.Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht. Artikel15.Eindverantwoording subsidies vanaf € 100.000 1.Bij subsidies vanaf € 100.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2.De aanvraag bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3.Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing voor de controleverklaring als bedoeld in artikel 4:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vaststellen. 4.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. Artikel16.Subsidievaststelling 1.Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2.Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 3.Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, onder a of b is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel17.Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1.Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze. 2.Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities. 3.Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. Artikel18.Hardheidsclausule 1.Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten. Of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. 2.Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. Artikel19.Slotbepalingen De Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2012 wordt ingetrokken. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2012 van toepassing. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2015. Aldus vastgesteld in de zijn vergadering van30 oktober 2014,griffier voorzitterToelichting Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2015 Algemene toelichtingHet wettelijk kader van subsidies wordt bepaald door de Algemene wet bestuursrecht (Awb art. 1:3, titel 4.1: beschikkingen; titel 4.2: subsidies; titel 4.4: bestuursrechtelijk geldschulden), de Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2015 (Asv 2015) en subsidieregelingen. Artikel 1 t/m 5 van de Asv 2015 gaan over de huishoudelijke aspecten, zoals reikwijdte, verdeling van bevoegdheden, subsidieregelingen en de financiën. Artikel 6 t/m 19 gaan over het subsidieproces. In deze Asv wordt gesproken over subsidieverstrekking. Hieronder wordt verstaan de aanvraag, de subsidieverlening, de (directe) ambtelijke vaststelling, de vaststelling en de uitbetaling van de subsidie. In deze verordening wordt gebruikgemaakt van de mogelijkheid om bevoegdheden van de raad aan het college te delegeren. Dit is niet nieuw. In de Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem 2012 (Asv 2012) was dit ook al het geval. Zo wordt het college om reden van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid verplicht om subsidieregelingen (algemeen verbindende voorschriften) vast te stellen. Die mogen op onderdelen afwijken van de algemene regeling (art. 3 Asv 2015). De subsidieregelingen kunnen een algemeen onderwerp hebben (bijvoorbeeld beoordelingscriteria) of zich specifiek richten op een beleidsveld. Bijvoorbeeld beschermd wonen of vrijwilligers en mantelzorg. Daarnaast heeft het college de bevoegdheid om subsidieplafonds vast te stellen. Dit kan in algemene zin, maar ook per subsidieregeling. In alle gevallen wordt een begrotingsvoorbehoud gemaakt omdat er op geen enkele wijze sprake kan zijn van een aantasting van het budgetrecht van de raad. Van groot belang is zo goed mogelijk onderscheid te maken tussen subsidie en een overeen-komst van overheidsopdracht. Het onderscheid tussen subsidie en overeenkomst is onder andere van belang omdat op beide instrumenten een ander rechtsregime van toepassing is. Zo valt de subsidie binnen het bestuursrecht en de overeenkomst binnen de grenzen van het burgerlijke recht. Bij geschillen over overeenkomsten is de burgerlijke rechter bevoegd en bij geschillen over subsidies de administratieve rechter. Bij opdrachten is de gemeente als opdrachtgever verplicht deze via een transparante procedure aan te besteden als een bepaald drempelbedrag wordt overschreden. Die verplichting geldt ingeval van subsidies niet. Alhoewel het denkbaar is dat een subsidie wordt aanbesteed. Verder is het onderscheid tussen subsidie en overeenkomst van belang omdat ondernemers vaak BTW verschuldigd zijn over aan hen gedane betalingen voor diensten. Over aan hen verstrekte subsidies zijn ondernemers daarentegen in beginsel geen BTW verschuldigd. Hoe het verschil te bepalen tussen het verstrekken van subsidie en het aangaan van een overeenkomst van opdracht? Juridische en inkooptechnische verschillen tussen overeenkomst en subsidie Denkrichting in onderstaand schematisch overzicht met verschillen tussen overeenkomst (na opdracht) en subsidie is dat als vele aspecten uit de linkerkolom zich in de te onderzoeken situatie voordoen, en weinig uit de rechterkolom, er waarschijnlijk sprake is van een overheidsopdracht. Wanneer er sprake is van een grote vermenging van kenmerken uit de linker- en rechterkolom dan wordt in de praktijk vaak gekozen voor subsidie. Bedenk echter dat geen enkel criterium op zichzelf beschouwd doorslaggevend is. OvOvereenkomst Subsidie 1. Definitie in Boek 6 artikel 213 BW (Burgerlijk Wetboek) = een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen ten opzichte van een of meer andere een verbintenis aangaan. Definitie in artikel 4:21 AWB (Algemene Wet Bestuursrecht) = de aanspraak op financiële middelen door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuurs- orgaan geleverde goederen of diensten. 2. Tweezijdige handeling (aanbod en aanvaarding, wederkerigheid). Eenzijdige handeling (subsidiebeschikking; in beginsel geen prestatieplicht). 3. Uitvoeren van werken, leveren van diensten of goederen door derden aan de overheid, meestal ten behoeve van de uitvoering van eigen taken van het bestuursorgaan. Er is vaak een markt voor de activiteiten. Concurrentiestelling in principe mogelijk. Voor opdrachtnemer gaat het om een commerciële activiteit. Vaak voor activiteiten die te maken hebben met het ‘algemeen belang’, waarbij subsidieverstrekker (vaak) belang heeft bij (het in stand houden van) activiteiten van de individuele aanvrager ten behoeve van derden. Concurrentiestelling op een markt vaak niet goed mogelijk. 4. Bij aangaan overeenkomst: vaak aanbestedings-plicht op grond van bestuurlijk aanbestedings-beleid of Europese aanbestedingsrichtlijn. Bij aangaan subsidierelatie: geen expliciete aanbestedingsverplichting op grond van AWB of subsidieverordening. 5. Zelfs bij voldoen aan vereisten zoals deze zijn opgenomen bij de selectie en gunning in de aanbesteding: geen plicht tot gunnen opdracht/ aangaan overeenkomst (onder voorbehoud van precontractuele eisen van redelijkheid en billijkheid en goede trouw). Bij voldoen aan (objectieve) subsidiecriteria: recht op betaling subsidie. 6. Aanbesteding gericht op verrichten activiteiten tegen het gunningscriterium laagste prijs of economisch voordeligste inschrijving/ meest scherpe en markt-conforme vergoeding. Subsidie gericht op hoe dan ook laten verrichten van activiteiten. Kan een meer of minder dan marktconforme vergoeding voor noodzakelijk zijn (anders wordt activiteit die in algemeen belang is mogelijk niet uitgevoerd). NB: Vergoeding waarbij bewust meer dan marktconforme vergoeding wordt gegeven kan potentieel risico op staatssteun meebrengen. 7. Branchevoorwaarden, inkoopvoorwaarden, contractvoorwaarden van toepassing. Subsidieregeling, -criteria en -voorwaarden (verordening bestuursorgaan of wettelijk kader veelal vereist) van toepassing. 8. Initiatief bij de opdrachtgever die zijn behoefte stelt en formuleert in programma van eisen (PvE) waarna de aanbesteding volgt. Initiatief bij subsidieaanvrager die behoefte aan subsidie moet aantonen; door aanvraag gaat subsidieprocedure lopen. 9. Burgerrecht van toepassing op aanbeste-dingsprocedure en de overeenkomst. Burgerrechter is geschilbeslechtende instantie. In kort geding kunnen voorlopige voorzieningen worden gevraagd. In een bodemprocedure kan en schadevergoeding én in beperkt aantal gevallen (zie Aanbestedingswet 2012) vernietiging van de overeenkomst worden gevorderd. In kort geding kunnen voorlopige voorzieningen Bestuursrecht van toepassing zijn op subsidie. Bij bezwaar/beroep tegen subsidiebeschikking: administratieve rechtsgang via beschikkend bestuursorgaan en bestuursrechter (Awb). 10. Bij niet nakoming overeenkomst: nakoming overeenkomst kan worden gevorderd. Afdwingbaarheid van de overeenkomst. Afspraken gemaakt onder bezwarende titel (d.w.z. tegen betaling (tegen geld of op geld waardeerbaar). Bij de oplevering van het eindproduct/dienst gaat het eigendom vaak over naar de opdrachtgever en wordt sterker gestuurd op de formulering van de inhoud ervan. Bij niet nakomen subsidiecriteria: lagere subsidie of nihil- vaststelling en terugvorderingsmogelijkheid om reden van onverschuldigde betaling. Prestatie tegenover subsidie niet of beperkt afdwingbaar. Hoe meer resultaatverplichtingen zijn vereist of zijn vastgelegd in een aan de subsidiebeschikking gekoppelde uitvoeringsovereenkomst (zie ook art. 4:36 Awb), hoe eerder een subsidie de richting van overeenkomst opgaat. 11. Facturen voor wederprestatie op grond van overeenkomst worden veelal betaald na (deel) prestatie. Bij subsidie is vaak sprake van bevoorschotting op basis van liquiditeitsbehoefte van de subsidievragende instelling (zonder voorschot op subsidie is het vaak moeilijk om te starten met de werkzaamheden waarvoor subsidie is gegeven of om de instelling in stand te houden). Gaat om werkelijke gemaakte en betaalde kosten. 12. Btw verschuldigd Geen btw verschuldigd (behalve bij prijssubsidies). 13. In principe vergoeding van de kostprijs opdrachtnemer plus winstmarge mogelijk. Vergoeding deel van de kosten (geen vergoeding winst mogelijk). 14. Betaling voor aan opdrachtgever geleverde goederen of diensten. Vooral stimuleringsbijdrage (ter ondersteuning beleid of bevordering algemeen belang), levering (werkzaamheden of diensten) niet per se aan subsidieverstrekker. De reikwijdte van het begrip overheidsopdracht is omvangrijk omdat het telkens op een ruime en bovenal op een functionele wijze moet worden uitgelegd. Verder speelt mee dat de juridische kwalificaties naar nationaal recht niet relevant zijn voor de beoordeling of sprake is van een overheidsopdracht naar Europees recht. Oftewel: de nationaalrechtelijke kwalificatie ‘subsidie’ sluit niet automatisch uit dat sprake is van een overheidsopdracht. Zo kan een subsidie, al dan niet in samenhang met andere afspraken (dan is er volgens de Awb sprake van subsidie- of uitvoeringsovereenkomst), een overheidsopdracht zijn. En bij overheidsopdrachten dienen (Europese) aanbestedingsregels in acht te worden genomen. Het is daarom raadzaam om terughoudend te zijn met de mogelijkheid om in de aan de subsidiebeschikking gekoppelde uitvoeringsovereenkomst een verplichting tot nakoming op te nemen. Het verdient dus aanbeveling om bij het toekennen van subsidies van geval tot geval te bezien of sprake is van een overheidsopdracht. Belangrijke vragen bij het achterhalen van verschillenOm vast te stellen of sprake is van een subsidie of opdracht, zijn onder meer de volgende vijf vragen relevant (tussen haakjes staat aangegeven onder welke punten in het bovengenoemd schema (elementen van) deze vragen aan de orde komen):
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.